Kruimelpad

De euro

De euro is de gemeenschappelijke munt van de (op dit ogenblik) 17 landen van de eurozone. De invoering van de euro in 1999 was een grote stap vooruit voor de Europese integratie. Het is ook één van de grootste succesverhalen ervan geworden: de euro is nu de munt van 330 miljoen EU-burgers. Zij ervaren de voordelen ervan, die nog groter worden naarmate meer EU-landen op de euro overstappen.

Toen de euro op 1 januari 1999 werd ingevoerd, werd het de nieuwe munt van elf landen. De oude nationale munten zoals de Duitse mark en de Franse frank werden in twee stappen vervangen. Eerst werd de euro als virtuele munt voor niet-contante betalingen en boekhoudkundig gebruik ingevoerd, terwijl de oude valuta's voor contante betalingen bleven dienen, als "ondereenheden" van de euro. Vervolgens werden op 1 januari 2002 bankbiljetten en muntstukken in omloop gebracht.

Een aantal EU-landen gebruikt de Euro niet. Met twee landen (Denemarken en het Verenigd Koninkrijk) zijn regelingen getroffen waardoor zij niet deel hoeven te nemen, terwijl de andere (veel van de nieuwste EU-landen en Zweden) nog niet aan de voorwaarden voldoen om de gemeenschappelijke munt te mogen invoeren. Zodra dit het geval is, zullen zij hun nationale munt door de euro vervangen.


Welke landen hebben de euro ingevoerd en wanneer?



De euro en de Economische en Monetaire Unie


Alle EU-landen zijn lid van de Economische en Monetaire Unie (EMU), een geavanceerde vorm van economische integratie op basis van een interne markt. De EMU-leden werken nauw samen op economisch en fiscaal gebied. Zodra zij aan bepaalde voorwaarden voldoen, gaan zij een gemeenschappelijk monetair beleid voeren en een gemeenschappelijke munt invoeren: de euro.

Het proces van economische en monetaire integratie in de EU loopt parallel met de geschiedenis van de Unie zelf. Bij de oprichting van de EU in 1957 waren de lidstaten vooral uit op de verwezenlijking van een interne markt. In de loop der jaren werd echter duidelijk dat voor de verdere ontwikkeling en bloei van die interne markt ook economische en monetaire samenwerking wenselijk was. Een volwaardige EMU en een gemeenschappelijke munt werden echter pas in 1992 als doelstelling opgenomen in het Verdrag van Maastricht (het Verdrag betreffende de Europese Unie), dat de basisregels voor de invoering ervan bepaalde. Daarbij werden de doelstellingen van de EMU, de taakverdeling en de voorwaarden waaraan lidstaten moeten voldoen om de euro te kunnen invoeren vastgesteld. Deze voorwaarden staan bekend als de "convergentiecriteria" (of de "criteria van Maastricht") en omvatten een lage en stabiele inflatie, wisselkoersstabiliteit en gezonde overheidsfinanciën.

Wie heeft de leiding?


Met de euro werd monetair beleid de bevoegdheid van de onafhankelijke Europese Centrale Bank (ECB), die daar speciaal voor werd opgericht, en de nationale centrale banken van de EU-landen die de euro hebben ingevoerd. Samen vormen zij het Eurosysteem.

Het fiscaal beleid (belastingen en overheidsuitgaven) blijft daarentegen in handen van de regeringen van de lidstaten, hoewel zij zich ertoe verbinden gezamenlijk vastgelegde regels inzake overheidsfinanciën toe te passen (het stabiliteits- en groeipact). Zij blijven ook volledig verantwoordelijk voor hun eigen structuurbeleid (werkgelegenheid, pensioenen en kapitaalmarkten), maar komen overeen deze te coördineren met het oog op de gezamenlijke doelstellingen op het gebied van stabiliteit, groei en werkgelegenheid.

Wie gebruikt de euro?


330 miljoen mensen uit de 17 landen van de eurozone gebruiken de euro. De euro wordt daarenboven ook officieel als wettig betaalmiddel of om praktische redenen gebruikt door een hele reeks andere landen zoals buurlanden en voormalige kolonies.

Het wekt daarom geen verwondering dat de euro internationaal al snel de op een na meest gebruikte valuta is geworden, na de dollar die op sommige vlakken (zoals de totale waarde van het geld dat in circulatie is) zelfs het onderspit heeft moeten delven.

Waarom is de euro nodig?


Met een gemeenschappelijke munt wordt reizen gemakkelijker, maar er zijn ook goede economische en politieke redenen voor. Dankzij de manier waarop de euro wordt beheerd is het een stabiele munt, met een lage inflatie en lage rentevoeten, die gezonde overheidsfinanciën bevordert. Een gemeenschappelijke munt is ook een logische aanvulling op de gemeenschappelijke markt, die zij nog doeltreffender maakt. Een gemeenschappelijke munt vergroot de prijstransparantie, maakt een einde aan de wisselkosten, laat de Europese economie soepeler draaier, vergemakkelijkt de internationale handel en geeft de EU een krachtiger stem in de wereld. De grootte en de kracht van de eurozone zorgt voor een betere bescherming tegen externe economische schokken zoals onverwachte stijgingen van de olieprijs of turbulentie op de valutamarkten.

Ten slotte vormt de euro voor de EU-burger een tastbaar symbool van zijn Europese identiteit, waarop hij alsmaar trotser kan zijn terwijl de eurozone groeit en de voordelen voor de huidige en toekomstige leden toenemen.