Kruimelpad

Economische en monetaire unie

De economische en monetaire unie (EMU) is van wezenlijk belang voor de eenwording van de Europese economieën. Binnen de EMU wordt het economisch en fiscaal beleid gecoördineerd, is er een gemeenschappelijk monetair beleid en is er een gemeenschappelijke munt, de euro. Hoewel alle 28 EU-landen deel uitmaken van de economische unie, heeft slechts een deel daarvan gekozen voor een nog verdergaande integratie. Zij hebben de euro ingevoerd. Die landen vormen samen de eurozone.

Sinds het begin van de wereldwijde economische en financiële crisis heeft de EU nooit eerder geziene maatregelen getroffen om de economische governance van de EMU te verbeteren. Zo heeft zij het stabiliteits- en groeipact versterkt door de invoering van nieuwe mechanismen om economische onevenwichtigheden te voorkomen en het economisch beleid beter te coördineren.

De ontwikkeling van het economisch bestuur van de EU in historische context

Deze noodmaatregelen moeten echter worden geconsolideerd en aangevuld om te voorkomen dat een nieuwe crisis de EMU weer zo hard raakt. Daarom hebben de voorzitters van vier EU-instellingen – de Europese Commissie, het Europees Parlement, de Europese Centrale Bank en de Europese Raad (de "Eurotop") – en die van de Eurogroep in het "verslag van de vijf voorzitters" een plan uiteengezet om de EMU tussen 2015 en uiterlijk 2025 te verdiepen.

  • Fase 1"Al doende verdiepen" (1 juli 2015 - 30 juni 2017): de bestaande instrumenten en de huidige Verdragen gebruiken om het concurrentievermogen en de structurele convergentie te stimuleren, verantwoordelijk budgettair beleid op nationaal en EU-niveau verwezenlijken, de financiële unie voltooien en de democratische verantwoordingsplicht versterken.
  • Frase 2"De EMU voltooien" (by 2025): ingrijpender maatregelen nemen om het convergentieproces een bindender karakter te geven door middel van bijvoorbeeld een reeks gezamenlijk overeengekomen convergentiebenchmarks die in wetgeving worden vastgelegd, evenals een ministerie van Financiën voor de eurozone.

In oktober 2015 is de Commissie begonnen met de uitvoering van het "verslag van de vijf voorzitters" door een pakket maatregelen te nemen. Meer hierover, waaronder het volledige verslag, is beschikbaar op de 10 prioriteiten-website van de Commissie: Een diepere en eerlijkere economische en monetaire unie

Raadplegingen met EU-landen

Als vervolg op het pakket heeft de Commissie het startschot gegeven voor een EU-brede raadpleging van belanghebbenden. Er zijn ruim 60 evenementen in de hele EU georganiseerd, waar besproken is wat een diepere economische en monetaire unie eigenlijk betekent.

Het besluit om een economische en monetaire unie op te richten viel in december 1991 en werd vastgelegd in het Verdrag betreffende de Europese Unie (het Verdrag van Maastricht). Met de EMU staat de EU weer een stap dichter bij economische eenwording, waartoe in 1957 de eerste aanzet is gegeven. De economie, zowel die van de EU als geheel, als die van elke lidstaat afzonderlijk, profiteert van de economische integratie door schaalvergroting, meer efficiëntie en een grotere veerkracht. Dat zorgt dan weer voor meer economische stabiliteit, grotere groei en meer werkgelegenheid – resultaten die alle EU-burgers rechtstreeks ten goede komen. De EMU betekent in de praktijk:

  • coördinatie van het economische beleid tussen de EU-lidstaten
  • coördinatie van het fiscaal beleid, met name door een begrenzing van de staatsschuld en het financieringstekort
  • een onafhankelijk monetair beleid onder leiding van de Europese Centrale Bank (ECB)
  • dezelfde regels voor en toezicht op financiële instellingen binnen de eurozone
  • de euro en de eurozone

Economische governance binnen de EMU

De verantwoordelijkheid voor het economisch beleid ligt in de EMU niet bij één enkele instelling, maar is verdeeld tussen de lidstaten en de EU-instellingen. De belangrijkste partijen in de EMU zijn:

  • de Europese Raad, die de belangrijkste beleidslijnen uitzet
  • de Raad van de EU (de "Raad"), die het economisch beleid coördineert en bepaalt welke landen de euro mogen invoeren
  • de "Eurogroep", die beleid van gemeenschappelijk belang voor de landen in de eurozone uitstippelt
  • de EU-lidstaten, die bij het opstellen van hun nationale begrotingen rekening houden met de afgesproken maxima voor het begrotingstekort en de staatsschuld, en die hun eigen beleid bepalen voor arbeid, pensioenen en kapitaalmarkt
  • de Europese Commissie, die de prestaties en de naleving van de regels controleert
  • de Europese Centrale Bank (ECB), die het monetair beleid uitstippelt, met prijsstabiliteit als belangrijkste doelstelling, en die fungeert als centrale toezichthouder van financiële instellingen in de eurozone
  • het Europees Parlement, dat samen met de Raad wetgeving opstelt en democratische controle op de economische governance uitoefent, met name met behulp van de nieuwe economische dialoog