Kruimelpad

Eurobankbiljetten en -munten

De invoering van de euro, in 1999 als giraal geld en in 2002 als munten en bankbiljetten, is een van de grootste verwezenlijkingen van de Europese Unie. Eurobankbiljetten en ﷓munten zijn inmiddels niet meer weg te denken uit het dagelijks leven en de handelsrealiteit.

18/05/2009

Het heeft jarenlange planning en voorbereiding gekost om het ontwerp van de euro's te bepalen en een goed evenwicht te vinden tussen aantrekkelijkheid, praktische afmetingen en veiligheidskenmerken. Voor de lancering in januari 2002 werden zeven bankbiljetten en acht muntstukken ontworpen.

De bankbiljetten zijn in alle landen van de eurozone identiek. De muntstukken daarentegen dragen aan de ene zijde een gemeenschappelijk ontwerp en aan de andere zijde een specifiek ontwerp voor het land van uitgifte.

Alleen de Europese Centrale Bank (ECB) kan de nationale centrale banken machtigen tot de uitgifte van bankbiljetten in euro. De verantwoordelijkheid om bankbiljetten te produceren en in omloop te brengen wordt door de nationale centrale banken gedeeld. Muntstukken worden door de nationale Munten van de landen van de eurozone geslagen en in omloop gebracht in hoeveelheden die jaarlijks door de ECB worden vastgesteld en worden door de nationale Munten geslagen.

Griekse en Latijnse inspiratie


Zoals alle valuta heeft de euro een naam en een symbool:

  • De naam "euro" is in 1995 gekozen op de Europese Raad van Madrid.
  • Het "euroteken" (€) is op de Griekse letter epsilon (Є) gebaseerd. Het staat ook voor de eerste letter van Europa in het Latijnse alfabet en de twee parallelle lijnen erin zijn een symbool voor stabiliteit. De Europese Commissie heeft dit symbool gekozen uit de inzendingen voor een interne wedstrijd. Ongeveer 30 tekens werden in overweging genomen, waarvan 10 in de praktijk werden getest, maar de uiteindelijke keuze werd in 1995 gemaakt door Jacques Santer, toenmalig voorzitter van de Commissie, en commissaris Yves Thibault de Silguy.

Kenmerken en afmetingen


Uiteenlopende afmetingen, contrasterende kleuren en reliëfpatronen zorgen ervoor dat de gebruikers zelfs als zij slechtziend zijn, de verschillende waarden van elkaar kunnen onderscheiden. Er zijn bankbiljetten van 5, 10 , 20, 50, 100, 200 en 500 euro. Een aantal veiligheidskenmerken, zoals watermerk, veiligheidsdraad en hologram, beletten valsemunterij en maken het mogelijk de bankbiljetten op hun echtheid te controleren.

Geavanceerde technische specificaties maken het buitengewoon moeilijk om de muntstukken en vooral die van 1 en 2 euro na te maken. De acht muntstukken met een waarde van 1, 2, 5, 10, 20 en 50 cent en 1 of 2 euro hebben een verschillende grootte, kleur en dikte.