Kruimelpad

Invoering van de euro

De Europese Unie wordt groter naarmate er meer landen aan de criteria voor lidmaatschap voldoen en vervolgens tot de Unie toetreden. Dit proces noemen we uitbreiding. Op een vergelijkbare manier wordt ook de eurozone steeds groter omdat er steeds meer EU-landen aan de criteria voldoen en daarna besluiten om de euro ook daadwerkelijk in te voeren.

De eurozone omvat alle EU-landen die de gemeenschappelijke munt hebben ingevoerd. Die zone is dus niet onveranderlijk – volgens het Verdrag moeten alle EU-landen de euro invoeren zodra zij aan de vereiste criteria voldoen. Alleen Denemarken en het Verenigd Koninkrijk hebben een "opt-out" bedongen waardoor zij buiten de eurozone mogen blijven.

Ook Zweden zal uiteindelijk tot de eurozone gaan behoren, maar voldoet voorlopig nog niet aan alle voorwaarden.

Geleidelijke uitbreiding, geleidelijke integratie

Landen die lid van de EU willen worden, moeten zich in vele opzichten – sociaal, economisch en politiek – aanpassen aan de landen die al tot de Unie behoren. Voor een groot gedeelte zijn die aanpassingen nodig om ervoor te zorgen dat toetredingslanden goed kunnen functioneren op de Europese interne markt voor goederen, diensten, kapitaal en werk. Toetreding is met andere woorden een kwestie van integratie.

Een land dat de euro wil invoeren en tot de eurozone wil toetreden, moet nog een stap verder gaan in de integratie. De economie van zo'n land moet namelijk nog nauwer worden geïntegreerd met die van de landen die al in de eurozone zitten. De euro invoeren is onmogelijk zonder een grondige voorbereiding; vooral in economisch en juridisch opzicht is convergentie nodig.

Voorbereiding op de euro

Voordat een land de euro kan invoeren, moet het aan bepaalde economische en juridische criteria voldoen. De economische "convergentiecriteria" garanderen dat de economie van een land terdege op de gemeenschappelijke munt is voorbereid en probleemloos het monetaire beleid van de eurozone zal kunnen volgen. Juridische convergentie betekent dat de nationale wetgeving in ieder land, en met name die voor de nationale centrale bank en monetaire kwesties, met het Verdrag verenigbaar moet zijn.

Een nationale munt vervangen door de euro is een grote operatie die veel praktische voorbereidingen vergt. De oude muntstukken en biljetten moeten bijvoorbeeld snel uit de omloop worden genomen, de prijzen van producten moeten correct worden omgerekend en vermeld, en de hele bevolking moet worden voorgelicht. Hoe die voorbereidingen moeten verlopen, hangt af van het scenario dat een land kiest. Toen de euro voor het eerst werd ingevoerd, zijn er al veel lessen geleerd en daar kunnen nieuwe eurolanden nu van profiteren. Vooral de Europese Commissie staat die landen bij met raad en daad.

Het wisselkoersmechanisme (WKM)

Sommige landen die de euro nog niet hebben ingevoerd, passen al wel het zogenaamde "wisselkoersmechanisme" toe. Dit systeem voorkomt dat de wisselkoersen tussen de deelnemende valuta en de euro al te sterk schommelen om de economische stabiliteit in de interne markt niet in gevaar te laten komen. Landen zijn niet verplicht om het toe te passen, maar het geldt wel als een van de convergentiecriteria. Landen die de euro willen invoeren, moeten het mechanisme eerst minstens twee jaar zonder noemenswaardige problemen kunnen toepassen.