Personele middelen en veiligheid

Extra tools

Bibliotheek  Ouderdomspensioen en vervroegd pensioen
Vragen en antwoorden

Wie betaalt de pensioenen van de ambtenaren?

Iedere maand wordt bij alle ambtenaren een bijdrage op hun loon ingehouden (momenteel 11,3%). Die bijdrage geeft hen, onder bepaalde voorwaarden, recht op een pensioen.

Aan welke voorwaarden moet een ambtenaar voldoen voor een pensioen?

  • Dienstjaren: Wie 10 jaar als Europees ambtenaar heeft gewerkt, heeft recht op een pensioen (dat pas wordt uitbetaald vanaf de pensioengerechtigde leeftijd).
    of
  • Leeftijd: Voor wie ouder is dan 63 jaar (zie artikel 77 van het Statuut) geldt geen minimumaantal dienstjaren.

Wat is het maximale pensioen?

Het maximum bedraagt 70% van het laatstverdiende basissalaris. Ieder dienstjaar geeft recht op 1,9% van dit laatste basissalaris (zie artikel 77 van het Statuut). Na bijvoorbeeld 10 jaar in actieve dienst krijgt een ambtenaar, zodra hij pensioenleeftijd bereikt, 19% van het laatstverdiende basissalaris.

Op welke leeftijd gaat een ambtenaar met pensioen?

  • a) In ieder geval op de laatste dag van de maand waarin hij 65 jaar wordt.
    • b) Op eigen verzoek als hij minstens 63 jaar oud is (artikel 52 van het Statuut).

      Voor ambtenaren die op 1 mei 2004 (inwerkingtreding van het nieuwe Statuut) al in dienst waren, gelden overgangsbepalingen. Bijvoorbeeld:
      • Voor ambtenaren die op 1 mei 2004 al minstens 50 jaar waren of al 20 jaar in dienst waren, blijft de pensioenleeftijd 60 jaar.
      • Voor ambtenaren die op 1 mei 2004 tussen de 30 en 49 waren, varieert de pensioenleeftijd van 60 jaar en twee maanden tot 62 jaar en acht maanden (zie de tabel bij artikel 22, bijlage XIII, van het Statuut)

Kan een ambtenaar eerder met pensioen?

Wie minstens 55 jaar oud is en tien jaar in dienst is, kan al vóór de “normale” pensioenleeftijd (63 jaar, tenminste voor wie op 1 mei 2004 al in dienst was) met pensioen. De ambtenaar verliest dan wel een gedeelte van de opgebouwde rechten. Het pensioen wordt verminderd met 3,5% per jaar dat de ambtenaar op het moment van zijn vertrek verwijderd is van de “normale” pensioenleeftijd (artikel 9, lid 1, van bijlage VIII).

Vervroegd met pensioen zonder aftrek van pensioenrechten, kan dat?

Op basis van objectieve criteria en procedures die de Commissie heeft vastgesteld, kan het tot aanstelling bevoegde gezag in het belang van de dienst besluiten om de korting van 3,5% per jaar voor een beperkt aantal personen niet toe te passen.
Dit aantal mag nooit groter zijn dan 10% van het totale aantal ambtenaren dat het voorgaande jaar bij alle instellingen samen op grond van artikel 52 van het Statuut (dus volgens de “normale” pensioenregels) met pensioen is gegaan (zie artikel 9, lid 2, van bijlage VIII).

Hoeveel ambtenaren gaan zonder aftrek van pensioenrechten vervroegd met pensioen?

Sinds 2004 zijn op deze manier bij alle instellingen samen in totaal 387 ambtenaren en tijdelijke personeelsleden met pensioen gegaan, waarvan 227 bij de Commissie (dus gemiddeld 38 per jaar).

In 2010 zullen er bij de Commissie na bestudering van het belang van de dienst vermoedelijk 49 voor de regeling in aanmerking komen (van de 200 aanvragen die waren ingediend).