Loopbaan van de directeur-generaal
Taakomschrijving van het directoraat-generaal
Organisatieschema
Contact met ons opnemen
|
Energie en vervoer staan centraal op de Europese agenda
Vervoer en energie
nemen een centrale plaats in op de Europese beleidsagenda en hebben een aanzienlijke impact op het dagelijkse leven van de burgers. Zonder deze bruggen tussen landen en mensen kan geen sprake zijn van een eengemaakte ruimte; het verwijderen van hinderpalen tussen lidstaten heeft het vrije verkeer van personen en goederen vergemakkelijkt. Het vervoersbeleid, waartoe de eerste aanzet al in 1957 werd gegeven, streeft naar duurzame mobliteit waarbij het concurrentievermogen van Europa en het welzijn van de Europese burgers met elkaar worden verzoend, zodat de veiligheid, beveiliging en de rechten van de burgers er op vooruitgaan. Het vervoersbeleid is een cruciaal onderdeel van de Lissabonstrategie en draagt bij tot de sociale en territoriale samenhang van de EU. Het energiebeleid gaat ook terug tot het begin van de Europese integratie, ten tijde van het EGKS-Verdrag over kolen en staal en het Euratomverdrag over het civiele gebruik van kernenergie. Het kwam echter pas echt van de grond in de jaren '90, toen een echte interne markt voor elektriciteit en gas werd opgericht, het gebruik van nieuwe energiebronnen werd aangemoedigd en de continuïteit van de voorziening op een meer gecoördineerde wijze werd benaderd.
Structuur en opdracht van het DG Energie en vervoer
Sinds juni 2008 is Antonio Tajani,, vice-voorzitter van de Europese Commissie, bevoegd voor het vervoersbeleid en Commissielid Andris Piebalgs voor het energiebeleid. Het directoraat-generaal (DG) voor Energie en vervoer, geleid door Matthias Ruete, telt meer dan 1 000 werknemers in tien directoraten in Brussel en Luxemburg. De twee directoraten in Luxemburg zijn verantwoordelijk voor de coördinatie van het nucleaire beleid en de inspecties op het gebied van nucleaire veiligheid en bescherming tegen straling. Het DG oefent politiek toezicht uit op de agenschappen voor de veiligheid van de luchtvaart, de maritieme veiligheid en de spoorwegveiligheid, op de Gemeenschappelijke Onderneming Galileo en op de Europese GNSS-toezichtautoriteit. Het Uitvoerend Agentschap voor intelligente energie, dat de programma's voor financiële steun in de energiesector ten uitvoer legt, en het Voorzieningsagentschap van Euratom, dat toezicht houdt op de invoer van nucleair materiaal, staan eveneens onder de verantwoordelijkheid van het directoraat-generaal.
Het DG ontwikkelt niet alleen het communautaire vervoers- en energiebeleid, met inbegrip van het beleid inzake staatssteun, maar beheert ook de programma's voor financiële steun aan transeuropese netwerken, technologische ontwikkeling en innovatie, wat in de periode 2000-2006 in totaal neerkwam op gemiddeld 1 miljard euro per jaar.
De acties die in de afgelopen jaren zijn uitgevoerd hebben het Europese energie- en vervoerslandschap grondig gewijzigd.
-
In het kader van de Lissabonstrategie wordt een echte interne markt voor vervoer en energie tot stand gebracht om de EU concurrerender te maken. Het doel van deze nieuwe geïntegreerde markt is te garanderen dat diensten van goede kwaliteit tegen een betaalbare prijs worden geleverd.
-
Er worden belangrijke infrastructuurwerken uitgevoerd en netwerken van hoge kwaliteit gebouwd, die als slagaders doorheen heel Europa lopen en de Europese economie een duw in de rug geven.
-
Geleidelijk ontwikkelt zich een Europees maatschappijmodel waarbij de hoogste kwaliteit van diensten en wordt gegarandeerd en fundamentele rechten worden geboden aan de consumenten.
-
De sectoren vervoer en energie hebben een grote invloed op het milieu. 94% van de door de mens veroorzaakte CO2-emissies zijn toe te schrijven aan de energiesector. 28% van deze emissies wordt veroorzaakt door energie die gebruikt wordt voor vervoer, en dit terwijl de EU maatregelen moet nemen om aan het Kyotoprotocol te voldoen. Op het gebied van energie en vervoer moeten belangrijke keuzes voor de volgende 20 jaar worden gemaakt.
-
Er worden steeds meer eisen gesteld op het vlak van veiligheid en beveiliging. Geïsoleerd nationaal optreden volstaat niet om het hoofd te bieden aan steeds internationalere en mondialere uitdagingen. Om maritieme vervuiling, wederrechtelijke daden en verkeersonveiligheid te bestrijden, moeten alle landen hun acties op elkaar afstemmen.
-
De globalisering vereist ook begeleidende maatregelen. De EU is het geschikte orgaan om maatregelen op het vlak van organisatie en regelgeving te nemen. Aangezien de globalisering van energie en vervoer sterk toeneemt, is vastberaden en gecoördineerde actie op Europees niveau nodig om te voorkomen dat de continuïteit van de voorziening in gevaar komt en om mondiale maatregelen op basis van samenwerking en interdependentie te stimuleren.
Nieuwe richtsnoeren voor het Europees energie- en vervoersbeleid
Momenteel zijn de maatregelen op het vlak van energie en vervoer gebaseerd op twee referentiedocumenten van de Commissie: Het groenboek “Naar een Europese strategie voor een continuïteit van de energievoorziening”, en het witboek “Het Europese vervoersbeleid tot het jaar 2010: tijd om te kiezen”. Deze twee documenten weerspiegelen een uitgesproken koerswijziging van het beleid, die tot doel heeft de noodzakelijke hervormingen te versnellen, de uitbreiding voor te bereiden en het Europese beleid te doen kantelen in het voordeel van de burger.
2005 was een sleuteljaar: de acties van de voorbije vijf jaar werden geïnventariseerd en de toekomstige aanpak werd vastgesteld.
De volgende punten stonden centraal in de acties die in de loop van 2005 zijn uitgevoerd:
- Bijdragen tot het concurrentievermogen van de EU
- Voltooiing van de interne markt: consolidering van de luchtvaartsector (voortzetting van het proces van marktopening, slots, grondafhandeling), doeltreffende toepassing van de openstelling van de markt voor goederenvervoer per spoor, openstelling van het internationale passagiersvervoer per spoor, bevordering van de interne markt voor elektriciteit en gas.
- Herziening van de staatssteunregels voor de diverse vervoerswijzen, teneinde de samenhang met het communautaire beleid en eerlijke mededinging te garanderen.
- Het uitvoeren van een actieve strategie voor het industriële beleid, door nieuwe Europese industriële projecten op te zetten (ERTMS voor het beheer van het spoorverkeer, Sesar voor luchtverkeersleiding).
- Betere bescherming van de burgers
- Het versterken van de passagiersrechten in alle vervoerssectoren: over zee, per spoor, over de weg (touringbussen) of door de lucht.
- Toezicht houden op de toepassing van de nieuwe passagiersrechten door de lidstaten.
- Garanderen dat openbare-dienstverplichtingen worden nageleefd in het kader van de openstelling van de markten voor elektriciteit en aardgas.
- Duurzame ontwikkeling aanmoedigen
- Werk maken van consequente belasting en transparante infrastructuurheffingen teneinde een eerlijke prijs voor de gebruikers te garanderen en een verschuiving van het wegvervoer naar milieuvriendelijker vervoerswijzen te stimuleren.
- De vraag naar energie doen afnemen, met name via een proactief beleid inzake energie-efficiëntie, zoals uiteengezet in een groenboek.
- Duurzame energiebronnen aanmoedigen, zodat "groene" elektriciteit tegen 2010 een marktaandeel van 22% haalt.
- Het gebruik van schone voertuigen stimuleren en, in het algemeen, actie ondernemen op het vlak van schone energie en schoon stadsvervoer.
- De transeuropese netwerken, waaronder Galileo, voltooien
- Tegen 2020 meer financiële steun verlenen aan de 30 projecten van Europees belang en die steun vooral gebruiken voor grensoverschrijdende delen en ontbrekende verbindingen.
- Het beheer, de coördinatie en de financiering van deze projecten verbeteren, met name door Europese coördinatoren aan te stellen en een uitvoerend agentschap voor het beheer van de projecten op te richten.
- Een plan opstellen om de transeuropese netwerken uit te breiden naar de buurlanden van de EU.
- Kiezen welke exploitant Galileo zal ontwikkelen en vanaf 2010 zal exploiteren.
- Verbetering van de veiligheid en beveiliging
- De maatregelen voor maritieme veiligheid aanvullen met een nieuw pakket dat meer controles mogelijk maakt en een gemoderniseerde aansprakelijkheidsregeling bevat.
- De verantwoordelijkheden van de Europese agentschappen voor veiligheid van de luchtvaart en maritieme veiligheid uitbreiden met het oog op intensievere coördinatie en het Europees Agentschap voor de veiligheid en interoperabiliteit van de spoorwegen oprichten.
- De beveiliging van het vervoer verbeteren via inspecties in de luchthavens en havens van de lidstaten.
- Een hoog niveau van nucleaire veiligheid en stralingsbescherming garanderen.
- Inventarisering van de verkeersveiligheidsmaatregelen teneinde het jaarlijks aantal verkeersdoden te doen dalen en een meer geharmoniseerde Europese aanpak te bevorderen.
- Globalisering beheren via praktische internationale samenwerking
- De invloed van de EU in internationale organisaties vergroten.
- Onderhandelen over een overeenkomst tussen de EU en de VS inzake een open transatlantisch luchtruim.
- Grondig overleg plegen met energieproducerende landen, met name Rusland.
- Een ambitieus nabuurschapsbeleid ontwikkelen, met name met de Balkanlanden.
ENERGIE EN VERVOER, BELANGRIJKSTE CIJFERS
- 6% van onze energie komt uit duurzame energiebronnen; het doel is 12% tegen 2010.
- 24,9% van de ingevoerde olie (EU-15) komt uit het Midden-Oosten en 29,8% van het ingevoerde aardgas uit Rusland.
- 97,5%: het aandeel van olie in het brandstofverbruik van de vervoerssector.
- 8%: de daling van de broeikasgasemissies waartoe de EU zich heeft verbonden in de periode 1990-2010.
- 0,2%: de verwachte stijging van de CO2-emissies in die periode indien niets wordt ondernomen.
- 7,5 miljoen jobs: het economische belang van de vervoerssector in de EU.
- 72% van het binnenlands goederenvervoer vindt plaats over de weg, 17% per spoor, 5,5% over de binnenwateren en 5,5% via pijpleidingen.
- 92% van het binnenlands passagiersvervoer vindt plaats over de weg (83% met personenauto's en 9% met bussen en touringcars) en 8% per spoor (7% over spoorwegen en 1% met de tram of de metro).
- 19% voor goederen en 13% voor passagiers: de toename van de behoefte aan mobiliteit sinds 1995 (exlusief maritiem vervoer en luchtvervoer).
- 84,2% van de CO2-emissies ten gevolge van het binnenlands vervoer zijn toe te schrijven aan het wegvervoer.
- 5,3%: de daling van het aantal doden in het wegverkeer tussen 2000 en 2002.
|
|