|
Structuur: De
Stichting
Geschillencommissies voor
consumentenzaken (SGC) is
opgericht in 1970. De SGC
heeft tot doel het beslechten
van geschillen die
voortvloeien uit klachten van
consumenten over door
ondernemers geleverde
goederen en verrichte
diensten. Dit doel wordt
verwezenlijkt door het
oprichten en instandhouden
van Geschillencommissies.
Eind 1998 waren er 27
Geschillencommissies actief
onder de paraplu van de
Stichting.
Een op te
richten geschillencommissie
moet aan een aantal
voorwaarden voldoen,
waaronder eisen met
betrekking tot de
leveringsvoorwaarden,
nakomingsgarantie en
erkenning door de overheid,
waardoor een goede rechtsgang
en onpartijdige uitspraken
worden gewaarborgd.
Bijna alle
geschillencommissies van de
SGC bestaan uit drie leden:
een voorzitter, een lid op
voordracht van de
branche-organisatie en een
lid op voordracht van de
Consumentenbond of ANWB.
Sommige geschillencommissies
beschikken over een
secretaris. Waar nodig kunnen
deskundigen ingeschakeld
worden.
Voorzitters,
leden en deskundigen worden
benoemd door het bestuur van
de Stichting en zijn volledig
onafhankelijk en onpartijdig.
De benoemingsperiode is
maximaal vier jaar. Zij zijn
terstond herbenoembaar.
Bevoegdheid: De basis
voor de bevoegdheid van de
Geschillencommissies zijn de
leveringsvoorwaarden van de
leden van de
branche-organisaties die in
een Geschillencommissie
participeren. In deze
leveringsvoorwaarden is de
bepaling opgenomen dat de
consument een geschil met de
ondernemer kan voorleggen aan
de Geschillencommissie in
plaats van aan de gewone
rechter.
In het
algemeen zijn er slechts twee
belangrijke categorieën van
geschillen die door de
Geschillencommissies niet
behandeld kunnen worden:
Uiteraard
kunnen de
Geschillencommissies geen
zaken behandelen die reeds
aan de gewone rechter zijn
voorgelegd. Geografisch
bestrijkt de jurisdictie van
de Geschillencommissies
geheel Nederland. Dit
betekent ook dat geschillen
behandeld kunnen worden van
in het buitenland woonachtige
consumenten, die met een in
Nederland gevestigde
ondernemer een overeenkomst
sluiten.
Overzicht jurisdictie
per
Geschillencommissie:
Procedure: De
consument die een geschil bij
een Geschillencommissie
aanhangig wil maken, moet
altijd eerst zelf proberen
met de ondernemer het geschil
op te lossen. Dit betekent
dat de consument na het
ontdekken van de klacht deze
moet kenbaar maken aan de
ondernemer. Leidt het
indienen van de klacht bij de
ondernemer niet tot een
oplossing, dan kan de
consument het alsdan ontstane
geschil over de klacht
vervolgens aanhangig maken
bij de Geschillencommissie.
In de leverings- en
betalingsvoorwaarden van de
ondernemer staat als regel
opgenomen op welke wijze en
binnen welke termijn de
klacht bij de ondernemer en
vervolgens bij de Commissie
moet worden ingediend. Het
aanhangig maken van het
geschil bij de betreffende
Geschillencommissie moet
schriftelijk gebeuren.
Voldoende is een eenvoudige
brief. Aan de inhoud daarvan
worden geen formele eisen
gesteld. Vervolgens ontvangt
de consument een kort
vragenformulier om de
klachten aan de Commissie
voor te leggen. De ondernemer
maakt naar aanleiding van dat
vragenformulier zijn
standpunt kenbaar. Tenslotte
kan de consument zijn klacht
mondeling toelichten op een
zitting van de Commissie.
De kosten: Bij de
Geschillencommissies gelden
vaste klachtengelden die
afhankelijk van het
factuurbedrag van het in
geding zijnde product of
dienst en variëren van
f 45 tot f 250. Dit
is inclusief een eventueel
noodzakelijk
deskundigenrapport. Wordt de
consument in het gelijk
gesteld, dan dient de
ondernemer hem dit bedrag te
vergoeden.
Aard van het besluit:
De Geschillencommissies doen
een uitspraak die voor beide
partijen bindend is. Van een
uitspraak van de
Geschillencommissie is geen
hoger beroep mogelijk. De
enige mogelijkheid om de
uitspraak te laten toetsen is
deze binnen twee maanden na
verzending ervan aan de
gewone rechter voor te
leggen. Deze kan de uitspraak
echter slechts marginaal
toetsen, zoals voorzien in
artikel 7:904 BW. Dit
betekent dat de rechter het
bindend advies slechts zal
vernietigen, indien de
uitspraak in verband met de
inhoud of wijze van
totstandkoming in de gegeven
omstandigheden naar
maatstaven van redelijkheid
en billijkheid onaanvaardbaar
zou zijn. Dit betekent voor
de praktijk dat een uitspraak
van de Geschillencommissie
alleen dan niet de
rechterlijke toetsing zal
doorstaan, indien de
Geschillencommissie
fundamentele beginselen van
procesrecht niet in acht
genomen zou hebben, zoals
hoor en wederhoor.
Uitvoeringsmodaliteiten:
Komt een ondernemer een
bindend advies niet na, dan
staat de branche-organisatie
garant voor de nakoming
ervan. De nakomingsgarantie
houdt als regel in, dat de
branche-organisatie de
verplichting die de
Geschillencommissie één van
haar leden oplegt, overneemt
wanneer dat lid die
verplichting niet vrijwillig
nakomt en evenmin het bindend
advies binnen twee maanden na
verzending ter toetsing aan
de gewone rechter voorlegt.
Dankzij de nakomingsgarantie
is de tenuitvoerlegging van
de uitspraken van de
Geschillencommissies
gewaarborgd.
|