What's new?

Did you know that 2013 is the European Year of Citizens? Read more ...

 
Geld houdt de wereld draaiende

Wat zit er in jouw portemonnee? Voor miljoenen Europeanen is dat één munt – de euro – die door heel Europa in vele landen wordt gebruikt.

Geld houdt de wereld draaiende

De afgelopen tien jaar heeft de grootste wissel van munteenheden in de geschiedenis van het continent plaatsgevonden. In deze periode hebben 17 van de 28 EU-landen de euro als hun officiële munt ingevoerd. Zo kan de euro nu gebruikt worden in een gebied dat van de Middellandse Zee helemaal tot aan de poolcirkel reikt. En meer EU-landen zullen meedoen wanneer zij er klaar voor zijn.

Een wereldwijde munt

Bijna 331 miljoen mensen gebruiken nu dagelijks de euro. Na de Amerikaanse dollar is het de op één na grootste reservevaluta. Ongeveer 26% van alle reserves over de hele wereld zijn nu in euro’s. De euro is de valuta waar ter wereld op één na het meest in wordt gehandeld. De euro wordt gebruikt in ongeveer 40% van de dagelijkse transacties op buitenlandse valutamarkten.

De euro is niet alleen praktisch handig, maar is ook een van de meest tastbare tekenen van Europese eenwording. En omdat het zo’n belangrijke munteenheid is, heeft de EU dankzij de euro meer te zeggen in de wereldeconomie.

Belangrijke data

1999 – lDe euro wordt ingevoerd als virtueel betaalmiddel
2002 – Eurobankbiljetten en -muntstukken worden in 12 EU-landen ingevoerd.
2007 – Slovenië voert de euro in.
2008 – Cyprus en Malta voeren de euro in.
2009 – Slowakije voert de euro In
2011 – Estland voert de euro in.

De voordelen van een gemeenschappelijke munt

Dat klinkt allemaal wel mooi en aardig, maar hoe zorgt een gemeenschappelijke munt in de praktijk voor meer handel en economische groei?

Om te beginnen is het voor consumenten gemakkelijker om prijzen te vergelijken tussen landen in de eurozone en dit leidt weer tot een eerlijker concurrentie tussen bedrijven. En omdat de risico’s en onzekerheden die verband houden met wisselkoersen nu door de komst van de euro zijn verdwenen, maakt de euro ook het internationaal zakendoen goedkoper.

Bovendien heeft verstandig beheer van de euro gezorgd voor lage inflatie en lage rentetarieven. Deze stabiliteit zorgt samen met de grootte van de eurozone niet alleen voor meer buitenlandse investeringen, maar maakt de economie ook beter bestand tegen onaangename verrassingen van buitenaf.

Een zegen voor toeristen…

Een reisje naar het buitenland betekende vroeger ook bezoekjes aan het wisselkantoor. Vervolgens moest je tijdens het winkelen allerlei ingewikkelde sommetjes maken om te kunnen terugrekenen. Wanneer je thuis kwam, zat je altijd met een bonte verzameling aan briefjes en muntstukken waar je nooit meer iets mee deed.

Binnen de eurozone zijn al deze problemen verleden tijd. Dat maakt het voor ons allemaal een stuk gemakkelijker en bespaart ons ook nog eens een hoop geld!

Een geschiedenisles in je portemonnee?

Op de eurobiljetten worden verschillende bouwstijlen afgebeeld uit de zeven eeuwen van Europa’s culturele geschiedenis. Zo krijg je een snelcursus in geschiedenis en architectuur.

De munten worden voor elk land apart geslagen, in hoeveelheden volgens de grootte van de economie van het land (er zijn dus meer euro’s met een Duitse afbeelding dan met een Maltese opdruk). De munten hebben aan de ene kant een standaardafbeelding en aan de andere kant het eigen nationale ontwerp.

Alle eurobankbiljetten en -munten kunnen in elk land in de eurozone worden gebruikt.

Achter de mooie buitenkant

De meesten van ons kijken alleen naar de hoeveelheid euro’s die ze in hun portemonnee hebben, maar er schuilt wel degelijk een belangrijk systeem achter de glanzende buitenkant.

De sterkte van een valuta van een land houdt nauw verband met de economische stand van zaken. Daarom gelden er belangrijke regels als we onze economieën met een gemeenschappelijke munt onderling verbinden. Een monetaire unie kan alleen werken als de economieën in de eurozone ongeveer gelijkwaardig zijn, vooral als het gaat om openbare financiën en concurrentievermogen.


Wie mag meedoen?

Alle EU-landen moeten meedoen met de euro zodra ze aan de zogenaamde ‘Criteria van Maastricht’ voldoen, behalve het Verenigd Koninkrijk en Denemarken. Deze beide landen hebben de mogelijkheid gekregen om niet mee te doen met de euro, maar ze kunnen daar in de toekomst alsnog voor kiezen.


De ‘Criteria van Maastricht’

Dit zijn regels (‘convergentiecriteria’) die in 1992 in het Verdrag van Maastricht zijn vastgelegd. Zij beschermen de stabiliteit van de euro door ervoor te zorgen dat landen alleen de euro invoeren wanneer hun economie daar klaar voor is. Deze landen moeten ook specifieke wetten doorvoeren met betrekking tot hun centrale banken en geldzaken.

Wat wordt er beoordeeldHoe wordt het beoordeeld?Convergentiecriteria
PrijsstabiliteitGeharmoniseerde consumentenprijsinflatieMaximaal 1,5 procentpunt boven het gemiddelde van de drie lidstaten die het best presteren
Gezonde staatsfinanciënOverheidstekort als % van BBPReferentiewaarde: niet meer dan 3%
Duurzame staatsfinanciënOverheidsschuld als % van BBPReferentiewaarde: niet meer dan 60%
Duurzaamheid van convergentieLange-termijn rentevoetMaximaal 2 procentpunt boven het gemiddelde van de drie lidstaten met de grootste prijsstabiliteit
Stabiele wisselkoersAfwijking van een centrale koersTwee jaar deelname aan het Europees Wisselkoersmechanisme

Wie heeft er nu de touwtjes van de eurozone in handen?

Voordat de euro werd ingevoerd, was elk land verantwoordelijk voor zijn eigen valuta en monetair beleid. Met een gemeenschappelijke munteenheid moet dit worden overgedragen aan een centrale instantie – anders wordt het net een orkest met verschillende dirigenten.


Hoe wordt toegezien op de naleving van de regels?

Hoewel de ECB als enige het monetaire beleid in de eurozone bepaalt, is elk euroland nog steeds de baas over zijn eigen economie en neemt het zelf beslissingen met betrekking tot belastingen en uitgaven. Het Stabiliteits- en Groeipact (SGP) is ingevoerd om ervoor te zorgen dat individuele landen geen beslissingen nemen die de hele eurozone zouden kunnen ontwrichten.

Een zegen voor toeristen…

De Europese Centrale Bank (ECB) in Frankfurt is onafhankelijk en vrij van politieke invloeden. Het belangrijkste doel is op de middellange termijn de inflatie onder, maar dichtbij de 2% te houden.

Wil je meer weten: