Rechtsorde
Organisatie van de rechtspraak
Juridische beroepen
Rechtsbijstand
Bevoegdheid van de rechtbanken
Aanhangigmaking van zaken bij de rechter
Procestermijnen
Toepasselijk recht
Betekening en kennisgeving van stukken
Verkrijging van bewijs en bewijsvoering
Voorlopige en bewarende maatregelen
Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen
Vereenvoudigde procedures en spoedprocedures
Echtscheiding
Ouderlijke verantwoordelijkheid
Alimentatie-
Faillissement
Alternatieve wijzen van geschillenbeslechting
Schadeloosstelling van slachtoffers van misdrijven
Geautomatiseerde verwerking
In het burgerlijk recht kan „het verloop van tijd” als „rechtsfeit” aanleiding geven tot de verwerving of het verlies van een subjectief recht, een hoedanigheid of een loutere verwachting. Bij verwerving wordt doorgaans gesproken over „verkrijgende verjaring” of „usucapio”, bij verlies van „extinctieve verjaring”.
Verval (caducidad) doet zich voor wanneer bij wet een bepaalde termijn is vastgesteld voor het verrichten van een handeling met rechtsgevolgen en het recht op het verrichten van die handeling automatisch verdwijnt bij het verstrijken van de termijn. Anders dan bij verjaring kan de rechter ambtshalve nagaan of de termijn is nageleefd en is caducidad slechts van toepassing in gevallen die limitatief in de wet zijn opgesomd. Indien de vervaltermijn wordt gestuit, wordt hij opgeschort voor een wettelijke duur en de duur die reeds tot de stuiting is verstreken, wordt in rekening gebracht. De resterende duur gaat in op de dag waarop de wettelijke termijn van opschorting verstreken is.
De extinctieve verjaring is in feite de uitdoving van een recht en het recht om dat recht uit te oefenen, omdat dat recht niet is uitgeoefend gedurende een wettelijke termijn. Opdat de extinctieve verjaring rechtsgevolgen sorteert, moet zij door een partij worden aangevoerd. De extinctieve verjaring wordt gestuit door alle handelingen van de titularis van het recht die onverenigbaar zijn met zijn schijnbare afstand van het recht op grond van het feit dat hij het niet zou uitoefenen. Deze handelingen zijn opgesomd in artikel 1973 van het burgerlijk wetboek (uitoefening van het recht voor een gerecht, buitengerechtelijke aanmaning van de schuldeiser en alle vormen van schuldbekentenis van de schuldenaar). Na de stuiting begint de termijn opnieuw te lopen. In de rechtspraak is deze vorm van uitdoving van verbintenissen steeds restrictief geïnterpreteerd.
Termijnen kunnen worden uitgedrukt in dagen, weken, maanden of jaren.
De „burgerlijke berekening” is geregeld in de artikelen 5 en 1130 van het burgerlijk wetboek. Tenzij anders bepaald, gaat een in dagen uitgedrukte termijn die vanaf een bepaalde datum moet worden berekend, in op de eerstvolgende dag (de startdatum is dus niet in de termijn inbegrepen). Een in maanden of jaren uitgedrukte termijn gaat in op de ene datum en loopt tot de andere datum. Indien de laatste maand van de termijn geen equivalent van de startdatum heeft, verstrijkt de termijn op de laatste dag van de maand.
Zie ook het antwoord op vraag 3.
Links:
Voor de administratieve procedures is Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 omgezet in artikel 48 van de wet betreffende de overheidsadministraties en de gemeenschappelijke administratieve procedure, dat het volgende bepaalt:
Deze kalender moet voor de aanvang van het kalenderjaar worden bekendgemaakt in het overeenstemmende publicatieblad en andere media, zodat het publiek ervan op de hoogte is.
Voor de gerechtelijke procedures zijn de niet-werkdagen geregeld in artikel 182 van de organieke wet inzake de rechterlijke macht, dat dienaangaande het volgende bepaalt:
Krachtens artikel 183 van de organieke wet zijn voor gerechtelijke handelingen alle dagen van de maand augustus niet-werkdagen, behoudens voor spoedeisende procedures. De Algemene Raad van de rechterlijke macht kan echter ook andere procedures op deze dagen toestaan (zie het antwoord op vraag 5b).
Links:
De regels inzake de termijnen in burgerlijke zaken zijn opgenomen in hoofdstuk II van titel V van boek I (artikelen 130 tot en met 136) van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering. Hieronder volgt een beschrijving van de voornaamste regels.
Alle gerechtelijke handelingen moeten op werkdagen tijdens de werkuren worden verricht. Werkdagen zijn alle dagen van het jaar, met uitzondering van de zondagen, de nationale en plaatselijke feestdagen en alle dagen van de maand augustus. De werkuren zijn van 8 uur 's morgens tot 8 uur 's avonds, tenzij de wet anders bepaalt. Voor betekening en tenuitvoerlegging worden ook de uren van 8 tot 10 uur 's avonds als werkuren beschouwd.
Handelingen voor de gerechten moeten op een bepaalde datum worden verricht (een concreet ogenblik dat is vastgesteld voor het verrichten van een proceshandeling) of binnen een bepaalde termijn (verloop van tijd voor het verrichten van een proceshandeling). Na het verstrijken van die datum of termijn heeft de betrokken partij niet langer het recht om de handeling te verrichten (preclusión). De griffier akteert het verstrijken van de datum of de termijn in het dossier en neemt de passende maatregelen indien hij daartoe bevoegd is, of stelt het gerecht in kennis zodat het de passende beslissing kan vellen.
De burgerlijke gerechten kunnen ambtshalve of op verzoek van de betrokken partij toestaan dat handelingen worden verricht op niet-werkdagen of tijdens niet-werkuren, indien vertraging in die handelingen de partijen ernstige schade kan toebrengen, de goede rechtsbedeling kan belemmeren of het effect van de rechterlijke beslissing kan wegnemen. Dit is het geval bij dringende maatregelen (bijvoorbeeld niet-vrijwillige opname in een psychiatrisch ziekenhuis of burgerrechtelijke maatregelen in het belang van minderjarigen in geval van conflict). Voor dringende maatregelen zijn alle dagen van augustus werkdagen, zonder dat dit uitdrukkelijk moet worden toegestaan. Evenmin is toestemming vereist om procedures in verband met dringende maatregelen die tijdens de werkuren zijn ingeleid, indien nodig tijdens niet-werkuren voort te zetten.
De termijn gaat in op de dag volgende op die van de wettelijke betekening van de aanvang van de termijn en verstrijkt op de laatste dag om 24 uur. Indien een termijn ingaat zodra een andere termijn verstreken is, gaat deze in op de dag volgende op die van het verstrijken van de vorige termijn, zonder dat een nieuwe betekening vereist is. Voor de berekening van een in dagen uitgedrukte termijn tellen niet-werkdagen niet mee. Een in maanden of jaren uitgedrukte termijn gaat in op de ene datum en loopt tot de andere datum. Indien de laatste maand van de termijn geen equivalent van de startdatum heeft, verstrijkt de termijn op de laatste dag van de maand.
Indien binnen een bepaalde termijn een document moet worden voorgelegd, kan het ook nog op de werkdag volgende op de dag van het verstrijken van de termijn tot 15 uur bij de griffie of bij het aangewezen registratiekantoor worden ingediend. In burgerlijke zaken kunnen documenten niet bij het gerecht met wachtdienst worden ingediend.
Termijnen kunnen niet worden verlengd. Een termijn kan wel worden gestuit of verlengd, indien hij ingevolge overmacht niet kon worden nageleefd. In voorkomend geval loopt de termijn voort zodra de reden van de stuiting of verlenging niet langer bestaat. Het gerecht beoordeelt ambtshalve of op verzoek van de benadeelde partij of er sprake is van overmacht, wat moet worden aangetoond.
Links:
De termijn gaat in op de dag volgende op die van de betekening en verstrijkt op de laatste dag om middernacht. Indien een termijn ingaat zodra een andere termijn verstreken is, gaat deze in op de dag volgende op die van het verstrijken van de vorige termijn, zonder dat een nieuwe betekening vereist is. Alle regels in verband met betekening zijn opgenomen in de artikelen 149 tot en met 168 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering.
http://ec.europa.eu/civiljustice/serv_doc/serv_doc_spa_nl.htm (Europees justitieel netwerk -Betekening en kennisgeving van stukken - Spanje)
Artikel 132 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering bepaalt dat de proceshandelingen binnen bepaalde termijnen moeten worden verricht. Indien er geen termijn is bepaald, moet de procedure zo spoedig mogelijk worden afgewikkeld.
Artikel 133 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering bepaalt dat de termijn ingaat op de dag volgende op die waarin de aanvang van de termijn is betekend, en verstrijkt op de laatste dag om middernacht.
Artikel 151, lid 2, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering bepaalt dat de betekeningen aan de openbare aanklager en de openbare aanklager van de fiscus, en de betekeningen die plaatsvinden via het college van procureurs, geacht worden te hebben plaatsgevonden op de dag volgende op die van ontvangst.
Voor de berekening van een in dagen uitgedrukte termijn tellen de niet-werkdagen niet mee.
Voor de berekening van een termijn die is opgegeven in de dringende maatregelen bedoeld in artikel 131, lid 2, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering (handelingen die indien vertraagd de partijen ernstige schade kunnen toebrengen, de goede rechtsbedeling kunnen belemmeren of het effect van de rechterlijke beslissing kunnen wegnemen), omvatten de niet-werkdagen alleen de zon- en feestdagen doch niet de dagen van de maand augustus.
Een in maanden of jaren uitgedrukte termijn gaat in op de ene datum en loopt tot de andere datum.
Indien de laatste maand van de termijn geen equivalent van de startdatum heeft, verstrijkt de termijn op de laatste dag van de maand.
In verband met de termijn voor de voorlegging van documenten bepaalt artikel 135 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering het volgende:
Gelet op de wettelijke bepalingen in verband met bewijsvoering en het voorleggen van originele documenten en voor echt verklaarde kopieën, moeten de originele documenten en de voor echt verklaarde kopieën binnen drie dagen na verzending van de documenten met de hierboven beschreven middelen, aan het gerecht worden toegezonden.
Een termijn die op een zondag of een andere niet-werkdag verstrijkt, wordt verlengd tot de volgende werkdag.
Indien een termijn ingaat zodra een andere termijn verstreken is, gaat deze in op de dag volgende op die van het verstrijken van de vorige termijn, zonder dat een nieuwe betekening vereist is. De bepaling in verband met termijnen die op een niet-werkdag verstrijken, is van toepassing.
Ofschoon Spanje naast het vasteland de Balearen, de Canarische Eilanden, Ceuta en Melilla omvat, zijn er geen speciale regels inzake de termijnen voor de gebieden buiten het vasteland.
Zie het antwoord op de vorige vraag.
Ongeacht de materie geldt er een algemene wettelijke termijn voor het aanmelden (anuncio) en het instellen (fundamentación) van hoger beroep en cassatieberoep. De termijn voor het aanmelden van hoger beroep is vijf dagen te rekenen vanaf de betekening van de rechterlijke beslissing (artikelen 457 en 479 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering). Het hoger beroep moet worden ingesteld binnen twintig dagen te rekenen vanaf de datum waarop het gerecht de aanmelding van het hoger beroep heeft toegelaten (artikelen 457 en 481 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).
In mondelinge procedures (zie voor het toepassingsgebied artikel 250 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering) verschijnen de partijen ter zitting en voeren zij hun verweer en is er geen schriftelijke procedure. In de rechterlijke beslissing waarbij de vordering wordt toegelaten, wordt de datum opgegeven waarop de partijen zullen worden gehoord. Die datum moet liggen tussen de tiende en de twintigste dag volgende op die waarop de partijen zijn gedagvaard (artikel 440 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).
In gewone procedures (zie voor het toepassingsgebied artikel 249 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering) moet de verweerder binnen twintig dagen na de datum waarop hij is gedagvaard een verweerschrift indienen (artikel 404 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).
Een termijn om te verschijnen of verweer te voeren kan niet worden verkort of verlengd. Uit de toelichting op het wetboek van burgerlijke rechtsvordering blijkt dat het de bedoeling was om de duur van een procedure tot de rechterlijke beslissing drastisch te verkorten en voor heel wat zaken meer realistische termijnen vast te stellen, op basis van de enorme ervaring met de oude wet van 1881. Er werden korte en redelijke termijnen voorgesteld, die de rechters in staat moeten stellen om snel te reageren op verzoeken om doeltreffende gerechtelijke bescherming. Artikel 134, lid 1, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering bepaalt dat de termijnen van het wetboek niet kunnen worden verlengd.
In uitzonderlijke gevallen kunnen termijnen worden opgeschort of verlengd wegens overmacht.
Niet van toepassing.
Een persoon die een proceduretermijn niet naleeft, verliest het recht om de betrokken proceshandeling te verrichten (artikel 136 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).
Indien de verweerder niet ter zitting verschijnt, wordt geakteerd dat hij niet verschijnt (rebeldía) (artikel 442, lid 2, en artikel 496, lid 1, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering) en de procedure wordt voortgezet zonder dat hem opnieuw gevraagd wordt te verschijnen. Hij wordt in kennis gesteld van dat feit en van de definitieve beslissing die aan de procedure een einde maakt (artikel 497 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).
Tegen rechters en griffiers die de proceduretermijnen niet naleven zonder gegronde redenen, kunnen sancties worden genomen op grond van de organieke wet inzake de rechterlijke macht, onverminderd het recht van de benadeelde partij om een schadevordering in te stellen (artikel 132, lid 3, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).
« Procestermijnen - Algemene informatie | Spanje - Algemene informatie »
Laatste aanpassing: 19-12-2008

