Europese Commissie > EJN > Procestermijnen > Spanje

Laatste aanpassing: 19-12-2008
Printversie Voeg toe aan favorieten

Procestermijnen - Spanje

 

INHOUDSOPGAVE

1. Welke soorten termijnen in burgerlijke zaken zijn in Spanje van toepassing? 1.
2. Welke dagen zijn niet werkdagen in de zin van Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 van 3 juni 1971? 2.
3. Hoe zijn de termijnen in burgerlijke zaken algemeen geregeld in wet 1/2000 van 7 januari 2000 (wetboek van burgerlijke rechtsvordering)? 3.
4. Indien voor het verrichten van een rechtshandeling of een formaliteit een termijn is vastgesteld, op welk ogenblik gaat die termijn in („dies a quo”)? 4.
5. Wanneer gaat een termijn in? 5.
6. Indien een termijn op een zaterdag, een zondag of een feestdag verstrijkt, wordt hij dan tot de eerstvolgende werkdag verlengd? Geldt deze verlenging ook indien de termijn ingaat bij een toekomstige gebeurtenis? 6.
7. Indien het verzoek wordt gericht aan een gerecht met zetel op het vasteland van de lidstaat (in lidstaten die gebieden buiten het vasteland of geografisch gescheiden gebieden hebben), worden de termijnen verlengd voor personen die in een van deze gebieden wonen of verblijven of voor personen die in het buitenland wonen of verblijven? Indien ja, hoe lang worden de termijnen dan verlengd? 7.
8. Omgekeerd, indien het verzoek wordt gericht aan een gerecht met zetel in een van de geografisch gescheiden gebieden, worden de termijnen verlengd voor personen die niet in een van deze gebieden wonen of verblijven of voor personen die in het buitenland wonen of verblijven? 8.
9. Gelden er termijnen voor hoger beroep in bepaalde burgerlijke materies? 9.
10. Kunnen gerechten in spoedeisende gevallen of om andere redenen de termijnen verkorten waarbinnen een partij moet verschijnen of een bijzondere datum vaststellen waarop een partij moet verschijnen? Omgekeerd, kunnen deze termijnen worden verlengd? 10.
11. Indien een partij die verblijft op een plaats waar hij voor een termijnverlenging in aanmerking komt, van een tot hem gerichte beslissing kennis wordt gegeven op een plaats waar degenen die daar verblijven niet voor een termijnverlenging in aanmerking komen, verliest die partij het recht op termijnverlenging? 11.
12. Welke sancties staan op de niet naleving van een termijn? 12.

 

1. Welke soorten termijnen in burgerlijke zaken zijn in Spanje van toepassing?

In het burgerlijk recht kan „het verloop van tijd” als „rechtsfeit” aanleiding geven tot de verwerving of het verlies van een subjectief recht, een hoedanigheid of een loutere verwachting. Bij verwerving wordt doorgaans gesproken over „verkrijgende verjaring” of „usucapio”, bij verlies van „extinctieve verjaring”.

Verval (caducidad) doet zich voor wanneer bij wet een bepaalde termijn is vastgesteld voor het verrichten van een handeling met rechtsgevolgen en het recht op het verrichten van die handeling automatisch verdwijnt bij het verstrijken van de termijn. Anders dan bij verjaring kan de rechter ambtshalve nagaan of de termijn is nageleefd en is caducidad slechts van toepassing in gevallen die limitatief in de wet zijn opgesomd. Indien de vervaltermijn wordt gestuit, wordt hij opgeschort voor een wettelijke duur en de duur die reeds tot de stuiting is verstreken, wordt in rekening gebracht. De resterende duur gaat in op de dag waarop de wettelijke termijn van opschorting verstreken is.

De extinctieve verjaring is in feite de uitdoving van een recht en het recht om dat recht uit te oefenen, omdat dat recht niet is uitgeoefend gedurende een wettelijke termijn. Opdat de extinctieve verjaring rechtsgevolgen sorteert, moet zij door een partij worden aangevoerd. De extinctieve verjaring wordt gestuit door alle handelingen van de titularis van het recht die onverenigbaar zijn met zijn schijnbare afstand van het recht op grond van het feit dat hij het niet zou uitoefenen. Deze handelingen zijn opgesomd in artikel 1973 van het burgerlijk wetboek (uitoefening van het recht voor een gerecht, buitengerechtelijke aanmaning van de schuldeiser en alle vormen van schuldbekentenis van de schuldenaar). Na de stuiting begint de termijn opnieuw te lopen. In de rechtspraak is deze vorm van uitdoving van verbintenissen steeds restrictief geïnterpreteerd.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Termijnen kunnen worden uitgedrukt in dagen, weken, maanden of jaren.

De „burgerlijke berekening” is geregeld in de artikelen 5 en 1130 van het burgerlijk wetboek. Tenzij anders bepaald, gaat een in dagen uitgedrukte termijn die vanaf een bepaalde datum moet worden berekend, in op de eerstvolgende dag (de startdatum is dus niet in de termijn inbegrepen). Een in maanden of jaren uitgedrukte termijn gaat in op de ene datum en loopt tot de andere datum. Indien de laatste maand van de termijn geen equivalent van de startdatum heeft, verstrijkt de termijn op de laatste dag van de maand.

Zie ook het antwoord op vraag 3.

Links:

  • www.boe.es/g/es/iberlex español (burgerlijk en handelsrecht)
  • www.poderjudicial.es español (Algemene Raad van de rechterlijke macht, met links naar diverse juridische website die voor burgers interessant zijn)
  • www.mjusticia.es English - español (ministerie van Justitie, met juridische informatie)

2. Welke dagen zijn niet werkdagen in de zin van Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 van 3 juni 1971?

Voor de administratieve procedures is Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 omgezet in artikel 48 van de wet betreffende de overheidsadministraties en de gemeenschappelijke administratieve procedure, dat het volgende bepaalt:

Bovenkant paginaBovenkant pagina

  1. tenzij anders bepaald in de wet of het Gemeenschapsrecht, gaat het bij een in dagen uitgedrukte termijn om werkdagen met uitsluiting van zon- en feestdagen. Indien het om kalenderdagen gaat, moet dit in de betekening zijn vermeld;
  2. een in maanden of jaren uitgedrukte termijn gaat in op de dag volgende op die van betekening of publicatie van het besluit, of op de dag waarop een verzoek toe- of afgewezen is ingevolge het stilzitten van de administratie. Indien de laatste maand van een termijn geen equivalent van de startdatum heeft, verstrijkt de termijn op de laatste dag van de maand;
  3. indien de laatste dag van een termijn een niet-werkdag is, wordt de termijn tot de eeerstvolgende werkdag verlengd;
  4. een in dagen uitgedrukte termijn gaat in op de dag volgende op die van betekening of publicatie van het besluit, of op de dag waarop een verzoek toe- of afgewezen is ingevolge het stilzitten van de administratie;
  5. indien een dag een werkdag is in de gemeente of autonome gemeenschap waar de betrokkene verblijft doch een niet-werkdag in de plaats waar het administratief orgaan is gevestigd, of omgekeerd, wordt de dag in alle gevallen als een niet-werkdag beschouwd;
  6. het feit dat een dag als een werkdag of een niet-werkdag wordt beschouwd, is op zich niet van invloed op de werking van de kantoren van de overheidsadministraties, de openingsuren of de toegang van de burgers tot de kantoren;
  7. met het oog op de berekening van de termijnen stellen de algemene administratie van de staat en de administraties van de autonome gemeenschappen volgens de officiële werkkalender een kalender van de niet-werkdagen op. In de door de autonome gemeenschappen goedgekeurde kalender zijn de plaatselijke feestdagen opgenomen, dat wil zeggen de niet-werkdagen in het gebied waar de plaatselijke organen zijn gevestigd. Deze dagen zijn van toepassing voor deze plaatselijke organen.

Deze kalender moet voor de aanvang van het kalenderjaar worden bekendgemaakt in het overeenstemmende publicatieblad en andere media, zodat het publiek ervan op de hoogte is.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Voor de gerechtelijke procedures zijn de niet-werkdagen geregeld in artikel 182 van de organieke wet inzake de rechterlijke macht, dat dienaangaande het volgende bepaalt:

  1. zaterdagen, zondagen, 24 en 31 december, nationale en plaatselijke feestdagen zijn niet-werkdagen. De Algemene Raad van de rechterlijke macht kan op deze dagen gerechtelijke procedures toestaan in gevallen die niet uitdrukkelijk in de wet zijn vastgelegd;
  2. tenzij de wet anders bepaalt, zijn de werkuren van 8 uur 's morgens tot 8 uur 's avonds.

Krachtens artikel 183 van de organieke wet zijn voor gerechtelijke handelingen alle dagen van de maand augustus niet-werkdagen, behoudens voor spoedeisende procedures. De Algemene Raad van de rechterlijke macht kan echter ook andere procedures op deze dagen toestaan (zie het antwoord op vraag 5b).

Links:

  • www.boe.es/g/es/iberlex español (kalender van de niet-werkdagen van de algemene administratie van de Staat voor de berekening van termijnen)

3. Hoe zijn de termijnen in burgerlijke zaken algemeen geregeld in wet 1/2000 van 7 januari 2000 (wetboek van burgerlijke rechtsvordering)?

De regels inzake de termijnen in burgerlijke zaken zijn opgenomen in hoofdstuk II van titel V van boek I (artikelen 130 tot en met 136) van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering. Hieronder volgt een beschrijving van de voornaamste regels.

Alle gerechtelijke handelingen moeten op werkdagen tijdens de werkuren worden verricht. Werkdagen zijn alle dagen van het jaar, met uitzondering van de zondagen, de nationale en plaatselijke feestdagen en alle dagen van de maand augustus. De werkuren zijn van 8 uur 's morgens tot 8 uur 's avonds, tenzij de wet anders bepaalt. Voor betekening en tenuitvoerlegging worden ook de uren van 8 tot 10 uur 's avonds als werkuren beschouwd.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Handelingen voor de gerechten moeten op een bepaalde datum worden verricht (een concreet ogenblik dat is vastgesteld voor het verrichten van een proceshandeling) of binnen een bepaalde termijn (verloop van tijd voor het verrichten van een proceshandeling). Na het verstrijken van die datum of termijn heeft de betrokken partij niet langer het recht om de handeling te verrichten (preclusión). De griffier akteert het verstrijken van de datum of de termijn in het dossier en neemt de passende maatregelen indien hij daartoe bevoegd is, of stelt het gerecht in kennis zodat het de passende beslissing kan vellen.

De burgerlijke gerechten kunnen ambtshalve of op verzoek van de betrokken partij toestaan dat handelingen worden verricht op niet-werkdagen of tijdens niet-werkuren, indien vertraging in die handelingen de partijen ernstige schade kan toebrengen, de goede rechtsbedeling kan belemmeren of het effect van de rechterlijke beslissing kan wegnemen. Dit is het geval bij dringende maatregelen (bijvoorbeeld niet-vrijwillige opname in een psychiatrisch ziekenhuis of burgerrechtelijke maatregelen in het belang van minderjarigen in geval van conflict). Voor dringende maatregelen zijn alle dagen van augustus werkdagen, zonder dat dit uitdrukkelijk moet worden toegestaan. Evenmin is toestemming vereist om procedures in verband met dringende maatregelen die tijdens de werkuren zijn ingeleid, indien nodig tijdens niet-werkuren voort te zetten.

De termijn gaat in op de dag volgende op die van de wettelijke betekening van de aanvang van de termijn en verstrijkt op de laatste dag om 24 uur. Indien een termijn ingaat zodra een andere termijn verstreken is, gaat deze in op de dag volgende op die van het verstrijken van de vorige termijn, zonder dat een nieuwe betekening vereist is. Voor de berekening van een in dagen uitgedrukte termijn tellen niet-werkdagen niet mee. Een in maanden of jaren uitgedrukte termijn gaat in op de ene datum en loopt tot de andere datum. Indien de laatste maand van de termijn geen equivalent van de startdatum heeft, verstrijkt de termijn op de laatste dag van de maand.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Indien binnen een bepaalde termijn een document moet worden voorgelegd, kan het ook nog op de werkdag volgende op de dag van het verstrijken van de termijn tot 15 uur bij de griffie of bij het aangewezen registratiekantoor worden ingediend. In burgerlijke zaken kunnen documenten niet bij het gerecht met wachtdienst worden ingediend.

Termijnen kunnen niet worden verlengd. Een termijn kan wel worden gestuit of verlengd, indien hij ingevolge overmacht niet kon worden nageleefd. In voorkomend geval loopt de termijn voort zodra de reden van de stuiting of verlenging niet langer bestaat. Het gerecht beoordeelt ambtshalve of op verzoek van de benadeelde partij of er sprake is van overmacht, wat moet worden aangetoond.

Links:

  • www.boe.es/g/es/iberlex español (wet 1/2000 van 7 januari 2000 (wetboek van burgerlijke rechtsvordering))

4. Indien voor het verrichten van een rechtshandeling of een formaliteit een termijn is vastgesteld, op welk ogenblik gaat die termijn in („dies a quo”)?

De termijn gaat in op de dag volgende op die van de betekening en verstrijkt op de laatste dag om middernacht. Indien een termijn ingaat zodra een andere termijn verstreken is, gaat deze in op de dag volgende op die van het verstrijken van de vorige termijn, zonder dat een nieuwe betekening vereist is. Alle regels in verband met betekening zijn opgenomen in de artikelen 149 tot en met 168 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering.

http://ec.europa.eu/civiljustice/serv_doc/serv_doc_spa_nl.htm (Europees justitieel netwerk -Betekening en kennisgeving van stukken - Spanje)

Bovenkant paginaBovenkant pagina

5. Wanneer gaat een termijn in?

Artikel 132 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering bepaalt dat de proceshandelingen binnen bepaalde termijnen moeten worden verricht. Indien er geen termijn is bepaald, moet de procedure zo spoedig mogelijk worden afgewikkeld.

  1. Indien een termijn in dagen is uitgedrukt, telt de eerste dag mee?

    Artikel 133 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering bepaalt dat de termijn ingaat op de dag volgende op die waarin de aanvang van de termijn is betekend, en verstrijkt op de laatste dag om middernacht.

    Artikel 151, lid 2, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering bepaalt dat de betekeningen aan de openbare aanklager en de openbare aanklager van de fiscus, en de betekeningen die plaatsvinden via het college van procureurs, geacht worden te hebben plaatsgevonden op de dag volgende op die van ontvangst.

  2. Indien een termijn in dagen is uitgedrukt, gaat het om kalenderdagen of om werkdagen?

    Voor de berekening van een in dagen uitgedrukte termijn tellen de niet-werkdagen niet mee.

    Voor de berekening van een termijn die is opgegeven in de dringende maatregelen bedoeld in artikel 131, lid 2, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering (handelingen die indien vertraagd de partijen ernstige schade kunnen toebrengen, de goede rechtsbedeling kunnen belemmeren of het effect van de rechterlijke beslissing kunnen wegnemen), omvatten de niet-werkdagen alleen de zon- en feestdagen doch niet de dagen van de maand augustus.

  3. Wat indien een termijn in maanden of jaren is uitgedrukt?

    Een in maanden of jaren uitgedrukte termijn gaat in op de ene datum en loopt tot de andere datum.

    Bovenkant paginaBovenkant pagina

    Indien de laatste maand van de termijn geen equivalent van de startdatum heeft, verstrijkt de termijn op de laatste dag van de maand.

  4. Wanneer eindigt een in maanden of jaren uitgedrukte termijn?

    In verband met de termijn voor de voorlegging van documenten bepaalt artikel 135 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering het volgende:

    1. indien het document binnen een bepaalde termijn moet worden voorgelegd, kan het ook nog op de werkdag volgende op die waarop de termijn verstrijkt tot 15 uur bij de griffie of het registratiekantoor worden ingediend;
    2. in burgerlijke procedures kan het document niet worden ingediend bij het gerecht met wachtdienst;
    3. alleen griffiers of de door hen aangewezen ambtenaren mogen de dag en het uur registreren waarop vorderingen worden ingesteld of gedinginleidende documenten worden neergelegd of waarop binnen een bepaalde termijn voor te leggen documenten zijn ingediend;
    4. de persoon die het document indient, krijgt steeds een ontvangstbewijs waarop datum en uur van indiening zijn vermeld. Ook wordt een ontvangstbewijs afgegeven voor documenten waarvan een gewone kopie wordt ingediend;
    5. indien de gerechten en de partijen beschikken over de nodige technische middelen voor het toezenden en ontvangen van documenten met garantie van de authenticiteit en er een betrouwbaar register van de data van verzending en ontvangst en de inhoud kan worden bijgehouden, kan van deze middelen gebruik worden gemaakt. Het ontvangstbewijs wordt op de gewone manier afgegeven en de documenten worden geacht binnen de wettelijk voorgeschreven termijn te zijn ingediend met het oog op de uitoefening van rechten of de nakoming van verplichtingen.

      Gelet op de wettelijke bepalingen in verband met bewijsvoering en het voorleggen van originele documenten en voor echt verklaarde kopieën, moeten de originele documenten en de voor echt verklaarde kopieën binnen drie dagen na verzending van de documenten met de hierboven beschreven middelen, aan het gerecht worden toegezonden.

      Bovenkant paginaBovenkant pagina

6. Indien een termijn op een zaterdag, een zondag of een feestdag verstrijkt, wordt hij dan tot de eerstvolgende werkdag verlengd? Geldt deze verlenging ook indien de termijn ingaat bij een toekomstige gebeurtenis?

Een termijn die op een zondag of een andere niet-werkdag verstrijkt, wordt verlengd tot de volgende werkdag.

Indien een termijn ingaat zodra een andere termijn verstreken is, gaat deze in op de dag volgende op die van het verstrijken van de vorige termijn, zonder dat een nieuwe betekening vereist is. De bepaling in verband met termijnen die op een niet-werkdag verstrijken, is van toepassing.

7. Indien het verzoek wordt gericht aan een gerecht met zetel op het vasteland van de lidstaat (in lidstaten die gebieden buiten het vasteland of geografisch gescheiden gebieden hebben), worden de termijnen verlengd voor personen die in een van deze gebieden wonen of verblijven of voor personen die in het buitenland wonen of verblijven? Indien ja, hoe lang worden de termijnen dan verlengd?

Ofschoon Spanje naast het vasteland de Balearen, de Canarische Eilanden, Ceuta en Melilla omvat, zijn er geen speciale regels inzake de termijnen voor de gebieden buiten het vasteland.

8. Omgekeerd, indien het verzoek wordt gericht aan een gerecht met zetel in een van de geografisch gescheiden gebieden, worden de termijnen verlengd voor personen die niet in een van deze gebieden wonen of verblijven of voor personen die in het buitenland wonen of verblijven?

Zie het antwoord op de vorige vraag.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

9. Gelden er termijnen voor hoger beroep in bepaalde burgerlijke materies?

Ongeacht de materie geldt er een algemene wettelijke termijn voor het aanmelden (anuncio) en het instellen (fundamentación) van hoger beroep en cassatieberoep. De termijn voor het aanmelden van hoger beroep is vijf dagen te rekenen vanaf de betekening van de rechterlijke beslissing (artikelen 457 en 479 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering). Het hoger beroep moet worden ingesteld binnen twintig dagen te rekenen vanaf de datum waarop het gerecht de aanmelding van het hoger beroep heeft toegelaten (artikelen 457 en 481 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

10. Kunnen gerechten in spoedeisende gevallen of om andere redenen de termijnen verkorten waarbinnen een partij moet verschijnen of een bijzondere datum vaststellen waarop een partij moet verschijnen? Omgekeerd, kunnen deze termijnen worden verlengd?

In mondelinge procedures (zie voor het toepassingsgebied artikel 250 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering) verschijnen de partijen ter zitting en voeren zij hun verweer en is er geen schriftelijke procedure. In de rechterlijke beslissing waarbij de vordering wordt toegelaten, wordt de datum opgegeven waarop de partijen zullen worden gehoord. Die datum moet liggen tussen de tiende en de twintigste dag volgende op die waarop de partijen zijn gedagvaard (artikel 440 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

In gewone procedures (zie voor het toepassingsgebied artikel 249 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering) moet de verweerder binnen twintig dagen na de datum waarop hij is gedagvaard een verweerschrift indienen (artikel 404 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Een termijn om te verschijnen of verweer te voeren kan niet worden verkort of verlengd. Uit de toelichting op het wetboek van burgerlijke rechtsvordering blijkt dat het de bedoeling was om de duur van een procedure tot de rechterlijke beslissing drastisch te verkorten en voor heel wat zaken meer realistische termijnen vast te stellen, op basis van de enorme ervaring met de oude wet van 1881. Er werden korte en redelijke termijnen voorgesteld, die de rechters in staat moeten stellen om snel te reageren op verzoeken om doeltreffende gerechtelijke bescherming. Artikel 134, lid 1, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering bepaalt dat de termijnen van het wetboek niet kunnen worden verlengd.

In uitzonderlijke gevallen kunnen termijnen worden opgeschort of verlengd wegens overmacht.

  1. In artikel 134, lid 2, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering is de algemene regel vastgelegd dat het gerecht, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van de benadeelde partij, moet beoordelen of er sprake is van overmacht, na de andere partijen te hebben gehoord.
  2. Indien een verschijningsdatum is vastgesteld, moet de partij die moet verschijnen doch wegens overmacht of soortgelijke redenen verhinderd is, het gerecht onverwijld daarvan in kennis stellen, de redenen aantonen, en verzoeken om een nieuwe verschijningsdatum of beslissing (artikel 183, lid 1, en de artikelen 189 en 430 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering). Er wordt een nieuwe verschijningsdatum vastgesteld indien de overmacht bewezen wordt geacht en tot gevolg heeft dat een van volgende personen niet kan verschijnen: een advocaat (artikel 183, lid 2, en artikel 188, leden 1, 5 en 6, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering), een partij die aanwezig moet zijn omdat hij niet door een advocaat is vertegenwoordigd of omdat hij moet worden ondervraaagd (artikel 183, lid 3, en artikel 188, lid 4, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering), een getuige of een deskundige. Zodra de partijen zijn gehoord, is het wel mogelijk om buiten de procedure een getuige of een deskundige te horen in verband met de bewijsvoering (artikel 183, lid 4).
  3. In geval van overmacht kan de termijn waarbinnen een niet-verschenen persoon om vernietiging van de definitieve beslissing kan verzoeken, worden verlengd (artikel 502, lid 2, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).
  4. Indien bewijsstukken voorafgaand aan de procedure worden onderzocht (dit kan worden toegestaan door de rechter, indien er gegronde vrees bestaat dat de bewijsstukken niet tijdens de normale procedure kunnen worden onderzocht, zie de artikelen 293 en volgende van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering), moet de vordering binnen twee maanden na het onderzoek van de bewijsstukken worden ingesteld, tenzij wordt aangetoond dat het niet mogelijk was om de procedure binnen die termijn aan te vatten wegens overmacht of soortgelijke redenen (artikel 295, lid 3, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

11. Indien een partij die verblijft op een plaats waar hij voor een termijnverlenging in aanmerking komt, van een tot hem gerichte beslissing kennis wordt gegeven op een plaats waar degenen die daar verblijven niet voor een termijnverlenging in aanmerking komen, verliest die partij het recht op termijnverlenging?

Niet van toepassing.

12. Welke sancties staan op de niet naleving van een termijn?

Een persoon die een proceduretermijn niet naleeft, verliest het recht om de betrokken proceshandeling te verrichten (artikel 136 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

Indien de verweerder niet ter zitting verschijnt, wordt geakteerd dat hij niet verschijnt (rebeldía) (artikel 442, lid 2, en artikel 496, lid 1, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering) en de procedure wordt voortgezet zonder dat hem opnieuw gevraagd wordt te verschijnen. Hij wordt in kennis gesteld van dat feit en van de definitieve beslissing die aan de procedure een einde maakt (artikel 497 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

Tegen rechters en griffiers die de proceduretermijnen niet naleven zonder gegronde redenen, kunnen sancties worden genomen op grond van de organieke wet inzake de rechterlijke macht, onverminderd het recht van de benadeelde partij om een schadevordering in te stellen (artikel 132, lid 3, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

« Procestermijnen - Algemene informatie | Spanje - Algemene informatie »

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Laatste aanpassing: 19-12-2008

 
  • Gemeinscheftsrecht
  • Internationaal recht

  • België
  • Bulgarije
  • Tsjechië
  • Denemarken
  • Duitsland
  • Estland
  • Ierland
  • Griekenland
  • Spanje
  • Frankrijk
  • Italië
  • Cyprus
  • Letland
  • Litouwen
  • Luxemburg
  • Hongarije
  • Malta
  • Nederland
  • Oostenrijk
  • Polen
  • Portugal
  • Roemenië
  • Slovenië
  • Slowakije
  • Finland
  • Zweden
  • Verenigd Koninkrijk