Europese Commissie > EJN > Procestermijnen > Polen

Laatste aanpassing: 11-05-2009
Printversie Voeg toe aan favorieten

Procestermijnen - Polen

 

INHOUDSOPGAVE

1. Welke termijnen worden gehanteerd in het burgerlijk procesrecht

(zoals procestermijnen, verval- of verjaringstermijnen, vooraf vastgestelde termijnen)? 1.

2. Lijst van feestdagen die worden aangemerkt als niet-werkdag zoals voorgeschreven in Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 van 3 juni 1971. 2.
3. Welke algemene regels gelden er voor de termijnen in de verschillende civiele procedures?

Waar zijn deze regels in de wetgeving te vinden? 3.

4. Indien een handeling of formaliteit binnen een bepaalde termijn moet worden verricht, wat is dan het moment van aanvang, d.w.z. het moment waarop de termijn voor deze handeling of formaliteit begint te lopen (terminus a quo)

(bijvoorbeeld datum van handeling, gebeurtenis, uitspraak of datum van betekening of kennisgeving)? 4.

a) Is het moment waarop een termijn begint te lopen afhankelijk van de manier waarop het document wordt bezorgd of betekend (betekening door een deurwaarder of per post)? a)
5. Vanaf wanneer begint een termijn te lopen? 5.
a) Als de termijn is uitgedrukt in dagen, begint de termijn dan te lopen op de datum van de handeling, de gebeurtenis, de uitspraak, de betekening en/of de kennisgeving waarmee de termijn aanvangt? a)
b) Als de termijn is uitgedrukt in dagen, omvat het aantal aangegeven dagen kalenderdagen of slechts werkdagen? b)
c) En als de termijn wordt uitgedrukt in maanden of in jaren? Wanneer verstrijken dergelijke termijnen? c)
6. Als de termijn verstrijkt op een zaterdag, zondag of erkende feestdag of vrije dag, wordt deze dan verlengd tot de eerstvolgende werkdag? Geldt een dergelijke verlenging ook als de termijn in kwestie pas aanvangt na een toekomstige gebeurtenis? 6.
7. Indien het verzoek wordt gericht aan een gerecht met zetel op het vasteland van de lidstaat (in lidstaten die gebieden buiten het vasteland of geografisch gescheiden gebieden hebben), worden de termijnen dan verlengd voor personen die in een van deze gebieden wonen of verblijven of voor personen die in het buitenland wonen of verblijven? Zo ja, hoe lang worden de termijnen dan verlengd? 7.
8. En omgekeerd, indien het verzoek wordt gericht aan een gerecht met zetel in een van de geografisch gescheiden gebieden, worden de termijnen dan verlengd voor personen die niet in dit gebied wonen of verblijven of voor personen die in het buitenland wonen of verblijven? 8.
9. Gelden afwijkende termijnen voor bepaalde civielrechtelijke zaken? 9.
10. Kunnen gerechten in noodgevallen of om andere redenen de dagvaardingstermijn verkorten of een bepaalde dag stellen voor de zitting? En het tegenovergestelde, kan de dagvaardingstermijn worden verlengd? 10.
11. Als de betekening aan een partij met een vaste woonplaats waarvoor een verlengde termijn geldt, geschiedt op een plaats waar voor de bewoners geen verlengde termijn geldt, verliest deze partij dan het voordeel van de verlenging van de termijn? 11.
12. Wat zijn de gevolgen van het niet-naleven van termijnen? 12.
13. Welke rechtsmiddelen hebben de niet-verschenen partijen nog als de termijn is verstreken? 13.

 

1. Welke termijnen worden gehanteerd in het burgerlijk procesrecht

(zoals procestermijnen, verval- of verjaringstermijnen, vooraf vastgestelde termijnen)?

De Poolse burgerlijke rechtsvordering kent de volgende termijnen:

  1. voor rechtshandelingen door de partijen:
    1. bij wet vastgestelde termijnen
    2. door de rechtbank vastgestelde termijnen
    3. contractueel vastgestelde termijnen
  2. voor rechtshandelingen door de rechtbank:
    1. voorgeschreven termijnen

De bij wet vastgestelde termijnen en de door de rechtbank vastgestelde termijnen zijn definitief.

1a) Bij wet vastgestelde termijnen

In de wet zijn bepaalde verjaringstermijnen vastgelegd (indien deze niet worden nageleefd wordt de rechtshandeling ongeldig). Deze termijnen kunnen niet door de rechtbank worden verlengd of ingekort. Bij wet vastgestelde termijnen gaan in op het moment dat in de wet is aangegeven.

Deze termijnen bestaan hoofdzakelijk uit:

  • ad quem-termijnen - hierbij moet de handeling zijn voltooid voor afloop van de termijn
  • post quem-termijnen - hierbij mag de handeling worden voltooid na afloop van de termijn.

Tot de bij wet vastgestelde termijnen behoren de termijnen voor het instellen van rechtsmiddelen, zoals de termijn om in beroep te gaan.

1b) Door de rechtbank vastgestelde termijnen

Het gaat hier eveneens om verjaringstermijnen, maar in dit geval zijn ze vastgesteld door een rechtbank of een rechter. Door de rechtbank vastgestelde termijnen kunnen, ook zonder dat de tegenpartij is gehoord, worden verlengd of ingekort, mits daar een geldige reden voor is en het verzoek hiertoe voor afloop van de termijn is ingediend.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Deze termijnen gaan in op het moment van bekendmaking van de uitspraak of van een beschikking hierover of, indien de wet van rechtswege kennisgeving van een dergelijke uitspraak of beschikking vereist, op het moment van kennisgeving ervan.

Onder de door de rechtbank vastgestelde termijnen valt ook de termijn voor het treffen van voorzieningen in geval van onbekwaamheid om in de rechtbank dan wel als procespartij op te treden, en de termijn voor het aanvullen van een beroep.

De rechtbank is van rechtswege verplicht te controleren of de bij wet en door de rechtbank vastgestelde termijnen worden nageleefd.

1c) Contractueel vastgestelde termijnen

Deze termijnen zijn door de procespartijen vastgelegd in een overeenkomst aangaande het hervatten van een procedure die op beider verzoek is opgeschort.

2. Voorgeschreven termijnen

Dit zijn termijnen voor handelingen die de rechtbank moet uitvoeren, bedoeld om een efficiënte afhandeling van civiele zaken te bewerkstelligen. Niet-naleving van deze termijnen door de rechtbank geeft de partijen niet het recht de handelingen van de rechtbank aan te vechten.

Krachtens het Poolse wetboek van burgerlijke rechtsvordering (hierna te noemen WvBR) zijn de wettelijke proceduretermijnen voor het inzetten van rechtsmiddelen afhankelijk van het type gerechtelijke uitspraak dat ten grondslag ligt aan het inzetten van het rechtsmiddel (vonnis, uitspraak over de gegrondheid van een voluntaire zaak, verstekvonnis, betalingsbevel in een betalingsbevelprocedure, betalingsbevel in een tenuitvoerleggingsprocedure, uitspraak). Het WvBR kent met name de volgende bij wet vastgelegde termijnen:

  • vonnissen en uitspraken over de gegrondheid van een voluntaire zaak (artikel 328 WvBR en artikel 369 WvBR):

De overwegingen van een vonnis worden op verzoek van een partij opgesteld, indien dit verzoek wordt ingediend binnen één week na het uitspreken van het vonnis of, indien de partij niet wordt vertegenwoordigd door een advocaat, juridisch adviseur of octrooigemachtigde en wegens gevangenschap niet bij de uitspraak aanwezig was, binnen één week na de datum waarop deze partij van het vonnis in kennis is gesteld.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Beroep moet worden aangetekend bij de rechtbank die het betwiste vonnis heeft uitgesproken binnen twee weken na de datum waarop de eiser van het vonnis en de overwegingen daarvan in kennis is gesteld. Indien de partij niet heeft verzocht om de overwegingen van het vonnis, kan deze beroep aantekenen tot 21 dagen na de datum waarop het vonnis is uitgesproken.

  • bepalingen van artikel 394, lid 2 WvBR:

De termijn voor het indienen van een klacht is één week, gerekend vanaf de datum waarop de partij van de uitspraak in kennis is gesteld, of, als de partij niet binnen de voorgeschreven termijn heeft verzocht om kennisgeving van de uitspraak die ter zitting is gedaan, gerekend vanaf de datum van de uitspraak.

  • vonnis bij verstek van de verweerder (artikel 344 WvBR):

Verweerders tegen wie een verstekvonnis is uitgesproken, kunnen bezwaar aantekenen binnen één week gerekend vanaf de datum waarop het vonnis aan hen bekend is gemaakt.

  • vonnis bij verstek van de eiser (artikel 342 WvBR):

Een verstekvonnis moet door de rechtbank worden gemotiveerd indien de zaak geheel of gedeeltelijk is afgewezen en de eiser binnen één week na de datum waarop het vonnis aan hem of haar bekend is gemaakt een verzoek tot een dergelijke motivatie heeft ingediend, of indien de eiser hiertoe geen verzoek heeft ingediend maar binnen de voorgeschreven termijn in beroep is gegaan.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

  • betalingsbevel in tenuitvoerleggingsprocedures (artikel 502 WvBR):

Bij een betalingsbevel wordt de verweerder verzocht de vordering volledig, inclusief kosten, te betalen binnen twee weken na de datum waarop het bevel werd overhandigd, of binnen deze termijn bezwaar aan te tekenen bij de rechtbank.

  • betalingsbevel in betalingsbevelprocedures (artikel 491 WvBR):

Met het afgeven van een betalingsbevel beveelt de rechtbank de verweerder de vordering volledig, inclusief kosten, te betalen binnen twee weken na de datum waarop het bevel aan hem werd overhandigd, of binnen deze termijn een klacht in te dienen.

2. Lijst van feestdagen die worden aangemerkt als niet-werkdag zoals voorgeschreven in Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 van 3 juni 1971.

De wet van 18 januari 1951 inzake algemene feestdagen kent de volgende wettelijk erkende feestdagen en vrije dagen:

  • alle zondagen (zaterdag is volgens rechterlijke beslissingen geen wettelijk erkende vrije dag),
  • 1 januari - Nieuwjaarsdag,
  • Eerste paasdag,
  • Tweede paasdag,
  • 1 mei - Nationale feestdag,
  • 3 mei - Nationale feestdag van 3 mei,
  • Eerste pinksterdag,
  • Sacramentsdag,
  • 15 augustus - Maria-Hemelvaart,
  • 1 november - Allerheiligen,
  • 11 november - Nationale onafhankelijkheidsdag,
  • 25 december - Eerste kerstdag,
  • 26 december - Tweede kerstdag,

De verschuivende religieuze feestdagen vallen op de volgende data:

2006

2007

2008

2009

2010

Eerste paasdag

16.04

08.04

23.03

12.04

03.04

Tweede paasdag

17.04

09.04

24.03

13.04

04.04

Eerste pinksterdag

04.06

27.05

11.05

31.05

23.05

Sacramentsdag

15.06

07.06

22.05

11.06

03.06

3. Welke algemene regels gelden er voor de termijnen in de verschillende civiele procedures?

Waar zijn deze regels in de wetgeving te vinden?

Bij definitieve termijnen (dies as quem) wordt gedoeld op het moment waarop de termijn vervalt. Het einde van een termijn hoeft niet te worden aangeduid met een datum, maar wordt bepaald door een gebeurtenis die in een bepaalde situatie haar beslag moet krijgen door toedoen van de contractspartijen.

Procedurele termijnen worden vastgesteld in tijdseenheden zoals dagen, weken, maanden en jaren.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Voor de berekening van termijnen in civiele procedures gelden krachtens artikel 165 WvBR de bepalingen uit het Burgerlijk Wetboek (BW) indien een wet, een gerechtelijke uitspraak, een beslissing van een ander overheidsorgaan of een wettelijke transactie voorziet in een termijn zonder daarvoor een berekeningswijze aan te geven (artikel 110 BW). Het afgeven van een processtuk bij een postkantoor van de Poolse overheid staat gelijk aan het afgeven van een processtuk bij de rechtbank. Hetzelfde geldt indien een militair een processtuk afgeeft bij het militaire hoofdkwartier, een gevangene bij de administratie van de penitentiaire inrichting, of een bemanningslid van een Pools zeeschip bij de kapitein van het schip.

  • Artikel 111 BW: een termijn vastgesteld in dagen verstrijkt aan het einde van de laatste dag.
  • Artikel 112 BW: een termijn vastgesteld in weken, maanden of jaren verstrijkt aan het einde van de dag die dezelfde naam of hetzelfde datumgetal heeft als de eerste dag van de termijn, en indien er in de laatste maand geen dag met hetzelfde getal voorkomt, op de laatste dag van die maand.
  • Artikel 113 BW: indien een termijn loopt tot het begin, het midden of het einde van de maand, moet dit worden begrepen als de eerste, de vijftiende of de laatste dag van de maand. Een termijn van een halve maand is gelijk aan vijftien dagen.
  • Artikel 114 BW: indien een termijn is vastgesteld in maanden of jaren maar het geen aaneensluitende periode hoeft te zijn, wordt een maand gerekend als dertig dagen en een jaar als driehonderd en vijfenzestig dagen.
  • Artikel 115 BW: indien het einde van een termijn voor een handeling valt op een wettelijk vastgestelde vrije dag, verloopt de termijn op de volgende dag.

4. Indien een handeling of formaliteit binnen een bepaalde termijn moet worden verricht, wat is dan het moment van aanvang, d.w.z. het moment waarop de termijn voor deze handeling of formaliteit begint te lopen (terminus a quo)

(bijvoorbeeld datum van handeling, gebeurtenis, uitspraak of datum van betekening of kennisgeving)?

Artikel 111 BW: als de termijn wordt berekend in dagen en aanvangt na een bepaalde gebeurtenis, wordt de dag waarop deze gebeurtenis plaatsvindt niet meegeteld.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

a) Is het moment waarop een termijn begint te lopen afhankelijk van de manier waarop het document wordt bezorgd of betekend (betekening door een deurwaarder of per post)?

De rechtbank kan documenten op diverse manieren afleveren: per post, via de rechtbankdeurwaarder of de gerechtsbodes en via de bezorgdienst van de rechtbank. Het afgeven van processtukken aan de geadresseerde kan ook worden gedaan door de stukken persoonlijk bij de rechtbank aan hem of haar te overhandigen. In de regel worden de processtukken echter per post bezorgd (artikel 131 WvBR). Alle methoden zijn geldig mits de stukken op de juiste manier zijn bezorgd, en hebben geen invloed op de termijn.

Een termijn wordt geëerbiedigd indien het processtuk waarvoor de termijn was gesteld binnen die termijn door de rechtbank is ontvangen, dat wil zeggen dat het stuk is afgegeven bij de griffie van de rechtbank (de datumstempel is bepalend) of bij een postkantoor van de Poolse overheid.

Volgens gerechtelijke uitspraken geldt als datum van een telefonisch ingediend processtuk de datum van verzending van het telegram, en als datum van een per fax verzonden processtuk de tijd en datum op de ontvangstbevestiging van de rechtbank. Verder geldt als datum van betaling van de rechtbankkosten via een bankoverschrijving bij een buitenlandse bank, de datum van ontvangst van de betalingsopdracht bij de nationale bank die contact onderhoudt met de buitenlandse bank. Bij de bepaling of een handeling binnen de termijn is uitgevoerd, geldt voor een processtuk dat in het buitenland is verzonden, niet de datum van verzending, maar de datum waarop het stuk is overgedragen aan een Pools postkantoor.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

5. Vanaf wanneer begint een termijn te lopen?

a) Als de termijn is uitgedrukt in dagen, begint de termijn dan te lopen op de datum van de handeling, de gebeurtenis, de uitspraak, de betekening en/of de kennisgeving waarmee de termijn aanvangt?

Artikel 111 BW bepaalt dat als de termijn wordt berekend in dagen en aanvangt na een bepaalde gebeurtenis, de dag waarop deze gebeurtenis plaatsvindt niet wordt meegeteld bij de berekening van de termijn.

Is de aanvangstijd van enige termijn op enige wijze afhankelijk van de ontvangst door, of de kennisgeving van de handeling of gebeurtenis aan de ontvanger? Zo ja, op welke manier?

De ontvanger bevestigt de ontvangst van het processtuk en de datum ervan door middel van het zetten van zijn of haar handtekening. Indien de ontvanger hiertoe niet in staat is of dit weigert, noteert de persoon die het processtuk afgeeft zelf de datum en geeft hierbij aan waarom geen handtekening is geplaatst. De persoon die het stuk bezorgt, geeft op de ontvangstbevestiging de bezorgwijze aan en plaatst de bezorgdatum en zijn of haar handtekening op het bezorgde processtuk.

Er wordt vanuit gegaan dat de handtekening van de ontvanger niet alleen de ontvangst van het processtuk bevestigt, maar ook de datum van ontvangst. Het ontbreken van de bevestiging van de datum van ontvangst door de ontvanger maakt de bezorging niet ongeldig. De datumstempel van het bezorgende postkantoor wordt in dit geval beschouwd als de datum van ontvangst. Indien de ontvanger van het stuk geen handtekening plaatst, moet de persoon die het stuk bezorgt de reden hiervan vermelden, zoals niet in staat zijn of weigeren te tekenen (in aanvulling op de voorbeelden in artikel 139 kan de reden hiervoor ook zijn het niet kunnen schrijven, een lichamelijke beperking of ziekte) alsmede de datum van bezorging. De datum van een bezorging die heeft plaatsgevonden onder omstandigheden zoals beschreven in lid 1 en deels in artikel 139, lid 2, heeft geen enkel rechtsgevolg. In deze gevallen maakt het ontbreken van een datum de bezorging niet ongeldig, aangezien de poststempel bepalend is voor de vaststelling van de bezorgdatum.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

De bezorging heeft rechtsgevolg na ontvangst van het stuk door de ontvanger indien de bezorging heeft plaatsgevonden volgens de bepalingen van de wet en zodanig dat de ontvanger in staat was het afgegeven stuk te lezen. Voor proceduretermijnen is het niet relevant of de ontvanger het stuk ook daadwerkelijk heeft gelezen.

b) Als de termijn is uitgedrukt in dagen, omvat het aantal aangegeven dagen kalenderdagen of slechts werkdagen?

Als een persoon bijvoorbeeld op maandag 4 april een document uitgereikt krijgt met de eis dat binnen 14 dagen na uitreiking moet worden gereageerd, betekent dit dan dat de persoon moet antwoorden:

  1. voor maandag 18 april (kalenderdagen) of
  2. voor vrijdag 22 april (werkdagen)?

Bij termijnen uitgedrukt in dagen gelden kalenderdagen. Indien het einde van een termijn voor het uitvoeren van een handeling echter valt op een wettelijk vastgestelde vrije dag, verstrijkt de termijn op de volgende dag.

In bovenstaand voorbeeld moet uiterlijk worden gereageerd op maandag 18 april. Als 18 april een wettelijke feestdag was, zou de termijn verlopen op 19 april.

c) En als de termijn wordt uitgedrukt in maanden of in jaren? Wanneer verstrijken dergelijke termijnen?

Zie vraag 3, artikel 112-115 BW.

Gelden er voor bepaalde civiele procedures uitzonderingen of bijzonderheden ten aanzien van de aanvang van termijnen?

De aanvang van een vastgestelde termijn is bij wet gedefinieerd in de bepalingen waarin ook de termijnen zelf zijn vastgesteld. Dit betekent dat een moment van aanvang kan worden gekozen dat in de lijn ligt met de termijnen die door de rechtbank worden vastgesteld, bijvoorbeeld voor de aanvang van de termijn voor het indienen van een klacht, of dat een geheel andere oplossing kan worden gekozen, gebaseerd op andere vooronderstellingen, zoals de termijn voor het hervatten van een procedure.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

In artikel 169, lid 4 WvBR is een uitzondering opgenomen die bepaalt dat een termijn die een jaar verstreken is, slechts in uitzonderingsgevallen opnieuw mag worden ingesteld.

6. Als de termijn verstrijkt op een zaterdag, zondag of erkende feestdag of vrije dag, wordt deze dan verlengd tot de eerstvolgende werkdag? Geldt een dergelijke verlenging ook als de termijn in kwestie pas aanvangt na een toekomstige gebeurtenis?

Zie vraag 3, artikel 115 BW.

7. Indien het verzoek wordt gericht aan een gerecht met zetel op het vasteland van de lidstaat (in lidstaten die gebieden buiten het vasteland of geografisch gescheiden gebieden hebben), worden de termijnen dan verlengd voor personen die in een van deze gebieden wonen of verblijven of voor personen die in het buitenland wonen of verblijven? Zo ja, hoe lang worden de termijnen dan verlengd?

Niet van toepassing.

8. En omgekeerd, indien het verzoek wordt gericht aan een gerecht met zetel in een van de geografisch gescheiden gebieden, worden de termijnen dan verlengd voor personen die niet in dit gebied wonen of verblijven of voor personen die in het buitenland wonen of verblijven?

Niet van toepassing.

9. Gelden afwijkende termijnen voor bepaalde civielrechtelijke zaken?

Er zijn geen afwijkende termijnen voor het instellen van beroep tegen een vonnis (of tegen een uitspraak over de gegrondheid van een voluntaire zaak – artikel 518 WvBR). Zie vraag 1 voor de termijnen voor het instellen van beroep en andere rechtsmiddelen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Voor een kort geding of voluntaire rechtszaak waarbij de partij afziet van het recht op het verkrijgen van de overwegingen van het vonnis, vangt de termijn voor het instellen van beroep aan op de datum waarop het vonnis is uitgesproken. Bij een kort geding kan een partij die aanwezig is bij de zitting waarin het vonnis wordt uitgesproken, na afloop hiervan een verklaring laten vastleggen waarin hij of zij afziet van het recht om in beroep te gaan. Als alle rechthebbende partijen afzien van het recht op beroep, wordt het vonnis rechtsgeldig (artikel 5058 WvBR en artikel 517 WvBR).

10. Kunnen gerechten in noodgevallen of om andere redenen de dagvaardingstermijn verkorten of een bepaalde dag stellen voor de zitting? En het tegenovergestelde, kan de dagvaardingstermijn worden verlengd?

Uitsluitend door de rechtbank vastgestelde termijnen mogen, ook zonder de tegenpartij hierover te horen, door de rechter worden verlengd of ingekort, mits daar een geldige reden voor is en het verzoek hiertoe voor afloop van de termijn is ingediend. De rechter is niet bevoegd bij wet vastgestelde termijnen te wijzigen (artikel 166 WvBR).

11. Als de betekening aan een partij met een vaste woonplaats waarvoor een verlengde termijn geldt, geschiedt op een plaats waar voor de bewoners geen verlengde termijn geldt, verliest deze partij dan het voordeel van de verlenging van de termijn?

Niet van toepassing.

12. Wat zijn de gevolgen van het niet-naleven van termijnen?

Op basis van artikel 167 WvBR is een proceshandeling die na afloop van een termijn door een partij wordt uitgevoerd, ongeldig. Dit geldt zowel voor bij wet vastgestelde termijnen als voor door de rechtbank vastgestelde termijnen. Naast de ongeldigheid van de proceshandeling, die automatisch voortvloeit uit het verlopen van de termijn, kan het verlopen van bepaalde proceduretermijnen ook andere gevolgen hebben.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

13. Welke rechtsmiddelen hebben de niet-verschenen partijen nog als de termijn is verstreken?

Als de termijn verstrijkt, kan de partij verzoeken deze opnieuw in te stellen of een klacht indienen om de procedure opnieuw te laten beginnen.

Opnieuw instellen van de termijn (artikel 167 - 172 WvBR):

Artikel 167 WvBR bepaalt dat wanneer een partij een proceshandeling niet binnen de termijn uitvoert en dit niet door eigen schuld is veroorzaakt, de rechtbank de termijn op verzoek van de partij opnieuw mag instellen. Het herstellen van de termijn is echter niet toegestaan indien het niet naleven van de termijn geen enkel negatief procedureel gevolg heeft voor de partij. De gerechtelijke akte met het verzoek de termijn opnieuw in te stellen moet worden ingediend bij de rechtbank waar de proceshandeling had moeten plaatsvinden, binnen één week nadat de reden voor het niet naleven van de termijn is opgehouden te bestaan. In deze akte moet worden vermeld welke omstandigheden aanleiding hebben gegeven tot het verzoek. Gelijktijdig met het indienen van het verzoek moet de partij de proceshandeling uitvoeren. Een jaar of meer na het aflopen van de oorspronkelijke termijn is het alleen in uitzonderingsgevallen mogelijk deze opnieuw in te stellen (artikel 168-169 WvBR). Het is niet toegestaan de termijn voor het instellen van beroep tegen een vonnis inzake nietigverklaring van een huwelijk, echtscheiding, of vaststelling van het niet-bestaan van een huwelijk, opnieuw in te stellen indien een van de partijen of beide partijen na het rechtsgeldig worden van het vonnis is hertrouwd (artikel 170 WvBR). Het indienen van een verzoek tot het opnieuw instellen van een termijn leidt niet tot stopzetting van de procedure of de tenuitvoerlegging van het vonnis. Afhankelijk van de omstandigheden kan de rechtbank de procedure of de tenuitvoerlegging van het vonnis echter verdagen. Als het verzoek wordt ingewilligd, kan de rechtbank de zaak direct behandelen (artikel 172 WvBR).

Opnieuw voeren van de procedure:

In de gevallen die worden genoemd in artikel 399-4161 WvBR bestaat de mogelijkheid een verzoek in te dienen tot het overdoen van een procedure die is afgerond met een rechtsgeldig vonnis. Een verzoek tot het overdoen van een procedure moet worden ingediend binnen drie maanden vanaf de dag waarop de partij kennis kreeg van de redenen om de procedure opnieuw te voeren. Indien deze redenen bestaan uit onbekwaamheid om te handelen of ontbreken van een juiste vertegenwoordiging, vangt de termijn aan op de dag waarop de partij, de vertegenwoordigende instantie of de wettelijk vertegenwoordiger kennis kreeg van het vonnis.

Als er vijf jaar zijn verstreken sinds het vonnis rechtsgeldig is geworden, kan geen verzoek meer worden ingediend om de procedure opnieuw te voeren, behalve indien de partij onbekwaam was om te handelen of niet op de juiste wijze werd vertegenwoordigd.

Het is echter niet toegestaan een verzoek in te dienen voor het opnieuw voeren van de procedure bij een vonnis inzake nietigverklaring van een huwelijk, echtscheiding, of vaststelling van het niet-bestaan van een huwelijk, indien een van de partijen of beide partijen na het rechtsgeldig worden van het vonnis is c.q. zijn hertrouwd.

« Procestermijnen - Algemene informatie | Polen - Algemene informatie »

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Laatste aanpassing: 11-05-2009

 
  • Gemeinscheftsrecht
  • Internationaal recht

  • België
  • Bulgarije
  • Tsjechië
  • Denemarken
  • Duitsland
  • Estland
  • Ierland
  • Griekenland
  • Spanje
  • Frankrijk
  • Italië
  • Cyprus
  • Letland
  • Litouwen
  • Luxemburg
  • Hongarije
  • Malta
  • Nederland
  • Oostenrijk
  • Polen
  • Portugal
  • Roemenië
  • Slovenië
  • Slowakije
  • Finland
  • Zweden
  • Verenigd Koninkrijk