Europese Commissie > EJN > Procestermijnen > Letland

Laatste aanpassing: 08-05-2009
Printversie Voeg toe aan favorieten

Procestermijnen - Letland

 

INHOUDSOPGAVE

1. Verschillende soorten termijnen die gelden in de verschillende procedureregels in civiele zaken. 1.
2. Nationale feestdagen in Letland en dagen die worden aangemerkt als niet-werkdagen zoals voorgeschreven in Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 van 3 juni 1971. 2.
3. Welke algemene regels gelden er voor de termijnen in de verschillende civiele procedures? 3.
4. Vanaf welk moment begint een termijn te lopen? 4.
5. Als de termijn verstrijkt op een zaterdag, zondag, erkende feestdag of vrije dag, wordt deze dan verlengd tot de eerstvolgende werkdag? Geldt een dergelijke verlenging ook als de termijn in kwestie pas aanvangt na een toekomstige gebeurtenis? 5.
6. Welke regels gelden bij het verlengen of vernieuwen van een procestermijn? 6.
7. Gelden er afwijkende beroepstermijnen voor bepaalde civielrechtelijke zaken? 7.
8. Wat zijn de gevolgen van het niet-naleven van termijnen? 8.

 

1. Verschillende soorten termijnen die gelden in de verschillende procedureregels in civiele zaken.

Procestermijnen zijn vastgestelde perioden binnen welke een handeling moet worden uitgevoerd.

De termijnen kunnen als volgt worden ingedeeld naar de personen of instanties die eraan gebonden zijn:

  1. Termijnen waaraan een rechtbank, rechter of deurwaarder moet voldoen - deze termijnen zijn door de wet voorgeschreven en doorgaans kort. In civiele procedures variëren deze termijnen van één tot veertien dagen - een rechter moet binnen drie dagen na ontvangst van een eis aangeven of hij deze in behandeling neemt, terwijl een vonnis over het zekerstellen van een vordering uiterlijk moet worden uitgesproken op de dag nadat het geding is ingesteld. In bepaalde soorten procedures is vastgelegd binnen welke termijn het onderzoek van een zaak moet beginnen, moet zijn afgesloten en een beslissing moet zijn genomen. Een gewaarmerkt afschrift van het vonnis en het besluit moet binnen drie dagen nadat dit is uitgesproken, worden verzonden. De wet stelt ook regels voor andere termijnen. Soms moet een rechtbank of deurwaarder bepaalde handelingen direct uitvoeren. In bepaalde bij wet voorgeschreven gevallen kan een rechtbank (rechter) een relatieve termijn specifiek maken en hiermee zelf bepalen binnen welke termijn een proceshandeling moet worden uitgevoerd: in complexe zaken kan een rechtbank een vonnis voorbereiden door een samenvatting op te stellen die bestaat uit een inleidend gedeelte en een dictum. In dat geval komt de rechtbank binnen veertien dagen met een volledig vonnis en geeft in het voorbereidende vonnis aan op welke datum het volledige vonnis gereed zal zijn. In de Wet inzake Burgerlijke Rechtsvordering worden echter geen specifieke termijnen gesteld waarbinnen een rechtbank een civiele procedure moet voorbereiden en hierover uitspraak moet doen. In artikel 28 van de Wet inzake de rechterlijke macht wordt echter bepaald dat een rechtbank zaken aangaande schending van de rechten van personen tijdig moet behandelen, dat wil zeggen dat er zo snel mogelijk uitspraak moet worden gedaan, om de rechten van deze personen te waarborgen.
  2. Termijnen voor proceshandelingen die door een procespartij moeten worden uitgevoerd - bepaalde termijnen zijn vastgelegd in de Wet op de Burgerlijke Rechtsvordering: zeven dagen voordat een zaak wordt behandeld voor het indienen van bewijsmateriaal, tien dagen voor het indienen van een accessoire klacht, twintig dagen om in beroep te gaan, etc. In de meeste gevallen worden de termijnen voor procespartijen of andere betrokkenen echter vastgelegd door de rechtbank, de rechter of de deurwaarder door een relatieve termijn specifiek te maken of door deze onafhankelijk vast te stellen, rekening houdend met het type proceshandeling, de afstand tot de woon- of verblijfplaats van een persoon en andere omstandigheden.
  3. Termijnen voor personen die geen procespartij zijn - deze termijnen kunnen alleen door de rechtbank of de rechter worden vastgesteld.

De belangrijkste soorten termijnen zijn:

Bovenkant paginaBovenkant pagina

  1. Termijn voor het indienen van bewijsmateriaal - tenzij de rechter anders beslist, moet bewijsmateriaal uiterlijk zeven dagen voor de zitting worden ingediend. Tijdens de behandeling van een zaak kan nog bewijsmateriaal worden aangeleverd na een met redenen omkleed verzoek van een partij of deelnemer aan de procedure, mits de behandeling van de zaak hierdoor geen vertraging oploopt en de rechtbank de redenen voor het niet tijdig aanleveren van het bewijsmateriaal gegrond verklaart, of als het bewijsmateriaal betrekking heeft op feiten die tijdens de behandeling aan het licht zijn gekomen. Tegen de beslissing van de rechtbank om nieuw bewijsmateriaal te weigeren is geen beroep mogelijk, maar bezwaar hiertegen kan wel worden gemaakt in een appellatoir verzoek of cassatieverzoek;
  2. Termijn voor de eiser om een toelichting in te dienen - zodra de procedure is gestart, worden de conclusie van eis en gewaarmerkte afschriften van bijbehorende documenten direct per aangetekende post naar de eiser gestuurd; hierbij wordt een termijn voor het indienen van een schriftelijke toelichting aangegeven van vijftien tot dertig vanaf de dag van verzending;
  3. Termijn voor een verzoek tot vernieuwing van de procedure en een de novo vonnis om tekortkomingen recht te zetten - binnen twintig dagen nadat een foutief vonnis is verzonden, kan de eiser bij de rechtbank die het vonnis heeft uitgesproken een verzoek indienen de procedure over te doen en een de novo vonnis uit te spreken;
  4. Termijn voor schorsing van de procedure:
    1. indien een natuurlijke persoon is overleden of een rechtspersoon is opgehouden te bestaan terwijl deze persoon procespartij was of derde met een onafhankelijke conclusie, en indien de rechtsbetrekking waarover het geschil bestaat voorziet in de mogelijkheid om rechten over te dragen, loopt deze termijn totdat een belangenbehartigend opvolger is vastgesteld of een wettig vertegenwoordiger is aangesteld;
    2. indien een procespartij of een derde partij niet meer handelingsbekwaam is, loopt de termijn totdat een wettig vertegenwoordiger is aangesteld;
    3. indien een procespartij of een derde partij wegens ziekte, leeftijd of arbeidsongeschiktheid niet meer aan het onderzoek naar een zaak kan deelnemen, loopt de termijn tot de datum die de rechtbank heeft vastgesteld voor het aanstellen van een vertegenwoordiger;
    4. indien de rechtbank een beslissing neemt over voorlegging van een verzoek aan het Grondwettelijke Hof of indien het Grondwettelijke Hof zich buigt over een grondwettelijke eis van de eiser (appellant); indien de rechtbank besluit een zaak door te verwijzen naar het Europese Hof van Justitie voor een prejudiciële procedure; of indien het niet mogelijk is uitspraak in een zaak te doen voordat volgens civiele, strafrechtelijke of administratieve procedures uitspraak is gedaan in een andere zaak, loopt de desbetreffende termijn totdat het vonnis van het Grondwettelijke Hof of van het Europese Hof van Justitie of van de desbetreffende rechtbank voor de civiele, strafrechtelijke of administratieve procedure van kracht wordt;
    5. indien een procespartij of een derde partij met een onafhankelijke conclusie zich voor een langdurige missie of voor zaken buiten Letland bevindt, wordt een bevel afgegeven waarin om aanwezigheid van deze persoon wordt verzocht; indien een partij in de procedure of een derde partij met een onafhankelijke conclusie de behandeling van de zaak wegens ziekte niet kan bijwonen; of indien een rechtbank onderzoek door een deskundige gelast, loopt de desbetreffende termijn totdat bovenstaande omstandigheden niet meer van toepassing zijn;
    6. indien procespartijen een schorsing van de procedure overeen zijn gekomen en een eventuele derde partij met een onafhankelijke conclusie hier geen bezwaar tegen aantekent, loopt de desbetreffende termijn tot de einddatum die in de rechterlijke beslissing is vastgesteld;
  5. Termijn voor het aantekenen van beroep - na de bekendmaking van de uitspraak van een rechtbank in eerste aanleg kan binnen twintig dagen beroep tegen deze uitspraak worden aangetekend. Indien een verkorte uitspraak is gedaan, loopt de termijn voor het instellen van beroep vanaf de datum die de rechtbank heeft vastgesteld voor bekendmaking van het volledige vonnis. Beroep dat wordt aangetekend nadat de termijn is verstreken, is niet-ontvankelijk en wordt geretourneerd aan de indiener;
  6. Termijn voor het indienen van een accessoire klacht - een accessoire klacht kan binnen tien dagen na de dag waarop de rechtbank uitspraak heeft gedaan, worden ingediend, tenzij de Wet inzake Burgerlijke Rechtsvordering anders bepaalt. Een accessoire klacht die wordt ingediend nadat de termijn is verstreken, is niet-ontvankelijk en wordt geretourneerd aan de indiener;
  7. Termijn voor het indienen van een verzoek ten aanzien van nieuwe feiten - de termijn voor het indienen van een dergelijk verzoek loopt:
    1. in geval van essentieel bewijs dat bestond op het moment waarop het vonnis werd gewezen, maar waarvan de aanvrager geen weet had en geen weet kon hebben - vanaf de dag dat deze feiten aan het licht zijn gekomen;
    2. in geval van opzettelijk valse getuigenverklaringen, foutieve deskundigenverklaringen of vertalingen, of valse schriftelijke of materiële bewijsstukken die zijn aangedragen in een strafzaak en op basis waarvan de uitspraak is gedaan; of in geval van criminele activiteiten die naar voren zijn gekomen in een strafzaak en op basis waarvan een onwettige of ongegronde uitspraak is gedaan of beslissing is genomen - vanaf de dag waarop de uitspraak in de strafzaak van kracht wordt;
    3. indien de gerechtelijke uitspraak of de beslissing van een andere instelling, die de basis heeft gevormd voor de uitspraak of de beslissing in deze zaak, wordt vernietigd - vanaf de dag waarop de uitspraak van kracht wordt waarmee de eerdere uitspraak in een civiele of strafzaak wordt vernietigd, of vanaf de dag waarop de beslissing van een andere instelling die de basis heeft gevormd voor de uitspraak of beslissing in deze zaak, wordt vernietigd nadat nieuwe feiten aan het licht zijn gekomen;
    4. indien wordt erkend dat de materiële rechtsnorm die in deze zaak is toegepast niet overeenkomt met een materiële rechtsnorm met een grotere rechtskracht - vanaf de dag waarop het vonnis of de beslissing van kracht wordt en de rechtskracht ervan nietig wordt verklaard, aangezien deze niet overeenstemt met een materiële rechtsnorm met een grotere rechtskracht;
  8. Termijn voor het indienen van executiedocumenten - een executiedocument voor gedwongen executie kan worden ingediend tot tien jaar nadat de beslissing van een rechtbank of rechter van kracht is geworden, tenzij in de wet een andere termijn is gesteld.

Indien in een vonnis is vastgelegd dat een vordering in termijnen moet worden voldaan, blijven de executiedocumenten geldig gedurende de gehele periode waarin de betalingen moeten worden gedaan; de bovengenoemde termijn van tien jaar vangt voor iedere betaling aan op de laatste dag waarop deze betaling verschuldigd is.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

2. Nationale feestdagen in Letland en dagen die worden aangemerkt als niet-werkdagen zoals voorgeschreven in Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 van 3 juni 1971.

Nationale feestdagen

1 mei - herdenking van de convocatie van de constituerende vergadering van de Republiek Letland. Dag van de Arbeid;

4 mei - herdenking van de dag waarop de Verklaring voor herstel van de onafhankelijkheid van de Republiek Letland werd getekend;

23 juni - Līgo-dag (midzomernacht);

24 juni - Jāņi (Sint Jansdag, midzomerdag);

18 november - herdenking van de proclamatie van de Republiek Letland.

Algemeen erkende feestdagen

1 januari - Nieuwjaarsdag;

Goede Vrijdag - de vrijdag voor Pasen;

Paaszondag;

Paasmaandag;

25 en 26 december - Kerstmis;

31 december - oudejaarsdag.

3. Welke algemene regels gelden er voor de termijnen in de verschillende civiele procedures?

Proceshandelingen moeten worden uitgevoerd binnen de termijnen die door de wet zijn voorgeschreven. Indien de wet geen termijn voorschrijft, wordt deze bepaald door een rechtbank of rechter. De termijn die door een rechtbank of rechter wordt bepaald, moet lang genoeg zijn om een proceshandeling uit te voeren.

Voor de uitvoering van elke proceshandeling wordt een specifieke datum, een termijn die eindigt op een bepaalde datum of een termijn uitgedrukt in jaren, maanden, dagen of uren vastgesteld. Als de proceshandeling niet op een specifieke datum hoeft te worden uitgevoerd, kan deze op elk moment binnen de aangegeven termijn worden uitgevoerd. De termijn kan ook worden bepaald door het aangeven van een gebeurtenis die moet plaatsvinden om de termijn te doen ingaan.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

4. Vanaf welk moment begint een termijn te lopen?

Een procestermijn uitgedrukt in jaren, maanden of dagen begint te lopen op de dag volgend op de datum of de gebeurtenis die bepalend is voor de berekening van de termijn.

Een procestermijn uitgedrukt in uren loopt vanaf het uur dat volgt op het uur waarin de gebeurtenis plaatsvindt die bepalend is voor de berekening van de termijn.

5. Als de termijn verstrijkt op een zaterdag, zondag, erkende feestdag of vrije dag, wordt deze dan verlengd tot de eerstvolgende werkdag? Geldt een dergelijke verlenging ook als de termijn in kwestie pas aanvangt na een toekomstige gebeurtenis?

  • Een termijn uitgedrukt in jaren verstrijkt in het laatste jaar van de termijn in de maand en op de dag met hetzelfde getal als de maand en de dag waarop de termijn aanving.
  • Een termijn uitgedrukt in maanden verstrijkt in de laatste maand van de termijn op de dag met hetzelfde getal als de dag waarop de termijn aanving. Als er in de laatste maand van de termijn geen dag met hetzelfde getal voorkomt, verstrijkt de termijn op de laatste dag van die maand.
  • Een vastgestelde termijn die loopt tot een bepaalde datum, verstrijkt op die datum.
  • Als de laatste dag van een termijn een zaterdag, zondag of erkende feestdag is, geldt de eerstvolgende werkdag als de laatste dag van de termijn.
  • Een proceshandeling waarvan de termijn verstrijkt, mag worden uitgevoerd tot 12 uur 's avonds op de laatste dag van de termijn.
  • Indien de proceshandeling moet worden uitgevoerd in de rechtbank, verstrijkt de termijn op het moment van beëindiging van de werkdag van de rechtbank. Indien een conclusie van eis, een beroep of een ander document op de laatste dag van de termijn voor 12 uur 's avonds door een bevoegde tussenpersoon wordt bezorgd, valt deze handeling binnen de termijn.

6. Welke regels gelden bij het verlengen of vernieuwen van een procestermijn?

Als een procespartij hierom verzoekt, vernieuwt de rechtbank de termijn indien er sprake is van in gebreke blijven, en indien de redenen hiervan als rechtmatig worden aangemerkt.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Een rechtbank kan een termijn vernieuwen indien:

  1. de termijn is verstreken;
  2. de termijn wettelijk is vastgelegd;
  3. de termijn voor een procespartij is bedoeld om zijn of haar rechten uit te oefenen.

Procestermijnen waarvoor een verjaringstermijn geldt, kunnen niet worden vernieuwd. Een termijn voor het indienen van een executiedocument voor de tenuitvoerlegging van een vonnis met een verjaringstermijn van tien jaar lopend vanaf de dag dat het vonnis van de rechtbank of de rechter van kracht werd, kan bijvoorbeeld niet worden vernieuwd.

Wanneer een overschreden termijn wordt vernieuwd, staat de rechtbank tegelijkertijd toe dat de verlate proceshandeling alsnog wordt uitgevoerd.

Indien een procespartij hierom verzoekt, kan een procestermijn die is vastgesteld door een rechtbank, rechter of deurwaarder al worden verlengd voordat de termijn is verstreken. Termijnen die bij wet zijn vastgelegd, kunnen niet worden verlengd. Indien er ten aanzien van een door een rechtbank, rechter of deurwaarder opgelegde termijn sprake is van in gebreke blijven, kan de persoon waarvoor de termijn geldt, verzoeken een nieuwe termijn vast te stellen om de proceshandeling alsnog uit te voeren.

Een verzoek om verlenging of vernieuwing van een termijn in geval van in gebreke blijven, moet worden ingediend bij de rechtbank waar de proceshandeling had moeten worden uitgevoerd. De rechtbank beslist tijdens een zitting over het verzoek, en de betrokkenen bij de zaak worden van tevoren op de hoogte gesteld van de tijd en de plaats van de zitting. Indien deze personen verstek laten gaan, is dit niet van invloed op de behandeling van het verzoek.

Een verzoek om vernieuwing van een procestermijn moet vergezeld gaan van documenten die vereist zijn voor het uitvoeren van de proceshandeling en moet met redenen zijn omkleed.

Een termijn die door een rechter is vastgesteld, kan door een enkelvoudige kamer worden verlengd.

Er kan een accessoire klacht worden ingediend, indien een rechtbank of rechter het verzoek om verlenging of vernieuwing van een termijn afwijst.

7. Gelden er afwijkende beroepstermijnen voor bepaalde civielrechtelijke zaken?

(Zie vraag 1e).

8. Wat zijn de gevolgen van het niet-naleven van termijnen?

Het recht op het uitvoeren van proceshandelingen vervalt bij het verstrijken van termijnen die bij wet of door een rechtbank zijn vastgelegd. Verzoekschriften en andere documenten die na het vervallen van een procestermijn worden ingediend, worden niet meer geaccepteerd.

« Procestermijnen - Algemene informatie | Letland - Algemene informatie »

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Laatste aanpassing: 08-05-2009

 
  • Gemeinscheftsrecht
  • Internationaal recht

  • België
  • Bulgarije
  • Tsjechië
  • Denemarken
  • Duitsland
  • Estland
  • Ierland
  • Griekenland
  • Spanje
  • Frankrijk
  • Italië
  • Cyprus
  • Letland
  • Litouwen
  • Luxemburg
  • Hongarije
  • Malta
  • Nederland
  • Oostenrijk
  • Polen
  • Portugal
  • Roemenië
  • Slovenië
  • Slowakije
  • Finland
  • Zweden
  • Verenigd Koninkrijk