Europese Commissie > EJN > Procestermijnen > Griekenland

Laatste aanpassing: 31-10-2007
Printversie Voeg toe aan favorieten

Procestermijnen - Griekenland

 

INHOUDSOPGAVE

1. Welke termijnen worden gehanteerd? 1.
2. Lijst van feestdagen die worden aangemerkt als niet-werkdag krachtens Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 van 3 juni 1971 2.
3. Waar zijn de algemene regels over termijnen in de verschillende procedures te vinden? 3.
4. Vanaf welk moment begint een termijn voor een formele handeling te lopen? 4.
4.a) Is het moment waarop een termijn begint te lopen afhankelijk van de manier waarop het document wordt bezorgd (zelf bezorgen, per deurwaarder of per post)? 4.a)
5. Vanaf wanneer begint een termijn te lopen? 5.
5.a) Als de termijn is uitgedrukt in dagen, begint de termijn dan te lopen vanaf de datum van de handeling, de bezorging, of de gebeurtenis? 5.a)
5.b) Als de termijn is uitgedrukt in dagen, omvat het aantal aangegeven dagen kalenderdagen of slechts werkdagen? 5.b)
5.c) Als een termijn geldt van maanden of jaren? 5.c)
5.d) Wanneer verstrijken dergelijke termijnen? 5.d)
6. Als de termijn verstrijkt op een zaterdag, zondag of erkende feestdag, wordt deze dan verlengd tot de eerstvolgende werkdag? Geldt een dergelijke verlenging ook als de termijn in kwestie pas start na een toekomstige gebeurtenis? 6.
7. Indien het verzoek wordt gericht aan een gerecht met zetel op het vasteland van de lidstaat (in lidstaten die gebieden buiten het vasteland of geografisch gescheiden gebieden hebben)1, worden de termijnen verlengd voor personen die in een van deze gebieden wonen of verblijven of voor personen die in het buitenland wonen of verblijven? Zo ja, hoe lang worden de termijnen dan verlengd? 7.
8. Omgekeerd, indien het verzoek wordt gericht aan een gerecht met zetel in een van de geografisch gescheiden gebieden, worden de termijnen verlengd voor personen die niet in een van deze gebieden wonen of verblijven of voor personen die in het buitenland wonen of verblijven? 8.
9. Gelden afwijkende termijnen voor bepaalde civielrechtelijke zaken? 9.
10. Kunnen gerechten in noodgevallen of wegens een andere oorzaak, de dagvaardingstermijn verkorten of een bepaalde dag stellen voor de zitting? En het tegenovergestelde, kan de dagvaardingstermijn worden verlengd? 10.
11. Als een betekening bestemd voor een partij met een vaste woonplaats waarvoor een verlengde termijn geldt, geschiedt op een plaats waar voor de bewoners geen verlengde termijn geldt, verliest deze partij dan het voordeel van de verlenging van de termijn? 11.
12. Wat zijn de gevolgen van niet-naleven van termijnen? 12.
13. Als de termijn is verstreken, welke rechtsmiddelen hebben de niet-verschenen partijen? 13.

 

1. Welke termijnen worden gehanteerd?

Termijnen zijn de perioden waarbinnen een proceshandeling moet worden verricht of kennisgeving daarvan moet worden ontvangen met het oog op de behandeling van de rechtszaak of de rechtsgeldigheid van de proceshandeling. De vaststelling van termijnen heeft als doel de rechtspleging te versnellen en het recht op een hoorzitting veilig te stellen. Procestermijnen zijn termijnen waarvan de inachtneming of het verzuim procedurele gevolgen heeft. Er zijn twee hoofdvormen van termijnen: 1) HANDELINGSTERMIJNEN zijn termijnen waarbinnen de proceshandeling moet worden verricht, zoals de wettelijke termijn voor het instellen van hoger beroep (artikel 318, lid 1 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering) en 2) VOORBEREIDINGSTERMIJNEN zijn termijnen die aan de proceshandeling voorafgaan. Dergelijke termijnen, zoals de termijn voor het dagvaarden van de verweerder (artikel 228 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering) zijn doorgaans in het voordeel van de verweerder in die zin dat ze hem de tijd geven om zich voor te bereiden. Dit verschil is van belang, omdat termijnen voor proceshandelingen in onderlinge overeenstemming tussen partijen kunnen worden verlengd, terwijl voorbereidingstermijnen niet kunnen worden verlengd. Termijnen voor proceshandelingen die op een officiële feestdag aflopen, verstrijken op de eerstvolgende werkdag, terwijl voorbereidingstermijnen verstrijken op hun vervaldag, ongeacht of dit een niet-werkdag is of een officiële feestdag. Hieronder volgen enkele belangrijke termijnen die zijn opgenomen in het wetboek van burgerlijke rechtsvordering:

  1. Termijnen voor dagvaarding van partijen na het aanhangig maken van de zaak zijn: zestig (60) dagen voor de zitting, tenzij de partij in het buitenland woont of haar verblijfplaats onbekend is, in welk geval de termijn negentig (90) dagen voor de hoorzitting is (artikel 228 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).
  2. Termijn voor verzoek tot vernietiging van een verstekvonnis: vijftien (15) dagen voor de betekening van het verstekvonnis aan partijen die in Griekenland wonen. Indien de partij tegen wie een verstekvonnis is uitgesproken in het buitenland woont of indien haar verblijfplaats onbekend is, is de termijn zestig (60) dagen voor de betekening van het vonnis (artikel 503 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).
  3. Termijn voor hoger beroep: dertig (30) dagen vanaf de betekening van het eindvonnis indien de eiser in Griekenland woont. Indien de partij in het buitenland woont of haar verblijfplaats onbekend is, is de termijn zestig (60) dagen vanaf de betekening van het eindvonnis. Indien het eindvonnis niet is betekend, is de termijn voor instelling van het hoger beroep drie (3) jaar vanaf de bekendmaking van het vonnis (artikel 518 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).
  4. Termijn voor een tweede behandeling van de zaak: zestig (60) dagen indien de eiser in Griekenland woont. Indien de eiser in het buitenland woont of indien zijn verblijfplaats onbekend is, is de termijn honderdtwintig (120) dagen (artikel 545 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).
  5. Termijn voor beroep in cassatie: dertig (30) dagen vanaf de betekening van het vonnis indien de eiser in Griekenland woont. Indien de eiser in het buitenland woont of zijn verblijfplaats onbekend is, is de termijn negentig (90) dagen vanaf de betekening van het vonnis. Indien het vonnis niet is betekend, is de termijn voor het beroep in cassatie drie (3) jaar vanaf de bekendmaking van het vonnis (artikel 564 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

Procestermijnen zijn vastgelegd in het wetboek van burgerlijke rechtsvordering en in andere procedures, zoals die welke betrekking hebben op huwelijkskwesties (echtscheiding, nietigverklaring van het huwelijk enzovoorts), faillietverklaring, verzoeken tot vernietiging van een faillietverklaring bij verstek (artikel 632 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering), salarisgeschillen, arbeidsgeschillen, rechterlijke bevelen, tenuitvoerlegging en verzoeken tot vernietiging van een verstekvonnis inzake tenuitvoerlegging.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

2. Lijst van feestdagen die worden aangemerkt als niet-werkdag krachtens Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 van 3 juni 1971

Niet-werkdagen in Griekenland worden opgesomd in wet 1157/1981, hoewel de lijst niet uitputtend is. Voor een niet-werkdag geldt als criterium dat er in het algemeen geen transacties worden verricht. Voor bepaalde beroepen of diensten zijn niet-werkdagen daarom niet relevant. Niet-werkdagen kunnen nationale, religieuze of andere feestdagen zijn, zoals regionale of incidentele feestdagen. Officiële feestdagen zijn niet-werkdagen voor de overheidsdiensten. De volgende dagen gelden als officiële feestdagen: 25 maart (nationale feestdag), 28 oktober (nationale feestdag), 1 januari, Driekoningen (6 januari), Goede Vrijdag, paaszaterdag, 1 mei, 15 augustus, eerste en tweede kerstdag, pinkstermaandag, Asmaandag, paasmaandag en elke zondag.

3. Waar zijn de algemene regels over termijnen in de verschillende procedures te vinden?

De artikelen 144-151 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering betreffen de procestermijnen. Al naar gelang de bron van de termijn wordt er een onderscheid gemaakt tussen wettelijke termijnen (termijnen gesteld door de wet, zoals termijnen voor het aanhangig maken van een zaak), rechterlijke termijnen (termijnen gesteld door de behandelend rechter voor wie de partijen in persoon verschijnen, krachtens artikel 245 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering), opschortende termijnen (termijnen die de hoorzitting doen verzetten naar een latere datum als sanctie voor het niet in acht nemen van de termijn) en verplichte termijnen (termijnen die als sanctie voor het niet in acht nemen het tenietgaan van het recht tot gevolg hebben). Het aanvangs- en vervalmoment van termijnen wordt hieronder behandeld. Een termijn wordt opgeschort indien een partij overlijdt voordat de termijn verstrijkt. Indien de opgeschorte termijn begon te lopen vanaf de betekening of kennisgeving van een document, zal de nieuwe termijn een aanvang nemen met de betekening of kennisgeving van hetzelfde document aan de wettelijke opvolger van de overledene. Indien de opgeschorte termijn begon te lopen vanaf een andere gebeurtenis, zal de nieuwe termijn beginnen met de betekening van een verklaring met die strekking aan de bovenbedoelde personen. Indien een zaak wordt verdaagd voordat een termijn verstrijkt, wordt de termijn opgeschort en begint de nieuwe termijn te lopen vanaf het moment dat de zaak wordt hervat. De periode van 1 tot en met 31 augustus wordt buiten beschouwing gelaten met betrekking tot de termijnen voor proceshandelingen als bedoeld in artikel 147, lid 7 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering (dat termijnen omvat voor het aanhangig maken van zaken en voor verzoeken tot vernietiging van een verstekvonnis).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

De wet staat toe dat termijnen in onderlinge overeenstemming tussen partijen en met instemming van de rechter worden verlengd. Zowel wettelijke als rechterlijke termijnen kunnen worden verlengd, mits dit geen invloed heeft op de rechten van derden. Rechters zijn niet gebonden aan de inhoud van een verzoek tot verlenging en kunnen dergelijke tussen partijen overeengekomen verzoeken geheel of gedeeltelijk verwerpen, afhankelijk van hun beoordeling van de omstandigheden van het geval. Met andere woorden, de partijen dienen de gronden aan te geven die de verlenging rechtvaardigen. Ten slotte kunnen termijnen worden verkort in onderlinge overeenstemming tussen de partijen en bij rechterlijke beslissing. Alle wettelijke termijnen kunnen worden verkort met uitzondering van termijnen voor het aanhangig maken van zaken.

4. Vanaf welk moment begint een termijn voor een formele handeling te lopen?

De termijn begint te lopen op de dag die volgt op het aanvangsmoment (momento ad momentum). Termijnen verstrijken doorgaans om 19.00 uur op hun vervaldag. Handelingstermijnen die op een officiële feestdag aflopen, verstrijken de volgende dag. Termijnen worden ook verlengd als ze op een zaterdag verstrijken. Indien de tweede dag na afloop van de termijn ook een officiële feestdag is, wordt de termijn verlengd tot de eerstvolgende dag die geen officiële feestdag is. De termijn begint op de volgende dag te lopen om te voorkomen dat er een dag verloren gaat als het aanvangsmoment (doorgaans betekening of kennisgeving) zich vlak voor 19.00 uur voordoet. Het is niet relevant of de volgende dag (dat wil zeggen de dag waarop de termijn begint te lopen) een niet-werkdag is. Het is evenmin relevant of er sprake is van niet-werkdagen gedurende de termijn, tenzij de wet uitdrukkelijk anders bepaalt (artikel 632 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering betreffende verzoeken tot vernietiging van een faillietverklaring bij verstek).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

4.a) Is het moment waarop een termijn begint te lopen afhankelijk van de manier waarop het document wordt bezorgd (zelf bezorgen, per deurwaarder of per post)?

Het wetboek van burgerlijke rechtsvordering kent geen bepaling voor de verlenging of verkorting van termijnen indien de documenten per post of anderszins worden verzonden.

5. Vanaf wanneer begint een termijn te lopen?

5.a) Als de termijn is uitgedrukt in dagen, begint de termijn dan te lopen vanaf de datum van de handeling, de bezorging, of de gebeurtenis?
[Is het voor het begin van de termijn op enige wijze van belang of de geadresseerde daadwerkelijk informatie over de handeling heeft ontvangen of ervan op de hoogte is? Zo ja, hoe?]

De dag waarop het aanvangsmoment van de termijn zich voordoet, telt alleen mee indien dit expliciet bij wet, rechterlijke uitspraak of overeenkomst is toegestaan. Dit geldt niet voor de bepaling dat de termijn begint met de betekening of kennisgeving. De belangrijke termijnen voor het instellen van hoger beroep, beroep in cassatie of het indienen van een verzoek tot vernietiging van een verstekvonnis beginnen te lopen vanaf de dag die volgt op de betekening of bekendmaking van het vonnis. Indien echter wordt bepaald dat de termijn vanaf een bepaalde dag een aanvang neemt, telt die dag mee. Wanneer de termijn begint met de betekening is het voor de berekening van de termijn (overeenkomstig het antwoord op vraag 4) niet relevant of langs andere weg kennis is genomen van de inhoud van het te betekenen document.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

5.b) Als de termijn is uitgedrukt in dagen, omvat het aantal aangegeven dagen kalenderdagen of slechts werkdagen?

Zoals hierboven reeds is aangegeven, is het niet relevant of de termijn niet-werkdagen omvat. Alleen als dit uitdrukkelijk is bepaald, tellen uitsluitend werkdagen mee voor de termijn (zoals de termijn voor verzoeken tot vernietiging van een faillietverklaring bij verstek, die doorgaans verstrijkt op maandag 18 april (sic).

5.c) Als een termijn geldt van maanden of jaren?

Ook wanneer de termijn wordt uitgedrukt in maanden of jaren, is het niet relevant of de termijn niet-werkdagen omvat.

5.d) Wanneer verstrijken dergelijke termijnen?
[Zijn er aanvangsmomenten voor termijnen die bij wijze van uitzondering of in het bijzonder van toepassing zijn in bepaalde burgerlijke procedures?]

Aangezien termijnen die bij wet of door de rechter zijn bepaald beginnen te lopen op de dag die volgt op de dag waarop het aanvangsmoment zich voordoet, wordt de uiterste vervaldag bepaald aan de hand van de dag die volgt op het aanvangsmoment.

Indien de termijn wordt uitgedrukt in jaren, verstrijkt de termijn aan het einde van dezelfde dag in het laatste jaar van de termijn. Indien een rechterlijke uitspraak bijvoorbeeld op 8 mei 2000 wordt bekendgemaakt, verstrijkt de termijn om in hoger beroep te gaan op 9 mei 2003 (waarbij het voor de berekening niet relevant is of een van de jaren een schrikkeljaar is).

Indien de termijn wordt uitgedrukt in maanden, verstrijkt de termijn aan het einde van dezelfde dag van de laatste maand van de termijn. Indien een dergelijke dag niet bestaat, verstrijkt de termijn op de laatste dag van de maand (waarbij het aantal dagen van elke maand niet relevant is).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Een termijn van een half jaar duurt zes (6) maanden en een termijn van twee weken duurt vijftien (15) dagen.

Indien de termijn wordt uitgedrukt in uren, worden tussenliggende officiële feestdagen niet meegerekend. Het laatste uur wordt bepaald aan de hand van de aanvang van de termijn, en is het eerste uur na het aanvangsmoment. Indien een beëdigde verklaring bijvoorbeeld gepland staat voor 10.00 uur, is de betekening van de dagvaarding tijdig verricht wanneer deze om 9.40 uur plaatsvond.

6. Als de termijn verstrijkt op een zaterdag, zondag of erkende feestdag, wordt deze dan verlengd tot de eerstvolgende werkdag? Geldt een dergelijke verlenging ook als de termijn in kwestie pas start na een toekomstige gebeurtenis?

Indien de termijn verstrijkt op een officiële feestdag of een zaterdag, wordt deze verlengd tot de eerstvolgende dag die geen officiële feestdag is. Dit is eveneens het geval als de termijn begint te lopen vanaf een toekomstige gebeurtenis.

7. Indien het verzoek wordt gericht aan een gerecht met zetel op het vasteland van de lidstaat (in lidstaten die gebieden buiten het vasteland of geografisch gescheiden gebieden hebben)1, worden de termijnen verlengd voor personen die in een van deze gebieden wonen of verblijven of voor personen die in het buitenland wonen of verblijven? Zo ja, hoe lang worden de termijnen dan verlengd?

Het wetboek van burgerlijke rechtsvordering kent geen bepaling over verlenging van termijnen voor ingezetenen van afgelegen of geografisch gescheiden gebieden van Griekenland. Indien de partij echter buiten Griekenland woont of haar verblijfplaats onbekend is, voorziet het wetboek van burgerlijke rechtsvordering in een langere termijn, al naar gelang de procedure.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

8. Omgekeerd, indien het verzoek wordt gericht aan een gerecht met zetel in een van de geografisch gescheiden gebieden, worden de termijnen verlengd voor personen die niet in een van deze gebieden wonen of verblijven of voor personen die in het buitenland wonen of verblijven?

Wederom is het zo dat de wet niet voorziet in de verlenging van termijnen op grond van afstand, ongeacht of het gerecht ver van de woonplaats van de partij is gevestigd. De termijn is in het algemeen voor alle partijen dezelfde. Wel is er een bijzondere bepaling voor partijen die buiten Griekenland wonen.

9. Gelden afwijkende termijnen voor bepaalde civielrechtelijke zaken?

De termijnen voor beroep zijn vastgelegd in artikel 518, lid 1 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering. Indien de eiser in beroep in Griekenland woont, is de termijn dertig (30) dagen en indien hij in het buitenland woont of zijn verblijfplaats onbekend is, is deze zestig (60) dagen. De termijn van zestig (60) dagen geldt niet voor personen die tijdelijk in het buitenland verblijven (op vakantie of bij afwezigheid voor enkele dagen voor een bepaald doel). Voor hen geldt een termijn met een bepaalde duur die afhangt van hun beroepsmatige of gezinsomstandigheden.

10. Kunnen gerechten in noodgevallen of wegens een andere oorzaak, de dagvaardingstermijn verkorten of een bepaalde dag stellen voor de zitting? En het tegenovergestelde, kan de dagvaardingstermijn worden verlengd?

Het Griekse rechtssysteem aanvaardt dat de aanspraak op wettelijke bescherming zowel permanente als tijdelijke wettelijke bescherming omvat, ongeacht de aard van het geschil. De procedure voor een rechterlijk bevel (artikelen 682-738 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering) betreft zaken waarbij de rechter, rekening houdend met de urgentie van de zaak of ter afwending van een dreigend gevaar, maatregelen kan bevelen om rechten veilig of zeker te stellen of om een situatie in goede banen te leiden en deze vervolgens kan wijzigen of intrekken. Aangezien dergelijke gevallen urgent zijn, is de rechter verantwoordelijk voor het bepalen van de tijd en plaats waarop het verzoek om het rechterlijk bevel wordt gehoord en dient hij snel te handelen, waarbij hij op gepaste wijze rekening houdt met het recht van partijen op een hoorzitting. Daarom is het aan de rechter om de dagvaardingsmethode en de termijn voor dagvaarding van partijen te bepalen. Dit geldt ook wanneer partijen in het buitenland wonen of hun verblijfplaats niet bekend is. De hoorzitting kan eventueel plaatsvinden op een zondag of officiële feestdag. Met uitzondering van rechterlijke bevelen zijn de hierboven aangegeven termijnen in andere burgerlijke procedures van toepassing en is er geen bepaling die verlenging mogelijk maakt.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

11. Als een betekening bestemd voor een partij met een vaste woonplaats waarvoor een verlengde termijn geldt, geschiedt op een plaats waar voor de bewoners geen verlengde termijn geldt, verliest deze partij dan het voordeel van de verlenging van de termijn?

Deze situatie doet zich niet voor in het Griekse rechtssysteem.

12. Wat zijn de gevolgen van niet-naleven van termijnen?

Er zijn geen procedurele gevolgen verbonden aan het niet in acht nemen van termijnen voor proceshandelingen. Indien een termijn waarbinnen de partijen moeten handelen, verstrijkt zonder dat ze enige handeling verrichten, gaat hun recht teniet. Bij voorbereidingstermijnen verschillen de gevolgen. Zo kan de zaak niet-ontvankelijk worden verklaard (artikel 271, lid 1 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

13. Als de termijn is verstreken, welke rechtsmiddelen hebben de niet-verschenen partijen?

Herstel in de vorige toestand is een rechtsmiddel dat in de grondwet is vastgelegd en dat een partij die een termijn heeft verzuimd in staat stelt om in geval van overmacht of van bedrog door de andere partij, een verzoek in te dienen tot herstel van de toestand voorafgaande aan het verstrijken van de termijn.

Een verzoek tot herstel in de vorige toestand kan echter niet worden ingediend als het gebaseerd is op a) een tekortkoming van de zijde van de door eiser in de arm genomen advocaat of raadsman; b) omstandigheden waarover de rechter zich in het kader van het onderzoek van een verzoek tot verlenging of opschorting van de termijn reeds heeft uitgesproken om de desbetreffende verlenging of opschorting toe te wijzen. In het verzoek moet worden vermeld waarom de termijn niet werd gehaald, moet het bewijs worden leveren op basis waarvan de waarheid kan worden vastgesteld, moet worden aangeven welke proceshandeling werd verzuimd of moet worden aangeven dat de handeling inmiddels is verricht. Het verzoek tot herstel in de vorige toestand dient te worden behandeld binnen dertig (30) dagen na de dag waarop het beletsel dat de oorzaak was van de overmacht werd opgeheven of waarop kennis werd genomen van het bedrog van de andere partij. Indien de bovenstaande termijn niet wordt gehaald, kan geen nieuw verzoek worden ingediend (artikelen 152-158 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

Nadere inlichtingen

1 Bijvoorbeeld: de Azoren of Madeira voor Portugal, de overzeese departementen en gebieden voor Frankrijk, de Canarische Eilanden voor Spanje enz.

« Procestermijnen - Algemene informatie | Griekenland - Algemene informatie »

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Laatste aanpassing: 31-10-2007

 
  • Gemeinscheftsrecht
  • Internationaal recht

  • België
  • Bulgarije
  • Tsjechië
  • Denemarken
  • Duitsland
  • Estland
  • Ierland
  • Griekenland
  • Spanje
  • Frankrijk
  • Italië
  • Cyprus
  • Letland
  • Litouwen
  • Luxemburg
  • Hongarije
  • Malta
  • Nederland
  • Oostenrijk
  • Polen
  • Portugal
  • Roemenië
  • Slovenië
  • Slowakije
  • Finland
  • Zweden
  • Verenigd Koninkrijk