Europese Commissie > EJN > Procestermijnen > Duitsland

Laatste aanpassing: 16-04-2007
Printversie Voeg toe aan favorieten

Procestermijnen - Duitsland

 

INHOUDSOPGAVE

1. Geef een omschrijving van de verschillende termijnen die in uw lidstaat gelden voor civiele zaken; bijvoorbeeld: procestermijnen, verjarings¬termijnen, vooraf vastgestelde periodes, enz… 1.
2. Geef een lijst van de verschillende dagen die volgens uw wetgeving worden aangemerkt als niet-werkdagen in de zin van Verordening (EEG, EURATOM) nr. 1182/71 van juni 1971. 2.
3. Welke algemene regels gelden in uw land voor termijnen voor civiele procedures? Geef verwijzingen naar toepasselijke wetgeving in civiele zaken. 3.
4. Indien een handeling of formaliteit vóór het einde van een termijn moet worden verricht, wat is dan het moment van aanvang – d.w.z. het moment waarop de termijn ingaat (dies a quo) – van die handeling of formaliteit? 4.
4.a) Kan het moment van aanvang waarop de termijn begint te lopen, worden beïnvloed of gewijzigd door de wijze van overdracht of bezorging van de documenten (persoonlijke overhandiging door een deurwaarder of postbedrijf)? 4.a)
5.
5.a) Is het moment van aanvang voor een termijn op een bepaalde manier afhankelijk van de ontvangst of kennis van de handeling door de ontvanger. Zo ja, hoe? 5.a)
5.b) Indien een termijn in dagen is uitgedrukt, worden daar dan ook kalenderdagen mee bedoeld of alleen werkdagen? 5.b)
5.c) Indien een dergelijke termijn is uitgedrukt in maanden of jaren? 5.c)
5.d) Zijn er termijnen die een moment van aanvang kennen dat bij wijze van uitzondering of dat in het bijzonder van toepassing is in bepaalde civiele procedures? 5.d)
6. Indien de periode afloopt op een zaterdag, zondag, een feestdag of een niet-werkdag, wordt de termijn dan verlengd tot de volgende werkdag? Geldt deze verlenging ook als de bewuste periode aanvangt als een gebeurtenis in de toekomst zich voordoet? 6.
7. Als het verzoek wordt gericht aan een jurisdictie met zetel in het moederland van de lidstaat (in lidstaten die gebieden hebben die buiten het moederland liggen of geografisch gescheiden gebieden), worden de termijnen dan verlengd voor personen die in een van deze gebieden wonen of verblijven of voor personen die in het buitenland wonen of verblijven? Zo ja, hoeveel tijd komt er dan bij? 7.
8. Omgekeerd, als het verzoek wordt gericht aan een jurisdictie met zetel in een van die gebieden die geografisch gescheiden zijn van het moederland, worden de termijnen dan verlengd voor personen die niet in een van deze gebieden wonen of verblijven of voor personen die in het buitenland wonen of verblijven? 8.
9. Zijn er termijnen voor beroepsprocedures voor bepaalde civiele zaken? 9.
10. Kunnen rechtbanken in noodgevallen of om een andere reden de verschijningstermijnen verkorten of een speciale verschijningsdatum vaststellen? Omgekeerd, kunnen deze termijnen worden verlengd? 10.
11. Indien van een besluit dat gericht is tot een partij die verblijft op een plaats waar hij/zij in aanmerking komt voor een verlenging van een termijn, kennisgeving plaatsvindt op een plaats waar degenen die daar verblijven niet in aanmerking komen voor een dergelijke verlenging, heeft die persoon dan geen recht op verlenging? 11.
12. Wat zijn de sancties in het geval van niet naleving van de termijnen? 12.
13. Indien de termijn verstrijkt welke rechtsmiddelen staan dan ter beschikking aan nalatige partijen? 13.

 

1. Geef een omschrijving van de verschillende termijnen die in uw lidstaat gelden voor civiele zaken; bijvoorbeeld: procestermijnen, verjarings¬termijnen, vooraf vastgestelde periodes, enz…

a) procestermijnen

In Duitsland zijn in de artikelen 214 - 229 Zivilprozessordnung (ZPO) algemene regels voor procestermijnen te vinden, terwijl de specifieke bepalingen van individuele termijnen verdeeld in het ZPO te vinden zijn.

In beginsel wordt een onderscheid gemaakt tussen zogenaamde „eigenlijke termijnen“ als periodes, waarin degenen die bij het proces betrokken zijn proceshandelingen kunnen verrichten of – ter voorkoming van verlies van rechten - moeten, en zogenaamde „oneigenlijke termijnen“, waarbinnen het gerecht ingevolge de wet bepaalde ambtelijke handelingen moet verrichten.

Binnen de „eigenlijke termijnen“ wordt vervolgens een onderscheid gemaakt tussen de wettelijke termijnen, waarvan de duur door de wet wordt bepaald, en de gerechtelijke termijnen, waarvan de duur door het gerecht naar eigen goeddunken wordt bepaald. Tot de wettelijke termijnen behoren ook de zogenaamde „fatale termijnen“ volgens artikel 224, leden I en 2 ZPO, die door het burgerlijk procesrecht steeds als zodanig worden aangeduid en die niet ingekort of verlengd mogen worden.

Daarentegen kunnen gerechtelijke en wettelijke termijnen, niet echter fatale termijnen en oneigenlijke termijnen, door een daartoe strekkende afspraak van de partijen worden ingekort, maar niet worden verlengd. Een termijnwijziging (d.w.z. een verlenging alsook een inkorting) door het gerecht is bij gerechtelijke termijnen in beginsel mogelijk, in het geval van wettelijke termijnen alleen in de door de wet voorziene gevallen, waarbij in beide gevallen een wijziging door het gerecht steeds alleen dan plaatsvindt, indien een partij gewichtige redenen voor een termijnwijziging aannemelijk kan maken.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Voor de partijen in de civiele procedure zijn onder andere de volgende termijnen van belang:

a) In de aanmaningsprocedure

In de aanmaningsprocedure kan een bezwaar tegen de schriftelijke aanmaning tot betaling krachtens artikel 692, lid I, nummer 3 ZPO en een bezwaar tegen het exploot tot executie krachtens de artikelen 700, lid I en 339, lid I ZPO slechts binnen een termijn van twee weken worden ingediend.

b) In de onderzoeksprocedure
  1. Ten behoeve van een tijdige voorbereiding van de mondelinge behandeling met voldoende garantie voor het horen door de rechter bepaalt artikel 132 ZPO algemeen, dat voorbereidende conclusies tijdig bij het gerecht moeten worden ingediend, zodat ze minstens een week voor de mondelinge behandeling naar de tegenpartij kunnen worden verstuurd.
  2. Indien de rechter overgaat tot het vaststellen van een zogenaamde eerdere eerste termijn, dan moet hij de gedaagde een termijn van minimaal twee weken geven voor het indienen van de conclusie van antwoord, zie artikel 275 leden I onder1, en III en artikel 277, lid III ZPO. Indien de rechter een schriftelijk gerechtelijk vooronderzoek gelast, moet de gedaagde krachtens artikel 276, lid I onder 1 ZPO binnen de fatale termijn van twee weken mededelen of hij bereid is om verweer te voeren tegen de eis; krachtens artikel 276 lid I, onder 2 ZPO verleent het gerecht hem minimaal nog eens twee weken voor het indienen van de schriftelijke conclusie van antwoord.
  3. Indien de gedaagde niet tijdig mededeelt dat hij bereid is om verweer te voeren, dan geeft het gerecht op verzoek van de eiser zonder mondelinge behandeling een vonnis waarbij de eis krachtens artikel 331, lid III ZPO wordt toegewezen (een zogenaamd verstekvonnis). Een verstekvonnis wordt ook gegeven, indien eiser of gedaagde niet ter zitting verschijnen of niet ingaan op de zaak zelf. De partij, tegen wie een verstekvonnis is gegeven, beschikt binnen de fatale termijn van twee weken vanaf de betekening van het verstekvonnis over het rechtsmiddel van hoger beroep, zie de artikelen 338 en 339, lid I ZPO. Indien het beroep ontvankelijk is (met name voor wat betreft de termijn), wordt de procedure teruggebracht naar de situatie van voor het verzuim.
  4. De fatale termijn voor het instellen van het rechtsmiddel van hoger beroep bedraagt krachtens artikel 517 ZPO een maand, de termijn voor de motivering van het hoger beroep krachtens artikel 520, lid II ZPO twee maanden. Beide termijnen beginnen te lopen vanaf het moment van de betekening van het volledige vonnis, uiterlijk echter vijf maanden na de bekendmaking. Voor het geven van een reactie op het hoger beroep is een gerechtelijke termijn van minimaal twee weken voorzien.
  5. Indien het vonnis van het Hof van Beroep het rechtsmiddel van revisie niet toelaat, dan kan daartegen binnen de fatale termijn van een maand vanaf het moment van de betekening van het volledige vonnis beroep wegens niet ontvankelijkheid worden aangetekend, zie artikel 544 lid I onder 1, 2 ZPO.
  6. Ook de termijn van revisie is een fatale termijn, die krachtens 548 ZPO een maand bedraagt. De termijn voor motivering bedraagt krachtens artikel 551, lid II, 2 ZPO twee maanden. Beide termijnen beginnen te lopen vanaf het moment van de betekening van het volledige vonnis, uiterlijk echter na het verstrijken van vijf maanden na de bekendmaking.
  7. Het rechtsmiddel van onmiddellijk beroep tegen onherroepelijk geworden vonnissen moet krachtens artikel 569, lid I ZPO binnen de fatale termijn van twee weken vanaf het moment van de betekening van het vonnis, uiterlijk 5 maanden en 2 weken na de bekendmaking van de beslissing worden ingediend. Het beroep dat enkel met een schending van het recht kan worden onderbouwd, moet krachtens artikel 575, lid I, 1 ZPO binnen een fatale termijn van een maand vanaf het moment van de betekening van de beslissing worden ingediend en krachtens artikel 575, lid II ZPO binnen een termijn van nog een maand worden gemotiveerd.
  8. Indien een partij zonder dat dit haar kan worden verweten, verzuimt om gebruik te maken van één van de in artikel 233 ZPO genoemde proceshandelingen (bijvoorbeeld een fatale termijn of een termijn ter motivering van een rechtsmiddel), kan zij indien zij daarom verzoekt worden teruggebracht naar de processuele situatie van vóór het verzuim. Dit verzoek moet krachtens artikel 234 leden I en II ZPO binnen een termijn van twee weken na het opheffen van de belemmering worden gedaan.

2. Geef een lijst van de verschillende dagen die volgens uw wetgeving worden aangemerkt als niet-werkdagen in de zin van Verordening (EEG, EURATOM) nr. 1182/71 van juni 1971.

  • Nieuwjaarsdag - 1 januari
  • Driekoningen – 6 januari (alleen in Baden-Württemberg, Beieren, Sachsen-Anhalt)
  • Goede Vrijdag: de datum varieert, ongeveer eind maart – begin april
  • Eerste Paasdag: de datum varieert, ongeveer eind maart – begin april
  • Tweede Paasdag: de datum varieert, ongeveer eind maart – begin april
  • 1 mei – Dag van de Arbeid
  • Hemelvaart: de datum varieert, in mei
  • Eerste Pinksterdag, de datum varieert, in mei
  • Tweede Pinksterdag, de datum varieert, in mei
  • Sacramentsdag, de datum varieert, ongeveer eind mei – half juni (alleen in Baden-Württemberg, Beieren, Hessen, Nordrhein-Westfalen, Rheinland-Pfalz, Saarland, Sachsen en Thüringen)
  • Maria Hemelvaart, 15 augustus (alleen in Beieren en in Saarland)
  • Dag van de Duitse Eenwording, 3 oktober
  • Hervormingsdag, 31 oktober (alleen in Brandenburg, Mecklenburg-Vorpommern, Sachsen, Sachsen-Anhalt, Thüringen)
  • Allerheiligen, 1 november (alleen in Baden-Württemberg, Beieren, Nordrhein-Westfalen, Rheinland-Pfalz, Saarland)
  • Boete- en Biddag, de datum varieert, ongeveer half – eind november (alleen in Sachsen)
  • Eerste Kerstdag, 25 december
  • Tweede Kerstdag, 26 december

3. Welke algemene regels gelden in uw land voor termijnen voor civiele procedures? Geef verwijzingen naar toepasselijke wetgeving in civiele zaken.

In artikel 222 ZPO wordt bepaald, dat op het berekenen van alle processuele termijnen de voorschriften van het Burgerlijk Wetboek, derhalve de artikelen 187-193 BGB (Bürgerliches Gesetzbuch), van toepassing zijn.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Voor het berekenen van termijnen zie onder punt 5 en 6.

4. Indien een handeling of formaliteit vóór het einde van een termijn moet worden verricht, wat is dan het moment van aanvang – d.w.z. het moment waarop de termijn ingaat (dies a quo) – van die handeling of formaliteit? 

Indien met deze vraag wordt bedoeld, wanneer een binnen een termijn te verrichten handeling in werking treedt en daardoor de termijn handhaaft, luidt het antwoord als volgt:

Een processuele termijn wordt gehandhaafd, indien de processuele handeling voor het verstrijken van de laatste dag van de termijn wordt verricht, dat betekent in de regel wanneer het termijnhandhavende stuk wordt ingediend bij het gerecht. Het gaat derhalve in beginsel niet om het moment van verzenden, maar om het moment van de ontvangst door het gerecht. De termijn kan echter tot het laatste moment worden benut, d.w.z. tot 24 uur van de laatste dag, ook indien er niet meer vanuit kan worden gegaan, dat iemand bij het gerecht daadwerkelijk nog kennis kan dragen van het stuk.

Indien echter met deze vraag wordt bedoeld, hoe het begin van de termijn moet worden vastgesteld, dan luidt het antwoord als volgt:

Indien vóór het begin van een termijn een gebeurtenis of een in de loop van een dag vallend moment doorslaggevend is, dan wordt in artikel § 187, lid I BGB bepaald, dat deze dag bij het bepalen van de termijn niet wordt meegerekend.

4.a) Kan het moment van aanvang waarop de termijn begint te lopen, worden beïnvloed of gewijzigd door de wijze van overdracht of bezorging van de documenten (persoonlijke overhandiging door een deurwaarder of postbedrijf)?

Nee. Voor zover het voor de aanvang van een termijn aankomt op het moment van de bezorging (zie antwoord op vraag 5 d)), is de wijze van bezorging niet van belang. De bezorging vindt plaats op het moment dat het te bezorgen stuk wordt overhandigd aan de ontvanger (artikel 177 ZPO), of indien één van de in de artikelen 178, 180, 181 ZPO genoemde plaatsvervangende overhandigingswijzen wordt uitgevoerd (bijvoorbeeld overhandiging aan een volwassen familielid, deponeren in de brievenbus).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

5.

5.a) Is het moment van aanvang voor een termijn op een bepaalde manier afhankelijk van de ontvangst of kennis van de handeling door de ontvanger. Zo ja, hoe?

Voor zover het moment van de bezorging bepalend is voor de aanvang van een termijn (zie antwoord op vraag 5 d)), moet worden nagegaan of de bezorging rechtsgeldig heeft plaatsgevonden. In het geval van een plaatsvervangende overhandigingswijze is het voor de rechtsgeldigheid daarvan in beginsel niet bepalend of de ontvanger het stuk daadwerkelijk ontvangt. Voorwaarde is echter steeds, dat zich op het vermelde adres daadwerkelijk (nog steeds) de woning of bedrijfsruimte bevindt van degene aan wie het exploot is gericht.

Indien de ontvanger niet in kennis is gesteld van de procedure en derhalve ook geen rechtsmiddel heeft kunnen instellen tegen de genomen beslissing, dan kan hij onder bepaalde voorwaarden verzoeken om herstel in de vorige toestand (zie antwoord op vraag 13). Gelet op de hier bedoelde bepalende aanvang van de termijn wordt verwezen naar het antwoord op vraag 5 d).

5.b) Indien een termijn in dagen is uitgedrukt, worden daar dan ook kalenderdagen mee bedoeld of alleen werkdagen?

Bijvoorbeeld indien een persoon een handeling moet verrichten, of een document krijgt uitgereikt op maandag 4 april 2005 en hij of zij binnen 14 dagen na ontvangst moet reageren, betekent dit dan dat hij of zij moet reageren voor:

  1. maandag 18 april (kalenderdagen) of
  2. vrijdag 22 april (werkdagen)?

Dit wordt bepaald aan de hand van kalenderdagen en niet aan de hand van werkdagen. In het voorbeeldgeval zou derhalve de termijn aflopen op 18 april en niet pas op 22 april. In het geval echter dat het einde van de termijn zou vallen op een zondag, zaterdag of een algemeen erkende feestdag, dan zou de termijn niet aflopen op die dag, maar op de daarop volgende werkdag (indien bijvoorbeeld 18 april een zaterdag zou zijn, dan zou de termijn pas op maandag 20 april aflopen).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

5.c) Indien een dergelijke termijn is uitgedrukt in maanden of jaren?

Een termijn die op maanden respectievelijk jaren is bepaald, eindigt in het geval dat bij de berekening van de termijn de dag waarop de bepalende gebeurtenis of het bepalende moment valt niet wordt meegerekend, met het verstrijken van de desbetreffende dag van de laatste week of de laatste maand, die door de benoeming of het getal daarvan overeenkomt met de dag, waarop de gebeurtenis of het moment valt. In het geval dat het begin van een dag voor de aanvang van de termijn het bepalende moment is, eindigt de termijn daarentegen met het verstrijken van de desbetreffende dag van de laatste week of de laatste maand, die voorafgaat aan de dag, die door de benoeming of het getal daarvan overeenkomt met de aanvangsdag van de termijn.

In het geval dat van een door maanden bepaalde termijn, in de laatste maand de voor het verstrijken daarvan bepalende dag ontbreekt, eindigt de termijn met het verstrijken van de laatste dag van de maand (bijvoorbeeld aanvang van de termijn 30 januari, einde van de termijn 28 februari).

5.d) Zijn er termijnen die een moment van aanvang kennen dat bij wijze van uitzondering of dat in het bijzonder van toepassing is in bepaalde civiele procedures?

Doorgaans is de aanvang van een termijn gebonden aan de betekening van een stuk, waarop moet worden gereageerd, of aan de beslissing waartegen een rechtsmiddel kan worden ingesteld (vergelijk bijvoorbeeld de artikelen 276 lid 1, regel 1; 329 lid 2, regel 2; 339 lid 1 ZPO). Ook de artikelen 517, 548, 569 lid 1, regel 2 ZPO bepalen dat de beroeps-, revisie- of verzettermijn aanvangt op het moment van de betekening van de beslissing; indien de betekening niet of niet rechtsgeldig heeft plaatsgevonden en er geen herstel krachtens artikel 189 ZPO heeft plaatsgevonden, dan vangt de termijn aan na het verstrijken van vijf maanden na de bekendmaking van de beslissing. De termijn van vijf maanden treedt dan in de plaats van de betekening. Een vergelijkbare regeling is te vinden in artikel 544 lid 1, regel 2 ZPO voor een beroep wegens niet ontvankelijkheid, echter hier is pas na het verstrijken van zes maanden sprake van een de betekening vervangende werking.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Een andere aanvang van de termijn is in het bijzonder van toepassing op rechtsmiddelen, waarmee in bijzondere gevallen de rechtskracht van het vonnis kan worden doorbroken:

  • de termijn voor het verzoek tot herstel in de vorige toestand vangt aan op de dag, waarop de belemmering verholpen is (artikel 234 lid 2 ZPO);
  • de termijn voor het indienen van een klacht omtrent het horen krachtens artikel 321a ZPO vangt aan op het moment dat men op de hoogte is geraakt van het feit dat het horen door het gerecht is overtreden (artikel 321a, lid 2, regel 1 ZPO);
  • de termijn voor het indienen van een eis tot nietigverklaring en de eis tot restitutie (revisie van de procedure, de artikelen 578 e.v. ZPO) vangt aan op de dag, waarop de partij op de hoogte is geraakt van de vernietigingsgrond, echter niet voor het intreden van de rechtskracht van het vonnis (artikel 586, lid 2, regel 1 ZPO).

Ook de termijn voor de eis tot vernietiging in een oproepingsprocedure (de artikelen 946 e.v. ZPO) vangt aan op de dag, waarop de eiser op de hoogte is geraakt van het uitsluitingsvonnis (artikel 958, lid 1, regel 2 ZPO).

6. Indien de periode afloopt op een zaterdag, zondag, een feestdag of een niet-werkdag, wordt de termijn dan verlengd tot de volgende werkdag? Geldt deze verlenging ook als de bewuste periode aanvangt als een gebeurtenis in de toekomst zich voordoet?

In het geval dat de termijn afloopt op een zondag, zaterdag of algemeen erkende feestdag, is niet die dag beslissend, maar de daarop volgende werkdag.

7. Als het verzoek wordt gericht aan een jurisdictie met zetel in het moederland van de lidstaat (in lidstaten die gebieden hebben die buiten het moederland liggen of geografisch gescheiden gebieden), worden de termijnen dan verlengd voor personen die in een van deze gebieden wonen of verblijven of voor personen die in het buitenland wonen of verblijven? Zo ja, hoeveel tijd komt er dan bij?

Nu het grondgebied van de Bondsrepubliek Duitsland niet over dergelijke geografische bijzonderheden beschikt, is er geen reden voor bijzondere regelingen. Het Duitse burgerlijke procesrecht kent derhalve geen algemene termijnverlenging voor personen, waarvan de woonplaats op grotere afstand van het bevoegde gerecht is gelegen. Artikel 141, lid I, 2 ZPO bepaalt echter, dat het gerecht in individuele gevallen kan afzien van de eis dat een partij in persoon moet verschijnen, indien van die partij niet kan worden verlangd om in persoon te verschijnen, vanwege de „grote afstand“ van de woonplaats van die partij tot het gerecht. Daarbij geldt een afstand van honderden kilometers in verband met de tegenwoordig meestal goede verkeersomstandigheden niet als „groot“; het hangt derhalve af van de totale omstandigheden in een individueel geval, dus ook van de gezondheidssituatie van de partij.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

8. Omgekeerd, als het verzoek wordt gericht aan een jurisdictie met zetel in een van die gebieden die geografisch gescheiden zijn van het moederland, worden de termijnen dan verlengd voor personen die niet in een van deze gebieden wonen of verblijven of voor personen die in het buitenland wonen of verblijven?

Zie het antwoord op vraag 7

9. Zijn er termijnen voor beroepsprocedures voor bepaalde civiele zaken?

Het Duitse burgerlijk recht en burgerlijk procesrecht kennen bijvoorbeeld de volgende bijzondere termijnen:

  1. De artikelen 957, lid II en 958 ZPO geven voor de eis tot vernietiging in een oproepingsprocedure een fatale termijn van een maand.
  2. In een scheidsrechterlijke procedure kan de scheidsrechterlijke uitspraak krachtens artikel 1059, lid III, onder 1 en 2 ZPO, voor zover de partijen niet anderszins zijn overeengekomen, binnen drie maanden na datum van ontvangst van de scheidsrechterlijke uitspraak met een eis tot vernietiging bij het gerecht worden aangevochten.
  3. De heropening van een procedure die is afgesloten met een einduitspraak die rechtskracht heeft gekregen, kan plaatsvinden door middel van een eis tot nietigverklaring of een eis tot restitutie krachtens artikel 586 leden I en II ZPO binnen de fatale termijn van een maand vanaf de dag, waarop de partij op de hoogte is geraakt van de vernietigingsgrond.
  4. Voorts kan het gerecht in de gevallen van de artikelen 494a, lid I (zelfstandige bewijsprocedure) en 926, lid I ZPO (beslag) de partij een termijn stellen ten behoeve van het indienen van een eis.
  5. Indien de huurder niet uiterlijk na het verstrijken van de tweede kalendermaand na de ontvangst van een daartoe strekkend verzoek heeft ingestemd met een huurverhoging, kan de verhuurder krachtens artikel 558b, lid II onder 1 en 2 BGB binnen nog eens drie maanden een eis instellen tot het verlenen van instemming.
  6. Indien een werknemer zich wil beroepen op de nietigheid van zijn ontslag, dan moet hij binnen drie weken na ontvangst van de schriftelijke ontslagmededeling krachtens artikel 4 S. 1 KSchG (het Kündigungsschutzgesetz) een eis indienen bij de rechtbank voor arbeidszaken. Indien hij deze termijn ongebruikt voorbij laat gaan, dan wordt de geldigheid van het ontslag verondersteld.

10. Kunnen rechtbanken in noodgevallen of om een andere reden de verschijningstermijnen verkorten of een speciale verschijningsdatum vaststellen? Omgekeerd, kunnen deze termijnen worden verlengd?

In beginsel kan het gerecht naar eigen goeddunken het tijdstip en de datum van zittingen vaststellen, waarbij dit eigen goeddunken gebonden is aan de verplichting tot procesbevordering en de bepaling om zittingen alleen in noodgevallen naar zondagen, algemene feestdagen of zaterdagen te verplaatsen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Bij de oproeping voor een zitting moet het gerecht een oproepingstermijn in acht nemen van minimaal een week bij processen waarbij procesvertegenwoordiging vereist is en van drie dagen in overige processen, die alleen met overeenstemming van de partijen of op verzoek van een partij kan worden ingekort.

Ten behoeve van de zitting voor de mondelinge behandeling moet het gerecht krachtens artikel 141, lid I ZPO het in persoon verschijnen van de beide partijen bepalen, indien dat ter verduidelijking van de feiten geboden lijkt. Het gerecht kan echter afzien van het in persoon verschijnen, indien van de partij wegens een grote afstand (zie vraag 8) of wegens een andere gewichtige reden niet gevergd kan worden om in persoon te verschijnen. Als „overige gewichtige reden“ in de zin van artikel 141, leden I en 2 ZPO geldt elke voor de partij gewichtige reden, zoals bijvoorbeeld ziekte, reeds geplande vakantie, overbelasting van werk of de te verwachten psychische belasting bij het samentreffen met de andere partij.

Voorts wordt in artikel 227, lid I, onder 1 ZPO bepaald, dat het gerecht op verzoek van een partij om „gewichtige redenen“ een zitting ten behoeve van de mondelinge behandeling kan schorsen of verzetten, en een behandeling kan verdagen. Als gewichtige reden in de zin van dit voorschrift wordt niet aangemerkt het verwijtbare wegblijven van een partij of haar niet verschoonbare slechte voorbereiding, maar de niet naleving van oproepings- of indieningstermijnen, een noodzakelijke wisseling van advocaat, de ziekte van een getuige, advocaat, partij of hun verhindering wegens het overlijden van een naaste bloedverwant. De gewichtige reden voor een verzoek voor verzetting van de zitting moet op verzoek van het gerecht aannemelijk worden gemaakt en wordt strenger gecontroleerd naarmate het verzoek korter voor de zitting wordt gedaan. Na het afschaffen van de gerechtelijke vakantieperiode maakt artikel 227, lid III ZPO het bovendien mogelijk om in de periode van 1 juli tot en met 31 augustus op verzoek van een partij de zitting te verzetten.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

11. Indien van een besluit dat gericht is tot een partij die verblijft op een plaats waar hij/zij in aanmerking komt voor een verlenging van een termijn, kennisgeving plaatsvindt op een plaats waar degenen die daar verblijven niet in aanmerking komen voor een dergelijke verlenging, heeft die persoon dan geen recht op verlenging?

Nu een regeling ontbreekt voor verlenging van een termijn voor partijen waarvan de woonplaats zich in een afgelegen gebied bevindt, kent de Duitse rechtsorde ook niet het probleem van erkenning van hun andere woonplaats.

12. Wat zijn de sancties in het geval van niet naleving van de termijnen?

De niet naleving van een termijn kan verschillende rechtsgevolgen hebben, bijvoorbeeld:

  1. In artikel 296, lid 1 ZPO wordt bepaald, dat aanklagende en verwerende rechtsmiddelen die pas na het verstrijken van een daartoe bepaalde termijn worden ingediend, alleen kunnen worden toegelaten, indien volgens de eigen overtuiging van het gerecht de toelating daarvan de afronding van het rechtsgeding niet zal vertragen of indien de partij afdoende redenen heeft aangedragen ter verschoning van de niet naleving. Krachtens dit voorschrift blijven rechtmatig afgewezen aanklagende en verwerende rechtsmiddelen ook in de beroepsprocedure buiten beschouwing (artikel 531, lid 1 ZPO).
  2. Indien de gedaagde in het gerechtelijk vooronderzoek krachtens artikel 276 ZPO niet binnen twee weken na de ontvangst van de eis zijn bereidheid tot verweer toont, dan kan op verzoek van de eiser tegen hem een verstekvonnis worden uitgevaardigd (artikel 276, lid 1, regel 1 en lid 2 en artikel 331, lid 3 ZPO).
  3. Indien de schuldenaar in de aanmaningsprocedure de termijn voor het indienen van een verweer tegen de aanmaning ongebruikt voorbij laat gaan (artikel 692, lid 1 onder 3 en artikel 694 ZPO), dan wordt op verzoek van de schuldeiser tegen hem een exploot van executie uitgevaardigd (artikel 699, lid 1, regel 1 ZPO).
  4. De niet naleving van een termijn voor het instellen van een rechtsmiddel heeft tot gevolg, dat de beslissing rechtskracht verkrijgt (artikel 705 ZPO). Hetzelfde geldt voor de niet naleving van de termijn voor het indienen van een beroep tegen een verstekvonnis of een exploot van executie. (Bij het beroep gaat het niet om een „rechtsmiddel“ in technische zin, omdat daarover niet een hogere, maar dezelfde instantie beslist).
    De niet naleving van de termijn voor het motiveren van het beroep, de revisie of het verzet heeft tot gevolg, dat het rechtsmiddel als niet ontvankelijk wordt verworpen (zie de artikelen 522, lid 1; 552, lid 1 en 577, lid 1 ZPO).
  5. Hetzelfde geldt met betrekking tot de termijn voor motivering van het beroep wegens niet ontvankelijkheid (artikel 544, lid 2 ZPO).

13. Indien de termijn verstrijkt welke rechtsmiddelen staan dan ter beschikking aan nalatige partijen?

Bij niet naleving van een termijn staan de partij gelet op de onder punt 12 genoemde sancties de volgende rechtsmiddelen ter beschikking:

Bovenkant paginaBovenkant pagina

  1. In het geval van artikel 296, lid 1 ZPO heeft de partij de mogelijkheid, zich te verschonen van de niet naleving van de termijn (zie hierboven). De desbetreffende partij moet in dat geval uiteenzetten en op verzoek van het gerecht aantonen, dat haar de niet naleving van de termijn niet kan worden verweten. Indien zij dat inderdaad kan aantonen, moet het gerecht de te late reactie in zijn overwegingen meenemen.
  2. De partij tegen wie een verstekvonnis is uitgevaardigd, kan hiertegen beroep aantekenen (artikel 338 ZPO). Indien het beroep ontvankelijk is, dat wil met name zeggen dat het beroep met inachtneming van de wettelijke vorm en termijn is ingediend (de artikelen 339 en 340 ZPO), dan wordt de procedure, voor zover het beroep daartoe strekt, teruggebracht naar de situatie van voor het verzuim, artikel 342 ZPO.
  3. Ook tegen een in een aanmaningsprocedure uitgevaardigd exploot van executie kan beroep worden aangetekend, omdat dit krachtens artikel 700 ZPO gelijk is aan een verstekvonnis.
  4. Bij de termijnen voor rechtsmiddelen en de termijn om in hoger beroep te gaan, gaat het om zogenaamde fatale termijnen. Indien een partij buiten haar schuld heeft verzuimt om een fatale termijn na te leven, dan kan zij verzoeken om herstel in de vorige toestand (de artikelen 233 e.v. ZPO). De partij moet hierbij de wettelijke termijn en vorm in acht nemen (de artikelen 234 en 236, lid 1 ZPO). De feiten, waarop men zich ter verschoning beroept in het geval van niet naleving van de termijn, moeten worden uiteengezet en aangetoond (artikel 236, lid 2 ZPO). Binnen de verzoektermijn moet ook de niet verrichte proceshandeling worden verricht, dus moet bijvoorbeeld het beroep worden ingediend.
  5. De mogelijkheid tot herstel in de vorige toestand bestaat onder andere ook in het geval van niet naleving van de termijn voor motivering van een beroep, revisie of verzet.

« Procestermijnen - Algemene informatie | Duitsland - Algemene informatie »

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Laatste aanpassing: 16-04-2007

 
  • Gemeinscheftsrecht
  • Internationaal recht

  • België
  • Bulgarije
  • Tsjechië
  • Denemarken
  • Duitsland
  • Estland
  • Ierland
  • Griekenland
  • Spanje
  • Frankrijk
  • Italië
  • Cyprus
  • Letland
  • Litouwen
  • Luxemburg
  • Hongarije
  • Malta
  • Nederland
  • Oostenrijk
  • Polen
  • Portugal
  • Roemenië
  • Slovenië
  • Slowakije
  • Finland
  • Zweden
  • Verenigd Koninkrijk