Europese Commissie > EJN > Procestermijnen > Tsjechië

Laatste aanpassing: 16-04-2007
Printversie Voeg toe aan favorieten

Procestermijnen - Tsjechië

 

INHOUDSOPGAVE

1. Verschillende soorten termijnen die gelden in de verschillende procedureregels in civiele zaken 1.
1.a) termijnen in het materieel recht 1.a)
1.b) termijnen in het procedureel recht 1.b)
1.c) verjaringstermijnen 1.c)
1.d) bevrijdende verjaringstermijnen 1.d)
2. Lijst van de verschillende dagen die worden aangemerkt als niet-werkdagen in de zin van Verordening (EEG, EURATOM) nr. 1182/71 van 3 juni 1971. 2.
3. Welke algemene regels gelden voor termijnen voor de verschillende civiele procedures? 3.
4. Indien een handeling of formaliteit binnen een bepaalde termijn moet worden verricht, wat is dan het moment van aanvang – d.w.z. het moment waarop de periode ingaat (terminus a quo) – van die handeling of formaliteit? 4.
4.a) Kan het moment van aanvang van de termijn worden beïnvloed of gewijzigd naar gelang van de methode van verzending of betekening van documenten (persoonlijke betekening door een deurwaarder of bezorging per post)? 4.a)
5. Wanneer begint de looptijd van een termijn: 5.
5.a) Als de termijn in dagen is vastgesteld, telt de dag zelf van de handeling, van de gebeurtenis, van de beslissing of van de datum van betekening of kennisgeving waarop de termijn gaat lopen mee? 5.a)
5.b) Indien de looptijd van een termijn in dagen is vastgesteld, geldt het aantal dagen dan in kalenderdagen of alleen in werkdagen? 5.b)
5.c) En als die termijn in maanden of in jaren is vastgesteld? 5.c)
5.d) Wanneer verstrijken dergelijke termijnen? 5.d)
6. Indien de termijn afloopt op een zaterdag, en zondag, een feestdag of een niet-werkdag, wordt deze dan verlengd tot de volgende werkdag? 6.
7. Als het verzoek wordt gericht aan een jurisdictie met zetel in het grondgebied op het vasteland van de lidstaat (in lidstaten die gebieden hebben die buiten het moederland liggen of geografisch gescheiden gebieden 1), worden de termijnen dan verlengd voor personen die in een van deze gebieden wonen of verblijven of voor personen die in het buitenland wonen of verblijven? 7.
8. Omgekeerd, als het verzoek wordt gericht aan een jurisdictie met zetel in een van die gebieden die geografisch gescheiden zijn van het vasteland, worden de termijnen dan verlengd voor personen die niet in een van deze gebieden wonen of verblijven of voor personen die in het buitenland wonen of verblijven? 8.
9. Zijn er termijnen voor beroepsprocedures voor bepaalde civiele zaken? 9.
10. Kunnen rechtbanken in noodgevallen of om een andere reden de verschijningstermijnen verkorten of een speciale verschijningsdatum vaststellen? Omgekeerd, kunnen deze termijnen worden verlengd? 10.
11. Indien van een besluit dat gericht is tot een partij die verblijft op een plaats waar hij/zij in aanmerking komt voor een verlenging van een termijn, kennisgeving plaatsvindt op een plaats waar degenen die daar verblijven niet in aanmerking komen voor een dergelijke verlenging, heeft die persoon dan geen recht op verlenging? 11.
12. Wat zijn de sancties in geval van niet-naleving van termijnen? 12.
13. Hebben partijen die in gebreke zijn nog verhaalsmogelijkheden als de termijn verstrijkt? 13.

 

1. Verschillende soorten termijnen die gelden in de verschillende procedureregels in civiele zaken

Verjaringstermijnen vallen onder het materieel recht van de Tsjechische Republiek. Artikel 122 van het Burgerlijk wetboek (zie onder) bevat algemene regels voor de berekening van termijnen (die ook gelden voor verjaringstermijnen, maar niet voor termijnen in het procedureel recht). De grondwet bevat geen bepaling inzake termijnen die gelden in procedureregels in civiele zaken.

Er is ten aanzien van het begrip verstrijking een verschil tussen een termijn in het materieel recht (krachtens hetwelk een verplichting moet zijn nagekomen op de laatste datum van de termijn, bij gebreke waarvan de bepalingen inzake verjaring van toepassing zijn) en een termijn in het procedureel recht, waarin een beroep bijvoorbeeld uiterlijk op de laatste datum van de termijn ter post moet zijn bezorgd.

1.a) termijnen in het materieel recht

Burgerlijk wetboek (wet nr. 40/1964 Sb. – verzameling wetten), § 122: algemene regels voor het berekenen van termijnen

  1. De looptijd van een termijn in dagen begint op de dag nadat de gebeurtenis zich heeft voorgedaan die bepalend is voor de aanvang van de termijn. Een halve maand wordt aangeduid als vijftien dagen.
  2. De looptijd van een termijn in weken, maanden of jaren eindigt op de dag waarvan de naam of het nummer gelijk is aan de naam of het nummer van de dag waarop de gebeurtenis zich heeft voorgedaan die de aanvang van de termijn heeft ingeluid. Indien de laatste maand een dergelijke dag niet kent, eindigt de termijn op de laatste dag van die maand.
  3. Eindigt de termijn op een zaterdag, een zondag of een feestdag, dan loopt de termijn af op de volgende werkdag.
1.b) termijnen in het procedureel recht

Wetboek van burgerlijke rechtsvordering (wet nr. 99/1963 Sb.), § 55 en volgende

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Termijnen

§ 55

Indien in deze wet geen termijn is vastgesteld voor de uitvoering van een taak, zal de kamervoorzitter de termijn indien nodig vaststellen. De kamervoorzitter kan de door hem of haar vastgestelde termijn verlengen.

§ 56

  1. Een termijn vangt niet aan voor een persoon die de bevoegdheid heeft verloren om aan de procedure deel te nemen of om in rechte op te treden, of voor een persoon ten aanzien van wie de rechtbank heeft bepaald dat deze door een raadsman moet worden vertegenwoordigd (§ 23).
  2. Indien tijdens een procedure een andere deelnemer, een raadsman of de voogd van de deelnemer tot de procedure toetreedt, vangt een termijn voor die persoon aan op het moment dat deze tot de procedure toetreedt.

§ 57

  1. De dag waarop de omstandigheden die bepalend zijn voor de aanvang van de termijn zich hebben voorgedaan, wordt niet meegeteld in de termijn; dit geldt niet als de looptijd van de termijn is vastgesteld in uren.
  2. De looptijd van een termijn die is vastgesteld in weken of jaren eindigt op de dag die gelijk is aan de dag waarop de omstandigheden die bepalend zijn voor de aanvang van de termijn zich hebben voorgedaan. Kent de laatste maand een dergelijke dag niet, dan eindigt de termijn op de laatste dag van de maand. Eindigt de termijn op een zaterdag, een zondag of een feestdag, dan geldt de eerstvolgende werkdag als laatste dag van de termijn. Termijnen die zijn vastgesteld in uren eindigen op het tijdstip waarvan de aanduiding overeenkomt met die van het tijdstip waarop het feit zich heeft voorgedaan dat bepalend is voor de aanvang van de termijn.
  3. Aan een termijn wordt geacht te zijn voldaan als op de laatste dag van de termijn de handeling ter rechtbank is verricht of de voorlegging heeft plaatsgevonden aan de instantie die tot aflevering daarvan gehouden is.

§ 58

Bovenkant paginaBovenkant pagina

  1. De rechtbank mag verschoning verlenen voor het niet naleven van een termijn indien de deelnemer of zijn raadsman deze om verschoonbare redenen niet heeft nageleefd en als gevolg daarvan niet is toegelaten tot een handeling waartoe hij gerechtigd was. Voorlegging dient plaats te vinden binnen vijftien dagen nadat de oorzaak is weggenomen en moet vergezeld gaan van de niet-verrichte handeling.
  2. Een rechtbank kan een verlate voorlegging door een deelnemer aanvaarden en daarmee verschoning verlenen voor het niet naleven van een termijn.
1.c) verjaringstermijnen

Burgerlijk wetboek (wet nr. 40/1964 Sb.), § 101 en volgende

§ 101

Tenzij anders bepaald in de navolgende bepalingen beloopt de verjaringstermijn drie jaar en vangt deze aan op de dag waarop het recht voor de eerste maal kon worden uitgeoefend.

§ 102

Waar het gaat om rechten die eerst moeten worden uitgeoefend bij een individu of een rechtspersoon, vangt de verjaringstermijn aan op de dag waarop het recht aldus is uitgeoefend.

§ 103

Indien partijen zijn overeengekomen dat in termijnen aan de verplichtingen zal worden voldaan, dan vangt de verjaringstermijn van de afzonderlijke termijnen aan op de respectieve vervaldagen daarvan. Indien de gehele schuld opeisbaar wordt door de niet-nakoming van één termijn (§ 565), dan vangt de verjaringstermijn aan op de vervaldag van de niet nagekomen termijn.

§ 104

geschrapt

§ 105

Waar het gaat om het recht van de rechtmatige erfgenaam om te verzoeken om afstand van de nalatenschap (§ 485), vangt de verjaringstermijn aan op het moment waarop de beslissing ter afsluiting van de nalatenschapsprocedure kracht van gewijsde heeft gekregen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

§ 106

  1. Recht op schadevergoeding verjaart na twee jaar gerekend vanaf de dag waarop de gelaedeerde kennis heeft genomen van de schade en van de identiteit van de daarvoor verantwoordelijke persoon.
  2. Het recht op schadevergoeding verjaart uiterlijk na drie jaar en, waar het gaat om moedwillige aangerichte schade, na tien jaar gerekend vanaf de dag waarop de gebeurtenis zich voordeed die tot de schade heeft geleid; deze regel geldt niet voor schade aan de gezondheid.
  3. Indien schade is veroorzaakt door schending van de wettelijke verplichting als gevolg van corruptie, verjaart het recht op schadevergoeding uiterlijk na drie jaar, gerekend vanaf de dag waarop de gelaedeerde kennis heeft genomen van de schade en van de identiteit van de daarvoor verantwoordelijke persoon, doch ten laatste tien jaar na de dag waarop het corrupte gedrag heeft plaatsgehad.

§ 107

  1. Het recht om te verzoeken om inlevering van een ongerechtvaardigde verrijking verjaart binnen twee jaar na de dag waarop de rechthebbende kennis heeft genomen van de ongerechtvaardigde verrijking en van de identiteit van de persoon die zich heeft verrijkt.
  2. Het recht om te verzoeken om inlevering van een ongerechtvaardigde verrijking verjaart uiterlijk na drie jaar en, in geval van moedwillige ongerechtvaardigde verrijking, binnen tien jaar na de dag waarop deze plaatsvond.
  3. Indien partijen bij een ongeldige of vervallen overeenkomst verplicht zijn elkaar al hetgeen ze volgens die overeenkomst hebben ontvangen, terug te geven, neemt de rechtbank het beroep op verjaring alleen in overweging als ook de andere partij een beroep op verjaring kon doen.

§ 108

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Rechten die voortvloeien uit een vervoerskwestie verjaren binnen een jaar, met uitzondering van rechten op vergoeding van schade als gevolg van het vervoer van personen.

§ 109

Een recht in het kader van een erfdienstbaarheid verjaart, tenzij het voor tien jaar wordt uitgeoefend.

§ 110

  1. Een aanspraak die is toegekend bij beslissing met kracht van gewijsde van de rechtbank of een andere instantie verjaart binnen tien jaar gerekend vanaf de dag waarop de aansprakelijke partij krachtens de beslissing tot voldoening moest overgaan. Een aanspraak die in naam en bedrag schriftelijk door de schuldenaar is erkend, verjaart binnen tien jaar gerekend vanaf de dag van de erkenning; indien in de erkenning echter een termijn voor de voldoening is vermeld, vangt de verjaringstermijn aan met het verstrijken van de genoemde termijn.
  2. Dezelfde verjaringstermijn geldt tevens voor afzonderlijke termijnen die voor de voldoening zijn vastgelegd in de beslissing of de erkenning; de verjaringstermijn van de afzonderlijke termijnen vangt aan op de respectieve vervaldagen daarvan. Indien de gehele schuld opeisbaar wordt door de niet-nakoming van één termijn (§ 565), dan vangt de verjaringstermijn van tien jaar aan op de vervaldag van de niet nagekomen termijn.
  3. Rente en herhaalde voldoening verjaren binnen drie jaar; indien toekenning daarvan kracht van gewijsde heeft of schriftelijk is erkend, geldt de verjaringstermijn alleen voor de rente en de herhaalde voldoening die vervallen zijn nadat de beslissing kracht van gewijsde heeft gekregen of nadat de erkenning heeft plaatsgevonden.

Wetboek van koophandel (wet nr. 519/1991 Sb.): § 397 voorziet in een verjaringstermijn van 4 jaar in zaken die vallen onder dit wetboek.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Tenzij het wetboek anders bepaalt ten aanzien van afzonderlijke rechten, geldt een verjaringstermijn van vier jaar.

1.d) bevrijdende verjaringstermijnen

Burgerlijk wetboek (wet nr. 40/1964 Sb.), § 134

  1. Een rechtmatige bezitter wordt eigenaar van een zaak indien hij deze zaak zonder onderbreking onder zich heeft gehad gedurende ten minste drie jaar voor roerende zaken en gedurende ten minste tien jaar voor onroerend goed.
  2. De eigendom van zaken die niet in eigendom kunnen zijn of van zaken die alleen in eigendom kunnen zijn bij de staat of bij rechtspersonen die bij wet (§ 125) zijn aangewezen, kunnen niet op deze wijze worden verworven.
  3. In de in lid 1 genoemde termijn is de termijn inbegrepen gedurende welke de rechtsvoorganger de zaak rechtmatig onder zich heeft gehad.
  4. Bepalingen houdende regeling van het verloop van de verjaringstermijn zijn overeenkomstig van toepassing op de aanvang en het verloop van de termijn als bedoeld in lid 1.

2. Lijst van de verschillende dagen die worden aangemerkt als niet-werkdagen in de zin van Verordening (EEG, EURATOM) nr. 1182/71 van 3 juni 1971.

Wet nr. 245/2000 Sb. inzake feestdagen:

01.01. Dag van het herstel van de Tsjechische onafhankelijkheid; Nieuwjaarsdag;

Tweede paasdag

01.05. Dag van de arbeid

08.05. Bevrijdingsdag

05.07. Cyrillus en Methodiusdag

06.07. Jan Husdag

28.09. St. Wenceslausdag (Dag van de soevereiniteit)

28.10. Onafhankelijkheidsdag

17.11. Dag van de Strijd voor vrijheid en democratie

24.12. Dag voor Kerstmis

Bovenkant paginaBovenkant pagina

25.12. Eerste Kerstdag

26.12. Tweede Kerstdag

3. Welke algemene regels gelden voor termijnen voor de verschillende civiele procedures?

Zie antwoord 1b).

4. Indien een handeling of formaliteit binnen een bepaalde termijn moet worden verricht, wat is dan het moment van aanvang – d.w.z. het moment waarop de periode ingaat (terminus a quo) – van die handeling of formaliteit?

Meestal is het moment van aanvang de dag volgend op een bepaalde gebeurtenis.

4.a) Kan het moment van aanvang van de termijn worden beïnvloed of gewijzigd naar gelang van de methode van verzending of betekening van documenten (persoonlijke betekening door een deurwaarder of bezorging per post)?

Nee.

5. Wanneer begint de looptijd van een termijn:

5.a) Als de termijn in dagen is vastgesteld, telt de dag zelf van de handeling, van de gebeurtenis, van de beslissing of van de datum van betekening of kennisgeving waarop de termijn gaat lopen mee?

Zie antwoord 4.

[Hangt het moment van aanvang van een termijn op enigerlei wijze af van de ontvangst of kennisneming van de handeling door de ontvanger? Zo ja, hoe?]

Voor de termijn voor schadevergoedingen wordt verwezen naar § 106 van het Burgerlijk wetboek (wet nr. 40/1964 Sb.).

§ 106

  1. Recht op schadevergoeding verjaart na twee jaar gerekend vanaf de dag waarop de gelaedeerde kennis heeft genomen van de schade en van de identiteit van de daarvoor verantwoordelijke persoon.
  2. Het recht op schadevergoeding verjaart uiterlijk na drie jaar en, waar het gaat om moedwillige aangerichte schade, na tien jaar gerekend vanaf de dag waarop de gebeurtenis zich voordeed die tot de schade heeft geleid; deze regel geldt niet voor schade aan de gezondheid.
  3. Indien schade is veroorzaakt door schending van de wettelijke verplichting als gevolg van corruptie, verjaart het recht op schadevergoeding uiterlijk na drie jaar, gerekend vanaf de dag waarop de gelaedeerde kennis heeft genomen van de schade en van de identiteit van de daarvoor verantwoordelijke persoon, doch ten laatste tien jaar na de dag waarop het corrupte gedrag heeft plaatsgehad.

De termijn voor een beroep overeenkomstig het bepaalde in § 204 van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering (wet nr. 99/1963 Sb.) bedraagt 15 dagen vanaf de betekening van het vonnis.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

§ 204

  1. Het beroep mag binnen vijftien dagen na afgifte van een schriftelijk exploot van een beslissing worden ingediend bij de rechtbank tegen wiens beslissing beroep wordt ingesteld. Wanneer de rechtbank ten aanzien van een beslissing een corrigerende uitspraak doet, begint de termijn weer te lopen nadat de corrigerende uitspraak kracht van gewijsde heeft gekregen.
  2. Het beroep wordt geacht tijdig te zijn ingediend als het na het verstrijken van de termijn van vijftien dagen is ingediend omdat de appellant heeft gehandeld op basis van onjuiste informatie van de rechtbank ten aanzien van het beroep. Indien de beslissing geen informatie bevat ten aanzien van het beroep, de beroepstermijn of de rechtbank waar het beroep moet worden ingesteld, of onjuiste informatie waaruit blijkt dat beroep niet mogelijk is, mag het beroep drie maanden na afgifte van het exploot worden ingesteld.
  3. De rechtbank van eerste aanleg beslist over verschoning van het laten verstrijken van een beroepstermijn. Voor het laten verstrijken van de beroepstermijn wordt geen verschoning verleend in geval van een beroep tegen een beslissing waarin een huwelijk ontbonden, nietig of non-existent wordt verklaard; in deze gevallen is de bepaling in lid 2, tweede zin, niet van toepassing.

Een verstekvonnis overeenkomstig het bepaalde in § 153b van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering (wet nr. 99/1963 Sb.)

§ 153b

  1. Indien de rechtzaak en de dagvaarding ten minste tien dagen tevoren naar behoren en persoonlijk (§ 45) aan de gedaagde zijn afgegeven of, in de gevallen als bedoeld in § 118b, dertig dagen vóór de dag waarop de zitting moet plaatsvinden, en de gedaagde is gewaarschuwd voor de gevolgen van het niet ter zitting verschijnen en zonder goede gronden en zonder zich tijdig af te melden verstek laat gaan bij de eerste zitting in de zaak, worden de verklaringen van de eiser in de zaak aangaande de feitelijke omstandigheden van het geschil als onweerlegbaar beschouwd; op die basis kan de rechtbank in deze rechtzaak een verstekvonnis uitspreken als dit door eiser wordt voorgesteld.

Een betalingsbevel overeenkomstig het bepaalde in § 172 van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering (wet nr. 99/1963 Sb.)

Bovenkant paginaBovenkant pagina

§ 172

  1. De rechtbank kan zelfs zonder een uitdrukkelijk verzoek van de eiser en zonder de gedaagde te horen een betalingsbevel uitvaardigen indien in de aanklacht het recht op een geldelijke vergoeding is begrepen en dit recht voortvloeit uit feiten die door de eiser zijn uiteengezet. In het betalingsbevel wordt de gedaagde gevraagd om hetzij het gevorderde te innen bedrag en de procedurekosten binnen 15 dagen na ontvangst van het betalingsbevel te voldoen, hetzij binnen dezelfde termijn bezwaar aan te tekenen tegen het bevel bij de rechtbank die het heeft uitgevaardigd.
  2. Er kan geen betalingsbevel worden uitgevaardigd:
    1. indien het een onderwerp betreft dat door een kamer zou moeten worden gehoord en waar een kamer over moet beslissen;
    2. indien de verblijfplaats van de gedaagde niet bekend is;
    3. indien het betalingsbevel in het buitenland aan de gedaagde moet worden afgegeven.
  3. Indien de rechtbank geen betalingsbevel uitvaardigt, gelast zij een hoorzitting.

Het is tevens mogelijk om een verzoek om een nieuw gerechtelijk onderzoek in te dienen overeenkomstig het bepaalde in § 233 van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering (wet nr. 99/1963 Sb.). De termijn is dan 3 maanden, gerekend vanaf de dag waarop de persoon die het verzoek voorstelt kennis heeft genomen van de reden voor het nieuwe onderzoek, of vanaf het moment waarop hij daarop een beroep kon doen; de looptijd van de termijn eindigt echter niet vóór het verstrijken van de tijdspanne van drie maanden vanaf de dag waarop de betwiste beslissing kracht van gewijsde heeft gekregen.

Ook kan een verzoek om nietigverklaring worden ingediend overeenkomstig het bepaalde in § 234 van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering (wet nr. 99/1963 Sb.), waarvoor een termijn geldt van 3 maanden vanaf de afgifte van de betwiste beslissing.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Regres is mogelijk overeenkomstig het bepaalde in § 240 van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering (wet nr. 99/1963 Sb.), waarbij een termijn geldt van 2 maanden vanaf de afgifte van de beslissing van het hof van beroep.

5.b) Indien de looptijd van een termijn in dagen is vastgesteld, geldt het aantal dagen dan in kalenderdagen of alleen in werkdagen?

Het gaat om kalenderdagen, met dien verstande dat als de termijn op een zaterdag of een zondag afloopt, antwoord 6 van toepassing is.

Indien iemand bijvoorbeeld op maandag 4 april 2005 een handeling moet verrichten of een document betekend krijgt en hem of haar verzocht wordt om binnen 14 dagen na de betekening te antwoorden, houdt dit dan in dat hij of zij moet antwoorden vóór:

i) maandag 18 april (kalenderdagen)

14 dagen worden gezien als 2 weken, wat betekent dat het onderstaande artikel van toepassing is.

§ 57 van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering (wet nr. 99/1963 Sb.)

(2) De looptijd van een termijn die is vastgesteld in weken of jaren eindigt op de dag die gelijk is aan de dag waarop de omstandigheden die bepalend zijn voor de aanvang van de termijn zich hebben voorgedaan. Kent de laatste maand een dergelijke dag niet, dan eindigt de termijn op de laatste dag van de maand. Eindigt de termijn op een zaterdag, een zondag of een feestdag, dan geldt de eerstvolgende werkdag als laatste dag van de termijn. Termijnen die zijn vastgesteld in uren eindigen op het tijdstip waarvan de aanduiding overeenkomt met die van het tijdstip waarop het feit zich heeft voorgedaan dat bepalend is voor de aanvang van de termijn.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

5.c) En als die termijn in maanden of in jaren is vastgesteld?

§ 122, lid 2, van het Burgerlijk wetboek kan aldus worden uitgelegd dat de termijn aanvangt op de dag volgend op de gebeurtenis (alleen het einde van de termijn is uitdrukkelijk vastgelegd) - zie antwoord 1 a).

5.d) Wanneer verstrijken dergelijke termijnen?

Zie antwoord 1 a), § 122, lid 2, van het Burgerlijk wetboek.

Zijn er aanvangsmomenten voor termijnen die bij uitzondering of speciaal gelden in bepaalde civiele procedures?

Nee.

6. Indien de termijn afloopt op een zaterdag, en zondag, een feestdag of een niet-werkdag, wordt deze dan verlengd tot de volgende werkdag?

Ja (§ 122, lid 3, van het Burgerlijk wetboek).

Geldt deze verlenging ook als de bewuste termijn aanvangt als een gebeurtenis in de toekomst zich voordoet?

Ja.

7. Als het verzoek wordt gericht aan een jurisdictie met zetel in het grondgebied op het vasteland van de lidstaat (in lidstaten die gebieden hebben die buiten het moederland liggen of geografisch gescheiden gebieden 1), worden de termijnen dan verlengd voor personen die in een van deze gebieden wonen of verblijven of voor personen die in het buitenland wonen of verblijven?

Zo ja, hoeveel tijd komt er dan bij? Deze situatie is niet van toepassing voor de Tsjechische Republiek.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

8. Omgekeerd, als het verzoek wordt gericht aan een jurisdictie met zetel in een van die gebieden die geografisch gescheiden zijn van het vasteland, worden de termijnen dan verlengd voor personen die niet in een van deze gebieden wonen of verblijven of voor personen die in het buitenland wonen of verblijven?

Deze situatie is niet van toepassing voor de Tsjechische Republiek.

9. Zijn er termijnen voor beroepsprocedures voor bepaalde civiele zaken?

Nee. Voor de vaste termijn voor het instellen van beroep wordt verwezen naar antwoord 5 a).

10. Kunnen rechtbanken in noodgevallen of om een andere reden de verschijningstermijnen verkorten of een speciale verschijningsdatum vaststellen? Omgekeerd, kunnen deze termijnen worden verlengd?

Nee.

Voor dagvaardingen gelden de volgende bepalingen van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering (wet nr. 99/1963 Sb.):

§ 115

(2) Een dagvaarding moet op een zodanige wijze aan deelnemers worden afgegeven dat ze voldoende voorbereidingstijd hebben, in de regel ten minste tien dagen in zaken als bedoeld in § 118b, en ten minste dertig dagen vóór de zitting moet plaatsvinden.

§ 118b

(1) In aangelegenheden betreffende de persoonsbescherming in overeenstemming met het Burgerlijk wetboek, in aangelegenheden betreffende de bescherming tegen de openbaarmaking van informatie zoals misbruik van de vrijheid van meningsuiting en de persvrijheid, en eventueel de bescherming van rechten van derden uit hoofde van wetten inzake de massamedia, in geschillen naar aanleiding van faillissementen en schikkingen, in aangelegenheden betreffende feiten in geschillen inzake de bescherming van de economische mededinging, feiten in geschillen inzake de bescherming van rechten die worden geschonden of bedreigd door oneerlijke concurrentie, feiten in geschillen die voortvloeien uit de schending of de bedreiging van rechten op het gebied van het handelgeheim en in andere bij wet genoemde aangelegenheden, kunnen de deelnemers uiterlijk vóór het einde van de eerste zitting die dienaangaande plaatsvindt, feiten inbrengen aangaande de aangelegenheid zelf die relevant zijn voor de beslissing en het bewijs daarvoor aanwijzen; feiten en bewijzen die daarna worden ingebracht, worden niet meer in aanmerking genomen. Dit geldt niet als de betreffende feiten of bewijzen tot doel hebben de geloofwaardigheid van delen van de ingebrachte bewijsmiddelen in twijfel te trekken en zich hebben voorgedaan (of aan het licht zijn gekomen) na de eerste zitting, of indien de deelnemer ze buiten zijn of haar schuld niet op tijd kon inbrengen.

(2) De deelnemers moeten in de dagvaarding voor de eerste zitting worden geïnformeerd over hun verplichtingen uit hoofde van lid 1 en de gevolgen van het niet voldoen aan die verplichtingen.

11. Indien van een besluit dat gericht is tot een partij die verblijft op een plaats waar hij/zij in aanmerking komt voor een verlenging van een termijn, kennisgeving plaatsvindt op een plaats waar degenen die daar verblijven niet in aanmerking komen voor een dergelijke verlenging, heeft die persoon dan geen recht op verlenging?

Deze situatie is niet van toepassing voor de Tsjechische Republiek.

12. Wat zijn de sancties in geval van niet-naleving van termijnen?

Niet-naleving van termijnen in (meestal) het materieel recht leidt ertoe dat op de aanspraak de bepalingen inzake verjaring of uitsluiting van toepassing worden, met als gevolg dat het recht niet langer bij wet uitvoerbaar is.

In geval van termijnen in het procedureel recht leidt niet-naleving tot het vervallen van de wettelijke aanspraak.

13. Hebben partijen die in gebreke zijn nog verhaalsmogelijkheden als de termijn verstrijkt?

Voor termijnen in het procedureel recht wordt verwezen naar antwoord 1 b), § 58 van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering (wet nr. 99/1963 Sb.). Voor termijnen in het materieel recht (vastgelegd in het Burgerlijk wetboek) bestaan geen verhaalsmogelijkheden.

Nadere inlichtingen

________________________

1 Bijvoorbeeld: de Azoren of Madeira voor Portugal, de overzeese departementen en gebiedsdelen voor Frankrijk, de Canarische Eilanden voor Spanje, enz...

« Procestermijnen - Algemene informatie | Tsjechië - Algemene informatie »

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Laatste aanpassing: 16-04-2007

 
  • Gemeinscheftsrecht
  • Internationaal recht

  • België
  • Bulgarije
  • Tsjechië
  • Denemarken
  • Duitsland
  • Estland
  • Ierland
  • Griekenland
  • Spanje
  • Frankrijk
  • Italië
  • Cyprus
  • Letland
  • Litouwen
  • Luxemburg
  • Hongarije
  • Malta
  • Nederland
  • Oostenrijk
  • Polen
  • Portugal
  • Roemenië
  • Slovenië
  • Slowakije
  • Finland
  • Zweden
  • Verenigd Koninkrijk