Europese Commissie > EJN > Procestermijnen > Oostenrijk

Laatste aanpassing: 07-06-2007
Printversie Voeg toe aan favorieten

Procestermijnen - Oostenrijk

 

INHOUDSOPGAVE

1. Welke soorten termijnen zijn in burgerlijke zaken van toepassing? 1.
2. Welke dagen zijn niet-werkdagen in de zin van Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 van 3 juni 1971? 2.
3. Welke algemene regels zijn van toepassing op de termijnen voor de verschillende civiele procedures? 3.
4. Indien voor het verrichten van een handeling of formaliteit een termijn is vastgesteld, op welk ogenblik gaat die termijn dan in (dies a quo)? 4.
4.a) Kan het moment van aanvang van de termijn worden beïnvloed of gewijzigd door de wijze van betekening of kennisgeving van documenten (persoonlijke overhandiging door een deurwaarder of per post)? 4.a)
5. Wanneer begint deze termijn? 5.
5.a) Indien een termijn in dagen is uitgedrukt, gaat de termijn dan in op de dag van de handeling, de gebeurtenis of het vonnis resp. van de betekening of kennisgeving? 5.a)
5.b) Indien een termijn in dagen is uitgedrukt, worden dan de kalenderdagen of alleen de werkdagen geteld? 5.b)
5.c) En wanneer een termijn in maanden of jaren is uitgedrukt? 5.c)
5.d) Wanneer eindigen dergelijke termijnen? 5.d)
6. Indien de termijn afloopt op een zaterdag, zondag, feestdag of niet-werkdag, wordt deze dan verlengd tot de eerstvolgende werkdag? 6.
7. Indien het verzoek wordt gericht aan een rechtbank met zetel in het moederland van de lidstaat (in lidstaten die gebieden buiten het moederland of geografisch gescheiden gebieden hebben), worden de termijnen dan verlengd voor personen die in een van deze gebieden wonen of verblijven of voor personen die in het buitenland wonen of verblijven? Zo ja, hoeveel tijd komt er dan bij? 7.
8. Omgekeerd, indien het verzoek wordt gericht aan een rechtbank met zetel in een van de gebieden die geografisch van het moederland zijn gescheiden, worden de termijnen dan verlengd voor personen die niet in een van deze gebieden wonen of verblijven of voor personen die in het buitenland wonen of verblijven? 8.
9. Gelden er voor bepaalde civiele zaken speciale termijnen? 9.
10. Kunnen rechtbanken in noodgevallen of om andere redenen de dagvaardingstermijn verkorten of voor de dagvaarding een speciale termijn vaststellen? Is het omgekeerd ook mogelijk de dagvaardingstermijn te verlengen? 10.
11. Indien een partij die verblijft op een plaats waar zij voor termijnverlenging in aanmerking komt, van een besluit in kennis wordt gesteld op een plaats waar degenen die daar verblijven niet in aanmerking komen voor een dergelijke verlenging, verliest die partij dan het voordeel van de verlenging van de termijn? 11.
12. Welke gevolgen heeft de niet-naleving van een termijn? 12.
13. Welke rechtsmiddelen staan partijen ter beschikking die een termijn niet in acht hebben genomen? 13.

 

1. Welke soorten termijnen zijn in burgerlijke zaken van toepassing?

Het Oostenrijkse recht kent verschillende soorten termijnen.

Allereerst wordt er een onderscheid gemaakt tussen termijnen in het procesrecht en termijnen in het materieel recht. Procestermijnen (antwoordtermijnen) zijn termijnen waarbinnen een partij of andere procesdeelnemer een bepaalde proceshandeling kan of moet verrichten. Materieelrechtelijke termijnen zijn termijnen waarbinnen een bepaalde gebeurtenis moet plaatsvinden, wil de rechtsorde daaraan bepaalde materieelrechtelijke gevolgen verbinden (bijvoorbeeld de termijn voor het instellen van een rechtsvordering tot opheffing van een bezitsstoornis ex § 454 ZPO (Zivilprozessordnung – Oostenrijks wetboek van burgerlijke rechtsvordering) of de opzegtermijnen in het huurrecht ex § 560 ZPO). Van belang is dat bij procestermijnen de dagen voor de postbezorging niet zijn inbegrepen, terwijl dat bij materieelrechtelijke termijnen wel het geval is. Dit betekent bijvoorbeeld dat een rechtsmiddel (procestermijn) tijdig is ingesteld wanneer het daartoe strekkende geschrift is gepost op de laatste dag van de termijn waarbinnen het rechtsmiddel kan worden aangewend (datum van het poststempel), ook indien het pas enige tijd na het verstrijken van de termijn bij de rechtbank wordt bezorgd.

Wettelijke, gerechtelijke en indicatieve termijnen:

Het maakt in het Oostenrijkse recht ook verschil of de duur van de termijn rechtstreeks door de wet wordt bepaald (bijvoorbeeld termijnen voor het instellen van een rechtsmiddel) of dat deze door de rechter moet worden vastgesteld, afhankelijk van wat in het concrete geval noodzakelijk is (bijvoorbeeld de termijn voor het storten van een waarborgsom voor de proceskosten). Een combinatie van beide is de indicatieve termijn, waarbij de wet slechts een bepaald kader voorschrijft (een minimum- of maximumtermijn of, zoals in § 257, lid 1, ZPO, een globale indicatie van de termijn waarbinnen een voorbereidende zitting dient plaats te vinden).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Absolute termijnen worden bepaald door het tijdstip waarop ze verstrijken (meestal een kalenderdag); bij relatieve termijnen worden aanvang en duur aangegeven.

In de regel kunnen termijnen door de rechter worden verlengd (verlengbare termijnen erstreckbare Fristen). In uitzonderingsgevallen is verlenging van de termijn bij wet verboden; in dat geval spreekt men van niet-verlengbare of fatale termijnen (unerstreckbare oder Notfristen), bijvoorbeeld de termijnen voor het instellen van een rechtsmiddel.

Het onderscheid tussen herstelbare (restituierbare) en niet-herstelbare (nicht restituierbare) termijnen heeft betrekking op de vraag of in het geval van het niet in acht nemen van een termijn herstel in de vorige toestand mogelijk is. In de regel zijn termijnen herstelbaar. Indien herstel in de vorige toestand bij wijze van uitzondering is verboden, spreekt men van een Präklusiv- of Fallfrist (d.w.z. dat men zijn recht na het verstrijken van de termijn niet meer kan opeisen). Voorbeelden van dergelijke termijnen in het procesrecht zijn de termijnen voor een eis tot nietigverklaring en voor een verzoek tot revisie (§ 534 ZPO).

2. Welke dagen zijn niet-werkdagen in de zin van Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 van 3 juni 1971?

Niet-werkdagen zijn in Oostenrijk zaterdag, zondag, Goede Vrijdag en de wettelijk erkende feestdagen. Wettelijk erkende feestdagen zijn in Oostenrijk Nieuwjaarsdag (1 januari), Driekoningen (6 januari), Tweede Paasdag, 1 mei (Staatsfeiertag), Hemelvaart, Tweede Pinksterdag, Sacramentsdag, Maria Hemelvaart (15 augustus), Nationale Feestdag (26 oktober), Allerheiligen (1 november), Maria Onbevlekt Ontvangen (8 december) en Eerste en Tweede Kerstdag (25 en 26 december).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

3. Welke algemene regels zijn van toepassing op de termijnen voor de verschillende civiele procedures?

De bepalingen over termijnen zijn hoofdzakelijk te vinden in § 123 tot en met § 129 ZPO en in § 140 tot en met § 143 ZPO alsmede in § 89 GOG (Gerichtsorganisationsgesetz – Oostenrijkse wet op de rechterlijke organisatie).

4. Indien voor het verrichten van een handeling of formaliteit een termijn is vastgesteld, op welk ogenblik gaat die termijn dan in (dies a quo)?

In de regel gaat een termijn in met de rechtsgeldige betekening of kennisgeving van de beslissing die de termijn voorschrijft of doet ingaan of anders met de uitspraak van de beslissing (§ 124 ZPO).

4.a) Kan het moment van aanvang van de termijn worden beïnvloed of gewijzigd door de wijze van betekening of kennisgeving van documenten (persoonlijke overhandiging door een deurwaarder of per post)?

Neen, zoals onder punt 4 is aangegeven, is in beginsel de dag van betekening of kennisgeving de gebeurtenis die een (proces)termijn doet ingaan. Dit staat los van de vraag op welke wijze de betekening of kennisgeving plaatsvindt.

5. Wanneer begint deze termijn?

De termijn begint met de betekening of kennisgeving dan wel met de uitspraak van de beslissing die de termijn voorschrijft of doet ingaan.

5.a) Indien een termijn in dagen is uitgedrukt, gaat de termijn dan in op de dag van de handeling, de gebeurtenis of het vonnis resp. van de betekening of kennisgeving?

Neen, bij de berekening van de termijn wordt de dag waarop de gebeurtenis valt die de termijn doet ingaan (bijvoorbeeld de betekening), niet meegeteld.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Is het moment van aanvang van een termijn afhankelijk van de vraag of de ontvanger van de handeling op de hoogte is? Zo ja, hoe?

Neen.

5.b) Indien een termijn in dagen is uitgedrukt, worden dan de kalenderdagen of alleen de werkdagen geteld?

De termijnen worden berekend op basis van kalenderdagen.

Als iemand bijvoorbeeld een handeling moet verrichten of een document krijgt uitgereikt op maandag 4 april 2005 met het verzoek om binnen 14 dagen na ontvangst te reageren, betekent dit dat hij of zij moet reageren voor:

i) dinsdag 19 april (de laatste dag waarop kan worden gereageerd is maandag 18 april).

5.c) En wanneer een termijn in maanden of jaren is uitgedrukt?

Ook in dat geval worden de termijnen berekend op basis van kalenderdagen.

5.d) Wanneer eindigen dergelijke termijnen?

Termijnen die in weken, maanden of jaren worden uitgedrukt, eindigen met het verstrijken van de dag van de laatste week of de laatste maand, waarvan de aanduiding of het getal overeenkomt met de aanvangsdag van de termijn (§ 125, lid 2, ZPO). Indien deze dag ontbreekt in de laatste maand van de termijn (bijvoorbeeld omdat een in maanden uitgedrukte termijn begint op 31 januari), dan eindigt de termijn met het verstrijken van de laatste dag van die maand (§ 125, lid 2, ZPO). Niet-werkdagen hebben geen invloed op de aanvang en het verloop van een termijn.

Kennen termijnen die in uitzonderingsgevallen of in bepaalde civiele procedures van toepassing zijn, een specifiek moment van aanvang?

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Neen.

6. Indien de termijn afloopt op een zaterdag, zondag, feestdag of niet-werkdag, wordt deze dan verlengd tot de eerstvolgende werkdag?

Ja. Indien het einde van een termijn op een zaterdag, zondag, feestdag of op Goede Vrijdag valt, eindigt de termijn pas op de eerstvolgende werkdag.

Geldt deze verlenging ook indien de termijn ingaat bij een toekomstige gebeurtenis?

Ja.

7. Indien het verzoek wordt gericht aan een rechtbank met zetel in het moederland van de lidstaat (in lidstaten die gebieden buiten het moederland of geografisch gescheiden gebieden hebben), worden de termijnen dan verlengd voor personen die in een van deze gebieden wonen of verblijven of voor personen die in het buitenland wonen of verblijven? Zo ja, hoeveel tijd komt er dan bij?

Deze situatie is niet van toepassing op Oostenrijk.

8. Omgekeerd, indien het verzoek wordt gericht aan een rechtbank met zetel in een van de gebieden die geografisch van het moederland zijn gescheiden, worden de termijnen dan verlengd voor personen die niet in een van deze gebieden wonen of verblijven of voor personen die in het buitenland wonen of verblijven?

Deze situatie is niet van toepassing op Oostenrijk.

9. Gelden er voor bepaalde civiele zaken speciale termijnen?

De termijnen voor het instellen van een rechtsmiddel zijn in beginsel afhankelijk van de vorm van de beslissing (vonnis of beschikking) en van de inhoud van de zaak. In contentieuze procedures bedraagt de termijn voor het indienen van een beroepschrift (Rekursfrist) in de regel veertien dagen en de termijn voor hoger beroep (Berufungsfrist) vier weken.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

10. Kunnen rechtbanken in noodgevallen of om andere redenen de dagvaardingstermijn verkorten of voor de dagvaarding een speciale termijn vaststellen? Is het omgekeerd ook mogelijk de dagvaardingstermijn te verlengen?

In de regel kunnen termijnen door de rechter worden verlengd (erstreckbare Fristen). In uitzonderingsgevallen is verlenging van de termijn bij wet verboden; in dat geval spreekt men van niet-verlengbare of fatale termijnen (unerstreckbare oder Notfristen), bijvoorbeeld de termijnen voor het instellen van een rechtsmiddel.

Alle termijnen kunnen door partijen worden verkort door middel van een overeenkomst, waarvan het bestaan schriftelijk moet worden aangetoond. De rechtbank kan op verzoek van een der partijen de termijn verkorten, wanneer aannemelijk wordt gemaakt dat zulks noodzakelijk lijkt ter voorkoming van aanzienlijke schade en wanneer de desbetreffende proceshandeling tijdens de verkorte termijn zonder problemen kan worden verricht door de partij die de termijn in acht moet nemen (§ 129 ZPO).

Inwilliging van een verzoek tot verlenging van een termijn is mogelijk, wanneer de partij die bij deze termijn is gebaat, om dwingende of zeer gewichtige redenen de proceshandeling niet binnen de gestelde termijn kan verrichten en met name wanneer deze partij onherstelbare schade zou lijden wanneer de termijn niet wordt verlengd (§ 128, lid 2, ZPO). Partijen mogen een termijn niet bij overeenkomst verlengen (§ 128, lid 1, ZPO).

11. Indien een partij die verblijft op een plaats waar zij voor termijnverlenging in aanmerking komt, van een besluit in kennis wordt gesteld op een plaats waar degenen die daar verblijven niet in aanmerking komen voor een dergelijke verlenging, verliest die partij dan het voordeel van de verlenging van de termijn?

Neen, want het gaat hier om de termijnen van proceshandelingen, die ten overstaan van een Oostenrijkse rechter moeten worden vastgesteld.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

12. Welke gevolgen heeft de niet-naleving van een termijn?

Indien een partij de termijn voor een proceshandeling niet in acht neemt, heeft dat in het algemeen tot gevolg dat die partij van de te verrichten proceshandeling wordt uitgesloten (Präklusionswirkung, § 144 ZPO). Uitzonderingen zijn onder meer § 289, lid 2, ZPO (gevolgen van het niet-verschijnen bij de verkrijging van bewijs) en § 491 ZPO (gevolgen van het niet-verschijnen ter terechtzitting in hoger beroep).

Een te laat verrichte proceshandeling moet in de regel krachtens de wet, maar in sommige gevallen alleen op verzoek, nietig worden verklaard.

In bepaalde gevallen heeft verstek naast algemene gevolgen ook specifieke gevolgen. Die zijn zeer divers. Het belangrijkste specifieke gevolg van verstek is dat een partij kan verzoeken om een verstekvonnis te wijzen wanneer de andere partij niet is verschenen (§ 396 en § 442 ZPO). Andere voorbeelden: wanneer beide partijen niet ter terechtzitting verschijnen, wordt de procedure op grond van § 170 ZPO (voor minstens drie maanden) stilgelegd. Indien de eiser in een procedure inzake huwelijkaangelegenheden niet verschijnt, verklaart de rechtbank de eis op verzoek van gedaagde voor ingetrokken zonder dat afstand is gedaan van de vordering (§ 460, sub 5, ZPO).

13. Welke rechtsmiddelen staan partijen ter beschikking die een termijn niet in acht hebben genomen?

Voor het ongedaan maken van de rechtsgevolgen die ontstaan doordat men heeft verzuimd op een terechtzitting te verschijnen of een proceshandeling te verrichten, komen de volgende rechtsmiddelen in aanmerking:

  1. herstel in de vorige toestand (Wiedereinsetzung in den vorigen Stand) (§ 146 e.v. ZPO)
  2. verzet (Widerspruch) (§ 397a, § 442a ZPO)
  3. hoger beroep (Berufung) (§ 461 e.v. ZPO)
  1. Herstel in de vorige toestand is een rechtsmiddel dat kan worden ingesteld tegen de gevolgen van het verzuimen van een terechtzitting of een aan een termijn gebonden proceshandeling. Het rechtsmiddel is ontvankelijk indien het verzuim van de partij of haar vertegenwoordiger is toe te schrijven aan een onvoorziene of onvermijdelijke gebeurtenis en de partij of haar vertegenwoordiger geen schuld heeft aan het verzuim of dienaangaande slechts een geringe fout heeft begaan (eenvoudige nalatigheid). Dit rechtsmiddel moet binnen veertien dagen nadat de belemmering is opgeheven, worden ingesteld.
  2. Verzet is een rechtsmiddel dat strekt tot opheffing van een verstekvonnis in de zin van § 396 resp. § 442 ZPO. Verzet moet in de regel binnen de niet-verlengbare termijn van veertien dagen na betekening van het verstekvonnis worden aangetekend bij de behandelende rechtbank in de vorm van een conclusie (vorbereitender Schriftsatz).
  3. Een verstekvonnis kan met name dan in hoger beroep worden aangevochten, wanneer men kan motiveren dat er geen sprake is van verstek, omdat een van de nietigheidsgronden van § 477, lid 1, sub 4 en sub 5, ZPO (gebrekkige betekening resp. het ontbreken van de procesvertegenwoordiger van de partij) van toepassing is.

« Procestermijnen - Algemene informatie | Oostenrijk - Algemene informatie »

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Laatste aanpassing: 07-06-2007

 
  • Gemeinscheftsrecht
  • Internationaal recht

  • België
  • Bulgarije
  • Tsjechië
  • Denemarken
  • Duitsland
  • Estland
  • Ierland
  • Griekenland
  • Spanje
  • Frankrijk
  • Italië
  • Cyprus
  • Letland
  • Litouwen
  • Luxemburg
  • Hongarije
  • Malta
  • Nederland
  • Oostenrijk
  • Polen
  • Portugal
  • Roemenië
  • Slovenië
  • Slowakije
  • Finland
  • Zweden
  • Verenigd Koninkrijk