Europese Commissie > EJN > Vereenvoudigde procedures en spoedprocedures > Luxemburg

Laatste aanpassing: 28-06-2006
Printversie Voeg toe aan favorieten

Vereenvoudigde procedures en spoedprocedures - Luxemburg

 

Betalingsbevelprocedure

1. Bestaan van een betalingsbevelprocedure

Voor de snelle invordering van schuldvorderingen voorziet het Luxemburgse recht in een eenzijdige betalingsbevelprocedure (procédure des ordonnances sur requête).

Opgemerkt zij dat een eenzijdige betalingsbevelprocedure zowel voor de vrederechter (juge de paix) (voor schuldvorderingen tot 10.000 euro) als voor de arrondissementsrechtbank (tribunal d'arrondissement) (voor schuldvorderingen van meer dan 10.000 euro) kan worden ingesteld. In dit deel wordt alleen de eenzijdige betalingsbevelprocedure voor de arrondissementsrechtbank besproken. De procedure voor de vrederechter wordt besproken in het deel over de procedure voor geringe vorderingen.

1.1. Toepassingsgebied van de procedure

a) Voor welke zaken kan deze procedure worden aangewend?

De eenzijdige betalingsbevelprocedure is van toepassing op geldvorderingen van meer dan 10.000 euro in hoofdsom (rente en kosten niet inbegrepen).

De eenzijdige betalingsbevelprocedure kan slechts worden ingesteld ten aanzien van een schuldenaar die zijn woonplaats in Luxemburg heeft.

De eenzijdige betalingsbevelprocedure kan slechts worden ingesteld voor geldvorderingen die door schriftelijke bewijsstukken worden gestaafd. De eenzijdige betalingsbevelprocedure kan bijvoorbeeld niet dienen om de schuldenaar snel tot betaling van een schadevergoeding te doen veroordelen.

b) Bestaat er een plafond voor het bedrag dat kan worden gevorderd?

Voor de eenzijdige betalingsbevelprocedure voor de arrondissementsrechtbank geldt geen enkel plafond.

Terug

Bovenkant paginaBovenkant pagina

c) Is een beroep op deze procedure facultatief of verplicht?

Een beroep op de eenzijdige betalingsbevelprocedure is facultatief. De schuldeiser kan er ook voor opteren een executoriale titel te verkrijgen in een bodemprocedure of een kort geding.

d) Bestaat er een procedure die kan worden aangewend indien de verweerder zijn woonplaats in een andere lidstaat heeft?

Er is niet voorzien in een specifieke procedure die een schuldeiser kan aanwenden om een betalingsbevel te verkrijgen tegen een schuldenaar die zijn woonplaats in een andere lidstaat heeft. Voorzover de Luxemburgse rechtbanken bevoegd zijn, kan de schuldeiser wel in kortgeding dagvaarden teneinde de schuldenaar tot betaling van een provisie te doen veroordelen. De rechter zal deze vordering toewijzen indien hij van oordeel is dat de schuldvordering niet ernstig kan worden betwist.

1.2. Bevoegde rechtbank

De schuldeiser die een betalingsbevel wenst te verkrijgen voor meer dan 10.000 euro moet zich richten tot de voorzitter van de arrondissementsrechtbank die territoriaal bevoegd is uit hoofde van de woonplaats van de schuldenaar, tenzij hij kan aantonen dat er een geldig bevoegdheidsbeding van toepassing is. In Luxemburg zijn er twee arrondissementsrechtbanken, namelijk in Luxemburg en in Diekirch.

De gewone bevoegdheidsregeling is van toepassing.

1.3. Vormvereisten

De eenzijdige betalingsbevelprocedure moet worden ingesteld bij de griffie van de arrondissementsrechtbank. Volgens artikel 920 van het nieuwe wetboek van burgerlijke rechtsvordering moet het verzoekschrift op straffe van nietigheid de naam, de voornaam, het beroep en de woon- of verblijfplaats van de eiser en de verweerder en het gevorderde bedrag vermelden en een uiteenzetting van de middelen behelzen.

Terug

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Er bestaat geen voorgedrukt formulier. Om een verzoekschrift voor het verkrijgen van een betalingsbevel in te dienen, hoeft geen advocaat in de arm te worden genomen.

Volgens de wet moet de schuldeiser het gevorderde bedrag vermelden en zijn middelen uiteenzetten (dat wil zeggen de redenen waarom het geld verschuldigd is). Deze uiteenzetting mag beknopt zijn, maar er moet een motivering worden gegeven. Of de uiteenzetting al dan niet uitgebreid is, hangt in de praktijk af van de complexiteit van het dossier: spreken de stukken voor zich, dan mag de uiteenzetting beknopt zijn.

De schuldeiser moet bij zijn verzoekschrift schriftelijke bewijsstukken voegen. De rechter zal zich op deze stukken baseren om de vordering al dan niet toe te wijzen.

Volgens artikel 920 van het nieuwe wetboek van burgerlijke rechtsvordering „moeten bij het verzoekschrift alle documenten worden gevoegd die het bestaan en het bedrag van de vordering aantonen”.

Alleen „documenten” mogen worden bijgevoegd: de schuldeiser mag niet - althans niet in deze fase - voorstellen zijn schuldvordering met andere bewijsmiddelen, bijvoorbeeld getuigenverklaringen, aan te tonen.

1.4. Afwijzing van de vordering

Artikel 921 van het nieuwe wetboek van burgerlijke rechtsvordering vereist dat de rechter het dossier onderzoekt. Hij wijst de vordering af indien hij van oordeel is dat het bestaan van de schuldvordering niet voldoende bewezen is aan de hand van de gegeven uitleg.

Hoewel de wet dit niet uitdrukkelijk oplegt, moet de afwijzing van de vordering net als alle andere gerechtelijke beslissingen gemotiveerd zijn.

Terug

Bovenkant paginaBovenkant pagina

1.5. Beroep

Tegen het vonnis waarbij de vordering wordt afgewezen kan geen beroep worden ingesteld. Dit vonnis belet de schuldeiser echter niet andere procedures in te stellen bij de bodemrechter of de kortgedingrechter.

1.6. Aantekenen van verzet

Volgens artikel 922 van het nieuwe wetboek van burgerlijke rechtsvordering beschikt de schuldenaar aan wie een betalingsbevel is betekend, over een termijn van vijftien dagen om tegen dit betalingsbevel verzet aan te tekenen.

Verzet wordt aangetekend door middel van een schriftelijke verklaring die door de verzetdoende partij of zijn lasthebber bij de griffie wordt ingediend. Die verklaring moet ten minste een beknopte uiteenzetting van de redenen voor het verzet behelzen en alle documenten die het verzet staven, moeten worden bijgevoegd.

De griffier registreert de verklaring van verzet, geeft de verzetdoende partij een ontvangstbewijs en stelt de eiser van het verzet in kennis.

Opgemerkt zij dat de termijn voor verzet vijftien dagen is, maar dat verzet in werkelijkheid mogelijk blijft zolang de schuldeiser nog niet om afgifte van de executoriale titel heeft gevraagd. Aangezien een schuldeiser slechts zelden onmiddellijk na het verstrijken van de termijn van vijftien dagen om afgifte van de executoriale titel vraagt, beschikt de schuldenaar vaak over een langere termijn dan die waarin de wet voorziet. Hij heeft echter niet langer de zekerheid die hij wel heeft in de oorspronkelijke termijn van vijftien dagen.

1.7. Gevolgen van het aantekenen van verzet

De procedure wordt stopgezet door het verzet van de schuldenaar, wat betekent dat onmiddellijke afgifte van een executoriale titel niet langer mogelijk is. Daarentegen blijft de betekening andere gevolgen sorteren: zo blijft de rente lopen vanaf de datum waarop het betalingsbevel aan de schuldenaar is betekend.

Terug

Bovenkant paginaBovenkant pagina

De rechter onderzoekt het verzet. Acht hij het verzet gegrond, dan stelt hij dit in een gemotiveerd vonnis vast en verklaart hij zijn met toepassing van artikel 922 gegeven betalingsbevel nietig. Is het verzet slechts gedeeltelijk gegrond, dan veroordeelt de rechter de schuldenaar tot betaling van het deel van de schuldvordering dat hij gegrond acht. Wijst hij het verzet af, dan veroordeelt hij de schuldenaar tot betaling.

Opgemerkt zij dat de rechter in deze procedure uitspraak kan doen zonder de partijen te horen. Op grond van artikel 926 van het nieuwe wetboek van burgerlijke rechtsvordering kan de rechter de partijen oproepen om ter zitting te verschijnen, maar een openbare behandeling ter zitting is niet verplicht.

1.8. Gevolgen van het uitblijven van verzet

Stelt de schuldenaar geen verzet in binnen een termijn van vijftien dagen te rekenen vanaf de betekening, dan kan de schuldeiser de arrondissementsrechtbank om afgifte van een executoriale titel vragen.

De schuldeiser of zijn lasthebber moet hiervoor een schriftelijk verzoek bij de griffie doen registreren.

De rechter gaat na of de procedure op regelmatige wijze is gevolgd. In voorkomend geval verklaart hij het betalingsbevel uitvoerbaar.

Is het betalingsbevel aan de schuldenaar persoonlijk betekend, dan heeft de executoriale titel dezelfde gevolgen als een tegensprekelijk vonnis, zodat de schuldenaar slechts beroep kan instellen binnen een termijn van vijftien dagen te rekenen vanaf de betekening. Is het voorlopige betalingsbevel daarentegen niet aan de schuldenaar persoonlijk betekend, dan heeft de executoriale titel dezelfde gevolgen als een betalingsbevel bij verstek, zodat de schuldenaar nog verzet kan aantekenen binnen een termijn van acht dagen te rekenen vanaf de betekening.

2. Indien het antwoord op vraag 1 negatief is, beschrijf welke procedure kan worden aangewend om schuldvorderingen op een snelle en goedkope manier in te vorderen. Volg voor de beschrijving hetzelfde schema door voorzover mogelijk de hierboven gestelde vragen in verband met de betalingsbevelprocedure te beantwoorden.

« Vereenvoudigde procedures en spoedprocedures - Algemene informatie | Luxemburg - Algemene informatie »

Terug

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Laatste aanpassing: 28-06-2006

 
  • Gemeinscheftsrecht
  • Internationaal recht

  • België
  • Bulgarije
  • Tsjechië
  • Denemarken
  • Duitsland
  • Estland
  • Ierland
  • Griekenland
  • Spanje
  • Frankrijk
  • Italië
  • Cyprus
  • Letland
  • Litouwen
  • Luxemburg
  • Hongarije
  • Malta
  • Nederland
  • Oostenrijk
  • Polen
  • Portugal
  • Roemenië
  • Slovenië
  • Slowakije
  • Finland
  • Zweden
  • Verenigd Koninkrijk