Rechtsorde
Organisatie van de rechtspraak
Juridische beroepen
Rechtsbijstand
Bevoegdheid van de rechtbanken
Aanhangigmaking van zaken bij de rechter
Procestermijnen
Toepasselijk recht
Betekening en kennisgeving van stukken
Verkrijging van bewijs en bewijsvoering
Voorlopige en bewarende maatregelen
Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen
Vereenvoudigde procedures en spoedprocedures
Echtscheiding
Ouderlijke verantwoordelijkheid
Alimentatie-
Faillissement
Alternatieve wijzen van geschillenbeslechting
Schadeloosstelling van slachtoffers van misdrijven
Geautomatiseerde verwerkingIn België bestaat de “summiere rechtspleging om betaling te bevelen”. Deze eenvoudige procedure, beschreven in de artikelen 1338 tot 1344 van het Gerechtelijk Wetboek, dient om de betaling van relatief kleine bedragen te bekomen.
Alleen pecuniaire vorderingen komen in aanmerking.
Artikel 1338 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat enkel vorderingen strekkende tot betaling van een vaststaande schuld die een geldsom tot voorwerp hebben waarvan het bedrag 1860 EUR niet te boven gaat, in aanmerking komen voor deze procedure.
Het gebruik van de procedure van “summiere rechtspleging om betaling te bevelen” is louter vrijwillig.
Neen. Artikel 1344 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de regels met betrekking tot de summiere rechtspleging om betaling te bevelen slechts van toepassing zijn indien de schuldenaar zijn woon- of verblijfplaats heeft in België.
Deze procedure kan zowel voor de vrederechter als voor de politierechtbank gebruikt worden, zolang de vordering binnen hun bevoegdheid valt. (bevoegdheid vrederechter en politierechter: zie “Bevoegdheid van de rechtbanken - België”).
Er bestaat geen standaardformulier om de procedure in te leiden. Wel stelt de wet een aantal voorwaarden betreffende de vermeldingen op de aanmaning tot betaling en op het verzoekschrift waarmee de vordering voor de rechter wordt gebracht.
De schuldeiser moet, vooraleer hij zich met een verzoekschrift tot de rechter wendt, een aanmaning tot betaling tot de schuldenaar richten. Deze verplichting wordt opgelegd door artikel 1339 van het Gerechtelijk wetboek. Deze aanmaning kan de vorm aannemen van hetzij een deurwaardersexploot dat aan de schuldenaar wordt betekend, hetzij van een bij ter post aangetekende brief met ontvangstbewijs. Artikel 1339 bepaalt ook welke vermeldingen de aanmaning, op straffe van nietigheid, moet bevatten. Deze vermeldingen zijn:
Binnen vijftien dagen na het verstrijken van de termijn van vijftien dagen die in de aanmaning wordt vermeld, wordt de vordering bij een verzoekschrift in tweevoud aan de rechter gezonden. Artikel 1340 van het Gerechtelijk Wetboek zegt wat dit verzoekschrift moet bevatten:
Indien de verzoeker het geraden acht, kan hij ook de redenen opgeven waarom hij zich tegen het verlenen van uitstel van betaling verzet.
Bij het verzoekschrift worden gevoegd :
Eén van de noodzakelijke vermeldingen in uw verzoekschrift is de handtekening van een advocaat. Daarnaast bepaalt artikel 1342 van het gerechtelijk Wetboek dat een afschrift van de beschikking van de rechter bij gewone brief aan de advocaat van de verzoeker gezonden wordt. Dit zijn de enige wettelijke bepalingen die tot een beroep op een advocaat verplichten.
Het verzoekschrift moet redelijk gedetailleerd zijn. Artikel 1340, lid 1, 1°, van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt immers dat het verzoekschrift het onderwerp van de vordering moet vermelden en een nauwkeurige opgave van het geëiste bedrag met een specificatie van de bestanddelen van de schuldvordering alsmede van de gronden waarop deze berust.
Ja. De vordering moet volgens artikel 1338 gestaafd worden door een geschrift dat van de schuldenaar uitgaat. Dit geschrift hoeft echter niet noodzakelijk een erkenning van de schuld te zijn.
Binnen de vijftien dagen na de indiening van het verzoekschrift willigt de rechter het verzoek in of wijst hij het af bij een in raadkamer te geven beschikking. De rechter kan een uitstel van betaling verlenen of het verzoek ook gedeeltelijk inwilligen (zie artikel 1342 van het Gerechtelijk Wetboek). De rechter beschikt immers over informatie omtrent de verschillende bestanddelen van de schuld en kan bepaalde bestanddelen verwerpen. Zo kan hij rekening houden met de betalingen die ondertussen eventueel plaatsgevonden hebben. Hij kan de vordering volledig afwijzen indien niet voldaan is aan de gestelde voorwaarden (zie de artikelen 1338 en 1344 van het Gerechtelijk Wetboek).
Wanneer de rechter het verzoekschrift geheel of gedeeltelijk inwilligt, heeft zijn beschikking de gevolgen van een verstekvonnis.
De eiser moet de beschikking van de rechter doen betekenen aan de schuldenaar. Aangezien de beschikking van de rechter de gevolgen van een verstekvonnis heeft, als hij het verzoekschrift van de eiser geheel of gedeeltelijk inwilligt, moet deze betekening binnen één jaar plaatsvinden, op straffe van niet-bestaan van de beschikking (zie artikel 806 van het Gerechtelijk Wetboek).
Artikel 1343, §2, van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de akte van betekening van deze beschikking op straffe van nietigheid moet bevatten:
De beschikking is niet uitvoerbaar bij voorraad (zie artikel 1399, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek). De tenuitvoerlegging van de beschikking wordt dus geschorst gedurende de termijnen van verzet en hoger beroep. De beschikking kan wel dienen als grond voor bewarend beslag.
Als de schuldenaar geen verzet of hoger beroep instelt binnen de daarvoor voorziene termijn, wordt de beschikking definitief.
Hoger beroep door de schuldeiser
De mogelijkheden voor de eiser worden uiteengezet in artikel 1343, §4, van het Gerechtelijk Wetboek. De eiser kan geen echt hoger beroep aantekenen tegen een afwijzing of een gedeeltelijke inwilliging van zijn verzoek. Hij kan echter wel de vordering opnieuw instellen langs de gewone weg (dus niet via de summiere rechtspleging). Indien er een gedeeltelijke inwilliging van zijn vordering is en de eiser toch de vordering opnieuw wil instellen langs de gewone weg, mag de eiser de beschikking echter nog niet betekend hebben aan de schuldenaar.
Verzet of hoger beroep door de schuldenaar
De schuldenaar kan de beschikking op twee manieren aanvechten: ofwel stelt hij hoger beroep in tegen de beschikking, ofwel tekent hij verzet aan (de beschikking van de rechter heeft immers de gevolgen van een verstekvonnis, als hij het verzoekschrift van de eiser geheel of gedeeltelijk inwilligt: zie artikel 1343, §1, van het Gerechtelijk Wetboek). In beide gevallen bedraagt de termijn voor het instellen van het rechtsmiddel één maand, te rekenen vanaf de betekening van het vonnis (zie de artikelen 1048 en 1051 van het Gerechtelijk Wetboek). Deze termijnen worden verlengd als één van de partijen geen woon- of verblijfplaats of geen gekozen woonplaats in België heeft.
De gemeenrechtelijke regels van verzet en hoger beroep worden in dit geval gevolgd, met één uitzondering die geformuleerd wordt in artikel 1343, §3, tweede lid, van het gerechtelijk wetboek: in afwijking van artikel 1047 (dat een gerechtsdeurwaardersexploot vereist) kan het verzet worden gedaan bij een verzoekschrift dat bij de griffie van het gerecht in zoveel exemplaren als er betrokken partijen en advocaten zijn wordt ingediend, en door de griffier bij gerechtsbrief ter kennis gebracht aan de schuldeiser en aan zijn advocaat.
Het verzoekschrift vermeldt op straffe van nietigheid :
De partijen worden dan door de griffier opgeroepen om te verschijnen op de terechtzitting die de rechter heeft vastgesteld.
Het Belgisch recht voorziet niet uitdrukkelijk in een verklaring van verweer tegen de vordering.
De schuldenaar kan informatie doen toekomen bij de vrederechter, wat de aard van het verstekvonnis echter niet wijzigt.
Zoals boven vermeld is er geen verklaring van verweer mogelijk. Of de schuldenaar zich verweert of niet, de summiere rechtspleging gaat gewoon door.
Zie antwoord bij 1.7.
De wetgeving betreffende summiere rechtspleging om betaling te bevelen: Website Federale Overheidsdienst Justitie:
« Vereenvoudigde procedures en spoedprocedures - Algemene informatie | België - Algemene informatie »
Laatste aanpassing: 30-07-2004

