Europese Commissie > EJN > Betekening en kennisgeving van stukken > Hongarije

Laatste aanpassing: 24-04-2007
Printversie Voeg toe aan favorieten

Betekening en kennisgeving van stukken - Hongarije

EJN logo

Deze pagina is vervallen. De pagina wordt bijgewerkt en verplaatst naar het Europees e-justitieportaal.


 

INHOUDSOPGAVE

1. Wat is de praktische betekenis van de termen „betekening” en „kennisgeving”? Waarom bestaat er een specifieke regeling voor de betekening en kennisgeving van stukken? 1.
2. Welke stukken behoeven betekening of kennisgeving? 2.
3. Wie is verantwoordelijk voor de betekening of kennisgeving van een stuk? 3.
4. Hoe verloopt een betekening of kennisgeving in de praktijk? 4.
5. Wat indien het uitzonderlijk niet mogelijk is om de betekening of kennisgeving aan de geadresseerde zelf te doen (bijvoorbeeld omdat hij niet thuis is)? 5.
6. Is er een schriftelijk bewijs dat het stuk is betekend of ter kennis gebracht? 6.
7. Wat gebeurt er indien iets verkeerd loopt en de geadresseerde het stuk niet ontvangt of de betekening of kennisgeving met schending van de wet is gebeurd (bijvoorbeeld het stuk is aan een derde betekend of ter kennis gebracht)? Kan de betekening of kennisgeving niettemin geldig zijn (kan de vergissing worden rechtgezet) of moet de betekening of kennisgeving van het stuk worden overgedaan? 7.
8. Moet ik betalen voor de betekening of kennisgeving van een stuk en zo ja, hoeveel? 8.

 

1. Wat is de praktische betekenis van de termen „betekening” en „kennisgeving”? Waarom bestaat er een specifieke regeling voor de betekening en kennisgeving van stukken?

Krachtens wet III betreffende het wetboek van burgerlijke rechtsvordering van 1952 kunnen gerechtelijke stukken door een leverancier van postdiensten worden betekend of ter kennis gebracht, tenzij anders bepaald. Betekening en kennisgeving vinden plaats op grond van bijzondere wetten inzake de betekening en kennisgeving van officiële stukken.

Indien de geadresseerde weigert een per post toegezonden gerechtelijk stuk in ontvangst te nemen, wordt het stuk geacht te zijn betekend of ter kennis gebracht op de dag waarop het werd aangeboden. Indien de betekening of kennisgeving niet succesvol verliep omdat de geadresseerde weigerde het stuk in ontvangst te nemen (het wordt dan aan de rechtbank teruggezonden met de vermelding „niet afgehaald”), wordt het stuk geacht te zijn betekend of ter kennis gebracht op de vijfde werkdag na de tweede poging tot betekening of kennisgeving van de leverancier van postdiensten, tenzij kan worden aangetoond dat de betekening of kennisgeving op een andere dag plaatsvond.

Indien het stuk niet is betekend of ter kennis gebracht aan de geadresseerde doch in plaats daarvan aan een derde die een tegenpartij van de geadresseerde is, wordt het stuk niet geacht te zijn betekend of ter kennis gebracht.

Bij een verzoekschrift (betalingsbevel) of bij de betekening of kennisgeving van een eindvonnis over de grond van de zaak, zendt de rechtbank binnen acht dagen aan de partij een bericht toe dat de betekening of kennisgeving wordt geacht te hebben plaatsgevonden, tenzij de partij weigerde om het officiële stuk in ontvangst te nemen. Bij het bericht moet het officiële stuk worden gevoegd waarop de rechtbank het vermoeden van betekening of kennisgeving baseert. Bij een verzoekschrift (betalingsbevel) bevat het bericht informatie over de gevolgen van het aantekenen van bezwaar.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

De geadresseerde kan ook ter griffie van de rechtbank een aan hem gericht stuk in ontvangst nemen, voorzover hij een identiteitsbewijs voorlegt.

Tenzij een internationale overeenkomst waarbij Hongarije partij is anders bepaalt, moet een in het buitenland te betekenen of ter kennis te brengen stuk worden overgemaakt aan het ministerie van Justitie, dat de zaak verder afhandelt. De betekening of kennisgeving in het buitenland wordt geacht geldig te zijn indien deze is verricht overeenkomstig de Hongaarse wet of de regels van het land waar de betekening of kennisgeving wordt verricht.

Indien de verblijfplaats van de partij onbekend is, indien de partij in een land verblijft dat geen gerechtelijke bijstand voor betekening en kennisgeving verleent, indien de betekening en kennisgeving onoverkomelijke moeilijkheden opleveren of indien de poging tot betekening of kennisgeving op voorhand geen kans op slagen heeft, wordt de betekening of kennisgeving verricht door middel van uithanging van een bericht op een openbaar uithangbord. Ook de betekening of kennisgeving aan onbekende erfgenamen gebeurt met een dergelijk bericht.

De rechtbank kan betekening of kennisgeving door middel van uithanging van een bericht op een openbaar uithangbord slechts bevelen op verzoek van een partij, die moet aantonen dat hiertoe redenen bestaan.

Indien de betekening of kennisgeving van een stuk door middel van uithanging van een bericht op een openbaar uithangbord gebeurt, moet het bericht ten minste vijftien dagen worden uitgehangen op het openbaar uithangbord van het gemeentehuis van de woonplaats van de partij of, in geval van onbekende erfgenamen, van de laatste bekende woonplaats van de erflater.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Indien de partij in een land verblijft dat geen gerechtelijke bijstand voor betekening en kennisgeving verleent, doch waarmee overeenkomsten betreffende postdiensten zijn gesloten, wordt het bericht bij voorkeur per aangetekend schrijven per post aan het adres van de partij in dat land toegezonden.

Indien het verzoekschrift aan de verweerder wordt betekend of ter kennis gebracht door middel van uithanging van een bericht op een openbaar uithangbord, wijst de rechtbank voor hem een bewindvoerder aan en wordt het verzoekschrift aan die bewindvoerder betekend of ter kennis gebracht.

De kosten die voortvloeien uit betekening of kennisgeving door middel van uithanging van een bericht op een openbaar uithangbord moeten van tevoren worden betaald door de partij hierom verzoekt.

Tenzij de rechtbank anders beslist, wordt bij betekening of kennisgeving door middel van uithanging van een bericht op een openbaar uithangbord het stuk geacht te zijn betekend of ter kennis gebracht op de vijftiende dag volgende op die waarop het bericht op het uithangbord van de rechtbank is uitgehangen.

2. Welke stukken behoeven betekening of kennisgeving?

Het wetboek van burgerlijke rechtsvordering bepaalt welke stukken moeten worden betekend of ter kennis gebracht, wat betekent dat de stukken die niet in die lijst zijn opgenomen, niet hoeven te worden betekend of ter kennis gebracht.

Voor volgende stukken moet tot betekening of kennisgeving worden overgegaan:

  1. vonnissen;
  2. beschikkingen van de rechtbank ten aanzien van partijen die niet naar behoren waren gedagvaard;
  3. beschikkingen ten aanzien van partijen die niet ter zitting zijn verschenen, waarbij een nieuwe datum voor verschijning wordt vastgesteld, of beschikkingen waartegen een bijzonder beroep kan worden ingesteld;
  4. beschikkingen buiten het normale verloop van de procedure;
  5. beschikkingen die krachtens een bijzondere wet moeten worden betekend of ter kennis gebracht op verzoek van het openbaar ministerie.

Niet alleen het beschikkend gedeelte van het vonnis moet worden betekend of ter kennis gebracht, doch ook alle overwegingen, tenzij de wet bepaalt dat het vonnis niet hoeft worden gemotiveerd.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Een vonnis dat niet in bovenstaande lijst is opgenomen, wordt geacht bij uitspraak te zijn betekend of ter kennis gebracht.

De regels zijn per analogie van toepassing indien het vonnis niet alleen aan de partijen moet worden betekend of ter kennis gebracht, doch ook nog aan andere betrokkenen.

Indien een partij zich in de procedure laat vertegenwoordigen, moeten de gerechtelijke stukken aan de vertegenwoordiger worden betekend of ter kennis gebracht, en niet aan de partij zelf. Deze bepaling geldt niet voor een bevel tot verschijning waarbij de rechtbank de partij of haar wettelijke vertegenwoordiger beveelt in persoon te verschijnen.

3. Wie is verantwoordelijk voor de betekening of kennisgeving van een stuk?

Overeenkomstig de toepasselijke regels is de rechtbank of de leverancier van postdiensten verantwoordelijk voor de juiste betekening of kennisgeving van stukken.

4. Hoe verloopt een betekening of kennisgeving in de praktijk?

De regeling is als volgt:

De leverancier van postdiensten poogt een officieel stuk dat per aangetekend schrijven tegen ontvangstbewijs is verzonden, aan de geadresseerde in persoon af te geven. Indien de eerste poging niet slaagt, dat wil zeggen indien de postbode het stuk niet heeft kunnen afgeven aan de geadresseerde of aan een persoon die een dergelijk stuk in ontvangst mag nemen (een verwant of de echtgenoot van de geadresseerde), laat hij een bericht achter waarin hij meldt dat hij het stuk opnieuw zal aanbieden op de vijfde werkdag volgende op die waarop de eerste poging heeft plaatsgevonden. De geadresseerde die een identiteitsbewijs voorlegt, kan het stuk in het postkantoor ophalen voordat de tweede poging wordt ondernomen. Indien de tweede poging niet slaagt, laat de postbode een tweede bericht achter waarin hij de geadresseerde meldt dat het officiële stuk binnen vijf werkdagen volgende op die waarop de tweede poging niet geslaagd is, alsnog op het postkantoor kan worden opgehaald. Na nog eens vijf dagen zendt het postkantoor het officiële stuk aan de afzender terug met de vermelding „niet afgehaald”. Indien de geadresseerde bij de eerste poging weigert het stuk in ontvangst te nemen, dat wil zeggen indien de postbode de geadresseerde op het opgegeven adres aantreft doch laatstgenoemde weigert het officiële stuk in ontvangst te nemen, wordt het stuk geacht op die dag te zijn betekend of ter kennis gebracht. In dat geval zendt de postbode het officiële stuk onverwijld aan de afzender terug met het bericht dat de geadresseerde weigerde het stuk in ontvangst te nemen. Het betekende of ter kennis gebrachte stuk sorteert rechtsgevolgen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

In de artikelen 29 en 30 van decreet nr. 79 van de regering van 19 april 2004 betreffende het verrichten van postdiensten zijn gedetailleerde bepalingen vastgesteld.

Artikel 30, lid 5, bepaalt dat de autoriteiten (rechtbanken of administraties) in spoedeisende of andere gevallen kunnen beslissen dat de betekening of kennisgeving niet door een leverancier van postdiensten wordt verricht, doch door een eigen bediende, die een werknemer of een ambtenaar kan zijn. Bij betekening of kennisgeving aan de persoon bevestigt de betrokkene met een handtekening dat hij het stuk in ontvangst heeft genomen. Soms moet hiervoor een specifiek formulier (ontvangstbevestiging) worden gebruikt. Indien de betekening of kennisgeving na twee pogingen nog niet kon worden verricht, kan nog een derde poging worden ondernomen of kan een leverancier van postdiensten worden ingeschakeld.

Bij wet LIII van 1994 betreffende de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen is het ambt van gerechtsdeurwaarder geregeld. Een gerechtsdeurwaarder zoekt de geadresseerde en verricht de betekening of kennisgeving aan de geadresseerde in persoon, zodat officieel geregistreerd wordt dat de betekening of kennisgeving heeft plaatsgevonden.

Krachtens deze wet kan de betekening of kennisgeving van een eindvonnis over de grond van de zaak, dat de executoriale titel vormt voor latere tenuitvoerlegging, door een gerechtsdeurwaarder worden verricht, indien in verband met dat vonnis het vermoeden rijst dat de betekening of kennisgeving reeds heeft plaatsgevonden (per post) en een partij uitdrukkelijk hierom verzoekt en de kosten ervan zal dragen. Krachtens de wet moet een formeel document inzake de betekening of kennisgeving worden voorbereid, waarop vermeld wordt wie van de betekening of kennisgeving op de hoogte moet worden gebracht en welke opzoekingen de gerechtsdeurwaarder mag verrichten om de geadresseerde te vinden. Onafhankelijke gerechtsdeurwaarders, hun vervangers die namens hen optreden of onafhankelijke gerechtsdeurwaarders in opleiding mogen deze diensten verrichten.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

5. Wat indien het uitzonderlijk niet mogelijk is om de betekening of kennisgeving aan de geadresseerde zelf te doen (bijvoorbeeld omdat hij niet thuis is)?

Krachtens de wet betreffende de postdiensten mag een stuk bijvoorbeeld worden afgegeven aan een huisgenoot van de geadresseerde, die het stuk namens de geadresseerde in ontvangst neemt. Indien er geen persoon aanwezig is die het stuk in ontvangst mag nemen, zendt de postbode het stuk aan de rechtbank terug met de vermelding „niet afgehaald”.

6. Is er een schriftelijk bewijs dat het stuk is betekend of ter kennis gebracht?

De leverancier van postdiensten stelt de rechtbank in kennis van het resultaat van de betekening of kennisgeving door het afgiftebewijs terug te zenden, „ontvangstbewijs” genaamd.

7. Wat gebeurt er indien iets verkeerd loopt en de geadresseerde het stuk niet ontvangt of de betekening of kennisgeving met schending van de wet is gebeurd (bijvoorbeeld het stuk is aan een derde betekend of ter kennis gebracht)? Kan de betekening of kennisgeving niettemin geldig zijn (kan de vergissing worden rechtgezet) of moet de betekening of kennisgeving van het stuk worden overgedaan?

Indien de betekening of kennisgeving niet correct is verlopen, bijvoorbeeld omdat het stuk niet in ontvangst werd genomen door een persoon die dat mag of omdat de geadresseerde het om andere redenen niet ontving zonder dat hem een fout ten laste kan worden gelegd, kan het wettelijk vermoeden uit hoofde van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering voor de rechtbank worden weerlegd.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Binnen vijftien dagen nadat hij heeft vernomen dat er een vermoeden van betekening of kennisgeving bestaat, kan de geadresseerde een verzoekschrift indienen tot weerlegging van het vermoeden op grond van de redenen die in de wet zijn opgesomd. Dit verzoekschrift kan worden ingediend bij de rechtbank waarbij de gerechtelijke procedure aanhangig is. De algemene regel luidt dat een verzoekschrift kan worden ingediend tot zes maanden nadat het vermoeden van betekening of kennisgeving is ontstaan. Na die termijn wordt geen tegenbewijs meer toegelaten.

Indien het vermoeden van betekening of kennisgeving alleen betrekking heeft op de betekening of kennisgeving van een gedinginleidende akte, kan de partij het verzoekschrift indienen tijdens de lopende procedure binnen vijftien dagen nadat hij van het vermoeden van betekening of kennisgeving in kennis is gesteld.

Het verzoekschrift tot weerlegging van het vermoeden van betekening of kennisgeving kan worden gebaseerd op het feit dat de verzoeker het stuk niet ontving zonder dat hem een fout ten laste kan worden gelegd, omdat

  1. de betekening niet is verlopen overeenkomstig de wetgeving betreffende de betekening of kennisgeving van officiële stukken of om een andere reden onregelmatig was;
  2. het onmogelijk was het document te ontvangen om een andere reden dan de onder a) genoemde redenen (bijvoorbeeld omdat de verzoeker niet van de betekening of kennisgeving op de hoogte was zonder dat hem een fout ten laste kan worden gelegd).

Indien het verzoekschrift tot weerlegging van het vermoeden van betekening of kennisgeving op de onder b) vermelde reden is gebaseerd, kan het alleen door een natuurlijke persoon worden ingediend (de partij of een andere bij de procedure betrokken persoon).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Tegen een beslissing waarbij het verzoek wordt afgewezen, kan hoger beroep worden ingesteld. Er staat geen bijzonder beroep open tegen de beslissing waarbij het verzoek wordt toegewezen en tegen de beslissing tot schorsing van de procedure of tenuitvoerlegging. Tegen die beslissingen kan pas hoger beroep worden ingesteld samen een hoger beroep tegen een eindbeslissing over de grond van de zaak.

Indien een partij een verzoekschrift tot weerlegging van een vermoeden van betekening of kennisgeving indient op basis van de onder a) genoemde redenen en de rechtbank dat verzoek toewijst, sorteert het vermoeden van betekening of kennisgeving geen rechtsgevolgen. De betekening, kennisgeving, maatregelen of proceshandelingen die reeds zijn verricht, moeten worden overgedaan, overeenkomstig het verzoek van de partij en in de mate waarin dit nodig is. Indien het verzoekschrift door een andere verzoeker is ingediend en het verzoek door de rechtbank is toegewezen, kunnen de rechtsgevolgen van de betekening of kennisgeving ten aanzien van de verzoeker niet worden afgedwongen.

Indien het vermoeden van betekening of kennisgeving op grond van de onder b) genoemde redenen wordt weerlegd, moet de betekening of kennisgeving worden overgedaan. De bewijsregeling inzake fouten is per analogie van toepassing, tenzij er andere regels gelden voor de weerlegging van het vermoeden van betekening of kennisgeving.

Ook tijdens de tenuitvoerleggingsprocedure bestaat het recht om het vermoeden van betekening of kennisgeving te weerleggen.

Zodra de beslissing inzake het vermoeden van betekening of kennisgeving bindend is geworden, mag de geadresseerde om de hierboven uiteengezette redenen een verzoekschrift tot weerlegging van het vermoeden indienen bij de rechtbank die in eerste aanleg bevoegd is voor de tenuitvoerlegging, binnen vijftien dagen nadat hij van de aanvang van de tenuitvoerleggingsprocedure op de hoogte is gebracht. Indien de tenuitvoerleggingsprocedure reeds is gestart, mag het verzoekschrift enkel worden ingediend overeenkomstig deze paragraaf.

Over het verzoek tot weerlegging van een vermoeden van betekening of kennisgeving moet binnen dertig dagen een beslissing worden geveld. Voor het overige zijn de algemene regels inzake verzoekschriften per analogie van toepassing.

8. Moet ik betalen voor de betekening of kennisgeving van een stuk en zo ja, hoeveel?

Gerechtkosten omvatten alle kosten van de procedure, waaronder de kosten van betekening of kennisgeving. De partij die om tenuitvoerlegging verzoekt, betaalt extra kosten voor die tenuitvoerlegging, doch alleen indien de diensten van de gerechtsdeurwaarder geregeld zijn door de wet betreffende de tenuitvoerleggingsprocedure.

« Betekening en kennisgeving van stukken - Algemene informatie | Hongarije - Algemene informatie »

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Laatste aanpassing: 24-04-2007

 
  • Gemeinscheftsrecht
  • Internationaal recht

  • België
  • Bulgarije
  • Tsjechië
  • Denemarken
  • Duitsland
  • Estland
  • Ierland
  • Griekenland
  • Spanje
  • Frankrijk
  • Italië
  • Cyprus
  • Letland
  • Litouwen
  • Luxemburg
  • Hongarije
  • Malta
  • Nederland
  • Oostenrijk
  • Polen
  • Portugal
  • Roemenië
  • Slovenië
  • Slowakije
  • Finland
  • Zweden
  • Verenigd Koninkrijk