Europese Commissie > EJN > Betekening en kennisgeving van stukken > België

Laatste aanpassing: 01-08-2007
Printversie Voeg toe aan favorieten

Betekening en kennisgeving van stukken - België

EJN logo

Deze pagina is vervallen. De pagina wordt bijgewerkt en verplaatst naar het Europees e-justitieportaal.


 

INHOUDSOPGAVE

1. Wat is de praktische betekenis van de termen « betekening » en « kennisgeving » ? Waarom bestaan er een specifieke regeling voor de betekening en de kennisgeving van akten ? 1.
2. Welke documenten behoeven een betekening of een kennisgeving? 2.
3. Wie is verantwoordelijk voor de betekening of de kennisgeving van een akte? De betekening gebeurt bij deurwaarderexploot en moet dus door de gerechtsdeurwaarder voltrokken worden. 3.
4. Hoe verloopt een betekening of een kennisgeving in de praktijk? 4.
5. Wat indien het uitzonderlijk niet mogelijk is om de betekening of de kennisgeving aan de geadresseerde zelf te doen ( bvb. omdat hij of zij niet thuis is)? 5.
6. Is er een schriftelijk bewijs dat de betekening of de kennisgeving is uitgevoerd? 6.
7. Wat zijn de gevolgen als er iets misloopt en de geadresseerde de akte niet ontvangt of als bij de betekening of de kennisgeving de wet geschonden wordt (bvb. betekening of kennisgeving van de akte aan een een derde)? Kan de betekenis of de kennisgeving toch nog geldig zijn (bvb. kunnen schendingen van de wet worden hersteld?)? Moet de akte opnieuw aangeboden worden ter betekening of ter kennisgeving? 7.
8. Moet er betaald worden voor de betekening of de kennisgeving en zo ja, hoeveel? 8.

 

1. Wat is de praktische betekenis van de termen « betekening » en « kennisgeving » ? Waarom bestaan er een specifieke regeling voor de betekening en de kennisgeving van akten ?

In een geding dat voor de rechter wordt gevoerd is communicatie zeer belangrijk. Het is absoluut noodzakelijk dat de partijen en de rechter worden geïnformeerd over wat de eiser vordert, wat de argumenten van de verweerder zijn, wat er gebeurt in de procedure en wat de beslissing van de rechter is. De partij die niet akkoord gaat met het vonnis van de rechter en die de zaak bij een hogere rechter brengt moet de andere partijen daarover informeren. De communicatie gebeurt door het afgeven of versturen van documenten (vb. dagvaarding, verzoekschrift, conclusie, vonnis, beroepsakte enz…). In dit dossier gaat het niet over de documenten zelf maar wel over de wijze waarop zij ter kennis van de partijen, en indien vereist, van de rechter worden gebracht. De regels daarover staan in de artikelen 32 tot 47 van het Gerechtelijk Wetboek (zie de website van Federale Overheidsdienst Justitie, in Rechtsbronnen --> geconsolideerde wetgeving: juridische aard = gerechtelijk wetboek, woord(en) = eerste deel algemene beginselen).

In België wordt er een onderscheid gemaakt tussen de kennisgeving en de betekening.

De betekening is in essentie het ter kennis brengen van een akte aan een andere persoon door bemiddeling van een ministerieel ambtenaar. In België wordt die ambtenaar de gerechtsdeurwaarder genoemd. De eigenlijke betekening bestaat erin dat de gerechtsdeurwaarder, bij deurwaardersexploot, een eensluidend afschrift van de te betekenen akte afgeeft aan die andere persoon.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

De kennisgeving is, in tegenstelling tot de betekening, de toezending via de post (dus zonder bemiddeling van een ministerieel ambtenaar) van een akte van rechtspleging in origineel of afschrift.

De betekening vormt de algemene regel. De kennisgeving wordt gebruikt in specifieke gevallen die door de wet worden aangeduid.

2. Welke documenten behoeven een betekening of een kennisgeving?

De wet bepaald welke documenten al dan niet onderworpen zijn aan de betekening of de kennisgeving. Hun aantal is echter te groot voor een exhaustieve opsomming. Enkele voorbeelden: dagvaarding, verzoekschrift, vonnis, beroepsakte, akte van verzet…

3. Wie is verantwoordelijk voor de betekening of de kennisgeving van een akte? De betekening gebeurt bij deurwaarderexploot en moet dus door de gerechtsdeurwaarder voltrokken worden.

De kennisgeving wordt verricht door de griffier (zelden door het openbaar ministerie) bij gerechtsbrief (een speciaal soort van aangetekende brief met ontvangstmelding) of bij gewone brief dan wel bij aangetekende brief. De regeling omtrent de gerechtsbrief vinden we in artikel 46 van het gerechtelijk wetboek. Als de wet van 20 oktober 2000 tot invoering van het gebruik van telecommunicatiemiddelen en van de elektronische handtekening in de gerechtelijke en buitengerechtelijke procedure eenmaal in werking treedt, zal de kennisgeving ook mogelijk zijn per fax of per elektronische post.

4. Hoe verloopt een betekening of een kennisgeving in de praktijk?

De betekening, die bestaat uit de afgifte door de gerechtsdeurwaarder van een eensluidend afschrift van de akte (dit is het exploot), gebeurt aan de persoon zelf. Dit is zo bepaald in artikel 32 van het Gerechtelijk wetboek. Hetzelfde artikel stelt ook dat indien die persoon weigert om het afschrift van de akte in ontvangst te nemen, de gerechtsdeurwaarder die weigering zal vaststellen op het origineel en dat de betekening dan geacht wordt aan de persoon te zijn gedaan.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Als er sprake is van betekening aan een rechtspersoon (bvb. de Staat, een gemeente, een naamloze vennootschap, een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid) is de betekening aan de persoon (de afgifte van het eensluidend verklaard afschrift) materieel onmogelijk. Artikel 34 van het Gerechtelijk wetboek lost dit probleem op door te bepalen dat de betekening geacht wordt aan de persoon te zijn gedaan wanneer het afschrift van de akte gegeven wordt aan het orgaan of aan de aangestelde die krachtens de wet, de statuten of een regelmatige opdracht bevoegd is om de rechtspersoon, zelfs samen met anderen, in rechte te vertegenwoordigen.

Zoals we eerder reeds zeiden gebeurt de kennisgeving per brief, per aangetekende brief of per gerechtsbrief en zal in de toekomst de kennisgeving per fax of per e-mail tot de mogelijkheden behoren.

5. Wat indien het uitzonderlijk niet mogelijk is om de betekening of de kennisgeving aan de geadresseerde zelf te doen ( bvb. omdat hij of zij niet thuis is)?

Indien de betekening niet aan de persoon kan worden gedaan dan bepaalt artikel 35 van het Gerechtelijk Wetboek dat de betekening gebeurt aan de woonplaats of, bij gebreke van een woonplaats, aan de verblijfplaats van de geadresseerde. Voor een rechtspersoon gebeurt de betekening aan de maatschappelijke of de administratieve zetel.

De begrippen “woonplaats” en “verblijfplaats” worden gedefinieerd in artikel 36 van het Gerechtelijk Wetboek. Onder woonplaats wordt verstaan: de plaats waar de persoon op de bevolkingsregisters is ingeschreven als hebbende aldaar zijn hoofdverblijf. Onder verblijfplaats wordt verstaan: iedere andere vestiging, zoals de plaats waar de persoon kantoor houdt of een handels- of nijverheidszaak drijft.
Aan welke persoon wordt de betekening in die gevallen gedaan? Artikel 35 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat het afschrift van de akte afgegeven wordt aan een bloedverwant, aanverwant, dienstbode of aangestelde van de geadresseerde.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Het mag niet worden afgegeven aan een kind dat geen volle zestien jaar oud is.

In artikel 44 van hetzelfde wetboek worden bijkomende formaliteiten beschreven voor die gevallen waarin er niet aan de persoon zelf wordt betekend: het afschrift wordt afgegeven onder gesloten omslag, met de stempel van het kantoor van de gerechtsdeurwaarder op de sluiting, de naam, de voornaam en de woonplaats van de geadresseerde en de vermelding "Pro Justitia _ Dadelijk af te geven". Op de omslag mag geen andere vermelding voorkomen. Van het vervullen van al die formaliteiten wordt melding gemaakt in het exploot en op het afschrift. De afschriften van een exploot betreffende verscheidene personen met dezelfde woonplaats of, bij gebreke van een woonplaats, dezelfde verblijfplaats, worden evenwel niet onder gesloten omslag afgegeven indien de afgifte geschiedt aan een van die personen.

Het kan voorkomen dat de betekening noch aan de persoon, noch aan de woonplaats of de verblijfplaats kan gebeuren. Het is immers mogelijk dat de gerechtsdeurwaarder de persoon aan wie hij moet betekenen niet kan vinden en dat hij op de woon - of verblijfplaats niemand aantreft aan wie betekend kan worden (zoals een bloedverwant, aanverwant,…). Deze situatie wordt geregeld in de artikelen 37 (voor strafzaken) en 38 (voor andere zaken) van het Gerechtelijk Wetboek.

Ingeval het exploot in strafzaken niet kan worden betekend zoals bepaald is in artikel 35, dan bepaalt artikel 37 dat de betekening bestaat in de afgifte van het afschrift van het exploot aan het politiecommissariaat en, waar geen commissaris van politie is, aan de burgemeester, aan een schepen of aan een ambtenaar die daartoe opdracht heeft. De gerechtsdeurwaarder laat in de woonplaats of, bij gebreke van een woonplaats, in de verblijfplaats van de geadresseerde, onder gesloten omslag een bericht achter. In dit bericht wordt hem kennis gegeven van de aanbieding van het exploot en van de plaats waar hij het exploot kan afhalen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Het hoofdkantoor, de commissaris van politie, de burgemeester, de schepen of de ambtenaar die daartoe opdracht heeft neemt de passende maatregelen om het afschrift ten spoedigste te doen toekomen aan de betrokkene.

Zij moeten onverwijld het openbaar ministerie dat de betekening heeft gevorderd mededelen, hetzij de datum waarop het afschrift van het exploot is afgegeven aan de geadresseerde of aan een van de personen bedoeld in artikel 35, hetzij de reden waarom het afschrift niet afgegeven kon worden.

Daartoe maakt de gerechtsdeurwaarder een formulier op dat informatie bevat over het bevoegd rechtscollege, de datum van de terechtzitting, of van de berechting, het parket dat in kennis moet worden gesteld, alsmede de naam en het adres van de persoon aan wie het afschrift van het exploot ter hand moet worden gesteld. Dit formulier voegt hij bij de omslag die hij afgeeft aan het hoofdkantoor, de commissaris van politie, de burgemeester, de schepen of de ambtenaar die daartoe opdracht heeft.

De afgifte van het afschrift van het exploot aan de commissaris van politie, de burgemeester, de schepen of de ambtenaar die daartoe opdracht heeft, alsook de bezorging ervan aan de geadresseerde of aan een van de in artikel 35 bedoelde personen zijn kosteloos.

Ingeval het exploot in andere dan in strafzaken niet kan worden betekend zoals vastgesteld is in artikel 35, dan bepaalt artikel 38 van het gerechtelijk wetboek dat de betekening bestaat in het door de gerechtsdeurwaarder achterlaten aan de woonplaats of, bij gebrek aan een woonplaats, aan de verblijfplaats van de geadresseerde, van een afschrift van het exploot onder gesloten omslag met vermelding van de gegevens bepaald in artikel 44, eerste lid. Deze gegevens bestaan uit de stempel van het kantoor van de gerechtsdeurwaarder op de sluiting van de omslag, de naam, de voornaam en de woonplaats van de geadresseerde en de vermelding "Pro Justitia _ Dadelijk af te geven". Op de omslag mag geen andere vermelding voorkomen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

De gerechtsdeurwaarder vermeldt op het origineel van het exploot en op het betekend afschrift de datum, het uur en de plaats waarop dit afschrift werd achtergelaten. Uiterlijk op de eerste werkdag die volgt op de aanbieding van het exploot, richt de gerechtsdeurwaarder hetzij aan de woonplaats, hetzij, bij gebreke van een woonplaats, aan de verblijfplaats van de geadresseerde, onder een ter post aangetekende omslag, een door hem ondertekende brief. Deze brief vermeldt de datum en het uur van de aanbieding, alsmede de mogelijkheid voor de geadresseerde persoonlijk, of voor een schriftelijk gevolmachtigde een eensluidend afschrift van dit exploot af te halen op het kantoor van de gerechtsdeurwaarder, tijdens een termijn van maximum drie maanden te rekenen vanaf de betekening. Wanneer de geadresseerde de overbrenging van woonplaats heeft aangevraagd, wordt de aangetekende brief bedoeld in het derde lid gericht aan de plaats waar hij op de bevolkingsregisters is ingeschreven en aan het adres waarop hij aangekondigd heeft zijn nieuwe woonplaats te willen vestigen. De brief vermeldt de naam van de gerechtsdeurwaarder, het adres van zijn kantoor, de openingsuren en het telefoonnummer.

Wanneer uit de ter plaatse vastgestelde feitelijke omstandigheden blijkt dat het materieel onmogelijk is tot de betekening over te gaan door het achterlaten van een afschrift van het exploot aan de woonplaats of bij gebrek aan een woonplaats, aan de verblijfplaats van de geadresseerde, bestaat zij in de afgifte van het afschrift aan de procureur des Konings in wiens rechtsgebied deze feitelijke toestand zich voordoet. Op het origineel en op het afschrift worden de feitelijke omstandigheden vermeld die de betekening aan de procureur des Konings noodzakelijk maken. Hetzelfde geldt wanneer de woning waar de persoon aan wie betekend wordt zijn woonplaats heeft, klaarblijkelijk verlaten werd zonder dat hij de overbrenging van woonplaats heeft gevraagd. Op verzoek van de procureur des Konings worden de nodige maatregelen getroffen opdat het afschrift binnen de korst mogelijke tijd bij de betrokkene toekomt.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Wat de betekening aan geadresseerden met gekende woon- of verblijfplaats in het buitenland betreft, kunnen er in België 3 stelsels onderscheiden worden: de betekening of de kennisgeving wordt geregeld bij verordening van de Europese Gemeenschap (zie Verordening (EG) nr. 1348/2000 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken), door een verdrag (vb. het Verdrag van Den Haag van 15 november 1965, Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht en - fr), of door geen van beide. Alleen dit laatste geval wordt hier behandeld.

De gevallen waarop geen verordening of verdrag van toepassing zijn, worden geregeld in artikel 40 van het Gerechtelijk Wetboek. Dit artikel bepaalt dat de gerechtsdeurwaarder met een bij ter post aangetekende brief het afschrift van de akte aan de woon- of verblijfplaats in het buitenland stuurt en met de luchtpost indien de plaats van bestemming niet in een aangrenzend land ligt. De betekening wordt geacht te zijn verricht door de afgifte van de akte aan de postdienst tegen ontvangstbewijs.

Voor internationale betekeningen worden de termijnen in principe verlengd naar luid van art. 55 van het Gerechtelijk Wetboek, met vijftien dagen, wanneer de partij in een aangrenzend land of in het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië verblijft; met dertig dagen, wanneer zij in een ander land van Europa verblijft; met tachtig dagen, wanneer zij in een ander werelddeel verblijft. Er bestaan uitzonderingen met name met betrekking tot de proceshandelingen van de burgerlijke partij in strafzaken.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

6. Is er een schriftelijk bewijs dat de betekening of de kennisgeving is uitgevoerd?

In het geval van een betekening bepaalt artikel 43 van het Gerechtelijk Wetboek dat degene aan wie het afschrift ter hand wordt gesteld het origineel voor ontvangst moet tekenen. Als hij weigert te tekenen, dan maakt de deurwaarder daarvan melding in het exploot. Er zal dus alleszins een schriftelijk bewijs zijn van de betekening. Het is zeer moeilijk de vaststelling die een gerechtsdeurwaarder aan te vechten.

Wat betreft de kennisgeving zal er uiteraard een schriftelijk bewijs zijn als zij geschiedt per aangetekende post. Ook voor de gerechtsbrief voorziet artikel 46 van het gerechtelijk wetboek in een ontvangstbewijs. Het bewijs wordt in het dossier van de rechtspleging bewaard.

7. Wat zijn de gevolgen als er iets misloopt en de geadresseerde de akte niet ontvangt of als bij de betekening of de kennisgeving de wet geschonden wordt (bvb. betekening of kennisgeving van de akte aan een een derde)? Kan de betekenis of de kennisgeving toch nog geldig zijn (bvb. kunnen schendingen van de wet worden hersteld?)? Moet de akte opnieuw aangeboden worden ter betekening of ter kennisgeving?

Normaal gezien is er weinig kans dat de geadresseerde de akte niet ontvangt, daar de Belgische wetgeving uitgaat van een betekening aan de persoon zelf. Dit wil zeggen dat de gerechtsdeurwaarder het afschrift persoonlijk afgeeft aan de geadresseerde. Er zijn echter gevallen in de wet voorzien waarbij de akte betekend wordt aan een derde (art. 35 Gerechtelijk wetboek) of zelfs aan helemaal geen persoon (art. 38). In die gevallen is de betekening volledig wettig ook al is zij niet aan de persoon zelf gedaan. Een persoon die het exploot wettelijk heeft ontvangen, zoals in artikel 35, en het niet doorgeeft of er niet voor zorgt dat de geadresseerde wordt ingelicht, kan daarvoor burgerlijk aansprakelijk worden gesteld. In de praktijk levert deze regeling zeer goede resultaten op.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Het is echter niet uit te sluiten dat de wet overtreden wordt bij de betekening of de kennisgeving (bvb. het niet vermelden van bepaalde gegevens in het exploot). De procesrechtelijke sanctie voor zulke onregelmatige betekening of kennisgeving is de nietigheid van de proceshandeling of -akte. De regels met betrekking tot de nietigheid zijn te vinden in de artikelen 860 tot 867 van het Gerechtelijk Wetboek.

Art. 860 bepaalt dat een proceshandeling of een procesakte nietig kan worden verklaard indien de wet deze sanctie oplegt voor het geval dat niet is voldaan aan een verplichting die de wet oplegt.

De rechter kan, volgens artikel 861, een proceshandeling echter alleen dan nietig verklaren, indien het aangeklaagde verzuim of de aangeklaagde onregelmatigheid de belangen schaadt van de partij die aanvoert dat de handeling of de akte nietig is.

Deze vereiste van belangenschade geldt echter niet in de gevallen van artikel 862, §1. Dit artikel stelt dat de regel van artikel 861 niet geldt voor een verzuim of een onregelmatigheid betreffende:

  1. de termijnen op straffe van verval of nietigheid voorgeschreven;
  2. de ondertekening van de akte;
  3. de vermelding van de datum van de akte wanneer die noodzakelijk is om de gevolgen van de akte te beoordelen;
  4. de aanwijzing van de rechter die van de zaak kennis moet nemen;
  5. de eed opgelegd aan getuigen en aan deskundigen;
  6. de vermelding dat de exploten en akten van tenuitvoerlegging zijn betekend aan de persoon of op een andere wijze die de wet bepaalt.

In deze gevallen wordt de nietigheid of het verval sowieso uitgesproken door de rechter, zelfs ambtshalve ("ambtshalve nietigheid”). Artikel 862, §2, van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt echter dat de rechter hierbij rekening moet houden met artikel 867.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Artikel 867 bepaalt dat het verzuim of de onregelmatigheid van de vorm van een proceshandeling (met inbegrip van de niet-naleving van de op straffe van nietigheid voorgeschreven termijnen) of van de vermelding van een vorm kan niet tot nietigheid leiden, wanneer uit de gedingstukken blijkt ofwel dat de handeling het doel heeft bereikt dat de wet ermee beoogt, ofwel dat die niet-vermelde vorm werkelijk in acht is genomen.

Er zijn nog andere vereisten waaraan voldaan moet worden om de nietigheid op te leggen maar het dossier over de kennisgeving en de betekening vormt niet het bestek waarin de leer van de nietigheid omstandig kan worden uiteengezet.

Tenslotte moet erop gewezen worden dat degene die de nietigheid veroorzaakt aansprakelijk kan worden gesteld indien blijkt dat de nietigheid is teweeggebracht door zijn of haar fout.

8. Moet er betaald worden voor de betekening of de kennisgeving en zo ja, hoeveel?

De gerechtsdeurwaarder krijgt een vergoeding voor zijn werk. Die vergoeding wordt geregeld door de artikelen 519 tot 523 van het Gerechtelijk Wetboek (zie de website van de Federale Overheidsdienst Justitie, Rechtsbronnen --> geconsolideerde wetgeving: juridische aard = gerechtelijk wetboek, woord(en) = 519). De precieze tarieven, waarvan niet mag worden afgeweken, zijn vastgelegd in het koninklijk besluit van 30 november 1976 tot vaststelling van het tarief voor akten van gerechtsdeurwaarders in burgerlijke en handelszaken en van het tarief van sommige toelagen (zie de website van de Federale Overheidsdienst Justitie, Rechtsbronnen --> geconsolideerde wetgeving: juridische aard = koninklijk besluit, afkondigingsdatum = van 1976 11 30 tot (blanco)).

Nadere inlichtingen

  • Federale Overheidsdienst Justitie

    - Artikel 32 e.v. Gerechtelijk Wetboek : in Rechtsbronnen?geconsolideerde wetgeving: juridische aard = gerechtelijk wetboek, woord(en) = eerste deel algemene beginselen

    - Artikelen 519 tot 523 Gerechtelijk Wetboek: in Rechtsbronnen?geconsolideerde wetgeving: juridische aard = gerechtelijk wetboek, woord(en) = 519.

    - Koninklijk besluit van 30 november 1976 tot vaststelling van het tarief voor akten van gerechtsdeurwaarders in burgerlijke en handelszaken en van het tarief van sommige toelagen: in Rechtsbronnen --> geconsolideerde wetgeving: juridische aard = koninklijk besluit, afkondigingsdatum = van 1976 11 30 tot (blanco).

  • De Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders van België

  • Verordening (eg) nr. 1348/2000 van de raad van 29 mei 2000 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtel?ke en buitengerechtel?ke stukken in burgerl?ke of in handelszaken

  • het Verdrag van Den Haag van 15 november 1965 en - fr (Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht).

« Betekening en kennisgeving van stukken - Algemene informatie | België - Algemene informatie »

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Laatste aanpassing: 01-08-2007

 
  • Gemeinscheftsrecht
  • Internationaal recht

  • België
  • Bulgarije
  • Tsjechië
  • Denemarken
  • Duitsland
  • Estland
  • Ierland
  • Griekenland
  • Spanje
  • Frankrijk
  • Italië
  • Cyprus
  • Letland
  • Litouwen
  • Luxemburg
  • Hongarije
  • Malta
  • Nederland
  • Oostenrijk
  • Polen
  • Portugal
  • Roemenië
  • Slovenië
  • Slowakije
  • Finland
  • Zweden
  • Verenigd Koninkrijk