Europese Commissie > EJN > Ouderlijke verantwoordelijkheid > Slovenië

Laatste aanpassing: 11-12-2007
Printversie Voeg toe aan favorieten

Ouderlijke verantwoordelijkheid - Slovenië

EJN logo

Deze pagina is vervallen. De pagina wordt bijgewerkt en verplaatst naar het Europees e-justitieportaal.


 

INHOUDSOPGAVE

1. Wat betekent het begrip “ouderlijke verantwoordelijkheid” in de praktijk? Wat zijn de rechten en plichten van degene die de ouderlijke verantwoordelijkheid uitoefent? 1.
2. Wie heeft normaal gesproken de ouderlijke verantwoordelijkheid voor een kind? 2.
3. Kan een andere persoon in plaats van de ouders worden aangewezen, als de ouders de ouderlijke verantwoordelijkheid voor hun kinderen niet kunnen of willen uitoefenen? 3.
4. Hoe wordt de ouderlijke verantwoordelijkheid geregeld als de ouders van echt scheiden of uit elkaar gaan? 4.
5. Welke formaliteiten moeten in acht genomen worden om onderlinge overeenstemming van de ouders betreffende de ouderlijke verantwoordelijkheid, juridisch bindend te maken? 5.
6. Als de ouders het niet eens worden over de ouderlijke verantwoordelijkheid wat voor mogelijkheden zijn er om het conflict buiten het gerecht om op te lossen? 6.
7. Over welke zaken betreffende het kind kan de rechter beslissen als de ouders de zaak aan de rechter voorleggen? 7.
8. Als het gerecht beslist dat slechts één ouder belast zal worden met het ouderlijk gezag, betekent dit dan dat deze ouder over alle zaken betreffende het kind kan beslissen zonder eerst de andere ouder te raadplegen? 8.
9. Wat betekent het in de praktijk als het gerecht beslist dat de ouders gezamenlijk het ouderlijk gezag hebben? 9.
10. Tot welk gerecht of welke instantie moet ik mij wenden om een verzoek betreffende ouderlijke verantwoordelijkheid te doen? Aan welke formaliteiten moet ik voldoen en welke documenten moet ik bij mijn verzoek voegen? 10.
11. Welke procedure geldt in deze zaken? Is er een spoedprocedure mogelijk? 11.
12. Kan ik een vergoeding krijgen van de kosten van rechtshulp en de procedure? 12.
13. Is het mogelijk in beroep te gaan tegen een beslissing over de ouderlijke verantwoordelijkheid? 13.
14. Als het nodig is zich te wenden tot een gerecht of een andere instantie om een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid ten uitvoer te leggen, welke procedure moet ik dan toepassen? 14.
15. Wat moet ik doen om een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid, die in een ander lidstaat van de EU is gegeven, in Slovenië te laten erkennen en ten uitvoer te laten leggen? Welke procedure is in deze gevallen van toepassing? 15.
16. Tot welk gerecht in Slovenië moet ik mij wenden om mij te verzetten tegen een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid die genomen is door een gerecht in een andere lidstaat? Welke procedure geldt in deze zaken? 16.
17. Welk recht (bedoeld is: van welk land) is van toepassing in een proces over ouderlijke verantwoordelijkheid, waarbij het kind of de partijen niet in Slovenië wonen of verschillende nationaliteiten hebben? 17.

 

1. Wat betekent het begrip “ouderlijke verantwoordelijkheid” in de praktijk? Wat zijn de rechten en plichten van degene die de ouderlijke verantwoordelijkheid uitoefent?

Ouderlijke verantwoordelijkheid voor kinderen:

Ouderlijke verantwoordelijkheid is een rechtsverhouding die beheerst wordt door het familierecht. De verhouding ontstaat wanneer een kind wordt geboren of wanneer vaderschap of moederschap wordt vastgesteld. In het Sloveense rechtsstelsel zijn de rechten en verplichtingen van kinderen geboren buiten het huwelijk dezelfde als die van wettige kinderen. In het Sloveense recht wordt het stelsel van volledige adoptie toegepast waarbij geadopteerde kinderen op dezelfde wijze worden behandeld als natuurlijke kinderen.

De rechtsgrondslag is artikel 54 van de Sloveense grondwet dat bepaalt dat ouders het recht en de plicht hebben hun kinderen te onderhouden en op te voeden. Dit recht en deze plicht kunnen alleen in het belang van het kind worden ontnomen of beperkt om bij wet bepaalde redenen. Kinderen die zijn geboren buiten het huwelijk hebben dezelfde rechten als kinderen die binnen het huwelijk zijn geboren.

Wederzijdse rechten en verplichtingen tussen ouders en hun natuurlijke of geadopteerde kinderen maken deel uit van ouderlijke verantwoordelijkheid (artikelen 4, 5 en 7 van de Sloveense wet inzake het huwelijk en de familierechtelijke betrekkingen, Ur.1. RS (Sloveense staatscourant) nr. 15/76 (Zakon o zakonski zvezi in družinskih razmerjih - ZZZDR).

De aansprakelijkheid van ouders voor onrechtmatige daden van hun kinderen is vastgelegd in artikel 142 van het Sloveense wetboek over verbintenissen (Obligacijski zakonik - OZ). Ouders zijn aansprakelijk voor schade toegebracht aan derden door hun kinderen tot hun zevende jaar, ongeacht of de ouders iets te verwijten valt.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Ouders zijn aansprakelijk voor schade veroorzaakt aan derden door hun kinderen vanaf de leeftijd van zeven jaar tenzij de ouders kunnen bewijzen dat ze niet verantwoordelijk zijn voor de schade.

Artikel 107 ZZZDR bevat bepalingen over de vertegenwoordiging van kinderen, over rechtshandelingen namens hen tegen derden en over het beheer van hun vermogen. Minderjarigen worden vertegenwoordigd door hun ouders. Als een schrijven dient te worden betekend aan een minderjarige, kan dit ook rechtsgeldig worden betekend aan een van de ouders of, als de ouders niet samenwonen, aan de ouder bij wie het kind woont.

Als beide ouders het gezag over het kind hebben, moeten zij afspreken waar het kind duurzaam verblijft en aan wie van hen betekeningen met betrekking tot het kind moeten worden gericht. Ouders moeten het vermogen van een kind beheren in het belang van kind totdat het kind meerderjarig is (artikel 109 ZZZDR).

Rechten en plichten van ouders en kinderen:

Ouders dienen hun kind de voorwaarden te bieden voor een gezonde groei, harmonieuze persoonlijke ontwikkeling en een opgroeien naar onafhankelijkheid in leven- en werk. Zij zijn verantwoordelijk voor het onderhoud van hun kinderen en dragen zorg voor hun levensomstandigheden, gezondheid en opvoeding. Ze spannen zich tot het uiterste in voor het onderwijs en de beroepsvoorbereiding van hun kinderen. Een kind heeft recht op omgang met beide ouders en beide ouders hebben recht op omgang met het kind (artikelen 102, 103 en 106 ZZZDR).

2. Wie heeft normaal gesproken de ouderlijke verantwoordelijkheid voor een kind?

Ouders moeten in het belang van het kind hun ouderlijke verantwoordelijkheid in onderlinge samenspraak uitoefenen. Wanneer ouders gescheiden van elkaar wonen en niet samen het gezag over het kind hebben, moeten zij in het belang van het kind onderling beslissen over kwesties die wezenlijk van invloed zijn op de ontwikkeling van het kind.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

De ouder die het gezag over het kind heeft, moet beslissen in kwesties die van invloed zijn op de dagelijkse gang van zaken voor het kind. Als een van de ouders verhinderd is om de ouderlijke verantwoordelijkheid uit te oefenen, moet de andere ouder dit alleen doen. Als de ouders gescheiden wonen, dient de ouder bij wie het kind woont de ouderlijke verantwoordelijkheid uit te oefenen. In het geval van scheiding of nietigverklaring van het huwelijk oefent de ouder die het gezag over het kind krijgt de ouderlijke verantwoordelijkheid uit (artikelen 113 en 115 ZZZDR).

3. Kan een andere persoon in plaats van de ouders worden aangewezen, als de ouders de ouderlijke verantwoordelijkheid voor hun kinderen niet kunnen of willen uitoefenen?

Een kind kan ook onder de zorg vallen van anderen of van instellingen. De kinderbescherming (Center za socialno delo) kan een kind uitplaatsen en onder toezicht stellen van een derde persoon of instelling als de ouders de zorg voor het kind verwaarlozen of als dit anderszins in het belang van het kind is (artikel 120 ZZZDR).

Een kind kan ook onder de zorg vallen van een adoptiefouder. Een kind komt alleen voor adoptie in aanmerking als zijn ouders onbekend zijn, als hun woonplaats langer dan een jaar onbekend is of als zijn ouders ten overstaan van de bevoegde instanties zijn overeengekomen dat zij hun kind afstaan voor adoptie of als de ouders van het kind overleden zijn (artikel 141 ZZZDR). Een kind kan ook worden toevertrouwd aan pleegzorg (een pleegouder is iemand die niet de feitelijke ouder is (artikelen 154-159 en artikel 176 ZZZDR en, in het bijzonder, de Sloveense wet op de pleegzorg (Zakon o izvajanju rejniške dejavnosti), Ur. l. RS nr. 10/2002)) of aan de zorg van een voogd (artikelen 178, 182, 201 en 202). Een voogd is zoals een ouder belast met de zorg voor een kind. Hij kan ook een verwant van het kind zijn.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

4. Hoe wordt de ouderlijke verantwoordelijkheid geregeld als de ouders van echt scheiden of uit elkaar gaan?

Als ouders gescheiden wonen of op het punt van scheiding staan, moeten zij afspraken maken met betrekking tot het gezag over en het onderhoud van de gezamenlijke kinderen, alsmede over de omgang tussen kinderen en ouders; dat alles in het belang van de kinderen (artikelen 105 en 105a ZZZDR).

Wanneer ouders gescheiden van elkaar wonen en niet samen het gezag over het kind hebben, moeten zij in het belang van het kind onderling beslissen over kwesties die wezenlijk van invloed zijn op de ontwikkeling van het kind. Als de ouders niet tot overeenstemming kunnen komen, zal de kinderbescherming hen daarbij helpen. De ouder die het gezag over het kind heeft, moet beslissen in kwesties die van invloed zijn op de dagelijkse gang van zaken voor het kind. Als in zulke gevallen de ouders ook met de hulp van de kinderbescherming niet tot afspraken kunnen komen over kwesties die wezenlijk van invloed zijn op de ontwikkeling van het kind, beslist een rechtbank op voorstel van een of beide ouders in een procedure die niet op tegenspraak wordt gevoerd (artikel 113 ZZZDR).

5. Welke formaliteiten moeten in acht genomen worden om onderlinge overeenstemming van de ouders betreffende de ouderlijke verantwoordelijkheid, juridisch bindend te maken?

Als ouders gescheiden wonen of op het punt van scheiding staan, moeten zij afspraken maken met betrekking tot het gezag over en het onderhoud van de gezamenlijke kinderen, alsmede over de omgang tussen kinderen en ouders; dat alles in het belang van de kinderen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Als de ouders het eens zijn over het gezag over de kinderen, kunnen zij de rechtbank in een procedure die niet op tegenspraak wordt gevoerd verzoeken een uitspraak te doen waarin hun afspraken worden neergelegd. Als de rechter van oordeel is dat de afspraak niet in het belang van het kind is, kan hij het voorstel verwerpen. Als de ouders niet tot overeenstemming kunnen komen, zal de kinderbescherming hen daarbij helpen. Als de ouders ook met de hulp van de kinderbescherming niet tot een afspraak kunnen komen, zal de rechtbank uitspraak doen op verzoek van een of beide ouders.

Voordat de rechtbank over de zaak een uitspraak doet, vraagt zij in het belang van het kind advies aan de kinderbescherming. De rechtbank houdt ook rekening met de opvatting van het kind als deze opvatting door het kind zelf wordt geuit of via iemand die door het kind is gekozen en in wie het kind vertrouwen stelt. Het kind moet dan wel in staat zijn de betekenis en de gevolgen ervan te begrijpen. Een verzoek van de ouders om een beslissing van de rechtbank moet vergezeld gaan van een advies van de desbetreffende afdeling van de kinderbescherming waarin wordt vermeld dat de ouders hebben getracht met behulp van de kinderbescherming afspraken te maken over het gezag over hun gezamenlijke kinderen (artikelen 105, 105a en 106 ZZZDR).

6. Als de ouders het niet eens worden over de ouderlijke verantwoordelijkheid wat voor mogelijkheden zijn er om het conflict buiten het gerecht om op te lossen?

Als de ouders niet tot overeenstemming kunnen komen, zal de kinderbescherming hen daarbij helpen. Als zij ook met de hulp van de kinderbescherming geen overeenstemming bereiken, wordt de kwestie door de rechtbank beslist (artikelen 105, 105a en 106 ZZZDR).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

7. Over welke zaken betreffende het kind kan de rechter beslissen als de ouders de zaak aan de rechter voorleggen?

De rechter kan beslissen of alle kinderen onder het gezag van een van de ouders worden geplaatst dan wel welke kinderen onder het gezag van welke ouder worden geplaatst. De rechter kan ook ambtshalve besluiten dat alle of enkele kinderen onder voogdij van een derde moeten worden gesteld.

Voordat de rechter over de zaak een uitspraak doet, vraagt zij in het belang van het kind advies aan de kinderbescherming. De rechter houdt ook rekening met de opvatting van het kind als deze opvatting door het kind zelf wordt geuit of via iemand die door het kind is gekozen en in wie het kind vertrouwen stelt. Het kind moet dan wel in staat zijn de betekenis en de gevolgen ervan te begrijpen.

De rechter beslist ook over de alimentatie voor het kind en over het omgangsrecht. Een kind heeft recht op omgang met beide ouders en beide ouders hebben recht op omgang met het kind. De rechter kan het recht op omgang alleen verbieden of beperken als dat nodig in het belang van het kind. Omgang is niet in het belang van het kind als het kind hierdoor van streek raakt of als dit een bedreiging vormt voor de lichamelijke en geestelijke ontwikkeling van het kind. De rechter kan bepalen dat de omgang dient plaats te vinden onder toezicht van een derde of op een manier die geen ontmoeting of gezelschap met zich meebrengt indien andere vormen van omgang niet in het belang van het kind zijn. Voordat de rechter over de zaak een uitspraak doet, vraagt hij in het belang van het kind advies van de kinderbescherming. De rechter houdt ook rekening met de opvatting van het kind als deze opvatting door het kind zelf wordt geuit of via iemand die door het kind is gekozen en in wie het kind vertrouwen stelt. Het kind moet dan wel in staat zijn de betekenis en de gevolgen ervan te begrijpen. Het kind heeft recht op persoonlijk contact met familieleden en andere personen met wie hij een nauwe band heeft, tenzij dit niet in zijn belang is (grootouders, broers en zussen, halfbroers en halfzussen, vroegere pleegouders, de vroegere of huidige samenwonende of huwelijkspartner van een van beide ouders) (artikelen 105, 105a, 106 en 106a ZZZDR).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

8. Als het gerecht beslist dat slechts één ouder belast zal worden met het ouderlijk gezag, betekent dit dan dat deze ouder over alle zaken betreffende het kind kan beslissen zonder eerst de andere ouder te raadplegen?

Nee. Indien de ouders gescheiden van elkaar wonen en niet samen het gezag over het kind hebben, moeten zij in het belang van het kind onderling beslissen over kwesties die wezenlijk van invloed zijn op de ontwikkeling van het kind. Als de ouders niet tot overeenstemming kunnen komen, zal de kinderbescherming hen daarbij helpen. De ouder die het gezag over het kind heeft, moet beslissen in kwesties die van invloed zijn op de dagelijkse gang van zaken voor het kind. Als in zulke gevallen de ouders ook met de hulp van de kinderbescherming niet tot afspraken kunnen komen over kwesties die wezenlijk van invloed zijn op de ontwikkeling van het kind, beslist de rechter op voorstel van een of beide ouders in een procedure die niet op tegenspraak wordt gevoerd.

9. Wat betekent het in de praktijk als het gerecht beslist dat de ouders gezamenlijk het ouderlijk gezag hebben?

Dit betekent dat beide ouders gelijkelijk gebonden zijn aan het gezag over het kind en voor hem moeten blijven zorgen.

10. Tot welk gerecht of welke instantie moet ik mij wenden om een verzoek betreffende ouderlijke verantwoordelijkheid te doen? Aan welke formaliteiten moet ik voldoen en welke documenten moet ik bij mijn verzoek voegen?

De arrondissementsrechtbank (artikel 32 van het Sloveense wetboek van burgerlijke rechtsvordering (Zakon o pravdnem postopku - ZPP)) die in het algemeen plaatselijk bevoegd is voor de gedaagde, dat wil zeggen, het gerecht in het rechtsgebied waar de gedaagde zijn tijdelijke of vaste woonplaats heeft (artikel 47 ZPP). In geschillen over wettelijke alimentatie waarbij de eiser om alimentatie verzoekt (artikel 50 ZPP) is echter niet alleen het gerecht met algemene plaatselijke jurisdictie voor de gedaagde bevoegd, maar ook het gerecht in het rechtsgebied waar de eiser zijn tijdelijke of vaste woonplaats heeft.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

De bepalingen van het ZPP moeten in acht worden genomen; in het bijzonder artikel 104 dat stelt dat verzoekschriften aan de rechtbank in de Sloveense taal moeten zijn gesteld; artikel 105 dat stelt dat verzoeken schriftelijk moeten worden ingediend en een voorgeschreven inhoud moeten bevatten; artikel 106 dat het aantal afschriften noemt; artikel 107 dat voorschrijft welke bijlagen moeten worden toegevoegd en artikel 180 dat richtlijnen voor de inhoud van de klacht geeft.

11. Welke procedure geldt in deze zaken? Is er een spoedprocedure mogelijk?

De procedure bij geschillen over huwelijkse aangelegenheden en geschillen die ontstaan uit familierechtelijke betrekkingen tussen ouders en kinderen wordt behandeld in hoofdstuk 27 ZPP (artikelen 406-414).

Volgens deze procedure kan de rechtbank op verzoek van een partij of ambtshalve voorlopige voorzieningen treffen inzake het gezag over en de alimentatie voor kinderen, alsmede inzake de opheffing of beperking van het recht op omgang dan wel ter bepaling van de wijze waarop deze omgang dient plaats te vinden.

Voorlopige voorzieningen worden getroffen overeenkomstig de wet betreffende zekerheidstelling van vorderingen (Zakon o izvršbi in zavarovanju - ZIZ).

12. Kan ik een vergoeding krijgen van de kosten van rechtshulp en de procedure?

Gratis rechtsbijstand wordt geregeld in de wet betreffende rechtsbijstand (Zakon o brezplačni pravni pomoči - ZBPP), die voorwaarden bevat voor de toekenning van dergelijke rechtshulp en de omvang daarvan (recht op gehele of gedeeltelijke kostenvergoeding van rechtshulp en vrijstelling van betaling van proceskosten).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Ook bij lopende procedures is het mogelijk een verzoek in te dienen tot vrijstelling van betaling van griffierechten en proceskosten; de desbetreffende voorwaarden staan vermeld in de artikelen 168 en 169 ZPP.

13. Is het mogelijk in beroep te gaan tegen een beslissing over de ouderlijke verantwoordelijkheid?

Ja, tegen de uitspraak van de rechtbank kan beroep worden aangetekend bij het gerechtshof. Het beroep moet worden ingesteld bij de rechtbank die de uitspraak in eerste aanleg heeft gedaan en er moeten voldoende afschriften voor de rechtbank en de wederpartij (artikel 342 ZPP) worden verstrekt.

14. Als het nodig is zich te wenden tot een gerecht of een andere instantie om een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid ten uitvoer te leggen, welke procedure moet ik dan toepassen?

De tenuitvoerleggingsprocedure is neergelegd in de Sloveense wet inzake de tenuitvoerlegging van uitspraken in civiele zaken en zekerheidstelling van vorderingen (Zakon o izvršbi in zavarovanju - ZIZ) en wel specifiek in hoofdstuk 20: tenuitvoerlegging in zaken betreffende het gezag over kinderen en de persoonlijke omgang met kinderen (artikelen 238a-238g ZIZ).

15. Wat moet ik doen om een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid, die in een ander lidstaat van de EU is gegeven, in Slovenië te laten erkennen en ten uitvoer te laten leggen? Welke procedure is in deze gevallen van toepassing?

De voorwaarden inzake erkenning en tenuitvoerlegging van rechterlijke uitspraken van buitenlandse rechtbanken en van andere wetten worden behandeld in hoofdstuk 4 van de wet internationaal privaat- en procesrecht (Zakon o mednarodnem zasebnem pravu in postopku - ZMZPP, artikelen 94-111).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Een uitspraak van een buitenlandse rechtbank wordt als gelijkwaardig beschouwd aan een uitspraak van een Sloveense rechtbank en heeft in Slovenië dezelfde rechtskracht als een Sloveense uitspraak, mits de buitenlandse uitspraak wordt erkend door een Sloveense rechtbank. Bij een verzoek om erkenning moet de buitenlandse uitspraak of een gewaarmerkt afschrift daarvan aan het erkenningsvoorstel worden gehecht, alsmede een certificaat dat is afgegeven door de bevoegde buitenlandse rechtbank of een andere instantie betreffende de rechtskracht van die uitspraak volgens de wet van het land waarin deze is gedaan. Als de buitenlandse uitspraak niet is gesteld in de officiële taal van de rechtbank, moet de partij die om erkenning verzoekt ook een gewaarmerkte vertaling van de buitenlandse uitspraak in de officiële taal van de rechtbank toevoegen.

De bovenstaande bepalingen zijn ook van toepassing op de tenuitvoerlegging van een buitenlandse uitspraak. Naast een certificaat betreffende de rechtkracht van de buitenlandse uitspraak moet degene die om tenuitvoerlegging verzoekt ook een certificaat toevoegen betreffende de uitvoerbaarheid volgens de wet van het betrokken land.

De arrondissementsrechtbank doet uitspraak over erkenning (artikel 32, lid 2 ZPP, artikel 101 van de wet op de rechterlijke organisatie (Zakon o sodiščih)). De rechtbank beslist over de erkenning van de buitenlandse uitspraak in overeenstemming met de regels inzake procedures die niet op tegenspraak worden gevoerd (artikel 1, lid 2 van de Sloveense wet op de niet-litigieuze rechtsvordering (Zakon o nepravdnem postopku - ZNP)).

16. Tot welk gerecht in Slovenië moet ik mij wenden om mij te verzetten tegen een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid die genomen is door een gerecht in een andere lidstaat? Welke procedure geldt in deze zaken?

De arrondissementsrechtbank is bevoegd te beslissen over de erkenning van buitenlandse uitspraken. De procedure is dezelfde als die voor procedures die niet op tegenspraak worden gevoerd.

17. Welk recht (bedoeld is: van welk land) is van toepassing in een proces over ouderlijke verantwoordelijkheid, waarbij het kind of de partijen niet in Slovenië wonen of verschillende nationaliteiten hebben?

De familierechtelijke betrekkingen tussen ouders en kinderen worden beoordeeld in overeenstemming met het recht van het land van hun nationaliteit. Als ouders en kinderen een verschillende nationaliteit hebben, wordt het recht toegepast van het land waar zij allemaal hun vaste woonplaats hebben. Als de ouders en kinderen verschillende nationaliteiten hebben en geen vaste verblijfplaats in hetzelfde land, wordt het recht toegepast van het land van de nationaliteit van het kind (artikel 42 ZMZPP).

« Ouderlijke verantwoordelijkheid - Algemene informatie | Slovenië - Algemene informatie »

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Laatste aanpassing: 11-12-2007

 
  • Gemeinscheftsrecht
  • Internationaal recht

  • België
  • Bulgarije
  • Tsjechië
  • Denemarken
  • Duitsland
  • Estland
  • Ierland
  • Griekenland
  • Spanje
  • Frankrijk
  • Italië
  • Cyprus
  • Letland
  • Litouwen
  • Luxemburg
  • Hongarije
  • Malta
  • Nederland
  • Oostenrijk
  • Polen
  • Portugal
  • Roemenië
  • Slovenië
  • Slowakije
  • Finland
  • Zweden
  • Verenigd Koninkrijk