Europese Commissie > EJN > Ouderlijke verantwoordelijkheid > Portugal

Laatste aanpassing: 30-07-2004
Printversie Voeg toe aan favorieten

Ouderlijke verantwoordelijkheid - Portugal

EJN logo

Deze pagina is vervallen. De pagina wordt bijgewerkt en verplaatst naar het Europees e-justitieportaal.


 

INHOUDSOPGAVE

1. Wat is in de praktijk de betekenis van de uitdrukking "ouderlijke verantwoordelijkheid"? Wat zijn de rechten en plichten van de persoon/personen die de "ouderlijke verantwoordelijkheid" draagt/dragen? 1.
2. Wie draagt/dragen over het algemeen "ouderlijke verantwoordelijkheid" voor een kind? 2.
3. Indien de ouders niet in staat of niet bereid zijn om de ouderlijke verantwoordelijkheid voor hun kinderen uit te oefenen, kan dan in hun plaats een andere persoon worden benoemd? 3.
4. Hoe wordt, in geval van echtscheiding of scheiding van tafel en bed van de ouders, de ouderlijke verantwoordelijkheid voor de toekomst bepaald? 4.
5. Wanneer de ouders een overeenkomst sluiten over de kwestie van de ouderlijke verantwoordelijkheid, welke formaliteiten moeten dan in acht worden genomen om de overeenkomst rechtsgeldig te maken? 5.
6. Wanneer de ouders niet in staat zijn een overeenkomst te sluiten over de kwestie van de ouderlijke verantwoordelijkheid, wat zijn dan de beste mogelijkheden om aan het conflict een eind te maken zonder tussenkomst van de rechter? 6.
7. Wanneer de ouders zich tot de rechtbank wenden, waarover kan de rechter dan een beslissing nemen ten aanzien van het kind? 7.
8. Indien de rechtbank besluit dat een van beide ouders uitsluitend de voogdij over het kind verkrijgt, betekent dit dan dat deze persoon alles kan beslissen wat het leven van het kind aangaat, zonder de andere ouder te raadplegen? 8.
9. Indien de rechtbank besluit aan beide ouders gezamenlijk de voogdij over het kind toe te wijzen, wat betekent dit dan in de praktijk? 9.
10. Tot welke rechtbank (of andere autoriteit) moet men zich wenden om een actie inzake ouderlijke verantwoordelijkheid op gang te brengen? Welke formaliteiten moeten in acht worden genomen en welke stukken moeten met het eerste verzoek worden overgelegd? 10.
11. Welke procedures gelden in deze gevallen? Is het mogelijk een kort geding aan te spannen? 11.
12. Kan rechtsbijstand worden verkregen om de procedure te bekostigen? 12.
13. Is het mogelijk tegen een beslissing inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid beroep aan te tekenen? 13.
14. In bepaalde gevallen kan het nodig zijn om zich tot een rechtbank of andere autoriteit te wenden om een beslissing over de ouderlijke verantwoordelijkheid ten uitvoer te doen leggen. Welke procedure is in die gevallen van toepassing? 14.
15. Wat moet men doen om in Portugal erkenning en tenuitvoerlegging te verkrijgen van een beslissing over de ouderlijke verantwoordelijkheid van een rechtbank in een andere lidstaat? Welke procedure is in die gevallen van toepassing? 15.
16. Tot welke Portugese rechtbank moet men zich wenden om een beslissing over de ouderlijke verantwoordelijkheid van een rechtbank in een andere lidstaat te doen erkennen? Welke procedure is in die gevallen van toepassing? 16.
17. Welke wet is van toepassing op een actie inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid wanneer het kind of de ouders niet in Portugal wonen of niet dezelfde nationaliteit hebben? 17.

 

1. Wat is in de praktijk de betekenis van de uitdrukking "ouderlijke verantwoordelijkheid"? Wat zijn de rechten en plichten van de persoon/personen die de "ouderlijke verantwoordelijkheid" draagt/dragen?

Het begrip "ouderlijke verantwoordelijkheid" heeft in Portugal nog geen wettelijke status. In de Portugese regelgeving bestaat momenteel het begrip "ouderlijke macht".

Zoals is vastgelegd in de wet, gaat het hier om bevoegdheden en verplichtingen van persoonlijke aard (bevoegdheid tot controle en vertegenwoordiging, verplichting tot respect, bijstand en opvoeding, bevoegdheid/verplichting tot zorg) en van vermogenstechnische aard (bevoegdheid tot beheer van het vermogen van kinderen, verplichting tot bijstand).

2. Wie draagt/dragen over het algemeen "ouderlijke verantwoordelijkheid" voor een kind?

Over het algemeen zijn het de ouders die de ouderlijke macht over hun kinderen bezitten en uitoefenen.

3. Indien de ouders niet in staat of niet bereid zijn om de ouderlijke verantwoordelijkheid voor hun kinderen uit te oefenen, kan dan in hun plaats een andere persoon worden benoemd?

De uitoefening van de ouderlijke macht kan worden beperkt of verboden en wel zodanig dat de kinderen worden toevertrouwd aan een derde persoon (voogd) of aan een kindertehuis.

Het verbod komt in de volgende situaties voor:

  • definitieve veroordeling voor een misdaad waarvan dit het wettelijk gevolg is;
  • verklaring van onbekwaamheid wegens een psychische aandoening;
  • afwezigheid, vanaf het moment van de benoeming van een voorlopige voogd (tijdelijke vertegenwoordiger die het vermogen beheert van de persoon die is verdwenen zonder een spoor achter te laten).

Wanneer de ouders hun plichten ten opzichte van hun kinderen hebben verzaakt, met ernstige schade voor deze laatsten of wanneer zij als gevolg van onervarenheid, ziekte, afwezigheid of andere redenen, niet in staat blijken hun zorgplicht ten opzichte van hun kinderen waar te nemen, kunnen kinderen ook aan een derde of aan een kindertehuis worden toevertrouwd.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Benoeming van een voogd is verplicht:

  • wanneer de ouders zijn overleden;
  • wanneer zij uit de ouderlijke macht over het kind zijn ontzet;
  • wanneer zij de facto langer dan zes maanden de ouderlijke macht niet hebben kunnen uitoefenen;
  • wanneer zij onbekend zijn.

Afgezien van enkele in de wet vastgelegde verschillen hebben derden die met de voogdij van minderjarige kinderen zijn belast dezelfde rechten en plichten als de ouders.

4. Hoe wordt, in geval van echtscheiding of scheiding van tafel en bed van de ouders, de ouderlijke verantwoordelijkheid voor de toekomst bepaald?

Bij echtscheiding of scheiding van tafel en bed wordt de ouderlijke macht vastgesteld bij rechterlijke beslissing of bij besluit van de ambtenaar belast met het bijhouden van de registers van de burgerlijke stand.

De beslissing kan een bekrachtigingsbeslissing zijn, dat wil zeggen een beslissing waarin de overeenkomst tussen de ouders over de uitoefening van de ouderlijke macht wordt bekrachtigd, of een beslissing op basis van argumenten, waarbij een verplichtende beslissing over de uitoefening van deze macht wordt gegeven.

Het besluit van bovenbedoelde ambtenaar is een besluit ter bekrachtiging van de overeenkomst tussen de ouders.

Bedoelde besluiten worden ingebracht in de gerechtelijke procedures over echtscheiding of scheiding van tafel en bed, of in een afzonderlijke procedure ter regeling van de uitoefening van de ouderlijke macht. De burgerlijke stand wordt alleen ingeschakeld bij scheiding van tafel en bed en echtscheiding met wederzijdse instemming.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

5. Wanneer de ouders een overeenkomst sluiten over de kwestie van de ouderlijke verantwoordelijkheid, welke formaliteiten moeten dan in acht worden genomen om de overeenkomst rechtsgeldig te maken?

In de te sluiten overeenkomst moeten de belangen van de minderjarige zorgvuldig worden beschermd en de verschillende rechten en plichten inzake de uitoefening van de ouderlijke macht worden vastgelegd. Indien de overeenkomst wordt overgelegd tezamen met een verzoek om bekrachtiging is geen bijzondere vorm voorgeschreven.

Deze overeenkomst moet worden bekrachtigd door de rechter van de terzake bevoegde rechtbank of de ambtenaar van de burgerlijke stand (zoals gezegd wordt deze laatste alleen ingeschakeld in het geval van scheiding van tafel en bed en echtscheiding met wederzijdse instemming) en moet worden overgelegd bij de gerechtelijke procedure (voor scheiding van tafel en bed, echtscheiding of regeling van de ouderlijke macht).

Deze overeenkomst kan ook worden gesloten tijdens een poging tot verzoening in aanwezigheid van de rechter. In dat geval wordt zij in de notulen opgenomen en door de desbetreffende rechter bekrachtigd.

Een dergelijke verzoeningspoging is verplicht bij betwiste processen voor echtscheiding en scheiding van tafel en bed en regeling van de ouderlijke macht.

Bij procedures waarbij de ambtenaar van de burgerlijke stand wordt betrokken, moet het Openbaar Ministerie van de bevoegde rechtbank van eerste instantie zijn mening geven over de overeenkomst alvorens deze definitief wordt beoordeeld.

Bekrachtiging moet altijd worden geweigerd als de overeenkomst niet in het belang van de minderjarige is, waaronder begrepen de handhaving van een zeer nauwe relatie met de ouder aan wie deze minderjarige niet wordt toegewezen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

6. Wanneer de ouders niet in staat zijn een overeenkomst te sluiten over de kwestie van de ouderlijke verantwoordelijkheid, wat zijn dan de beste mogelijkheden om aan het conflict een eind te maken zonder tussenkomst van de rechter?

Een tussen de ouders gesloten overeenkomst (ongeacht of deze spontaan of door bemiddeling tot stand komt) moet altijd door de rechtbank worden bekrachtigd, behalve wat de bovengenoemde inschakeling van de burgerlijke stand betreft.

In de fase waarin wordt nagegaan op welke punten de ouders het oneens zijn en waar kans op toenadering bestaat, kan men bij de door het ministerie van justitie in 1997 ingestelde dienst voor gezinsbemiddeling (Gabinete de Mediação Familiar), of bij de diensten voor gezinsbemiddeling die in enkele gemeenten bestaan, om bemiddeling vragen.

Bovendien kan men zich wenden tot de vereniging voor bemiddelaars in conflicten (Associaçao de Mediadores de Conflitos).

In elke fase van de procedure en steeds wanneer hij dat opportuun acht, kan de rechter op eigen initiatief of met instemming of op verzoek van de belanghebbenden, inschakeling door openbare of particuliere bemiddelingsdiensten bevelen. De desbetreffende rechter zal de door bemiddeling tot stand gekomen overeenkomst bekrachtigen, wanneer deze in het belang van de minderjarige is.

7. Wanneer de ouders zich tot de rechtbank wenden, waarover kan de rechter dan een beslissing nemen ten aanzien van het kind?

Algemeen gesproken en ongeacht door wie de tussenkomst wordt ingeroepen, kan de rechtbank ten aanzien van het kind en op het terrein waarmee wij ons hier bezighouden:

Bovenkant paginaBovenkant pagina

  • de voogdij en het vermogensbeheer instellen;
  • een persoon benoemen die uit naam van de minderjarige transacties moet afsluiten en eveneens een algemene curator benoemen die de aan de ouderlijke macht onderworpen minderjarige buitengerechtelijk vertegenwoordigt;
  • de uitoefening van de ouderlijke macht regelen (dat wil zeggen een beslissing nemen over het lot van het kind, over de verschuldigde onderhoudsbijdrage en de vorm waarin deze moet worden voldaan, alsmede over de regeling ter bepaling van de contacten die met de niet-verzorgende ouder moeten blijven bestaan, met als uitgangspunt dat altijd het bestaan van een zeer nauwe relatie moet worden gegarandeerd) en kwesties die daarmee verband houden, aanhoren;
  • de aan de minderjarigen verschuldigde onderhoudsbijdragen vaststellen en de tenuitvoerlegging van het onderhoud voorbereiden en hierover een uitspraak doen;
  • de voogdij over minderjarigen judicieel regelen;
  • de wettelijke vertegenwoordiger van de minderjarigen toestemming verlenen om bepaalde handelingen te verrichten, handelingen die zonder toestemming zijn verricht bevestigen en voorzieningen treffen voor het accepteren van vergoedingen;
  • in de beslissing vastleggen, welke waarborgsom de ouders moeten storten ten behoeve van de minderjarige kinderen;
  • de gehele of gedeeltelijke uitoefening van de ouderlijke macht verbieden en de grenzen van de uitoefening van die macht vaststellen;
  • bij onenigheid tussen de ouders in de beslissing een uitspraak doen over de naam en familienamen van de minderjarige;
  • ingeval van voogdij of vermogensbeheer, de beloning vaststellen voor de curator of de administrateur, de vrijstelling, ontlasting of vervanging van de voogd, de administrateur of het stemgerechtigd lid van de familieraad beoordelen, rekeningen opeisen en beoordelen, de vervanging van de wettelijke hypotheek goedkeuren en de verhoging en vervanging van de gegeven waarborg vaststellen, alsmede een bijzondere curator benoemen die de minderjarige buitengerechtelijk vertegenwoordigt;
  • een bijzondere curator benoemen die de minderjarige in een eventuele voogdijprocedure vertegenwoordigt;
  • in de beslissing een besluit nemen over de verhoging en vervanging van de ten behoeve van de minderjarige kinderen gestelde waarborg;
  • de rekeningen opeisen en beoordelen die de ouders moeten overleggen;
  • alle andere kwesties in de hierboven genoemde processen aanhoren.

Indien tussen de ouders geen overeenstemming over kwesties van bijzonder belang is bereikt, moet de rechtbank hierover op verzoek van een van beide ouders en wel na een verzoeningspoging en na aanhoring van de minderjarige, een uitspraak doen. Om te kunnen worden gehoord, moet het kind ouder zijn dan 14 jaar en de omstandigheden mogen niet van dien aard zijn dat het aanhoren van het kind moet worden afgeraden.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Kwesties van bijzonder belang zijn onder meer de naam van het kind en diens opvoeding (met name de religieuze opvoeding), de beslissing over het vermogen of over verwerping van erfenissen, het opnemen van leningen en het verwerven van een positie in een handelsonderneming.

In het geval van wettelijk of van tafel en bed gescheiden ouders, moet de rechtbank beslissen of de ouderlijke macht moet worden uitgeoefend door één ouder of door beide ouders, welke ouder voogd zal zijn, wat de bezoekrechten zijn voor de ouder die geen voogd is, en hoe hoog de (eventuele) onderhoudsbijdrage is en wat de vorm daarvan is.

8. Indien de rechtbank besluit dat een van beide ouders uitsluitend de voogdij over het kind verkrijgt, betekent dit dan dat deze persoon alles kan beslissen wat het leven van het kind aangaat, zonder de andere ouder te raadplegen?

Bij zaken van bijzonder belang of voor zaken waarin de wet uitdrukkelijk de toestemming van beide ouders verplicht stelt, moet de ouder die geen voogd is worden geraadpleegd en toestemming geven voor de uitvoering ervan. Overigens heeft de ouder die niet de ouderlijke macht uitoefent de bevoegdheid toe te zien op de opvoeding en de levensomstandigheden van het kind.

Daarnaast kunnen de ouders overeenkomen dat bepaalde kwesties in onderling overleg worden opgelost of dat het beheer over het vermogen van het kind wordt overgenomen door de ouder aan wie de voogdij over de minderjarige is toegewezen.

9. Indien de rechtbank besluit aan beide ouders gezamenlijk de voogdij over het kind toe te wijzen, wat betekent dit dan in de praktijk?

In de praktijk wordt de ouderlijke macht in deze situatie uitgeoefend door beide ouders die beslissen over kwesties in verband met het leven van het kind in dezelfde omstandigheden als die golden toen het huwelijk nog in stand was, met als belangrijk verschil dat de minderjarige slechts bij een van de twee ouders kan wonen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

In zo'n geval wordt door de echtscheiding of scheiding van tafel en bed in de positie van de ouders ten opzichte van het kind in juridische zin geen verandering gebracht.

10. Tot welke rechtbank (of andere autoriteit) moet men zich wenden om een actie inzake ouderlijke verantwoordelijkheid op gang te brengen? Welke formaliteiten moeten in acht worden genomen en welke stukken moeten met het eerste verzoek worden overgelegd?

In Portugal zijn op dit gebied de familierechtbanken (Tribunais de Família) bevoegd.

Er zijn familierechtbanken, officieel genoemd rechtbanken voor kwesties in het gezin en voor minderjarigen (Tribunais de Família e Menores) in Aveiro, Barreiro, Braga, Cascais, Coimbra, Faro, Funchal, Lissabon, Loures, Ponta Delgada, Portimão, Porto, Setúbal, Seixal, Sintra en Vila Franca de Xira.

Buiten de rechtsgebieden van deze rechtbanken zijn de districtsrechtbanken (Tribunais de Comarca) bevoegd voor zaken die met de ouderlijke verantwoordelijkheid verband houden.

Hangende een procedure voor betwiste echtscheiding of scheiding van tafel en bed zijn echter de civiele voogdijvoorzieningen voor de regeling van het uitoefenen van de ouderlijke macht, de betaling van onderhoudsbijdragen en het verbod op de uitoefening van de ouderlijke macht, aan deze zaak gekoppeld.

Indien geen rechtszaak voor betwiste echtscheiding of scheiding van tafel en bed hangende is, moet een eerste verzoek worden ingediend dat niet uitvoerig behoeft te zijn en waarin aangegeven wordt wie partijen zijn, de feiten worden beschreven, het verzoek wordt gepreciseerd en de bewijsmiddelen worden gepresenteerd.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Een verzoek als dit kan door de ouders worden ondertekend, aangezien, behalve in hoger beroep, de instructie van een advocaat niet noodzakelijk is. De enige documenten die in deze fase absoluut noodzakelijk zijn, zijn de geboortebewijzen van de minderjarigen en de huwelijksakte van de ouders, indien zij gehuwd zijn.

Zie voor meer informatie over deze zaak de pagina over de bevoegdheid van de rechtbanken.

11. Welke procedures gelden in deze gevallen? Is het mogelijk een kort geding aan te spannen?

Op deze procedures zijn de regels voor voluntaire rechtspraak van toepassing, waardoor de rechtbank vrijelijk de feiten kan onderzoeken, bewijzen kan verzamelen, onderzoeken kan laten instellen en de informatie kan verzamelen die noodzakelijk wordt geacht. Alleen de bewijzen die de rechter noodzakelijk acht, zijn toelaatbaar.

De uitspraak wordt gedaan binnen een termijn van 15 dagen na het indienen van het desbetreffende verzoek bij de rechter.

Wat de te treffen voorzieningen betreft kan de rechtbank niet aan criteria van strikte legaliteit worden onderworpen, maar in elk geval moet zij een oplossing zoeken die zij het meest geschikt acht. Wanneer de rechtbank dus gevraagd wordt om een regeling voor de ouderlijke macht, moet zij zich volledig en uitsluitend laten leiden door het belang van de minderjarige.

Het vrijwillige karakter van de rechtspraak ontslaat de rechtbank echter niet van de plicht haar beslissingen te baseren op feiten en de wet.

In dit soort procedures kunnen de beslissingen worden gewijzigd, ongeacht de reeds gesorteerde effecten, op basis van omstandigheden die de wijziging rechtvaardigen, dat wil zeggen omstandigheden die zich na de beslissing hebben voorgedaan of daarvoor, maar niet in aanmerking zijn genomen omdat zij niet bekend waren of om een andere gewichtige reden.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Partijen hebben het recht kennis te nemen van de inlichtingen, verslagen, onderzoeken en adviezen die tijdens het proces naar voren komen en zij kunnen uitleg vragen, andere elementen toevoegen of vragen om het verzamelen van informatie die zij nuttig achten. De rechter wijst, in een beslissing waartegen geen beroep mogelijk is, de verzoeken af die zinloos zijn, onmogelijk kunnen worden uitgevoerd of duidelijk bedoeld zijn om de zaak te vertragen. Het aanhoren van beide partijen met betrekking tot de met de beschreven middelen verkregen bewijsmiddelen is gewaarborgd.

Tijdens vakanties van de rechtbank gaan voogdijschapsprocessen waarvan uitstel de belangen van de minderjarige zou kunnen schaden verder.

In elke fase van het proces en telkens wanneer het haar goeddunkt, kan de rechtbank een voorlopige beslissing nemen over kwesties die uiteindelijk moeten worden opgelost en tevens alle maatregelen bevelen die onontbeerlijk zijn om de effectieve tenuitvoerlegging van de beslissing te waarborgen. Ook beslissingen die reeds definitief zijn genomen, kunnen voorlopig worden gewijzigd. Hiertoe voert de rechtbank de summiere onderzoeken uit die zij nodig oordeelt.

12. Kan rechtsbijstand worden verkregen om de procedure te bekostigen?

Ja, de regeling voor rechtsbijstand is van toepassing op alle rechtbanken, ongeacht de vorm van het proces.

Zie voor nadere inlichtingen de pagina « Assistência judiciária – Portugal » (rechtsbijstand – Portugal).

13. Is het mogelijk tegen een beslissing inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid beroep aan te tekenen?

Ja, krachtens de algemene voorwaarden van het civiel procesrecht kan zowel door een van de ouders als namens het Openbaar Ministerie beroep worden aangetekend. Tegen beslissingen die volgens criteria van gepastheid of geschiktheid zijn genomen kan men niet in beroep gaan bij het hooggerechtshof (Supremo Tribunal de Justiça).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

14. In bepaalde gevallen kan het nodig zijn om zich tot een rechtbank of andere autoriteit te wenden om een beslissing over de ouderlijke verantwoordelijkheid ten uitvoer te doen leggen. Welke procedure is in die gevallen van toepassing?

Indien een van de ouders zich niet houdt aan wat ten aanzien van de situatie van de minderjarige is overeengekomen of besloten, kan de andere ouder de rechtbank verzoeken de nodige maatregelen te treffen om naleving af te dwingen en de schuldige ouder te veroordelen tot een boete voor de overtreding en tot schadevergoeding ten behoeve van de minderjarige, de eiser of beiden.

Wanneer een verzoek is gedaan of in het proces is ingebracht, belegt de rechter een bijeenkomst met de ouders of beveelt de gedaagde te informeren, zodat deze zich kan laten vertegenwoordigen op de manier die hem goeddunkt. Tijdens deze bijeenkomst kunnen de ouders met de wijziging die in de uitoefening van de ouderlijke macht is aangebracht akkoord gaan, daarbij rekening houdende met het belang van de minderjarige. Indien geen bijeenkomst wordt belegd of wanneer de ouders er niet in slagen tot overeenstemming te komen, laat de rechter een summier onderzoek instellen, neemt andere maatregelen die hij nodig acht en neemt tenslotte een beslissing. Indien een ouder tot een boete is veroordeeld en deze niet binnen een termijn van tien dagen is betaald, wordt een uittreksel van de procedure gemaakt om voor te leggen aan de rechtbank die bevoegd is om de boete te innen.

De procedure in kwestie is een onderdeel van het hoofdproces en vloeit voort uit het verzoek van een ouder of van het openbaar ministerie.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Wanneer de persoon die wettelijke verplicht is tot het betalen van onderhoudsbijdragen de verschuldigde bedragen niet binnen tien dagen na de vervaldatum voldoet, geldt het onderstaande:

  • indien het een ambtenaar betreft, worden op verzoek van de rechtbank aan de bevoegde dienst de desbetreffende bedragen op zijn/haar salaris in mindering gebracht;
  • Indien het een werknemer/werkneemster betreft, worden de bedragen op zijn/haar loon of salaris in mindering gebracht. Hiertoe wordt de werkgever als gerechtelijk bewaarder aangewezen;
  • Indien het om iemand gaat die renten, pensioenen, uitkeringen, commissies, percentages, honoraria, gratificaties, aandelen in de winst of soortgelijke betalingen ontvangt, zal het verschuldigde bedrag op deze betalingen in mindering worden gebracht wanneer deze betaald of gecrediteerd worden; hiertoe zullen de nodige vereisten of aanzeggingen worden gedaan en de personen in kwestie worden benoemd tot gerechtelijk bewaarder.

De in mindering gebrachte bedragen zullen tevens de onderhoudsbijdragen omvatten die op korte termijn verschuldigd worden en zij zullen rechtstreeks aan de onderhoudsgerechtigde worden uitbetaald.

15. Wat moet men doen om in Portugal erkenning en tenuitvoerlegging te verkrijgen van een beslissing over de ouderlijke verantwoordelijkheid van een rechtbank in een andere lidstaat? Welke procedure is in die gevallen van toepassing?

Om deze vraag te kunnen beantwoorden, moet onderscheid worden gemaakt tussen de situaties waarin een dergelijke beslissing in de loop van processen voor echtscheiding, scheiding van tafel en bed of annulering van het huwelijk van de ouders is genomen en andere situaties.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

In het eerste geval is Verordening (EG) nr. 1347/2000 van 29 mei 2000 van toepassing; krachtens deze verordening zijn beslissingen die in een andere lidstaat zijn genomen, met uitzondering van Denemarken, in Portugal van kracht zonder dat daarvoor een bijzondere procedure behoeft te worden gevolgd.

Derhalve worden in Portugal beslissingen die in een lidstaat over de uitoefening van de ouderlijke macht over een gemeenschappelijk kind van het paar zijn genomen en in die in bedoelde lidstaat uitvoerbaar en betekend zijn, gehandhaafd, zodra zij in deze staat op verzoek van een belanghebbende partij uitvoerbaar zijn verklaard.

In de verordening wordt het geringe aantal redenen opgesomd om dergelijke beslissingen niet te erkennen.

In situaties die niet onder bedoelde verordening vallen en voor kwesties betreffende de voogdij over kinderen, is het Europees Verdrag van 20 mei 1980 betreffende de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen inzake het gezag over kinderen en betreffende het herstel van het gezag over kinderen, dat in de meeste lidstaten van de EU bindend is, van toepassing.

Krachtens dit internationale verdrag kan eenieder die in een verdragsluitend land een beslissing met betrekking tot de voogdij over een minderjarige heeft verkregen, en die in een ander verdragsluitend land erkenning of tenuitvoeringlegging van die beslissing wenst, een verzoek hiertoe indienen bij het instituut voor sociale reïntegratie (Instituto de Reinserção Social). Aan het verzoek moeten worden toegevoegd: a) een document dat de betrokken Portugese overheidsinstantie in staat stelt op te treden namens de eiser of voor dit doel een andere vertegenwoordiger aan te wijzen; b) een kopie van de beslissing die aan de noodzakelijke eisen van authenticiteit voldoet; c) wanneer het gaat om een beslissing die in afwezigheid van de aangeklaagde of diens wettelijke vertegenwoordiger is genomen, een document waaruit blijkt dat de aangeklaagde naar behoren in het bezit is gesteld van de dagvaarding of een gelijkwaardig document; d) zo nodig, een document waarin wordt vastgesteld dat de beslissing, volgens de wet van het land van herkomst, uitvoerbaar is; e) zo mogelijk, een verklaring betreffende de mogelijke verblijfplaats van de minderjarige in de staat en voorstellen over de mogelijkheden tot herstel van de voogdij over de minderjarige.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

In de situaties die niet onder verdragen of speciale voorschriften vallen, wordt de bijzondere procedure voor herziening van veroordelingen in het buitenland gevolgd.

In deze procedure wordt het document met daarin vermeld de beslissing die moet worden herzien bij het desbetreffend verzoek gevoegd en de tegenpartij opgeroepen om binnen 15 dagen verweer aan te tekenen. Eiser kan binnen de daarop volgende tien dagen reageren op het aantekenen van verweer. Zodra partijen hun standpunten kenbaar hebben gemaakt en de maatregelen zijn getroffen die de herzieningsrechter (relator) noodzakelijk acht, krijgen de partijen en het openbaar ministerie elk gedurende 15 dagen inzage van alle stukken.

Voor het bevestigen van het vonnis is het noodzakelijk:

  • dat er geen twijfel bestaat aan de echtheid van het document waarin de beslissing is vervat en over de geest van de beslissing;
  • dat het vonnis volgens de wet van de staat waar dit is geveld, in kracht van gewijsde is gegaan;
  • dat de beslissing afkomstig is van een buitenlandse rechtbank waarvan de jurisdictie niet in strijd met de wet ingeroepen is en dat zij geen betrekking heeft op een zaak waarvoor uitsluitend Portugese rechtbanken bevoegd zijn;
  • dat het niet mogelijk is zich bij het verweer te beroepen op lis pendens of resjudicata op grond van een zaak die aan een Portugese rechtbank is voorgelegd, behalve wanneer een buitenlandse rechtbank heeft voorkomen dat een rechtszaak aanhangig is gemaakt;
  • dat de beschuldigde met inachtneming van de voorwaarden van de wet van de rechtbank van het land van herkomst, naar behoren op de hoogte is gesteld van de zaak en dat bij het proces de beginselen van hoor en wederhoor en van de gelijkheid van de partijen in acht zijn genomen;
  • dat het geen beslissing bevat waarvan de erkenning tot een resultaat leidt dat overduidelijk onverenigbaar is met de beginselen van de internationale openbare orde van Portugal.

16. Tot welke Portugese rechtbank moet men zich wenden om een beslissing over de ouderlijke verantwoordelijkheid van een rechtbank in een andere lidstaat te doen erkennen? Welke procedure is in die gevallen van toepassing?

Om in Portugal erkenning te verkrijgen van een beslissing over de ouderlijke verantwoordelijkheid die genomen is door een rechtbank van een andere lidstaat (Denemarken uitgezonderd) en in de hierboven beschreven situaties waarin Verordening (EG) nr. 1347/2000 van toepassing is, moet men een verzoek indienen bij de districtsrechtbank of bij de gezinsrechtbank (afhankelijk van de omstandigheid of deze laatste aanwezig is in het district in kwestie of niet). Zoals al in het antwoord op de vorige vraag is gezegd, worden dergelijke beslissingen in Portugal erkend, zonder dat een beroep op enige procedure noodzakelijk is.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

In andere situaties moet men zich bewust zijn van de regel dat, onverminderd hetgeen in verdragen en bijzondere wetgeving is bepaald, geen enkele beslissing over rechten van particulieren, genomen door een buitenlandse rechtbank of door bemiddelaars in het buitenland, rechtskracht heeft in Portugal, ongeacht de nationaliteit van partijen, zonder onderzoek en bevestiging.

Voor herziening en bevestiging is de beroepsrechtbank bevoegd van het arrondissement waarin de persoon tegen wie het vonnis zich richt, woonachtig is (Coimbra, Évora, Guimarães, Lissabon en Porto).

17. Welke wet is van toepassing op een actie inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid wanneer het kind of de ouders niet in Portugal wonen of niet dezelfde nationaliteit hebben?

In de processen waarop Verordening nr. 1347/2000 van 29 mei 2000 van toepassing is, zijn de rechtbanken van de lidstaat die bevoegd waren om over een verzoek tot echtscheiding, scheiding van tafel en bed of annulering van het huwelijk een beslissing te nemen, bevoegd voor elke kwestie in verband met de ouderlijke macht over gemeenschappelijke kinderen, wanneer het kind zijn normale woonplaats in die lidstaat heeft.

Derhalve zijn de rechtbanken bevoegd van de lidstaat op wiens grondgebied zich bevindt:

  • de gebruikelijke woonplaats van de echtelieden;
  • de laatste gebruikelijke woonplaats van de echtelieden, mits een van hen daar nog woont;
  • de gebruikelijke woonplaats van de eiser;
  • in het geval van een gezamenlijk verzoek, de gebruikelijke woonplaats van elk van beide echtelieden;
  • de gebruikelijke woonplaats van de eiser, indien deze er onmiddellijk voorafgaande aan het verzoek al minstens een jaar woonde;
  • de gebruikelijke woonplaats van de eiser, indien deze er onmiddellijk voorafgaande aan het verzoek al minstens zes maanden woonde, ongeacht of deze onderdaan is van de lidstaat in kwestie of, in het geval van het Verenigd Koninkrijk en Ierland, er zijn domicilie heeft;
  • de rechtbanken van de lidstaat waarvan beide echtelieden de nationaliteit bezitten, of, in het geval van het Verenigd Koninkrijk en Ierland, beide echtelieden er hun domicilie hebben.

Als het kind zijn gebruikelijke woonplaats niet heeft in de lidstaat waar gebruik is gemaakt van de bevoegdheid een beslissing te nemen over een verzoek om echtscheiding, scheiding van tafel en bed of annulering van het huwelijk, zijn de rechtbanken van deze lidstaat bevoegd indien het kind zijn gebruikelijke woonplaats heeft in een van de lidstaten en indien: a) ten minste een van de echtgenoten de ouderlijke verantwoordelijkheid voor het kind draagt; en b) de bevoegdheid van de rechterlijke instanties door de echtgenoten is aanvaard en door het belang van het kind gerechtvaardigd wordt.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Indien geen enkele rechtbank van een lidstaat bevoegd is in bovengenoemde zin, wordt de bevoegdheid in elke lidstaat geregeld door de wetten van deze staat.

Elke onderdaan van een lidstaat die zijn gebruikelijke woonplaats heeft op het grondgebied van een andere lidstaat, kan in deze laatste lidstaat verzoeken, op voet van gelijkheid met desbetreffende onderdanen, de bevoegdheidsregels toe te passen die in deze staat gelden voor een gedaagde die er niet zijn gebruikelijke woonplaats heeft en niet de nationaliteit van een lidstaat bezit of, in het geval van het Verenigd Koninkrijk en Ierland niet zijn domicilie heeft op het grondgebied van een van laatstgenoemde staten.

Indien het kind van ongehuwde ouders woont in een van de verdragsluitende partijen van het Verdrag van Den Haag van 5 oktober 1961, inzake de bevoegdheden van de autoriteiten en het op de bescherming van minderjarigen toepasselijk recht (welk verdrag door Portugal is geratificeerd) zijn - in de regel -– de rechtbanken van de staat van de gebruikelijke woonplaats van de minderjarige bevoegd om te beslissen over de uitoefening van de ouderlijke macht en, in principe, hun eigen recht toe te passen.

De autoriteiten van de lidstaat waarvan de minderjarige de nationaliteit bezit, kunnen overeenkomstig het desbetreffende interne recht maatregelen treffen ter bescherming van diens persoon of diens vermogen, indien zij van oordeel zijn dat dit in het belang van de minderjarige is en nadat zij de autoriteiten van het land van de gebruikelijke woonplaats van betrokkene hiervan op de hoogte hebben gesteld.

Indien deze regels niet van toepassing zijn, gelden de regels van het interne Portugese recht, die bepalen dat de rechtbank van de woonplaats van de minderjarige bevoegd is of, indien deze niet in Portugal woont, die van de woonplaats van de eiser of de gedaagde.

Indien geen van de drie in Portugal woont, maar de Portugese rechtbanken internationaal bevoegd zijn, is de rechtbank voor gezin en minderjarigen in Lissabon bevoegd om de zaak in behandeling te nemen.

De rechtbanken passen het gemeenschappelijke nationale recht van de ouders toe of bij gebreke daarvan het recht van hun gemeenschappelijke gebruikelijke woonplaats; indien de ouders gewoonlijk in verschillende lidstaten wonen is het persoonlijk recht van het kind van toepassing. Indien met slechts één van de ouders filiatie vaststaat, is het persoonlijk recht van deze laatste van toepassing; indien één van de ouders is overleden, is het recht van de overlevende van toepassing.

Nadere inlichtingen

Nadere informatie kan op onderstaande websites worden ingewonnen:

« Ouderlijke verantwoordelijkheid - Algemene informatie | Portugal - Algemene informatie »

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Laatste aanpassing: 30-07-2004

 
  • Gemeinscheftsrecht
  • Internationaal recht

  • België
  • Bulgarije
  • Tsjechië
  • Denemarken
  • Duitsland
  • Estland
  • Ierland
  • Griekenland
  • Spanje
  • Frankrijk
  • Italië
  • Cyprus
  • Letland
  • Litouwen
  • Luxemburg
  • Hongarije
  • Malta
  • Nederland
  • Oostenrijk
  • Polen
  • Portugal
  • Roemenië
  • Slovenië
  • Slowakije
  • Finland
  • Zweden
  • Verenigd Koninkrijk