Rechtsorde
Organisatie van de rechtspraak
Juridische beroepen
Rechtsbijstand
Bevoegdheid van de rechtbanken
Aanhangigmaking van zaken bij de rechter
Procestermijnen
Toepasselijk recht
Betekening en kennisgeving van stukken
Verkrijging van bewijs en bewijsvoering
Voorlopige en bewarende maatregelen
Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen
Vereenvoudigde procedures en spoedprocedures
Echtscheiding
Ouderlijke verantwoordelijkheid
Alimentatie-
Faillissement
Alternatieve wijzen van geschillenbeslechting
Schadeloosstelling van slachtoffers van misdrijven
Geautomatiseerde verwerking
Vanuit terminologisch oogpunt wordt in het Groothertogdom Luxemburg eerder de term “ouderlijk gezag” dan “ouderlijke verantwoordelijkheid” gebruikt. Het betreft het geheel van rechten en verplichtingen die de wet toekent aan ouders betreffende de persoon en de goederen van hun niet zelfstandige minderjarige kinderen om te voldoen aan de plichten van bescherming, opvoeding en onderhoud die op hen rusten.
Het ouderlijk gezag behoort toe aan de ouders ter bescherming van het kind op het gebied van veiligheid, gezondheid en zeden. Zij hebben ten opzichte van het kind het recht en de plicht tot zorg, toezicht en opvoeding. Het ouderlijk gezag is geen absoluut en discretionair recht van de ouders. Het ouderlijk gezag moet namelijk worden uitgeoefend in het belang van het kind.
Tijdens het huwelijk is de algemene regel dat de vader en de moeder gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen. Als de ouders niet gehuwd zijn, oefent de moeder in principe het ouderlijk gezag uit.
Als de ouders overlijden of niet in staat zijn om voor hun kinderen te zorgen, wordt voogdij ingesteld. De laatstlevende van de vader of moeder kan een voogd kiezen. Als een dergelijke keuze niet wordt gemaakt, benoemt de familieraad, of als deze er niet is, de voogdijrechter een voogd.
Bij een echtscheiding met wederzijdse instemming kunnen de ouders in onderlinge overeenstemming besluiten de zorg gezamenlijk uit te oefenen. Voor alle andere vormen van echtscheiding wordt het ouderlijk gezag uitgeoefend door degene aan wie de rechtbank de zorg voor het kind heeft toevertrouwd.
Behalve in uitzonderlijke en ernstige omstandigheden wijzen de Luxemburgse rechtbanken het zorgrecht vaak toe aan de moeder, vooral als het een jong kind betreft. De ouder aan wie de zorg niet is toegewezen, heeft bezoekrecht en recht van toezicht.
Als de zorg is toevertrouwd aan een derde, blijven de vader en moeder de overige bevoegdheden van het ouderlijk gezag uitoefenen. De rechtbank kan echter, door een derde tot tijdelijk verzorger te benoemen, beslissen dat deze derde het instellen van voogdij moet aanvragen.
Een overeenkomst van de ouders over een kwestie met betrekking tot het ouderlijk gezag is slechts wettelijk bindend na goedkeuring door de bevoegde rechtbank.
De ouders hebben de mogelijkheid gebruik te maken van gezinsbemiddeling.
De rechter kan uitspraak doen over de volgende kwesties:
De ouder aan wie de zorg is toegewezen heeft de verplichting om de andere ouder te informeren aangezien hij deze op de hoogte moet houden van belangrijke keuzen en opvallende feiten met betrekking tot het kind. Ofschoon de ouder aan wie de zorg niet is toegewezen een zeker recht van toezicht heeft op het onderhoud en de opvoeding van het kind, houdt dit recht niet in dat de ouder in kennis wordt gesteld van alle details over het leven van het kind.
Als de ouder aan wie de zorg niet is toegewezen van mening is dat de ouder die het zorgrecht heeft dit recht gebruikt tegen de belangen van het kind in, kan hij zich wenden tot de bevoegde rechtbank om het geschil te beslechten. In dat geval heeft de rechtbank het recht te bevelen dat het zorgrecht wordt gewijzigd, of de ouder die het zorgrecht heeft voorwaarden op te leggen met betrekking tot de opvoeding van het kind.
Men is het erover eens dat het ouderlijk gezag, als het door beide ouders gezamenlijk wordt uitgeoefend terwijl deze gescheiden leven, vooronderstelt dat er een goede verstandhouding en wederzijdse overeenstemming is in het belang van een permanente en constructieve samenwerking bij beslissingen over de zorg, het toezicht en de opvoeding van het kind.
De voogdijrechter is bevoegd wanneer de vader en moeder niet tot overeenstemming komen over wat het belang van het kind vereist, of wanneer in het kader van het wettelijke bewindvoeringsstelsel de twee wettelijke bewindvoerders, die worden verondersteld gezamenlijk te handelen, het niet met elkaar eens zijn.
Tijdens de procedures van de echtscheiding of de scheiding van tafel en bed is de kortgedingrechter in principe de enige die bevoegd is om een uitspraak te doen over de voorlopige zorg voor de kinderen. De maatregelen die hij beveelt kunnen echter worden gewijzigd door de rechter van de jeugdrechtbank, zodra de fysieke of geestelijke gezondheid van een kind, zijn opvoeding of zijn sociale of zedelijke ontwikkeling in gevaar zijn. Bij een echtscheiding of een scheiding van tafel en bed beslist de rechtbank die de echtscheiding of de scheiding van tafel en bed uitspreekt tegelijkertijd over het ouderlijk gezag. Na de echtscheiding of de scheiding van tafel en bed kan de jeugdrechtbank het zorgrecht vaststellen, wijzigen of aanvullen.
De vordering ter fine van gedeeltelijke of volledige overdracht van het ouderlijk gezag wordt voor de arrondissementsrechtbank van het adres of de gebruikelijke woonplaats van het minderjarige kind gebracht. De rechtbank laat alle nuttige maatregelen uitvoeren om informatie te vergaren en laat met name een onderzoek uitvoeren naar de persoonlijkheid van de minderjarige, in het bijzonder door middel van een sociaal onderzoek, medische, psychiatrische en psychologische onderzoeken, observatie van het gedrag of een beroepskeuzeonderzoek. Hij hoort de ouders of de voogd, evenals de persoon die het kind heeft opgevangen. Tot slot kan hij met betrekking tot de zorg voor en de opvoeding van het kind alle voorlopige maatregelen bevelen die hij nuttig acht.
Tot slot wordt de vordering voor volledige of gedeeltelijke ontzetting uit de ouderlijke macht ingesteld door het openbaar ministerie voor de arrondissementsrechtbank, die zitting houdt in burgerlijke zaken, van het adres of de woonplaats van de vader of de moeder. Als er geen adres of woonplaats in het land van de vader of moeder bekend is, wordt de vordering ingesteld voor de arrondissementsrechtbank van de plaats waar de kinderen onder vallen. Als de kinderen niet allemaal onder hetzelfde arrondissement vallen, wordt de vordering ingesteld voor de arrondissementsrechtbank van Luxemburg. De officier van justitie laat een onderzoek uitvoeren naar de gezinssituatie van de minderjarige en het zedelijk gedrag van de ouders. Dezen worden in gebreke gesteld om bij de rechtbank de opmerkingen en het verzet in te dienen die zij gepast achten. De rechtbank kan in ieder geval ambtshalve of op verzoek van partijen de voorlopige maatregelen treffen die hij nuttig acht voor de zorg voor het kind. De rechtbank kan eveneens in ieder geval deze maatregelen herroepen of wijzigen.
De rechtsvordering voor de voogdijrechter wordt aanhangig gemaakt middels een verzoekschrift van de vader of moeder. Partijen hoeven geen gebruik te maken van een advocaat aan het hof.
Wat betreft de verzoeken met betrekking tot het ouderlijk gezag in het kader van een echtscheidingsprocedure of een scheiding van tafel en bed wordt verwezen naar de informatie in Echtscheiding - Luxemburg, punt 11.
Na de echtscheiding of de scheiding van tafel en bed wordt de jeugdrechtbank door een eenvoudig verzoekschrift van een van de ouders of van het openbaar ministerie ingeschakeld. Het verzoekschrift wordt in viervoud op gewoon papier gedeponeerd ter griffie van de jeugdrechtbank van het arrondissement van het adres of gebruikelijke woonplaats van het kind. Behalve de feiten waarop het verzoek is gebaseerd, worden in het verzoekschrift de namen, voornamen, beroepen en woonplaatsen van partijen vermeld. Op straffe van nietigheid vermeldt de eisende partij die niet in het Groothertogdom Luxemburg woont zijn domiciliekeuze in dat land. Partijen hoeven geen gebruik te maken van een advocaat aan het hof.
De rechtsvordering ter fine van de overdracht van het ouderlijk gezag wordt aanhangig gemaakt middels een verzoekschrift. Voor deze rechtsvordering hoeft geen gebruik te worden gemaakt van een advocaat aan het hof. Het verzoekschrift kan worden gericht tot de officier van justitie die het bij de rechtbank aanhangig maakt. De vader, moeder of voogd die herstel van de rechten wenst die zij hebben overgedragen moeten hiertoe een verzoek indienen bij de rechtbank van het adres of de gebruikelijke verblijfplaats van degene aan wie deze rechten zijn toevertrouwd.
Tot slot wordt de rechtsvordering ter fine van ontzetting uit de ouderlijke macht aanhangig gemaakt door een verzoekschrift waarin de feiten worden vermeld en waarbij bewijsmiddelen zijn gevoegd. De griffier betekent het verzoekschrift en roept de ouders of voorouders op tegen wie de rechtsvordering is aangespannen. Deze hoeven geen gebruik te maken van een advocaat aan het hof. De vader, moeder of voogd die herstel van de rechten wenst die hun zijn afgenomen moeten hiertoe een verzoek indienen bij de rechtbank van het adres of de gebruikelijke verblijfplaats van degene aan wie de rechten zijn toevertrouwd.
Personen van wie de inkomsten als onvoldoende worden beschouwd volgens de Luxemburgse wet kunnen in aanmerking komen voor rechtsbijstand. Hiertoe dienen zij een formulier in te vullen dat verkrijgbaar is bij de centrale dienst maatschappelijk werk. Dit formulier moet gericht worden tot de territoriaal bevoegde deken van de orde van advocaten die de beslissing neemt.
De rechtsbijstand dekt alle kosten met betrekking tot procedures of handelingen waarvoor deze is toegekend. De rechtsbijstand dekt met name zegelrecht en registratierecht, griffiekosten, bezoldiging van advocaten, rechten en kosten van een gerechtsdeurwaarder, kosten en honoraria van specialisten, getuigengeld, honoraria van vertalers en tolken, kosten voor schriftelijke verklaringen, reiskosten, rechten en kosten van inschrijvingsformaliteiten, hypotheken en pandgeving evenals kosten voor het plaatsen van advertenties in kranten.
Het is mogelijk in beroep te gaan tegen een beslissing betreffende de ouderlijke verantwoordelijkheid bij het gerechtshof, burgerlijke kamer. De termijn om in beroep te gaan is in principe veertig dagen. De termijn voor beroep tegen een beslissing van de kortgedingrechter is echter vijftien dagen.
Het Luxemburgs recht kent twee mogelijkheden om tegen een systematische weigering van het uitvoeren van een beslissing betreffende de ouderlijke verantwoordelijkheid in beroep te gaan.
Enerzijds is er een straf van civiele aard, te weten een dwangsom, hetgeen een veroordeling inhoudt tot een geldbedrag van een bepaalde hoogte per dag (of week, of maand) vertraging, uitgesproken door een rechtbank, tegen de weerspannige ouder, om deze ertoe te brengen zijn verplichting daadwerkelijk na te laten komen. De rechtsvordering wordt ingesteld per dagvaarding voor de arrondissementsrechtbank van de plaats waar het kind woont. Partijen dienen gebruik te maken van een advocaat aan het hof.
Anderzijds zijn strafrechtelijke straffen voorzien. Zo wordt de overtreding van het niet aanbieden van het kind bestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot twee jaar en/of een boete van 251 tot 2 000 euro. Als de schuldige geheel of gedeeltelijk uit de ouderlijke macht over het kind is ontzet, kan de gevangenisstraf oplopen tot drie jaar. Het parket kan de zaak ambtshalve aanhangig maken, of het kan worden ingeschakeld door het slachtoffer middels een strafrechtelijke klacht. De arrondissementsrechtbank, die zitting houdt in correctionele zaken, stelt de strafrechtelijke straffen vast en in het voorkomende geval het bedrag van de schadevergoeding voor het slachtoffer. Partijen hoeven geen gebruik te maken van een advocaat aan het hof.
Op grond van Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad van 27 november 2003 betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid voor gemeenschappelijke kinderen (hierna: “Brussel II-verordening”) , wordt de beslissing over de ouderlijke verantwoordelijkheid, gewezen door de rechtbank van een ander land van de Europese Unie dat van rechtswege in het Groothertogdom wordt erkend. Met andere woorden, voor de erkenning van een dergelijke beslissing is geen enkele procedure nodig.
De beslissing die is gewezen door de rechtbank van een ander land van de Europese Unie betreffende de uitoefening van het ouderlijk gezag ten opzichte van een gemeenschappelijk kind van partijen, die daar uitvoerbaar is en is betekend of officieel bekendgemaakt, wordt echter pas in het Groothertogdom ten uitvoer gelegd nadat deze uitvoerbaar is verklaard op verzoek van belanghebbende partijen. Het verzoekschrift tot verklaring van het vaststellen van de uitvoerbaarheid moet worden voorgelegd aan de president van de arrondissementsrechtbank via een advocaat aan het hof. Tegen de beslissing van de president van de arrondissementsrechtbank kan in beroep worden gegaan bij het gerechtshof. Bij het hof van cassatie kan een beroep in cassatie worden ingesteld tegen de beslissing van het gerechtshof.
Op grond van de “Brussel II-verordening” kan iedere belanghebbende partij met een verzoekschrift aan de president van de arrondissementsrechtbank vragen een beslissing te geven omtrent het niet erkennen van een beslissing inzake het ouderlijk gezag, gewezen door een rechtbank in een ander land van de Europese Unie. Deze partij dient gebruik te maken van een advocaat aan het hof.
Het verzoekschrift kan alleen om de volgende redenen worden verworpen:
Partijen kunnen tegen de beslissing van de president van de arrondissementsrechtbank in beroep gaan bij het gerechtshof. Tegen de beslissing van het gerechtshof kan cassatie worden ingesteld voor het hof van cassatie.
Overeenkomstig artikel 15 van voornoemd verdrag beperkt Luxemburg de bevoegdheid van de autoriteiten die een uitspraak moeten doen over een verzoek om nietigverklaring, ontbinding of het losser worden van de huwelijksband tussen de ouders van een minderjarige, voor het nemen van maatregelen ter bescherming van het kind of zijn goederen. De autoriteiten van de andere landen die het verdrag hebben ondertekend zijn echter niet verplicht deze maatregelen te erkennen.
Na de echtscheiding van de ouders staat de jurisprudentie over het algemeen toe dat de toepasselijke wet voor de echtscheiding toegepast kan worden, dat wil zeggen:
In alle gevallen concurreert de wet van het rechtsgebied, dat wil zeggen de Luxemburgse wet, als politiewet of wet van openbare orde.
« Ouderlijke verantwoordelijkheid - Algemene informatie | Luxemburg - Algemene informatie »
Laatste aanpassing: 30-10-2006

