Europese Commissie > EJN > Ouderlijke verantwoordelijkheid > Italië

Laatste aanpassing: 11-06-2007
Printversie Voeg toe aan favorieten

Ouderlijke verantwoordelijkheid - Italië

EJN logo

Deze pagina is vervallen. De pagina wordt bijgewerkt en verplaatst naar het Europees e-justitieportaal.


Voor de laatst bijgewerkte tekst: zie italiano
 

INHOUDSOPGAVE

1. Wat betekent het begrip “ouderlijk gezag” in de praktijk? Wat zijn de rechten en plichten van degene die het ouderlijk gezag uitoefent? 1.
2. Wie heeft normaal gesproken het ouderlijk gezag over een kind? 2.
3. Kan een andere persoon in plaats van de ouders worden aangewezen, als de ouders het gezag over hun kinderen niet kunnen of willen uitoefenen? 3.
4. Hoe wordt het ouderlijk gezag geregeld als de ouders van echt scheiden of uit elkaar gaan? 4.
5. Welke formaliteiten moeten in acht worden genomen om onderlinge overeenstemming van de ouders betreffende het ouderlijk gezag, juridisch bindend te maken? 5.
6. Als de ouders het niet eens worden over het ouderlijk gezag wat voor mogelijkheden zijn er om het conflict buiten het gerecht om op te lossen? 6.
7. Over welke zaken betreffende het kind kan de rechter beslissen als de ouders de zaak aan de rechter voorleggen? 7.
8. Als het gerecht beslist dat slechts één ouder belast zal worden met het ouderlijk gezag, betekent dit dan dat deze ouder over alle zaken betreffende het kind kan beslissen zonder eerst de andere ouder te raadplegen? 8.
9. Wat betekent het in de praktijk als het gerecht beslist dat de ouders gezamenlijk het ouderlijk gezag hebben? 9.
10. Tot welk gerecht of welke instantie moet ik mij wenden om een verzoek betreffende ouderlijk gezag te doen? Aan welke formaliteiten moet ik voldoen en welke documenten moet ik bij mijn verzoek voegen? 10.
11. Welke procedure is in deze gevallen van toepassing? Is er ook een spoedprocedure? 11.
12. Kan ik in aanmerking komen voor rechtsbijstand om de kosten van de procedure te dekken? 12.
13. Is het mogelijk beroep in te stellen tegen een beslissing over ouderlijk gezag? 13.
14. Als het nodig is zich te wenden tot een gerecht om een beslissing over ouderlijk gezag ten uitvoer te leggen, welke procedure moet ik dan toepassen? Tot welk gerecht moet ik mij in dergelijke gevallen wenden? 14.
15. Wat moet ik doen om een beslissing over ouderlijk gezag die in een andere lidstaat van de EU is gegeven, in Italië te laten erkennen en ten uitvoer te laten leggen? 15.
16. Tot welk gerecht in Italië moet ik mij wenden om mij te verzetten tegen een beslissing over ouderlijk gezag die genomen is door een gerecht in een andere lidstaat? Welke procedure is in deze gevallen van toepassing? 16.
17. Welk recht is in een procedure over ouderlijk gezag van toepassing wanneer het kind of de partijen niet in Italië wonen of een verschillende nationaliteit hebben? 17.

 

1. Wat betekent het begrip “ouderlijk gezag” in de praktijk? Wat zijn de rechten en plichten van degene die het ouderlijk gezag uitoefent?

Ouderlijk gezag (of ouderlijke verantwoordelijkheid) omvat alle rechten en verplichtingen die bij wet aan ouders worden toegekend en opgelegd ten aanzien van een kind en die alleen in het belang van het kind moeten worden uitgeoefend en nagekomen.

Met het ouderlijk gezag belaste ouders moeten beslissingen nemen met betrekking tot het welzijn, de opvoeding en de opleiding van het kind. Zij zijn de wettelijke vertegenwoordigers van het (ongeboren) kind, met de bevoegdheid namens het kind te onderhandelen en het kind in rechte te vertegenwoordigen. De ouders zijn bevoegd voor het gewone beheer van het vermogen van de minderjarige, ofschoon de voogdijrechter in buitengewone gevallen een andere beslissing kan nemen. Tenzij in de wet anders is bepaald, hebben de ouders het vruchtgenot van het vermogen van hun minderjarige kinderen.

Het ouderlijk gezag omvat dus het onderhoud, de opvoeding en de opleiding van het kind.

2. Wie heeft normaal gesproken het ouderlijk gezag over een kind?

Beide ouders hebben het ouderlijk gezag en moeten het gezamenlijk uitoefenen totdat het kind meerderjarig wordt of wordt ontvoogd. Wanneer ouders geen overeenstemming kunnen bereiken over een vitale kwestie, kan elk van de ouders naar de bevoegde familierechtbank stappen, die de beslissingsbevoegdheid zal toewijzen aan de ouder die het meest geschikt wordt geacht om in de betrokken zaak de belangen van het kind te behartigen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

In het geval van natuurlijke afstamming zijn de samenwonende ouders die het kind hebben erkend verantwoordelijk voor het kind. Wanneer zij niet samenwonen, berust het ouderlijk gezag bij de ouder bij wie het kind woont, of wanneer het kind bij geen van de ouders woont bij de ouder die het kind het eerst heeft erkend.

De ouder die het ouderlijk gezag niet heeft, behoudt hoe dan ook het recht toe te zien op de opvoeding, de opleiding en de levensomstandigheden van het kind.

3. Kan een andere persoon in plaats van de ouders worden aangewezen, als de ouders het gezag over hun kinderen niet kunnen of willen uitoefenen?

Wanneer beide ouders overleden zijn of het ouderlijk gezag om een andere reden niet kunnen uitoefenen, benoemt het gerecht in het ressort waarvan het kind zijn centrum van belangen heeft een voogd.

Wanneer de ouders hun rechten niet uitoefenen en hun verplichtingen niet nakomen, wordt met hun gedrag rekening gehouden bij de beslissing of hen het ouderlijk gezag moet worden ontnomen dan wel of de minderjarige wegens verwaarlozing moet worden geadopteerd. Dergelijke maatregelen worden gelast voordat een voogd wordt benoemd, tenzij er in de loop van de procedure een voorlopige voogd is benoemd nadat het ouderlijk gezag werd opgeschort.

4. Hoe wordt het ouderlijk gezag geregeld als de ouders van echt scheiden of uit elkaar gaan?

In het geval van scheiding van tafel en bed of echtscheiding neemt de rechter een beslissing over het ouderlijk gezag.

In het geval van scheiding van tafel en bed door onderlinge toestemming of wanneer de echtgenoten gezamenlijk om echtscheiding verzoeken, onderzoekt de rechter de situatie van het kind wanneer hij de scheiding van tafel en bed bekrachtigt of de echtscheiding uitspreekt.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

De ouders kunnen te allen tijde verzoeken om een herziening van de ten aanzien van het kind genomen maatregelen, en de herziening wordt doorgevoerd op basis van het rebus sic stantibus-beginsel.

5. Welke formaliteiten moeten in acht worden genomen om onderlinge overeenstemming van de ouders betreffende het ouderlijk gezag, juridisch bindend te maken?

In het geval van scheiding van tafel en bed of echtscheiding, wordt de kwestie van het ouderlijk gezag geregeld in de uitspraak over de scheiding van tafel en bed of de echtscheiding. De rechter moet rekening houden met een tussen de partijen gesloten overeenkomst, maar is daardoor niet gebonden. Hij kan op basis van zijn eigen bevindingen of op verzoek van een van de ouders andere maatregelen treffen (zie artikel 155 van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering en artikel 6 van Wet nr. 1970/898).

Wanneer de in het kader van een scheiding van tafel en bed door onderlinge toestemming gesloten overeenkomst betreffende het ouderlijk gezag en de onderhoudsverplichtingen in strijd is met de belangen van het kind, geeft de rechter aan welke wijzigingen nodig zijn, en indien de door de ouders voorgestelde oplossing onaanvaardbaar is, kan hij de overeenkomst in zijn uitspraak terzijde schuiven (zie artikel 158 van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

Wanneer beide ouders om echtscheiding verzoeken en de rechter van oordeel is dat de met betrekking tot het kind gemaakte afspraken in strijd zijn met de belangen van het kind, wordt de zaak op een normale manier behandeld (waarbij de ouders voor de desbetreffende rechter verschijnen; zie artikel 4 van Wet nr. 1970/898).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

6. Als de ouders het niet eens worden over het ouderlijk gezag wat voor mogelijkheden zijn er om het conflict buiten het gerecht om op te lossen?

Er bestaan met betrekking tot deze kwestie geen alternatieve wijzen van geschillenbeslechting. De gerechten, en met name de familierechtbank, kunnen de sociale diensten om bijstand verzoeken, eventueel in de vorm van bemiddeling die is gericht op het sluiten van een overeenkomst, die aan het desbetreffende gerecht kan worden voorgelegd.

7. Over welke zaken betreffende het kind kan de rechter beslissen als de ouders de zaak aan de rechter voorleggen?

Het gerecht dat uitspraak doet over de scheiding van tafel en bed of de echtscheiding:

  • beslist welke ouder het ouderlijk gezag over het kind zal hebben en regelt het omgangsrecht van de andere ouder; hij kan ook gezamenlijk ouderlijk gezag of een co-ouderschapsregeling opleggen (de echtscheidingswetgeving voorziet uitdrukkelijk in deze beide mogelijkheden, die evenwel ook kunnen worden toegepast bij scheiding van tafel en bed);
  • bepaalt in hoeverre en op welke wijze de andere ouder moet bijdragen aan het onderhoud, de opvoeding en de opleiding van het kind;
  • beslist wie er in de gezinswoning mag blijven wonen (doorslaggevend is welke ouder het gezag over het kind heeft);
  • neemt de nodige maatregelen met betrekking tot het beheer van het vermogen van het kind en bepaalt bij gezamenlijk ouderlijk gezag dat beide ouders vruchtgenot hebben;
  • treft andere maatregelen met betrekking tot het kind (bv. volgens de jurisprudentie is het belangrijk dat de relatie van de grootouders met hun kleinkinderen in stand wordt gehouden en dat er ter zake een bezoekregeling wordt getroffen).

8. Als het gerecht beslist dat slechts één ouder belast zal worden met het ouderlijk gezag, betekent dit dan dat deze ouder over alle zaken betreffende het kind kan beslissen zonder eerst de andere ouder te raadplegen?

Behoudens andersluidende beslissing van de rechter, is de met het ouderlijk gezag belaste ouder als enige verantwoordelijk.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

De vitale beslissingen met betrekking tot het kind moeten echter door beide ouders worden genomen, tenzij de rechter een andere beslissing heeft gegeven.

Volgens de jurisprudentie zijn vitale beslissingen onder meer: de schoolkeuze, de keuze van het toekomstige beroep van het kind, beslissingen betreffende niet-dringende medische ingrepen (er is geen informatieverplichting wanneer er geen keuze is), de overbrenging van de verblijfplaats van het kind naar een ander land (in sommige gevallen wordt de beslissing van de met het ouderlijk gezag belaste ouder geacht in het belang van het kind te zijn, met dien verstande dat er dan een nieuwe regeling voor het omgangsrecht moet worden vastgesteld; zie arrest Hof van Cassatie 1995/1732).

9. Wat betekent het in de praktijk als het gerecht beslist dat de ouders gezamenlijk het ouderlijk gezag hebben?

De rechter kan beslissen dat de ouders gezamenlijk het ouderlijk gezag moeten uitoefenen, wanneer hij van oordeel is dat zulks - gezien de leeftijd van het kind - in het belang van het kind is.

De bepalingen van artikel 6 van Wet nr. 1970/898, zoals gewijzigd, zijn niet al te gedetailleerd; het staat de rechter vrij zelf gedetailleerde maatregelen te nemen.

Wanneer de rechter beslist dat de ouders gezamenlijk het ouderlijk gezag hebben, woont het kind in de praktijk bij een van de ouders (gewoonlijk de moeder), terwijl de andere ouder een belangrijke rol in het leven van het kind blijft spelen. Ofschoon de wet ten doel heeft conflicten te vermijden en ouders te laten samenwerken, wordt deze doelstelling niet altijd verwezenlijkt en beslissen rechters zelden dat ouders gezamenlijk het ouderlijk gezag hebben.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Co‑ouderschap is nog zeldzamer, aangezien de rechters meestal van oordeel zijn dat een dergelijke regeling het kind of zijn ouders geen stabiel leven kan garanderen.

In het parlement wordt momenteel een voorstel tot wijziging van de wet inzake gezamenlijk ouderlijk gezag besproken.

10. Tot welk gerecht of welke instantie moet ik mij wenden om een verzoek betreffende ouderlijk gezag te doen? Aan welke formaliteiten moet ik voldoen en welke documenten moet ik bij mijn verzoek voegen?

  1. Het gerecht dat de scheiding van tafel en bed of de echtscheiding heeft uitgesproken, is bevoegd voor later ingediende verzoeken inzake ouderlijk gezag. Het verzoekschrift moet een beschrijving van de relevante feiten bevatten en moet het bewijs leveren van het bestaan van wettige of gewettigde kinderen dan wel van kinderen die door beide echtgenoten tijdens het huwelijk zijn geadopteerd. Bewijsstukken met betrekking tot het recente inkomen moeten bij het verzoek‑ of verweerschrift worden gevoegd (zie artikel 4 van Wet nr. 1970/898, zoals gewijzigd).
  2. In het geval van mishandeling door één ouder of door beide ouders kan de familierechtbank van de gewone verblijfplaats van het kind (relevant tijdstip: datum van indiening van het verzoek) maatregelen treffen met betrekking tot het ouderlijk gezag. De familierechtbank kan alle geschikt geachte maatregelen nemen, waaronder het verbod de gezinswoning te betreden, of de ontzetting uit het ouderlijk gezag. Deze maatregelen kunnen te allen tijde worden ingetrokken.
  3. Wanneer de ouders niet zijn gehuwd, is het gerecht van de gewone verblijfplaats van het kind bevoegd voor kwesties in verband met het ouderlijk gezag.

11. Welke procedure is in deze gevallen van toepassing? Is er ook een spoedprocedure?

  1. In het geval van scheiding van tafel en bed of echtscheiding is de procedure voor scheiding van tafel en bed of de echtscheidingsprocedure van toepassing (zie thema 'echtscheiding'). Wanneer op het ogenblik van de comparitie voor de voorzitter van de rechtbank blijkt dat de verzoeningspogingen zijn mislukt, worden in het belang van het kind spoedeisende voorlopige maatregelen getroffen, die indien nodig ten uitvoer kunnen worden gelegd. Er is geen spoedprocedure en er is blijkbaar ook geen behoefte aan een dergelijke procedure. Wanneer een ouder de belangen van het kind schaadt, kan de familierechtbank alle noodzakelijk geachte dringende maatregelen nemen.
  2. Kwesties in verband met het ouderlijk gezag moeten door de familierechtbank worden behandeld (en dus ook de in vraag 10, onder B) en C), bedoelde kwesties). De procedures worden geregeld in artikel 336 van het Burgerlijk wetboek, juncto de algemene bepalingen betreffende in kamers gevoerde procedures (de artikelen 737 e.v. van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering). Op verzoek van de andere ouder, van beide ouders of van het openbaar ministerie beslist de rechtbank in raadkamer na het openbaar ministerie en de ouder tegen wie het verzoek is gericht te hebben gehoord. In geval van spoedeisendheid kan de familierechtbank in het belang van het kind tijdelijke maatregelen treffen. Momenteel moeten de partijen niet worden vertegenwoordigd door een raadsman. Het Parlement behandelt momenteel een ontwerp van wet inzake de in dergelijke procedures te verlenen technische bijstand.

12. Kan ik in aanmerking komen voor rechtsbijstand om de kosten van de procedure te dekken?

U kunt rechtbijstand krijgen om de kosten van de procedure (met inbegrip van deskundigenadvies) en de honoraria van advocaten te dekken. Het vast recht dat bij civiele zaken of niet-contentieuze procedures verschuldigd is voor inschrijving op de rol, is bij procedures inzake scheiding van tafel en bed, echtscheidingsprocedures en procedures inzake ouderlijk gezag in geen enkele fase van de procedure verschuldigd (zie artikel 10 van de Geconsolideerde wet nr. 115/2002).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

13. Is het mogelijk beroep in te stellen tegen een beslissing over ouderlijk gezag?

  • Er kan beroep worden ingesteld tegen beslissingen over ouderlijk gezag die zijn genomen tijdens een procedure inzake scheiding van tafel en bed of tijdens een echtscheidingsprocedure; tegen beslissingen op beroep kan dan nog cassatieberoep worden aangetekend.
  • Tegen beslissingen tot wijziging van de tijdens procedures inzake scheiding van tafel en bed of tijdens echtscheidingsprocedures vastgestelde regelingen kan binnen tien dagen na de betekening van de betrokken beslissing beroep worden ingesteld bij het bevoegde hof van beroep (de artikelen 710 en 737 van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering; artikel 9 van Wet nr. 1970/898, zoals gewijzigd). Tegen arresten van het hof van beroep kan cassatieberoep worden aangetekend (alleen wegens schending van de wet) op basis van artikel 111 van de Grondwet (Cass. 2004, nr. 24265).
  • Na de scheiding van tafel en bed of na de echtscheiding kan de familierechtbank op verzoek het ouderlijk gezag inperken of beëindigen. Binnen tien dagen na de betekening van de betrokken beslissing kan daartegen beroep worden ingesteld bij het bevoegde hof van beroep. Tegen dergelijke beslissingen op beroep kan geen cassatieberoep worden ingesteld.

14. Als het nodig is zich te wenden tot een gerecht om een beslissing over ouderlijk gezag ten uitvoer te leggen, welke procedure moet ik dan toepassen? Tot welk gerecht moet ik mij in dergelijke gevallen wenden?

Behoudens andersluidende wettelijke bepaling, zijn beslissingen van gerechten alleen uitvoerbaar indien daarop de formule van tenuitvoerlegging is aangebracht.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Deze formule (zie artikel 475 van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering) wordt aangebracht door de griffier, nadat hij heeft vastgesteld dat de termijn voor het instellen van gewoon beroep, van cassatieberoep of van herzieningsberoep op basis van artikel 395, leden 4 en 5, van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering is verstreken.

De uitvoerbare titel mag alleen worden verstrekt aan de partij ten behoeve van wie de beslissing is genomen (één enkel exemplaar met het zegel van de griffie). De betrokken partij kan het betrokken diensthoofd extra exemplaren vragen; het diensthoofd neemt daartoe een beschikking (artikel 475 van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering en de artikelen 124 en 153 van de Uitvoeringsregeling).

15. Wat moet ik doen om een beslissing over ouderlijk gezag die in een andere lidstaat van de EU is gegeven, in Italië te laten erkennen en ten uitvoer te laten leggen?

  • Overeenkomstig Wet nr. 1995/218 inzake de hervorming van het Italiaanse internationaal privaatrecht worden buitenlandse vonnissen automatisch erkend, daar zij slechts kunnen worden herzien nadat ze zijn aangevochten of wanneer ze ten uitvoer moeten worden gelegd. De zaak wordt verwezen naar het hof van beroep van de plaats van tenuitvoerlegging. Behoudens andersluidende bepaling, wordt de normale procedure van eerste aanleg toegepast, met dien verstande dat de zaak door een college van rechters moet worden behandeld. De eindbeslissing geschiedt in de vorm van een vonnis.
  • Beslissingen inzake ouderlijk gezag (de toekenning, de uitoefening, de overdracht, de inperking of de beëindiging van het ouderlijk gezag, alsook maatregelen ter bescherming van het kind die verband houden met het beheer of de instandhouding van dan wel de beschikking over het vermogen van het kind) die in een andere lidstaat (met uitzondering van Denemarken) zijn gegeven, vallen onder Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad ('Brussel II-bis'), die voorrang heeft boven andere multilaterale overeenkomsten op dat gebied. Verordening (EG) nr. 2201/2003 breidt het toepassingsgebied van de vorige Brussel II-verordening uit en trekt deze verordening uitdrukkelijk in. Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2201/2003 worden beslissingen betreffende het omgangsrecht en beslissingen betreffende de terugkeer van een kind in alle lidstaten automatisch erkend en zijn ze er automatisch uitvoerbaar zonder dat daartoe enigerlei andere procedure vereist is.

Alle andere beslissingen inzake ouderlijk gezag worden automatisch erkend. Elke belanghebbende kan echter een verzoek om een beslissing houdende erkenning of niet-erkenning van een beslissing indienen op een van de in de verordening genoemde gronden (de artikelen 21 en 23).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

De procedure, die gedeeltelijk in de verordening wordt geregeld (artikel 30), verloopt in twee fasen: in de eerste fase, die een waarschuwend karakter heeft, wordt na een eenzijdige procedure een beslissing gegeven; de tweede fase begint met het aantekenen van verzet en is een procedure op tegenspraak.

Het verzoek moet door de belanghebbende met redenen worden omkleed en wordt ingediend in de vorm van een beroepschrift. Het gerecht van de woonplaats van de partij tegen wie de tenuitvoerlegging wordt gevraagd of van de gewone verblijfplaats van het in het verzoek genoemde kind, is bevoegd. Wanneer geen van deze plaatsen zich in de lidstaat van tenuitvoerlegging bevindt, is het territoriaal bevoegde gerecht dat van de plaats van tenuitvoerlegging.

Een afschrift van de beslissing en van het in artikel 39 van de verordening bedoelde modelcertificaat moet bij het verzoek worden gevoegd. Het gerecht waarbij de zaak is aangebracht, kan echter een termijn bepalen voor de overlegging van deze stukken, kan gelijkwaardige stukken aanvaarden of kan vrijstelling van overlegging verlenen.

  • Wanneer de beslissing ten uitvoer moet worden gelegd, moet de belanghebbende een verzoek om uitvoerbaarverklaring indienen. Voor tenuitvoerlegging is mutatis mutandis dezelfde procedure van toepassing als voor erkenning.
  • Onderhoudsverplichtingen vallen onder Verordening (EG) nr. 44/2001.

16. Tot welk gerecht in Italië moet ik mij wenden om mij te verzetten tegen een beslissing over ouderlijk gezag die genomen is door een gerecht in een andere lidstaat? Welke procedure is in deze gevallen van toepassing?

Beroep wordt ingesteld bij het hof van beroep. De bevoegdheidskwestie wordt geregeld op basis van de in de bovengenoemde verordening vastgestelde criteria.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Wanneer beroep is ingesteld, volgt een contentieuze procedure die wordt afgesloten met een declaratoire uitspraak, waartegen bij het Hof van Cassatie cassatieberoep kan worden aangetekend.

17. Welk recht is in een procedure over ouderlijk gezag van toepassing wanneer het kind of de partijen niet in Italië wonen of een verschillende nationaliteit hebben?

Overeenkomstig artikel 36 van Wet nr. 1995/218 worden de persoonlijke en vermogensrechtelijke betrekkingen tussen ouders en hun kinderen, waaronder het ouderlijk gezag, geregeld op basis van het nationale recht van het kind. Behoudens andersluidende bepaling, is het relevante criterium dus de nationaliteit van het kind op het ogenblik dat de zaak bij het gerecht aanhangig wordt gemaakt. Indien het kind meer dan één nationaliteit heeft, is het recht van toepassing van het land waarmee het kind de nauwste banden heeft. Wanneer het kind meer dan één nationaliteit heeft, waaronder de Italiaanse, heeft de Italiaanse nationaliteit voorrang (artikel 19 van de wet).

Wat beslissingen inzake de bescherming van kinderen (met inbegrip van maatregelen op basis van de artikelen 330 en 333 van het Burgerlijk wetboek) betreft, verwijst artikel 42 van Wet nr. 1995/218 naar het Haags Kinderbeschermingsverdrag van 1961. Krachtens artikel 3 van het Kinderbeschermingsverdrag moet een gezagsverhouding (waaronder ouderlijk gezag) die van rechtswege voortvloeit uit de interne wet van de staat waarvan het kind onderdaan is, in alle verdragsstaten worden erkend (dit is hetzelfde criterium als in artikel 36). Wanneer de persoon of het vermogen van het kind ernstig gevaar loopt, kunnen de autoriteiten van het gewone verblijf van het kind overeenkomstig het interne recht beschermingsmaatregelen nemen. Evenzo kunnen de autoriteiten van de staat op het grondgebied waarvan het kind of diens vermogen zich bevindt, in spoedeisende gevallen overeenkomstig het interne recht de noodzakelijke beschermingsmaatregelen nemen (de artikelen 8 en 9 van het Kinderbeschermingsverdrag).

Situatie op 31 december 2005

« Ouderlijke verantwoordelijkheid - Algemene informatie | Italië - Algemene informatie »

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Laatste aanpassing: 11-06-2007

 
  • Gemeinscheftsrecht
  • Internationaal recht

  • België
  • Bulgarije
  • Tsjechië
  • Denemarken
  • Duitsland
  • Estland
  • Ierland
  • Griekenland
  • Spanje
  • Frankrijk
  • Italië
  • Cyprus
  • Letland
  • Litouwen
  • Luxemburg
  • Hongarije
  • Malta
  • Nederland
  • Oostenrijk
  • Polen
  • Portugal
  • Roemenië
  • Slovenië
  • Slowakije
  • Finland
  • Zweden
  • Verenigd Koninkrijk