Europese Commissie > EJN > Ouderlijke verantwoordelijkheid > Estland

Laatste aanpassing: 13-04-2007
Printversie Voeg toe aan favorieten

Ouderlijke verantwoordelijkheid - Estland

EJN logo

Deze pagina is vervallen. De pagina wordt bijgewerkt en verplaatst naar het Europees e-justitieportaal.


 

INHOUDSOPGAVE

1. Wat betekent de juridische uitdrukking “ouderlijke verantwoordelijkheid” in de praktijk? Wat zijn de rechten en plichten van degene die de ouderlijke verantwoordelijkheid draagt? 1.
2. Wie heeft over het algemeen de ouderlijke verantwoordelijkheid over een kind? 2.
3. Als de ouders de ouderlijke verantwoordelijkheid voor hun kinderen niet kunnen of willen uitoefenen, kan een andere persoon dan in hun plaats worden aangewezen? 3.
4. Hoe wordt de kwestie van ouderlijke verantwoordelijkheid voor de toekomst geregeld als de ouders gaan scheiden of uit elkaar gaan? 4.
5. Aan welke formaliteiten moet worden voldaan om een overeenkomst tussen de ouders over de ouderlijke verantwoordelijkheid juridisch bindend te maken? 5.
6. Wat zijn, naast de gang naar de rechter, de overige mogelijkheden om conflicten op te lossen als de ouders niet tot overeenstemming kunnen komen over de ouderlijke verantwoordelijkheid? 6.
7. Over welke kwesties met betrekking tot het kind kan de rechtbank beslissen als de ouders naar de rechter stappen? 7.
8. Als de rechtbank beslist dat één ouder de ouderlijke verantwoordelijkheid voor het kind zal hebben, betekent dat dan dat hij of zij over alle kwesties aangaande het kind kan beslissen zonder eerst te overleggen met de andere ouder? 8.
9. Wat betekent het in de praktijk als de rechtbank beslist dat de ouders gezamenlijk de ouderlijke verantwoordelijkheid voor een kind hebben? 9.
10. Tot welke rechtbank of instantie moet ik mij wenden om een verzoek met betrekking tot ouderlijke verantwoordelijkheid in te dienen? Welke formaliteiten moeten in acht worden genomen en welke documenten moet ik bij mijn verzoek voegen? 10.
11. Welke procedure is in dergelijke gevallen van toepassing? Is er een spoedprocedure mogelijk? 11.
12. Kan ik in aanmerking komen voor rechtsbijstand om de kosten van de procedure te dekken? 12.
13. Is het mogelijk in beroep te gaan tegen een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid? 13.
14. In bepaalde gevallen kan het noodzakelijk zijn om zich tot een rechtbank of andere instantie te richten om een beslissing over de ouderlijke verantwoordelijkheid ten uitvoer te leggen. Welke procedure is in dergelijke gevallen van toepassing? 14.
15. Wat moet ik doen om te bewerkstelligen dat een beslissing over de ouderlijke verantwoordelijkheid die in een andere lidstaat is gegeven, in Estland wordt erkend en ten uitvoer gelegd? Welke procedure is in dergelijke gevallen van toepassing? 15.
16. Tot welke rechtbank in Estland moet ik mij wenden om mij te verzetten tegen de erkenning van een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid die door een rechtbank in een andere lidstaat is genomen? Welke procedure is in dergelijke gevallen van toepassing? 16.
17. Welk recht is van toepassing in een procedure over ouderlijke verantwoordelijkheid waarbij het kind of de partijen niet in Estland wonen of verschillende nationaliteiten hebben? 17.

 

1. Wat betekent de juridische uitdrukking “ouderlijke verantwoordelijkheid” in de praktijk? Wat zijn de rechten en plichten van degene die de ouderlijke verantwoordelijkheid draagt?

Volgens de Estse grondwet en het Estse familierecht hebben ouders gelijke rechten en plichten wat hun kinderen betreft.

Ouders hebben het recht en de plicht om hun kind op te voeden en voor hun kind te zorgen. Een ouder is verplicht de rechten en belangen van zijn of haar kind te beschermen. Een ouder is de wettelijk vertegenwoordiger van het kind. Als wettelijk vertegenwoordiger heeft de ouder de bevoegdheid van een voogd. Een ouder heeft het recht om zijn of haar kind terug te verlangen van een persoon die zonder wettige basis de macht over het kind heeft. Een ouder moet zijn ouderlijke verantwoordelijkheden uitoefenen in het belang van het kind.

De onderhoudsplicht voor het kind ligt bij een ouder, ongeacht of de ouder de houder van ouderlijke verantwoordelijkheid is of niet.

2. Wie heeft over het algemeen de ouderlijke verantwoordelijkheid over een kind?

Volgens Ests recht ontstaat de ouderlijke verantwoordelijkheid uitsluitend op grond van vaststelling van een familierechtelijke betrekking. Als slechts voor één ouder een familierechtelijke betrekking is vastgesteld, heeft zij (hij) de ouderlijke verantwoordelijkheid. Als voor beide ouders familierechtelijke betrekkingen zijn vastgesteld, hebben zij (gezamenlijk) ouderlijke verantwoordelijkheid voor het kind.

Een ouder kan zijn ouderlijke rechten verliezen als gevolg van een rechterlijke beslissing.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

3. Als de ouders de ouderlijke verantwoordelijkheid voor hun kinderen niet kunnen of willen uitoefenen, kan een andere persoon dan in hun plaats worden aangewezen?

Als de ouders van een kind overleden zijn, vermist zijn of beperkt handelingsbekwaam zijn, of als hen de ouderlijke rechten ontzegd zijn, wordt voogdij ingesteld. Voogdij kan ook worden ingesteld als een kind om welke reden dan ook zonder ouderlijke zorg achterblijft (bijvoorbeeld als de ouders hun ouderlijke verantwoordelijkheid niet nemen).

Het doel van het instellen van voogdij over een kind is te verzekeren dat er goed voor het kind wordt gezorgd en dat zijn/haar persoonlijke en eigendomsrechten en belangen worden beschermd. De voogdij wordt uitgeoefend door een door de rechtbank aangestelde voogd. De instantie belast met voogdijzaken stelt de aanstelling van iemand als voogd voor.

4. Hoe wordt de kwestie van ouderlijke verantwoordelijkheid voor de toekomst geregeld als de ouders gaan scheiden of uit elkaar gaan?

De scheiding of het uiteengaan van de ouders zal als zodanig geen effect hebben op de ouderlijke verantwoordelijkheden van de ouders. Beide ouders behouden normaal gesproken volledige ouderlijke verantwoordelijkheid, ook al wonen zij apart.

De ouders worden geacht onderling te bepalen bij welke ouder het kind zal wonen en in welke mate elk van de ouders zal bijdragen in de opvoeding van het kind. Een dergelijke afspraak kan ook informeel zijn. Bij het ontbreken van overeenstemming tussen de ouders zal de voogdij-instelling of een rechtbank het geschil beslechten op verzoek van een van de ouders. De rechtbank kan een overeenkomst tussen de ouders bekrachtigen of kwesties over ouderlijke verantwoordelijkheid dwingend regelen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

5. Aan welke formaliteiten moet worden voldaan om een overeenkomst tussen de ouders over de ouderlijke verantwoordelijkheid juridisch bindend te maken?

Zoals hiervoor aangegeven kunnen overeenkomsten tussen ouders betreffende ouderlijke verantwoordelijkheid op informele wijze worden gesloten, d.w.z. zonder naleving van specifieke vormvereisten. Het staat ouders vrij om een overeenkomst schriftelijk of notarieel vast te leggen, maar zulke overeenkomsten tussen ouders zijn niet af te dwingen via een tenuitvoerleggingsprocedure, ongeacht de vorm ervan. Als er zich een geschil voordoet over de bepalingen van de overeenkomst tussen de ouders kan een rechtbank de overeenkomst beoordelen op haar merites.

Overeenkomsten tussen ouders kunnen worden bekrachtigd door een beslissing van de voogdij-instelling of een rechtbank. Beide akten zijn juridisch bindend en afdwingbaar, maar kunnen voor de rechtbank worden aangevochten volgens de algemene procedure.

6. Wat zijn, naast de gang naar de rechter, de overige mogelijkheden om conflicten op te lossen als de ouders niet tot overeenstemming kunnen komen over de ouderlijke verantwoordelijkheid?

Zonder dat een rechterlijke procedure wordt ingeleid, kan de voogdij-instelling (de sociale welzijnseenheid van een lokaal zelfbestuur) geschillen tussen ouders beslechten in kwesties die te maken hebben met de uitoefening van ouderlijke verantwoordelijkheid, bijvoorbeeld over de manier waarop de ouder die niet bij het kind woont, zal deelnemen in de opvoeding van het kind en hoe die ouder contact met het kind dient te hebben. De voogdij-instelling kan over deze kwestie een beslissing nemen. De voogdij-instelling zal normaal gesproken een medewerker van de kinderbescherming betrekken bij het oplossen van het geschil.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

7. Over welke kwesties met betrekking tot het kind kan de rechtbank beslissen als de ouders naar de rechter stappen?

De rechter kan in diverse kwesties aangaande het kind beslissingen nemen; deze kwesties zijn niet uitputtend in de wet opgesomd. De bevoegdheid van de rechtbank betreft zaken die betrekking hebben op de verblijfplaats van een kind, het bezoekrecht van de ouders, evenals de verplichting om levensonderhoud te betalen en de hoogte daarvan. De rechtbank mag ook beslissen over de manier waarop een ouder die niet bij het kind woont, zal worden betrokken bij de opvoeding van het kind.

Op dit moment voorziet het Ests familierecht niet in de mogelijkheid om enkelvoudig gezag toe te kennen aan een van de ouders maar, zoals hiervoor reeds gezegd, de rechtbank is in principe gerechtigd om geschillen te beslechten in alle individuele gevallen die anders onder de sfeer van ouderlijke verantwoordelijkheid zouden vallen.

8. Als de rechtbank beslist dat één ouder de ouderlijke verantwoordelijkheid voor het kind zal hebben, betekent dat dan dat hij of zij over alle kwesties aangaande het kind kan beslissen zonder eerst te overleggen met de andere ouder?

Op dit moment kent het Estse rechtssysteem geen concept van “enkelvoudig gezag”. Zoals aangegeven onder nr. 2 en nr. 8 hebben ouders in het algemeen gelijke ouderlijke verantwoordelijkheid, ongeacht of ze bij het kind wonen of niet. De ouders worden geacht overeenstemming te bereiken over zaken die het kind aangaan, inclusief de vraag hoe elk der ouders betrokken is bij beslissingen over het kind. Als deze overeenstemming niet kan worden bereikt, is de rechtbank bevoegd om in individuele gevallen, na een eis daartoe van een ouder, geschillen op te lossen die anders vallen onder de sfeer van ouderlijke verantwoordelijkheid.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

9. Wat betekent het in de praktijk als de rechtbank beslist dat de ouders gezamenlijk de ouderlijke verantwoordelijkheid voor een kind hebben?

Op dit moment kent het Estse rechtssysteem geen concept van “gezamenlijk gezag”. Beide ouders hebben gelijke ouderlijke rechten en plichten die gebaseerd zijn op de vaststelling van een familierechtelijke betrekking. Er wordt dus aangenomen dat ouders hun verantwoordelijkheid gezamenlijk uitoefenen. In het geval van een geschil inzake de uitoefening van ouderlijke verantwoordelijkheid mag de rechtbank in wezen bepaalde bevoegdheden van een ouder beperken, die anders onder de werkingsfeer van ouderlijke verantwoordelijkheid vallen.

10. Tot welke rechtbank of instantie moet ik mij wenden om een verzoek met betrekking tot ouderlijke verantwoordelijkheid in te dienen? Welke formaliteiten moeten in acht worden genomen en welke documenten moet ik bij mijn verzoek voegen?

Zoals aangegeven onder nr. 6 kan een geschil over ouderlijke verantwoordelijkheid worden beslecht door de voogdij-instelling of een rechtbank. Er zijn geen speciale vormvereisten waaraan een geschil moet voldoen om beslecht te worden door de voogdij-instelling.

Een rechtsvordering kan worden ingesteld bij de rechtbank van de woonplaats van de gedaagde (rechtbank in eerste instantie: stads- of districtsrechtbank – linna- of maakohus). Een eiser kan een rechtsvordering voor levensonderhoud ook bij de rechtbank van de woonplaats van de eiser indienen. Een echtscheidingsprocedure kan eveneens worden ingesteld bij de rechtbank van de woonplaats van de eiser als er minderjarige kinderen bij de eiser wonen (kwesties aangaande ouderlijke verantwoordelijkheid kunnen tezamen met het echtscheidingsverzoek worden beoordeeld).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Een inleidend verzoek en bewijsstukken moeten schriftelijk in het Ests worden ingediend bij de rechtbank. Als het schriftelijke verzoek, het beroepschrift of de bewijsstukken die door een partij bij de rechtbank worden ingediend niet in het Ests zijn gesteld, kan de rechtbank een beëdigde vertaling van het verzoek, het beroepschrift of de bewijsstukken verlangen, in te dienen voor een bepaalde datum. Als de vertaling niet op de vastgestelde datum is ingediend, mag de rechtbank het verzoek of de bewijsstukken buiten beschouwing laten. Verzoeken, conclusies van eis, beroepschriften, cassatieberoepen, beroepen tegen beslissingen en schriftelijke antwoorden dienen leesbaar uitgetikt in A4-formaat bij de rechtbank te worden ingediend.

De eis moet omvatten: de naam van de rechtbank, persoonlijke gegevens van de verzoeker en de gedaagde (de echtelieden) evenals van die van hun gezamenlijke minderjarige kinderen, en het duidelijk omschreven verzoek van de verzoeker. Het verzoek moet de feiten omvatten waarop de rechtsvordering is gebaseerd; de eiser dient het bewijs dat hem/haar ter beschikking staat te vermelden in en bij het verzoek te voegen.

Een verzoek moet ondertekend zijn door de eiser of zijn/haar vertegenwoordiger. De vertegenwoordiger zal een volmacht bijvoegen of een ander document waaruit zijn of haar volmacht blijkt.

Bewijsstukken die worden vermeld als bijlage bij een verzoek dienen bij dat verzoek te worden gevoegd. Bij de rechtbank dient het verzoek en de bijlagen daarbij te worden ingediend, tezamen met kopieën van het verzoek en de bijlagen (een kopie voor iedere gedaagde en derde).

11. Welke procedure is in dergelijke gevallen van toepassing? Is er een spoedprocedure mogelijk?

Rechtbanken beoordelen zaken over ouderlijke verantwoordelijkheid overeenkomstig de bepalingen van het Estse wetboek voor burgerlijke rechtsvordering.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Bij spoedprocedures kunnen bewarende maatregelen ten behoeve van een rechtsvordering worden toegepast. Bewarende maatregelen ten behoeve van een rechtsvordering zijn toegestaan als het nalaten van bewarende maatregelen de nakoming van de beslissing moeilijk of onmogelijk maakt. Bewarende maatregelen ten behoeve van een rechtsvordering omvatten bijvoorbeeld het verbod van de gedaagde om zijn of haar woonplaats te verlaten of een verbod voor de gedaagde om bepaalde transacties aan te gaan of bepaalde handelingen te verrichten. De rechtbank kan ook een zekerheid vestigen op de eigendommen van de gedaagde (waaronder begrepen het vestigen van een gerechtelijke hypotheek op een onroerend goed in eigendom van de gedaagde; het maken van een aantekening in het eigendomsregister houdende een verbod op overdracht van de eigendom; en de beslaglegging op roerende goederen die eigendom van de gedaagde zijn en zich in zijn of haar bezit of dat van iemand anders bevinden).

Een rechtbank zal niet later dan de eerste werkdag na de datum waarop het verzoek om een bewarende maatregel ten behoeve van een rechtsvordering is ingediend, beslissing over dat verzoek. Een beslissing tot een bewarende maatregel zal onmiddellijk uitgevoerd worden. De rechtbank zal de beslissing naar een deurwaarder, bewaarder van registers of andere persoon zenden die verplicht is de beslissing uit te voeren.

12. Kan ik in aanmerking komen voor rechtsbijstand om de kosten van de procedure te dekken?

De rechtbank mag een natuurlijk persoon – geheel of gedeeltelijk – ontslaan van de betaling voor juridische bijstand en kan het honorarium van de advocaat ten laste van de staat brengen indien de rechtbank van oordeel is, dat de persoonlijke financiële omstandigheden hem/haar niet in staat stellen de kosten van de procedure te dragen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

13. Is het mogelijk in beroep te gaan tegen een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid?

Ja. Het is mogelijk om in beroep te gaan tegen de beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid overeenkomstig de algemene bepalingen die van toepassing zijn op beroepsprocedures, als de appellant van mening is dat de in eerste instantie gewezen beslissing fouten bevat (bijvoorbeeld: de rechtbank in eerste aanleg heeft de wet verkeerd toegepast of de regels van het procesrecht zijn geschonden).

14. In bepaalde gevallen kan het noodzakelijk zijn om zich tot een rechtbank of andere instantie te richten om een beslissing over de ouderlijke verantwoordelijkheid ten uitvoer te leggen. Welke procedure is in dergelijke gevallen van toepassing?

Indien de behoefte aan tenuitvoerlegging ontstaat, dient de persoon die tenuitvoerlegging wenst zich tot een deurwaarder te wenden. De uitspraak van de voogdij-instelling, een door de rechtbank bekrachtigde overeenkomst tussen ouders (een compromis) en een rechterlijke beslissing kunnen als basis dienen voor de tenuitvoerlegging (bevel tot tenuitvoerlegging).

De tenuitvoerlegging wordt door deurwaarders verricht die werkzaam zijn in de jurisdictie van de stads- of districtsrechtbank van de woonplaats van de gedaagde of de locatie van zijn/haar eigendom. De tenuitvoerleggingsprocedure wordt gestart na ontvangst van een verzoek van de persoon die tenuitvoerlegging verlangt. Het bevel tot tenuitvoerlegging moet bij het verzoek zijn gevoegd. Een verzoek dient schriftelijk te worden gedaan en de volgende gegevens te bevatten:

Bovenkant paginaBovenkant pagina

  • naam van de deurwaarder;
  • persoonlijke gegevens van de verzoeker en de gedaagde;
  • gegevens van de vertegenwoordiger van de verzoeker; en
  • een volmacht evenals gegevens over de eigendom van de gedaagde (voorzover mogelijk).

Een overzicht van de aan het verzoek gehechte documenten dient in het verzoek zelf opgenomen te zijn.

Als de gedaagde volgens het tenuitvoerleggingsdocument gehouden is het kind over te dragen, zal de deurwaarder de tenuitvoerleggingsprocedure uitvoeren in aanwezigheid van de vertegenwoordiger van de voogdij- of opvoedingsinstantie. Indien noodzakelijk mag de deurwaarder een vraag naar voren brengen voor de voogdij- en kinderwelzijnsinstantie over tijdelijke plaatsing van het kind in het kinderverzorgingstehuis.

In het geval van achterstallige betalingen voor levensonderhoud mag de eis voor betaling worden gericht aan de eigendom van de schuldenaar in de algemene beschikking.

15. Wat moet ik doen om te bewerkstelligen dat een beslissing over de ouderlijke verantwoordelijkheid die in een andere lidstaat is gegeven, in Estland wordt erkend en ten uitvoer gelegd? Welke procedure is in dergelijke gevallen van toepassing?

In de eerste plaats kan de beslissing tot erkenning van de buitenlandse rechterlijke beslissing gebaseerd zijn op een international verdrag waarbij Estland partij is. In Estland is het mogelijk om beslissingen inzake levensonderhoud en ouderlijke verantwoordelijkheid te erkennen en ten uitvoer te leggen op grond van de volgende verdragen:

  1. het Haagse Verdrag van 2 oktober 1973 inzake de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen over onderhoudsverplichtingen;
  2. het Verdrag van New York van 20 juni 1956 inzake het verhaal in het buitenland van uitkeringen tot onderhoud;
  3. het Europees Verdrag betreffende de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen inzake het gezag over kinderen en betreffende het herstel van het gezag over kinderen (Luxemburg, 20 juni 1980).

De documenten moeten via de centrale instantie van het land in kwestie worden toegezonden aan het Estse Ministerie van justitie. Het verzoek voor erkenning van de beslissing over onderhoudstoelagen moet vergezeld gaan van:

Bovenkant paginaBovenkant pagina

  • een kopie van de rechterlijke beslissing, gewaarmerkt volgens de wet van de staat of de locatie van de rechtbank of het arbitragetribunaal dat de beslissing heeft genomen, en met een officiële bevestiging van de inwerkingtreding van de beslissing;
  • een document dat bevestigt dat de gedaagde die niet heeft deelgenomen aan het proces tijdig bij ten minste één gelegenheid een dagvaarding heeft ontvangen overeenkomstig het recht van de staat;
  • een document dat bewijst dat de beslissing ten uitvoer gelegd kan worden volgens het recht van de staat waar de beslissing is genomen en dat de beslissing betekend is aan de gedaagde;
  • een document aangaande de executie van de beslissing als de beslissing ten uitvoer is gelegd;
  • beëdigde vertalingen van de documenten in het Ests.

Bij indiening van het verzoek om erkenning en tenuitvoerlegging van de beslissing inzake gezagsrechten over kinderen dienen de bepalingen als vastgelegd in de “Conventie voor erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen inzake het gezag over kinderen en betreffende het herstel van het gezag over kinderen” in acht te worden genomen.

Het Estse Ministerie van Justitie zal de documenten doorsturen naar de stads- of districtsrechtbank van de woonplaats van de gedaagde. De rechtbank zal een beslissing nemen waarin hij de beslissing van een buitenlandse rechtbank erkent en de tenuitvoerlegging ervan toestaat dan wel de erkenning afwijst.

Een kopie van de beslissing zal worden toegezonden aan de verzoeker tezamen met de informatie hoe de tenuitvoerlegging zal worden uitgevoerd (in levensonderhoudszaken, bijvoorbeeld, is het noodzakelijk een deurwaarder in te schakelen, het verzoek naar hem/haar te zenden en het voorschot van het deurwaardershonorarium te betalen).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

16. Tot welke rechtbank in Estland moet ik mij wenden om mij te verzetten tegen de erkenning van een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid die door een rechtbank in een andere lidstaat is genomen? Welke procedure is in dergelijke gevallen van toepassing?

De potentiële verweerder tegen de erkenning zal in de procedure worden betrokken als een belanghebbende partij op voorstel van de rechtbank die het verzoek behandelt. Zoals aangegeven onder nr. 14 wordt de erkenning van buitenlandse rechterlijke beslissingen uitgevoerd overeenkomstig de procedurevoorschriften voor onbetwiste zaken.

De rechterlijke beslissing bepaalt de procedure en de beroepstermijn. Het beroep kan binnen 10 dagen vanaf de publieke mededeling van de beslissing worden ingediend bij de rechtbank die de beslissing heeft genomen; wanneer de beslissing werd genomen zonder dagvaarding van een van de partijen wordt de beroepstermijn geacht te zijn ingegaan vanaf de betekening van de beslissing.

17. Welk recht is van toepassing in een procedure over ouderlijke verantwoordelijkheid waarbij het kind of de partijen niet in Estland wonen of verschillende nationaliteiten hebben?

Volgens de Estse Wet internationaal privaatrecht worden de familierechtelijke banden tussen een ouder en een kind beheerst door het recht van de staat waar het kind woont.

Het Haagse verdrag van 2 oktober 1973 inzake de Wet die van toepassing is op onderhoudsverplichtingen is van toepassing op onderhoudsverplichtingen die voortvloeien uit familiebetrekkingen.

Nadere inlichtingen

  • Estonian Code of Civil Procedure eesti keel - English
  • Estonian Family Law Act eesti keel - English

« Ouderlijke verantwoordelijkheid - Algemene informatie | Estland - Algemene informatie »

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Laatste aanpassing: 13-04-2007

 
  • Gemeinscheftsrecht
  • Internationaal recht

  • België
  • Bulgarije
  • Tsjechië
  • Denemarken
  • Duitsland
  • Estland
  • Ierland
  • Griekenland
  • Spanje
  • Frankrijk
  • Italië
  • Cyprus
  • Letland
  • Litouwen
  • Luxemburg
  • Hongarije
  • Malta
  • Nederland
  • Oostenrijk
  • Polen
  • Portugal
  • Roemenië
  • Slovenië
  • Slowakije
  • Finland
  • Zweden
  • Verenigd Koninkrijk