Europese Commissie > EJN > Ouderlijke verantwoordelijkheid > Oostenrijk

Laatste aanpassing: 03-08-2007
Printversie Voeg toe aan favorieten

Ouderlijke verantwoordelijkheid - Oostenrijk

EJN logo

Deze pagina is vervallen. De pagina wordt bijgewerkt en verplaatst naar het Europees e-justitieportaal.


 

INHOUDSOPGAVE

1. Wat betekent de juridische uitdrukking “ouderlijke verantwoordelijkheid” in de praktijk? Wat zijn de rechten en plichten van de persoon die de ouderlijke verantwoordelijkheid draagt? 1.
2. Wie heeft over het algemeen de ouderlijke verantwoordelijkheid voor een kind? 2.
3. ls de ouders de ouderlijke verantwoordelijkheid voor hun kinderen niet kunnen of willen uitoefenen, kan dan in hun plaats een andere persoon worden aangewezen? 3.
4. Hoe wordt de kwestie van de ouderlijke verantwoordelijkheid voor de toekomst geregeld wanneer de ouders hun huwelijk laten ontbinden of uit elkaar gaan? 4.
5. Aan welke formaliteiten moet worden voldaan om een overeenkomst tussen de ouders over de ouderlijke verantwoordelijkheid juridisch bindend te maken? 5.
6. Wat zijn, naast de gang naar de rechter, de overige mogelijkheden om conflicten op te lossen wanneer de ouders niet tot overeenstemming kunnen komen over de ouderlijke verantwoordelijkheid? 6.
7. Over welke kwesties met betrekking tot het kind kan het gerecht beslissen wanneer de ouders naar de rechter stappen? 7.
8. Wanneer het gerecht beslist dat een van de ouders de ouderlijke verantwoordelijkheid voor een kind heeft, betekent dat dan ook dat hij of zij kan beslissen over alle kwesties met betrekking tot het kind, zonder eerst te overleggen met de andere ouder? 8.
9. Wat betekent het in de praktijk wanneer het gerecht beslist dat de ouders de gemeenschappelijke ouderlijke verantwoordelijkheid voor een kind hebben? 9.
10. Tot welk gerecht of welke instantie moet ik me wenden om een verzoek in te dienen met betrekking tot de ouderlijke verantwoordelijkheid? Welke formaliteiten moeten in acht worden genomen en welke stukken moet ik bijvoegen bij mijn verzoek? 10.
11. Welke procedure is in deze gevallen van toepassing? Is er ook een spoedprocedure? 11.
12. Kan ik in aanmerking komen voor rechtsbijstand om de kosten van de procedure te dekken? 12.
13. Is het mogelijk in beroep te gaan tegen een beslissing met betrekking tot de ouderlijke verantwoordelijkheid? 13.
14. In bepaalde gevallen kan het noodzakelijk zijn dat men zich richt tot een gerecht of een andere instantie om een beslissing over de ouderlijke verantwoordelijkheid ten uitvoer te leggen. Welke procedure is in dergelijke gevallen van toepassing? 14.
15. Wat moet ik doen om te bewerkstelligen dat een beslissing over de ouderlijke verantwoordelijkheid die in een andere lidstaat is gegeven, in Oostenrijk wordt erkend en ten uitvoer wordt gelegd? Welke procedure is in dergelijke gevallen van toepassing? 15.
16. Tot welk gerecht in Oostenrijk moet ik mij wenden om in beroep te gaan tegen de erkenning van een beslissing over de ouderlijke verantwoordelijkheid die door een gerecht in een andere lidstaat is gegeven? 16.
17. Welk recht is in een procedure over de ouderlijke verantwoordelijkheid van toepassing wanneer het kind of de partijen niet in Oostenrijk wonen of een verschillende nationaliteit hebben? 17.

 

1. Wat betekent de juridische uitdrukking “ouderlijke verantwoordelijkheid” in de praktijk? Wat zijn de rechten en plichten van de persoon die de ouderlijke verantwoordelijkheid draagt?

Het Oostenrijkse familierecht omschrijft de ouderlijke verantwoordelijkheid voor een kind met het begrip "Obsorge" (gezag). Onder "Obsorge" verstaat men volgens de wet het recht en de plicht om het minderjarige kind te verzorgen en op te voeden, zijn vermogen te beheren en het in deze en alle andere aangelegenheden tegenover andere personen te vertegenwoordigen. De vervulling van deze plichten en de uitoefening van deze rechten door de ouders moeten in goed overleg plaatsvinden.

2. Wie heeft over het algemeen de ouderlijke verantwoordelijkheid voor een kind?

Het gezag over een echtelijk kind wordt vanaf de geboorte automatisch uitgeoefend door de vader en moeder en het gezag over een buitenechtelijk kind door de moeder. Dit vloeit rechtstreeks voort uit de wet en hiervoor is geen rechterlijke uitspraak nodig.

3. ls de ouders de ouderlijke verantwoordelijkheid voor hun kinderen niet kunnen of willen uitoefenen, kan dan in hun plaats een andere persoon worden aangewezen?

Als de ouders (of andere personen die het gezagsrecht bezitten) het welzijn van het kind in gevaar brengen, kan het gerecht hun het gezag (deels) ontnemen en het gezag overdragen aan een andere geschikte persoon. Deze persoon zal allereerst gezocht moeten worden onder familieleden van het kind en vervolgens onder andere personen uit de naaste omgeving van het kind. Slaagt men er niet in een andere geschikte persoon te vinden, dan dient het gerecht het gezag over te dragen aan het jeugdwelzijnsorgaan (het "Jugendamt"). Het jeugdwelzijnsorgaan is echter ook verplicht bij dreigend gevaar adequate maatregelen te nemen, maar dient achteraf het gerecht in te schakelen. De overdracht van het gezag aan het jeugdwelzijnsorgaan is niet afhankelijk van het feit of de ouders de problematische opvoedingssituatie van het kind hebben veroorzaakt of hieraan schuld dragen. De maatregel is onafhankelijk daarvan bedoeld om de belangen van het kind zo goed mogelijk te behartigen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

De overdracht van het gezag kan echter ook plaatsvinden op grond van een overeenkomst tussen de ouders en het jeugdwelzijnsorgaan (in dit geval kunnen de ouders hun toestemming eenzijdig herroepen).

Het jeugdwelzijnsorgaan kan voor de uitoefening van het gezag gebruikmaken van andere personen, bijvoorbeeld door het kind in een geschikt pleeggezin of in een tehuis onder te brengen.

4. Hoe wordt de kwestie van de ouderlijke verantwoordelijkheid voor de toekomst geregeld wanneer de ouders hun huwelijk laten ontbinden of uit elkaar gaan?

Hierbij moet onderscheid worden gemaakt tussen echtelijke en buitenechtelijke kinderen:

1. Scheiding van de ouders van een echtelijk kind:

Met de inwerkingtreding van het Kindschaftsrechts-Änderungsgesetz 2001 (Wijzigingswet kinderrecht 2001) op 1 juli 2001 hebben ouders na een scheiding vergaande mogelijkheden om de gezagsverhoudingen vorm te geven. Wanneer een huwelijk wordt ontbonden, blijft het gezag van beide ouders van een minderjarig echtelijk kind in principe gehandhaafd. Wanneer de ouders het volledige gezag van hen beiden als in een bestaand huwelijk willen laten voortduren, moeten zij echter het gerecht binnen een redelijke termijn een overeenkomst over de hoofdverblijfplaats van het kind doen toekomen. Het gerecht moet zijn goedkeuring hechten aan een dergelijke overeenkomst wanneer deze in het belang is van het kind. Indien een dergelijke overeenkomst binnen redelijke tijd na de echtscheiding niet tot stand komt of deze niet in het belang is van het kind, moet het gerecht, wanneer het er ook niet in slaagt een minnelijke schikking (eventueel met inschakeling van bemiddeling) te treffen, beslissen welke ouder voortaan alleen met het gezag moet worden belast.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

De ouders kunnen echter ook vooraf overeenkomen dat na de echtscheiding slechts een van de ouders het gezag zal behouden.

Indien beide ouders het gezag hebben, kunnen zij beiden te allen tijde verzoeken om beëindiging van het gezamenlijk gezag. Het gerecht dient vervolgens, met inachtneming van het belang van het kind, een van de ouders te belasten met het gezag.

2. Het uit elkaar gaan van de ouders van een buitenechtelijk kind:

Ook levensgezellen die een gemeenschappelijk kind hebben, kunnen beiden worden belast met het gezamenlijk gezag. Op gezamenlijk verzoek van de ouders van een buitenechtelijk kind die met het kind een gemeenschappelijke huishouding voeren, moet het gerecht beide ouders met het gezag belasten indien dit in het belang is van het kind. Wanneer levensgezellen uit elkaar gaan, geldt het hierboven onder 1 vermelde over het ouderlijk gezag bij ontbinding van het huwelijk van de ouders. Levensgezellen die een gemeenschappelijk kind hebben, hebben aldus in principe dezelfde mogelijkheden om de gezagsverhoudingen vorm te geven als de ouders van een echtelijk kind.

5. Aan welke formaliteiten moet worden voldaan om een overeenkomst tussen de ouders over de ouderlijke verantwoordelijkheid juridisch bindend te maken?

Overeenkomsten tussen de ouders die afwijken van de in de wet vastgelegde gezagsverhoudingen, moeten worden goedgekeurd door het Pflegschaftsgericht (gerecht dat beslist in gezagszaken).

6. Wat zijn, naast de gang naar de rechter, de overige mogelijkheden om conflicten op te lossen wanneer de ouders niet tot overeenstemming kunnen komen over de ouderlijke verantwoordelijkheid?

Het gerecht moet te allen tijde trachten een minnelijke schikking te bereiken, eventueel met inschakeling van bemiddeling.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

7. Over welke kwesties met betrekking tot het kind kan het gerecht beslissen wanneer de ouders naar de rechter stappen?

Wanneer de ouders het gezamenlijk gezag over een kind uitoefenen, kan elk van de ouders te allen tijde verzoeken om beëindiging van het gezag. In dit geval dient het gerecht, met inachtneming van het belang van het kind, een van de ouders alleen met het gezag te belasten. Omgekeerd kan het gerecht echter niet tegen de wil van de ouders (of een van de ouders) een gezamenlijk gezag opleggen.

Wanneer een van de ouders geen gemeenschappelijke huishouding voert met zijn of haar minderjarig kind, hebben deze ouder en het kind het recht persoonlijk met elkaar om te gaan – in dit verband spreekt men van het zogenaamde omgangsrecht. De uitoefening van het omgangsrecht moeten de ouders in goed overleg regelen. Wanneer hierover geen overeenstemming kan worden bereikt, moet het gerecht de uitoefening van dit recht, met inachtneming van de behoeften en wensen van het kind, regelen op een wijze die in overeenstemming is met de belangen van het kind. Het gerecht kan, indien nodig, de uitoefening van het omgangsrecht beperken of ook volledig ontzeggen.

Wanneer via het gerecht aanspraak wordt gemaakt op alimentatie, dient het, met inachtneming van de concrete omstandigheden in ieder individueel geval, de hoogte van de alimentatie te bepalen, waarbij enerzijds de redelijke behoefte van het kind aan alimentatie en anderzijds de draagkracht van de tot betaling verplichte ouder bepalend zijn.

8. Wanneer het gerecht beslist dat een van de ouders de ouderlijke verantwoordelijkheid voor een kind heeft, betekent dat dan ook dat hij of zij kan beslissen over alle kwesties met betrekking tot het kind, zonder eerst te overleggen met de andere ouder?

Niet met het gezag belaste biologische ouders behouden bepaalde communicatierechten. Dit geldt bijvoorbeeld voor het omgangsrecht (zie het antwoord op vraag 7). Bovendien heeft de niet met het gezag belaste ouder het recht om door de andere ouder op de hoogte gebracht te worden van belangrijke aangelegenheden om betrokken te zijn bij de ontwikkeling van zijn kind. Dergelijke belangrijke aangelegenheden zijn bijvoorbeeld ziekte van het kind, schoolprestaties, de succesvolle beëindiging van een beroepsopleiding, maar ook een verblijf in het buitenland om de taal te leren of een langer verblijf buiten de woonplaats. Ook een verhuizing – binnen het land of naar het buitenland – is zonder toestemming van de niet met het gezag belaste ouder niet mogelijk zolang deze op de hoogte wordt gebracht. Dit moet dermate tijdig gebeuren dat de niet met het gezag belaste ouder zijn standpunt over dit voornemen nog kenbaar kan maken. Het gerecht dient rekening te houden met dit standpunt indien de daarin geuite wens beter overeenkomt met de belangen van het kind. Indien de met het gezag belaste ouder volhardt in de niet-nakoming van zijn verplichting om bezoek in het kader van de omgangsregeling te dulden en te steunen of zijn informatieplichten niet nakomt, moet het gerecht op verzoek (of wanneer het welzijn van het kind in gevaar is op initiatief van het gerecht zelf) passende maatregelen treffen. Omgekeerd kan het gerecht het omgangsrecht of de informatierechten ook beperken of geheel ontnemen indien de uitoefening van deze rechten het welzijn van het kind ernstig in gevaar zou brengen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

9. Wat betekent het in de praktijk wanneer het gerecht beslist dat de ouders de gemeenschappelijke ouderlijke verantwoordelijkheid voor een kind hebben?

Allereerst dient er nogmaals op gewezen te worden dat het gerecht het gezamenlijk gezag niet tegen de wil van de ouders (of een van de ouders) kan opleggen. Hiervoor is steeds overeenstemming tussen de ouders noodzakelijk; wanneer deze niet kan worden bereikt, moet het gerecht, met inachtneming van de belangen van het kind, een van de ouders alleen belasten met het gezag.

In de onderlinge verhoudingen tussen de ouder/voogd en het kind bestaat het gezag uit de verzorging en opvoeding alsmede het vermogensbeheer; naar buiten toe bestaat het gezag uit de wettelijke vertegenwoordiging.

In de onderlinge verhoudingen moeten gezamenlijk met het gezag belaste paren het gezag in goed overleg uitoefenen. Bij onenigheden over een belangrijke kwestie met betrekking tot het kind kan iedere ouder het gerecht inschakelen, dat de nodige maatregelen moet treffen.

Naar buiten toe zijn bij gezamenlijk gezag in principe beide ouders alleen bevoegd het kind te vertegenwoordigen (bijv. afgifte van een paspoort, inschrijving bij een school) ; dat betekent dat elk der ouders ook tegen de wil van de ander rechtsgeldige vertegenwoordigingshandelingen kan uitvoeren. Bij gelijktijdig verrichting van tegenstrijdige vertegenwoordigingshandelingen zijn echter beide zonder rechtsgevolgen. Voor de vertegenwoordiging is echter voor bepaalde kwesties de toestemming van de andere ouder noodzakelijk. Dit geldt onder meer voor de wijziging van de voornaam of de achternaam van het kind, overdracht van de zorg aan een derde, verwerving of afstand doen van nationaliteit etc.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Voor uiterst belangrijke vermogenskwesties is bovendien toestemming van de rechter noodzakelijk.

10. Tot welk gerecht of welke instantie moet ik me wenden om een verzoek in te dienen met betrekking tot de ouderlijke verantwoordelijkheid? Welke formaliteiten moeten in acht worden genomen en welke stukken moet ik bijvoegen bij mijn verzoek?

Het verzoek tot overdracht van het gezag moet worden ingediend bij het Bezirksgericht (districtsrechtbank) in het ressort waar de minderjarige zijn gewone verblijfplaats heeft. Wanneer hij geen gewone verblijfplaats in Oostenrijk heeft, dient het verzoek ingediend te worden bij het Bezirksgericht in het ressort waar hij zijn verblijfplaats heeft. Bij gebreke van een verblijfplaats in Oostenrijk is het Bezirksgericht bevoegd in het ressort waar de wettelijke vertegenwoordiger zijn gewone verblijfplaats heeft. Indien ook deze in Oostenrijk geen gewone verblijfplaats heeft, is het Bezirksgericht bevoegd in het ressort waar een van de ouders zijn of haar gewone verblijfplaats heeft en in alle overige gevallen het Bezirksgericht Innere Stadt Wien.

Het verzoek moet worden ingediend middels een procedure waaraan geen geschil ten grondslag ligt (Verfahren außer Streitsachen). Er hoeven geen bijzondere formaliteiten in acht te worden genomen. Er zijn geen documenten die al bij het verzoek moeten worden bijgevoegd, maar het bijvoegen van alle documenten die het verzoek ondersteunen, is raadzaam.

11. Welke procedure is in deze gevallen van toepassing? Is er ook een spoedprocedure?

De procedure voor toekenning van het gezag is de procedure waaraan geen geschil ten grondslag ligt. Ook in deze procedure kunnen voorlopige voorzieningen worden getroffen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

12. Kan ik in aanmerking komen voor rechtsbijstand om de kosten van de procedure te dekken?

Ook voor deze procedure is - volgens de algemene regels - rechtsbijstand mogelijk (zie “Rechtsbijstand – Oostenrijk”).

13. Is het mogelijk in beroep te gaan tegen een beslissing met betrekking tot de ouderlijke verantwoordelijkheid?

Tegen de beslissing van het gerecht in eerste aanleg over de toekenning van het ouderlijk gezag kan beroep worden ingesteld. Het beroep is gericht tot het Landesgericht (regionale rechtbank) dat als gerecht van tweede aanleg boven het Bezirksgericht staat. Tegen de beslissing van de rechter in hoger beroep is slechts cassatie bij het Oberster Gerichtshof (Hoge Raad) mogelijk wanneer het bij de beslissing gaat om de oplossing van een juridische kwestie die van aanzienlijk belang is voor de handhaving van de rechtseenheid, rechtszekerheid of rechtsontwikkeling, bijvoorbeeld omdat de rechter in hoger beroep afwijkt van de rechtspraak van het Oberster Gerichtshof, deze ontbreekt of onsamenhangend is.

14. In bepaalde gevallen kan het noodzakelijk zijn dat men zich richt tot een gerecht of een andere instantie om een beslissing over de ouderlijke verantwoordelijkheid ten uitvoer te leggen. Welke procedure is in dergelijke gevallen van toepassing?

Bij een procedure waaraan geen geschil ten grondslag ligt (Verfahren außer Streitsachen) vindt de tenuitvoerlegging van gerechtelijke beslissingen krachtens artikel 19 van het Außerstreitgesetz (wet op de gerechtelijke procedures waaraan geen geschil ten grondslag ligt) plaats met behulp van vrije executie door middel van passende dwangmiddelen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

15. Wat moet ik doen om te bewerkstelligen dat een beslissing over de ouderlijke verantwoordelijkheid die in een andere lidstaat is gegeven, in Oostenrijk wordt erkend en ten uitvoer wordt gelegd? Welke procedure is in dergelijke gevallen van toepassing?

Beslissingen inzake het gezag over de gemeenschappelijke kinderen van echtgenoten die zijn gegeven naar aanleiding van procedures tot echtscheiding, scheiding van tafel en bed of nietigverklaring van het huwelijk (vanuit Oostenrijks standpunt: ongedaan maken en nietigverklaring) , worden in de relatie tot de lidstaten van de Europese Unie met uitzondering van Denemarken erkend en ten uitvoer gelegd overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1347/2000 van de Raad van 29 mei 2000 betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid voor gemeenschappelijke kinderen, PB L 2000/160, 19 (hierna: Brussel II - VO).

Voorwaarde voor de tenuitvoerlegging is een verklaring van tenuitvoerlegging van de buitenlandse beslissing inzake het gezag voor Oostenrijk. Het verzoek om een verklaring van tenuitvoerlegging van buitenlandse beslissingen inzake gezagszaken moet worden ingediend bij het Bezirksgericht in het ressort waar de verweerder of het kind zijn gewone verblijfplaats heeft. Bij gebreke van een dergelijke verblijfplaats in Oostenrijk, is de plaatselijke rechterlijke instantie die van de plaats van tenuitvoerlegging. Bij het verzoek om een verklaring van tenuitvoerlegging moet behalve een expeditie van de beslissing ook een door de rechterlijke instantie van het land van herkomst afgegeven officieel certificaat worden gevoegd. Indien het een beslissing in verstek betreft, moeten nog meer stukken worden overgelegd (zie artikel 32, lid 2, Brussel II - VO).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Voor zuivere (niet-) erkenningsprocedures staan bovendien de rechterlijke instanties krachtens artikel 109, lid 2, Jurisdiktionnorm (JN) ter beschikking. Op grond daarvan is de rechterlijke instantie bevoegd in het ressort waar de wettelijke vertegenwoordiger zijn gewone verblijfplaats heeft. Bij gebreke van een dergelijke verblijfplaats in Oostenrijk is, wanneer het om een minderjarige gaat, de rechterlijke instantie bevoegd in het ressort waar een van de ouders zijn of haar gewone verblijfplaats heeft en in de overige gevallen het Bezirksgericht Innere Stadt Wien.

16. Tot welk gerecht in Oostenrijk moet ik mij wenden om in beroep te gaan tegen de erkenning van een beslissing over de ouderlijke verantwoordelijkheid die door een gerecht in een andere lidstaat is gegeven?

Zie het antwoord op vraag 15

17. Welk recht is in een procedure over de ouderlijke verantwoordelijkheid van toepassing wanneer het kind of de partijen niet in Oostenrijk wonen of een verschillende nationaliteit hebben?

In principe wordt het gezag beheerst door het personeel statuut van het kind (nationaal recht). Door- en terugverwijzingen van het geldende recht moeten in acht worden genomen. Indien de minderjarige echter zijn gewone verblijfplaats in Oostenrijk heeft, zal een gerecht eventueel noodzakelijke gezagsmaatregelen nemen volgens Oostenrijks recht, ook wanneer de ouders niet in Oostenrijk wonen en geen van de betrokkenen Oostenrijks staatsburger is. Een wettelijke gezagsverhouding volgens het nationaal recht van de minderjarige zou echter ook in dit geval moeten worden erkend.



« Ouderlijke verantwoordelijkheid - Algemene informatie | Oostenrijk - Algemene informatie »

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Laatste aanpassing: 03-08-2007

 
  • Gemeinscheftsrecht
  • Internationaal recht

  • België
  • Bulgarije
  • Tsjechië
  • Denemarken
  • Duitsland
  • Estland
  • Ierland
  • Griekenland
  • Spanje
  • Frankrijk
  • Italië
  • Cyprus
  • Letland
  • Litouwen
  • Luxemburg
  • Hongarije
  • Malta
  • Nederland
  • Oostenrijk
  • Polen
  • Portugal
  • Roemenië
  • Slovenië
  • Slowakije
  • Finland
  • Zweden
  • Verenigd Koninkrijk