Europese Commissie > EJN > Organisatie van de rechtspraak > Griekenland

Laatste aanpassing: 12-07-2006
Printversie Voeg toe aan favorieten

Organisatie van de rechtspraak - Griekenland

Organigram PDF File (PDF File 47 KB)

Binnen de rechtspraak worden twee niveaus onderscheiden:

DE GERECHTEN VAN EERSTE AANLEG:

de bevoegde rechtbanken zijn

  1. de vredegerechten en
  2. de rechtbank van eerste aanleg met kamers van één of van meerdere rechters.

VREDEGERECHTEN

De vredegerechten zijn bevoegd voor:

  1. alle geschillen waarvan het voorwerp in geld waardeerbaar is en waarbij de waarde van het voorwerp niet hoger is dan 5 900 EUR,
  2. alle hoofd- en bijkomende geschillen over huurovereenkomsten, indien het bedrag van de maandelijkse huur niet meer dan 290 EUR bedraagt.

Deze rechtbanken zijn, ongeacht de waarde van het voorwerp van het geschil, bevoegd voor geschillen over:

  1. deelpacht, met andere woorden de huur van landbouwgrond waarbij de overeengekomen huurprijs volgens de plaatselijke gewoonten behoudens andersluidende overeenkomst als een percentage van de opbrengst wordt uitgedrukt, waarbij de geschillen betrekking hebben op de levering en het gebruik van de gehuurde grond of de teruggave ervan aan de eigenaar om welke reden dan ook;
  2. schade berokkend aan bomen, wijnstokken, vruchten, gewassen, wortels en planten in het algemeen, door het onwettig laten grazen van vee of op enige andere manier;
  3. beperkingen van het eigendomsrecht, uitstoot van roet, damp rook, hitte, geluidshinder en andere soortgelijke zaken afkomstig van een ander onroerend goed, indien ze het gebruik van het onroerend goed ernstig hinderen;
  4. de aanleg en het onderhoud van installaties in naburige onroerende goederen, indien vast staat dat hierdoor wederrechtelijke hinder ontstaat;
  5. instortingsgevaar van een bouwwerk of van andere werken waardoor een aanpalend onroerend goed dreigt te worden beschadigd;
  6. het uitgraven van de funderingen van een naburig gebouw zodat het van de noodzakelijke steun wordt ontdaan;
  7. het binnendringen of de groei (van vertakkingen) van wortels of takken van bomen van een aanpalend onroerend goed, wanneer dit het gebruik van het goed hindert;
  8. het vallen van vruchten op een aanpalend onroerend goed;
  9. het vaststellen van de afstanden die door de wetgeving, reglementering of plaatselijke gewoonten worden opgelegd voor het planten van bomen, beplantingen, hagen of het graven van grachten;
  10. het belemmeren van het onbeperkt gebruik van de wegen en paden en de schade die door door die belemmeringen wordt berokkend;
  11. het gebruik van stromend water of de belemmering van het gebruik daarvan;
  12. de activiteiten van hoteliers, van hun klanten en die van eigenaars van stallen, opslagplaatsen, garages en luchthavens, met betrekking tot vee, wagens, auto’s, vliegtuigen en de daarmee verband houdende voorwerpen die de klanten meebrengen;
  13. vorderingen van de personen in kwestie of van hun rechtverkrijgenden ten opzichte van hun klanten of de rechtverkrijgenden van hun klanten;
  14. contracten voor passagiersvervoer, ongeacht het transportmiddel, en met betrekking tot de hieruit voortvloeiende vorderingen van transporteurs of agenten of hun rechtverkrijgenden;
  15. vorderingen van verenigingen en coöperaties ten opzichte van leden of hun rechtverkrijgenden in verband met het verschuldigde lidgeld, alsook schuldvorderingen van leden of hun rechtverkrijgenden ten opzichte van verenigingen en coöperaties in verband met financiële voordelen of andere uitkeringen;
  16. vorderingen van advocaten of hun rechtverkrijgenden in verband met hun honoraria en onkosten, wanneer die betrekking hebben op diensten geleverd op het niveau van het vredegerecht of de politierechtbank.
  17. rechten, vergoedingen of onkosten van getuigen die door een rechtscollege of door scheidsrechters onderzocht worden, alsook geschillen inzake rechten, vergoedingen of onkosten voor tolken, sekwesters en bewakers, ongeacht de manier waarop ze zijn aangesteld, en hun rechtverkrijgers;
  18. de verkoop van vee, in geval van werkelijke gebreken of bij ontstentenis van de overeengekomen kenmerken.

RECHTBANKEN VAN EERSTE AANLEG – KAMERS MET ALLEENSPREKEND RECHTER

Deze rechtbanken zijn bevoegd voor alle in geld waardeerbare geschillen waarbij de w het voorwerp van het geschil 5 900 EUR tot 44 000 EUR bedraagt. Deze rechtbanken zijn, ongeacht de waarde van het voorwerp van het geschil, bevoegd voor:

Bovenkant paginaBovenkant pagina

  1. geschillen tussen vak- of ambachtslieden, onderling of tussen hen en hun klanten, over de levering van diensten of de productie van goederen;
  2. geschillen als gevolg van collectieve arbeidsovereenkomsten of bepalingen van gelijke werking, tussen personen die erdoor gebonden worden onderling of tussen hen en derden;
  3. geschillen tussen sociale-zekerheidsinstellingen en de verzekerden of hun rechtverkrijgers of de personen die wettelijke rechten kunnen ontlenen aan de door de overeenkomst geschapen verzekeringsrelatie;
  4. geschillen in verband met erelonen, vergoedingen en onkosten van advocaten voor andere dan voor de politierechtbank of het vredegerecht verrichte diensten, notarissen, overeenkomstig de wet aangestelde lagere advocaten, onbezoldigde deurwaarders, artsen, tandartsen, gediplomeerde vroedvrouwen, dierenartsen, door universiteiten en hogescholen gediplomeerde ingenieurs en scheikundigen, wettelijk aangestelde makelaars of hun rechtverkrijgers, ongeacht de aard van de relatie waaruit deze geschillen zijn ontstaan en los van het al dan niet bestaan van een overeenkomst over het bedrag of de betalingsmodaliteiten;
  5. geschillen betreffende vorderingen van scheidsrechters, van uitvoerders van testamenten in verband met mede-eigendom of gerechtelijk aangestelde beheerders, van curators van faillissementen of van vennootschappen of nalatenschappen of hun rechtverkrijgers met betrekking tot hun erelonen en hun onkosten, ongeacht het al dan niet bestaan van een overeenkomst over het bedrag of de betalingsmodaliteiten.
  6. geschillen betreffende het bedrag of de betaling van verzekeringspremies;
  7. geschillen in verband met de vaststelling, de vermindering of de verhoging van de bijdrage van elke echtgenoot tot de lasten van het gezin, het wegens het huwelijk, de echtscheiding of de verwantschap verschuldigde alimentatiegeld, de onkosten voor de bevalling en het alimentatiegeld ten behoeve van de alleenstaande moeder, alsook het alimentatiegeld voor de moeder afkomstig van de erfenis die aan haar ongeboren kind is nagelaten;
  8. geschillen in verband met erelonen, vergoedingen en onkosten van gerechtelijke en scheidsrechterlijke deskundigen en schatters, ongeacht de manier waarop ze zijn aangesteld, of hun rechtverkrijgers;
  9. geschillen in verband met alle soorten schadevergoedingen voor door een auto aangerichte schade, tussen de gerechtigden of hun rechtverkrijgers en de personen die de schade moeten vergoeden of hun rechtverkrijgers, alsook met betrekking tot schadeclaims op basis van autoverzekeringsovereenkomsten tussen verzekeringsondernemingen en hun verzekerden of hun rechtverkrijgers;
  10. geschillen wegens de aantasting van de eigendom of het bezit van roerende of onroerende goederen;
  11. geschillen met betrekking tot onderhoudsgeld voor of het hoederecht over de kinderen en de vaststelling van de gezinswoning en de verdeling van de onroerende goederen onder de echtgenoten bij beëindiging van de samenwoning;
  12. geschillen tussen eigenaars van verdiepingen of appartementen ingevolge de mede-eigendom, alsook de beheerders van gebouwen die het voorwerp van mede-eigendom zijn en de eigenaars van verdiepingen en appartementen;
  13. geschillen met betrekking tot de vernietiging van beslissingen van de algemene vergadering van verenigingen of coöperaties;
  14. geschillen die het gevolg zijn van de verhuur van voorwerpen of van om het even welk lucratief goed of van de deelpachtovereenkomst waarvoor de vredegerechten niet bevoegd zijn;
  15. geschillen die voortvloeien uit het verrichten van bezoldigde arbeid of die enige andere oorzaak hebben welke verband houdt met die arbeid, tussen werknemers of hun rechtverkrijgers of degenen aan wie de wet een recht toekent ingevolge de diensten van eerstgenoemden en de werkgevers of hun rechtverkrijgers.
  16. geschillen die voorvloeien uit het verrichten van bezoldigde arbeid of die enige andere oorzaak hebben welke verband houdt met die arbeid, tussen personen die voor eenzelfde werkgever werken.

RECHTBANKEN VAN EERSTE AANLEG – KAMERS MET MEERDERE RECHTERS

Deze rechtbanken zijn bevoegd voor:

  1. alle geschillen waarvoor de vredegerechten en de kamers met een alleensprekend rechter niet bevoegd zijn;
  2. beroepen tegen beslissingen van de vredegerechten uit hun rechtsgebied.

DE GERECHTEN VAN TWEEDE AANLEG

HOVEN VAN BEROEP

De hoven van beroep zijn bevoegd voor zaken waarbij hoger beroep wordt ingesteld tegen de beslissingen van de rechtbanken van eerste aanleg van hun rechtsgebied.

HOOGGERECHTSHOF (AREIOS PAGOS)

  1. Het hooggerechtshof is enkel bevoegd voor cassatieberoepen tegen door rechtsfouten aangetaste beslissingen van alle burgerlijke rechtbanken.
  2. Behoudens andersluidende bepaling, verzoeken om verwijzing, in geval van wraking van rechters van een kamer met meerdere rechters van een civiele rechtbank, indien het rechtscollege dat de door een rechtsmiddel bestreden beslissing heeft uitgesproken niet langer bestaat.

Verzet of verzoeken om herziening (rechtsmiddelen) worden behandeld door het rechtscollege dat de bestreden beslissing heeft uitgesproken.

« Organisatie van de rechtspraak - Algemene informatie | Griekenland - Algemene informatie »

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Laatste aanpassing: 12-07-2006

 
  • Gemeinscheftsrecht
  • Internationaal recht

  • België
  • Bulgarije
  • Tsjechië
  • Denemarken
  • Duitsland
  • Estland
  • Ierland
  • Griekenland
  • Spanje
  • Frankrijk
  • Italië
  • Cyprus
  • Letland
  • Litouwen
  • Luxemburg
  • Hongarije
  • Malta
  • Nederland
  • Oostenrijk
  • Polen
  • Portugal
  • Roemenië
  • Slovenië
  • Slowakije
  • Finland
  • Zweden
  • Verenigd Koninkrijk