Europese Commissie > EJN > Organisatie van de rechtspraak > Oostenrijk

Laatste aanpassing: 19-05-2005
Printversie Voeg toe aan favorieten

Organisatie van de rechtspraak - Oostenrijk




I. Burgerlijke rechtspleging

In het kader van de algemene burgerlijke procedure wordt uitspraak gedaan over zaken die niet onder de bevoegdheid van de handelsrechtbank of de arbeidsrechtbank vallen of waarvoor een niet-contentieuze procedure voorzien is.

Er worden twee instanties onderscheiden, die elk in drie fasen kunnen worden ingedeeld. In eerste aanleg worden geschillen aan de Bezirksgerichte (kanton- of districtsgerechten) of aan de Landesgerichte (arrondissementsrechtbanken) toegewezen. De bevoegdheidsafbakening gebeurt in principe op basis van de aard van het geschil (eigen bevoegdheden) en voor alle andere zaken naargelang de waarde van het geschil (bevoegdheid op basis van de waarde van het geschil). Eigen bevoegdheden hebben steeds voorrang op bevoegdheid op basis van de waarde van het geschil.

De Bezirksgerichte zijn bevoegd voor geschillen met een waarde tot 10 000 EUR en hebben eigen bevoegdheden, bijvoorbeeld voor de meeste geschillen in verband met familierecht of huur. Hoger beroep is mogelijk bij het bevoegde Landesgericht, waar een beroepskamer in tweede aanleg beslist. In bijzonder belangrijke zaken waarin er over rechtsvragen van fundamenteel belang moet worden beslist is tegen de beslissingen in hoger beroep nog een voorziening bij het Oberster Gerichtshof (Hooggerechtshof) mogelijk.

De Landesgerichte zijn bevoegd voor geschillen met een waarde vanaf 10 000 EUR en hebben eigen bevoegdheden voor bijvoorbeeld geschillen in verband met de wet op de nucleaire aansprakelijkheid (Atomhaftpflichtgesetz), de wet op de overheidsaansprakelijkheid (Amtshaftungsgesetz), de wet op de gegevensbescherming (Datenschutzgesetz), mededinging en auteursrechten.Hoger beroep is mogelijk bij het Oberlandesgericht (hoogste rechtscollege van een deelstaat) dat de geschillen in tweede aanleg behandelt. In bijzonder belangrijke zaken waarin er over rechtsvragen van fundamenteel belang moet worden beslist, is een voorziening bij het Oberster Gerichtshof (Hooggerechtshof) mogelijk.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

In eerste aanleg worden geschillen in het merendeel van de gevallen door een alleensprekend rechter beslecht (slechts in geschillen die over meer dan 50 000 EUR gaan neemt op verzoek van een partij een kamer met drie rechters kennis van het geschil). In tweede aanleg oordeelt een kamer met drie rechters (vijf in het geval van het Oberster Gerichtshof). Heeft de zaak betrekking op een rechtsvraag van fundamenteel belang (zoals het wijzigen van vaste rechtspraak) dan zetelt het Oberster Gerichtshof in een grote kamer met elf rechters.

Tegen vonnissen in eerste aanleg kan hoger beroep aangetekend worden. Er kan in alle gevallen hoger beroep worden ingesteld op grond van nietigheid of foutieve juridische beoordeling, in bepaalde materies en in geschillen met een waarde van minstens 2 000 EUR is ook hoger beroep op grond van procedurefouten of foutieve vaststelling van feiten mogelijk.

De in tweede aanleg bevoegde gerechten hebben slechts tot taak de in eerste aanleg gewezen beslissingen te controleren. Zij doen dus enkel uitspraak op basis van de aan het eind van de mondelinge procedure in eerste aanleg geformuleerde eisen en de feiten zoals ze op dat ogenblik vaststaan. De in tweede aanleg bevoegde gerechten kunnen over de grond van de zaak uitspraak doen (en de uitspraak van de eerste rechter bevestigen of wijzigen). Hiertoe kunnen ze – binnen het kader van de in eerste aanleg geformuleerde eisen en argumenten – de procedure geheel of gedeeltelijk hernemen, vervolledigen of het in eerste aanleg gewezen vonnis tenietdoen en de zaak voor afdoening verwijzen naar de eerste rechter, of het beroep verwerpen.

Tegen in tweede aanleg gewezen vonnissen kan cassatieberoep worden ingesteld. Dit rechtsmiddel bij het Oberster Gerichtshof is echter – naargelang de materie – aan verscheidene beperkingen onderworpen. Het Oberster Gerichtshof doet in principe slechts uitspraak over rechtsvragen van aanzienlijk belang; deze voorwaarde moet vervuld zijn opdat het cassatieberoep ontvankelijk zou zijn. Los daarvan is tegen in tweede aanleg gewezen vonnissen in bepaalde zaken geen cassatieberoep mogelijk wanneer de waarde van het geschil lager is dan 4 000 EUR. Wanneer de waarde van het geschil niet meer dan 20 000 EUR bedraagt kan daarenboven de toelating van het in tweede aanleg bevoegde gerecht nodig zijn (rechtstreeks of na een nieuw verzoekschrift).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Het Oberster Gerichtshof doet slechts uitspraak over rechtsvragen en mag enkel de voordien vastgestelde feiten in aanmerking nemen. Het beoordeelt dus slechts de juistheid van de daarop gebaseerde beslissingen of stelt gronden van nietigheid en - binnen bepaalde grenzen – procedurefouten vast. Het Oberster Gerichtshof heeft niet alleen de functie van een cassatierechter, maar kan ook uitspraak doen over de grond van de zaak (in bevestigende of wijzigende zin), eerdere beslissingen herroepen en de zaak voor afdoening naar de vorige rechter verwijzen, of het beroep verwerpen.

II. Procedure voor de arbeidsgerechten

Voor arbeidszaken, met name de op arbeidsrelaties betrekking hebbende burgerlijke geschillen die zijn opgesomd in paragraaf 50 van het Arbeits- und Sozialgerichtsgesetz (ASGG – wet op de arbeids- en sociale gerechten), gelden eigen procedures die overeenkomen met de burgerlijke rechtspleging, aangevuld met bijzondere regels.

Arbeidsrechtelijke geschillen worden in eerste aanleg behandeld door de Landesgerichte (in Wenen: het Arbeits- und Sozialgerichtshof), in tweede aanleg door de Oberlandesgerichte en in laatste aanleg door het Oberster Gerichtshof.

In de arbeidsrechtelijke procedure worden de zaken door kamers behandeld, die in iedere aanleg zijn samengesteld uit meerdere beroepsrechters en een door de werkgevers en werknemers afgevaardigde lekenrechter.

Het hoger beroep en cassatieberoep tegen in eerste en tweede aanleg gewezen beslissingen verlopen zoals in de burgerlijke rechtspleging, weliswaar met minder beperkingen. Zo is, ongeacht waarde van het geschil, cassatieberoep in arbeidszaken steeds toegelaten als het over een rechtsvraag van aanzienlijk belang gaat.

III. Handelszaken

Handelszaken zijn de in paragraaf 51 van de Jurisdiktionsnorm (wet op de burgerlijke rechtspleging en de rechterlijke organisatie) opgesomde burgerlijke geschillen waarbij een handelaar betrokken is. Deze zaken worden zonder veel bijzondere regels volgens de regels van de burgerlijke rechtspleging behandeld. In eerste en tweede aanleg (echter niet bij het Oberster Gerichtshof) maakt een lekenrechter uit de handelssector deel uit van de kamers die handelszaken behandelen.

IV. Niet-contentieuze procedures

De niet-contentieuze procedures dienen voor burgerrechtelijke aangelegenheden die aan dit soort (met vrijwillige jurisdictie vergelijkbare) procedure toegewezen worden wegens hun bijzonder karakter. Het betreffen met name verzoeningsprocedures, Rechtsfürsorge-procedures (diverse procedures uit het personen- en familierecht) en zaken waarin de partijen niet noodzakelijk tegengestelde belangen hebben.

Meestal worden de zaken in eerste aanleg door de Bezirksgerichte beslecht, in tweede aanleg door de Landesgerichte en in laatste aanleg door het Oberster Gerichtshof.

In dit soort procedures zetelt doorgaans een alleensprekend rechter of een gerechtelijk beambte die een speciale opleiding genoten heeft (“rechtspfleger”), in tweede en derde aanleg zijn het kamers die uit drie of vijf beroepsrechters bestaan.

Vonnissen kunnen aangevochten worden volgens procedures die vergelijkbaar zijn met die voor de burgerlijke rechtspleging. Ingevolge het bijzondere karakter van deze procedures gelden er echter minder beperkingen. Het is in zekere mate mogelijk om in tweede aanleg nog nieuwe argumenten aan te voeren die niet kaderen in de eisen en argumentatie die in eerste aanleg naar voren werden gebracht.

Door de grote verscheidenheid aan zaken die volgens deze procedures behandeld worden bestaan er voor de diverse materies talrijke bijzondere voorschriften.


« Organisatie van de rechtspraak - Algemene informatie | Oostenrijk - Algemene informatie »

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Laatste aanpassing: 19-05-2005

 
  • Gemeinscheftsrecht
  • Internationaal recht

  • België
  • Bulgarije
  • Tsjechië
  • Denemarken
  • Duitsland
  • Estland
  • Ierland
  • Griekenland
  • Spanje
  • Frankrijk
  • Italië
  • Cyprus
  • Letland
  • Litouwen
  • Luxemburg
  • Hongarije
  • Malta
  • Nederland
  • Oostenrijk
  • Polen
  • Portugal
  • Roemenië
  • Slovenië
  • Slowakije
  • Finland
  • Zweden
  • Verenigd Koninkrijk