Rechtsorde
Organisatie van de rechtspraak
Juridische beroepen
Rechtsbijstand
Bevoegdheid van de rechtbanken
Aanhangigmaking van zaken bij de rechter
Procestermijnen
Toepasselijk recht
Betekening en kennisgeving van stukken
Verkrijging van bewijs en bewijsvoering
Voorlopige en bewarende maatregelen
Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen
Vereenvoudigde procedures en spoedprocedures
Echtscheiding
Ouderlijke verantwoordelijkheid
Alimentatie-
Faillissement
Alternatieve wijzen van geschillenbeslechting
Schadeloosstelling van slachtoffers van misdrijven
Geautomatiseerde verwerking
Wettelijke onderhoudsplichten vloeien rechtstreeks voort uit Wet nr. 36/2005 betreffende de familie en tot wijziging van bepaalde andere wetten. Zij kunnen de volgende vormen aannemen:
De onderhoudsplicht van ouders jegens hun kinderen is een wettelijke plicht die geldt zolang de kinderen niet in staat zijn voor zichzelf te zorgen en te voorzien in hun eigen gerechtvaardigde behoeften.
De onderhoudsplicht van ouders jegens hun kinderen wordt beheerst door het recht van het land waar het kind zijn gewone verblijfplaats heeft. Op andere onderhoudsplichten is het recht van toepassing van het land waar de onderhoudsgerechtigde zijn woonplaats heeft (§ 24a, van Wet nr. 97/1963 betreffende internationaal privaat- en procedurerecht).
De Slowaakse rechtbanken passen altijd Slowaaks recht toe als de onderhoudsgerechtigde en de onderhoudsplichtige beiden in Slowakije zijn gevestigd.
Alimentatieaanvragen moeten worden ingediend bij de rechtbank die territoriale bevoegdheid heeft.
In zaken met betrekking tot het ouderlijk gezag over kinderen kan een alimentatievordering worden ingesteld middels een verzoek, of zonder verzoek op basis van een rechterlijke beslissing overeenkomstig § 81, eerste alinea, van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering.
De partijen in zaken met betrekking tot het ouderlijk gezag worden ofwel onderscheiden overeenkomstig § 90, d.w.z. dat het gaat om de mensen wier rechten en plichten in het geding zijn, namelijk:
ofwel, in het geval van een procedure die kan worden ingeleid zonder verzoek, overeenkomstig § 94, eerste alinea, d.w.z. dat daaronder ook partijen worden begrepen wier rechten en plichten in het geding zijn.
Natuurlijke personen zonder procesbevoegdheid moeten worden vertegenwoordigd door een wettelijke vertegenwoordiger.
Behalve in de gevallen waarnaar wordt verwezen in de §§ 39, derde alinea en 57, vierde alinea, van de Familiewet, kan de rechtbank ook een voogd benoemen voor een kind, indien dit op grond van enige andere reden noodzakelijk is en het belang van het kind dient. De rechtbank kan een plaatselijke instantie tot voogd benoemen.
Op basis van een volmacht kan het Centrum voor de internationale rechtsbescherming van kinderen en jongeren (Centrum pre medzinárodnoprávnu ochranu detí a mládeže) minderjarigen vertegenwoordigen in rechtszaken met betrekking tot het ouderlijk gezag over kinderen. Dit kan ook in het geval van volwassenen jegens wie de ouders nog een onderhoudsplicht hebben en in het geval van andere personen die onder bijzondere wetgeving vallen tijdens procedures inzake de vaststelling of wijziging van een onderhoudsplicht, indien de zaak een internationale dimensie heeft.
Voor het indienen van de aanvraag is de bevoegde rechtbank de algemene rechtbank van de verweerder. Voor natuurlijke personen is de algemene rechtbank de rechtbank in het rechtsgebied waar zij hun woonplaats hebben of, bij gebrek daaraan, hun verblijfplaats.
In zaken met betrekking tot het ouderlijk gezag over kinderen, de mogelijkheid te adopteren en adoptie is de bevoegde rechtbank niet de algemene rechtbank van de verweerder, maar de rechtbank in het rechtsgebied waar het kind verblijft overeenkomstig een afspraak tussen de ouders, een rechterlijke beslissing of een andere beslissende factor.
Een zaak kan op de volgende wijzen aanhangig worden gemaakt: schriftelijk, mondeling bij de griffie van de rechtbank, elektronisch ondertekend met een beveiligde elektronische handtekening die voldoet aan de geldende wetgeving, per telegram of per fax. Per telegram ingestelde vorderingen die verband houden met de zaak ten gronde moeten binnen drie dagen worden gevolgd door een schriftelijke of mondelinge bevestiging bij de griffie van de rechtbank; indien de vordering per fax wordt ingesteld, moet het origineel binnen drie dagen worden overgelegd. Vorderingen die niet binnen drie dagen op deze wijze worden bevestigd worden niet in behandeling genomen.
Tenzij voor specifieke verzoeken verdere bijzonderheden zijn voorgeschreven, moet de volgende informatie in de vordering worden vermeld: het moet duidelijk zijn aan welke rechtbank de vordering gericht is, door wie deze wordt ingesteld, waarop deze betrekking heeft en welk verzoek erin is vervat. Bovendien moet de vordering worden ondertekend en gedateerd. De vordering moet worden ingediend met het juiste aantal bijgevoegde afschriften en bijlagen, zodat de rechtbank één afschrift kan houden en elke partij de benodigde afschriften kan ontvangen. Indien de eiser verzuimt het juiste aantal afschriften en bijlagen bij te voegen, maakt de rechtbank zelf de benodigde afschriften op kosten van de eiser.
Naast de algemene informatie moeten in de vordering ook de voornamen, achternamen en verblijfplaatsen van de partijen (en van hun eventuele vertegenwoordiger) worden vermeld, alsmede hun nationaliteit, een waarheidsgetrouwe weergave van de belangrijkste feiten en een lijst met bewijsmiddelen waarop de eiser voornemens is zijn zaak te baseren; in de vordering moet verder duidelijk worden gemaakt waar de eiser om verzoekt.
Over het algemeen moeten verzoekers griffierechten betalen bij de indiening van een aanvraag, overeenkomstig Wet nr. 71/1992 (Wet Griffierechten), zoals gewijzigd.
Bepaalde procedures, zoals zaken in verband met het gezag over en de zorg voor kinderen, adoptie en de wederzijdse onderhoudsplicht tussen ouders en kinderen, zijn vrijgesteld van griffierechten.
Met ingang van 1 januari 2006 kunnen verzoekers met onvoldoende financiële middelen in aanmerking komen voor gratis rechtsbijstand overeenkomstig Wet nr. 327/2005 betreffende de verlening van rechtsbijstand aan minder draagkrachtigen (Rechtsbijstandswet) tot wijziging van Wet nr. 586/2003 betreffende de advocatuur en Wet nr. 455/1991 betreffende handelsactiviteiten (Handelswet), zoals gewijzigd bij Wet nr. 8/2005.
Voordat deze wet in werking trad, konden advocaten tegen een verlaagd tarief of kosteloos juridische diensten verlenen, indien dit gerechtvaardigd was vanwege de persoonlijke omstandigheden of financiële situatie van de cliënt of vanwege enig ander aspect dat aanleiding kon zijn voor bijzondere overwegingen.
De door de bevoegde autoriteiten toegevoegde advocaten werden voor hun juridische diensten betaald door de overheid.
Bij het vaststellen van het bedrag dat met de onderhoudsplicht gemoeid is, houdt de rechtbank rekening met hoeveel iedere ouder afzonderlijk voor het kind zorgt. Wanneer de ouders samenwonen, neemt de rechtbank ook in aanmerking hoeveel tijd zij aan het huishouden besteden. Ongeacht hoedanigheid, vermogen en financiële omstandigheden, is elke ouder gehouden de minimale onderhoudsplicht na te komen, te weten 30% van het bestaansminimum voor minderjarigen of kinderen die te hunner laste komen, zoals bepaald in de Wet bestaansminimum.
Het levensonderhoud heeft voorrang boven eventuele andere uitgaven van de ouders.
De alimentatie wordt betaald aan de onderhoudsgerechtigde. Een onderhoudsplicht kan niet worden overgedragen aan erfgenamen en, aangezien het een persoonlijk recht van het kind is, vervalt het bij overlijden van het kind of van de onderhoudsplichtige.
Indien de partij tegen wie een uitvoerbare beslissing is genomen, verzuimt die beslissing te eerbiedigen, kan de eiser een verzoek indienen tot tenuitvoerlegging van de beslissing in overeenstemming met de bijzondere wetgeving die hierop van toepassing is; in geval van een beslissing betreffende het gezag over een kind verzoekt de eisende partij direct om tenuitvoerlegging door de rechtbank.
Er is een instantie met de naam Centrum voor de internationale rechtsbescherming van kinderen en jongeren (Centrum pre medzinárodnoprávnu ochranu detí a mládeže).
Nee.
Ja.
Het Centrum voor de internationale rechtsbescherming van kinderen en jongeren is opgericht door het Slowaakse ministerie van Arbeid, Sociale Zaken en Gezinszaken en valt onder direct beheer van het ministerie. Het is een door de overheid gefinancierde organisatie die rechtsbescherming biedt aan kinderen en jongeren in zaken waarbij een ander land betrokken is. Het centrum bestrijkt heel Slowakije en is sinds 1 februari 1993 actief.
Krachtens Wet nr. 195/1998 (Sociale bijstandswet), zoals gewijzigd, wordt het centrum per 1 juli 1998 aangemerkt als overheidsorgaan voor de verlening van sociale bijstand.
Adres: Centrum pre medzinárodnoprávnu ochranu detí a mládeže, Špitálska 6, P. O. BOX 57, 814 99 Bratislava, E-mail: cipc@employment.gov.sk.
Het Centrum voor de internationale rechtsbescherming van kinderen en jongeren is het enige overheidsorgaan voor de verlening van sociale bijstand dat internationale overeenkomsten rechtstreeks ten uitvoer legt in geheel Slowakije.
Nee.
Het Centrum voor de internationale rechtsbescherming van kinderen en jongeren kan op basis van een volmacht optreden als vertegenwoordiger. Deze volmacht is altijd een procedurele volmacht, aangezien deze wordt verleend voor een bepaald proces.
Het Centrum voor de internationale rechtsbescherming van kinderen en jongeren is opgericht door het Slowaakse ministerie van Arbeid, Sociale Zaken en Gezinszaken en valt onder direct beheer van het ministerie. Het is een door de overheid gefinancierde organisatie die rechtsbescherming biedt aan kinderen en jongeren in zaken waarbij een ander land betrokken is. Het centrum bestrijkt heel Slowakije en is sinds 1 februari 1993 actief.
« Alimentatievorderingen - Algemene informatie | Slowakije - Algemene informatie »
Laatste aanpassing: 11-10-2007

