Europese Commissie > EJN > Alimentatievorderingen > Polen

Laatste aanpassing: 22-02-2007
Printversie Voeg toe aan favorieten

Alimentatievorderingen - Polen

EJN logo

Deze pagina is vervallen. De pagina wordt bijgewerkt en verplaatst naar het Europees e-justitieportaal.


 

INHOUDSOPGAVE

1. Wat betekenen de begrippen „onderhoudsbijdrage (alimentatie)” en „onderhoudsvordering” volgens de Poolse wet? Wie heeft recht op een onderhoudsbijdrage? 1.
2. Tot welke leeftijd heeft een kind aanspraak op een onderhoudsbijdrage? 2.
3. In welke gevallen is de Poolse wet van toepassing? 3.
4. Indien de Poolse wet niet van toepassing is, welke wet past het gerecht dan toe (indien zowel de eiser als de verweerder in Polen woont)? 4.
5. Moet een onderhoudsgerechtigde zich met zijn onderhoudsvordering wenden tot een gerecht, tot een overheidsinstelling of tot een andere organisatie? 5.
6. Kan een onderhoudsvordering worden ingesteld namens een bloedverwant, een goede bekende of een minderjarige? 6.
7. Hoe weet de eiser die zich tot een gerecht wil wenden, welk gerecht bevoegd is? 7.
8. Heeft de eiser een vertegenwoordiger nodig om de zaak aan het gerecht voor te leggen? 8.
9. Moet de eiser de gerechtskosten betalen? Hoe hoog zullen de kosten zijn? Komt de eiser met ontoereikende financiële middelen in aanmerking voor rechtsbijstand om de kosten van de procedure te dekken? 9.
10. Indien een onderhoudsbijdrage wordt toegekend, hoe wordt de hoogte bepaald? Kan de hoogte van de onderhoudsbijdrage worden aangepast indien de kosten van levensonderhoud of de familiale omstandigheden wijzigen? 10.
11. Wie betaalt de onderhoudsbijdrage en hoe? 11.
12. Indien de onderhoudsplichtige niet vrijwillig betaalt, welke mogelijkheden tot gedwongen tenuitvoerlegging bestaan er? 12.
13. Is er een autoriteit of organisatie die een onderhoudsgerechtigde kan helpen een onderhoudsbijdrage te verkrijgen? 13.
14. Kunnen deze autoriteiten of organisaties de onderhoudsbijdrage geheel of gedeeltelijk in de plaats van de onderhoudsplichtige betalen? 14.
15. Kan de onderhoudsgerechtigde bijstand krijgen van een organisatie of overheidsinstantie (plaatselijk of centraal) in Polen, indien hij in Polen woont en de onderhoudsplichtige in een ander land woont? 15.
16. Hoe kan met die organisatie of overheidsinstantie contact worden opgenomen? 16.
17. Wat voor hulp kan de eiser van die organisatie of overheidsinstantie krijgen? 17.
18. Kan de onderhoudsgerechtigde zich rechtstreeks wenden tot een overheidsinstantie of verzendende instelling in Polen, indien hij in Polen woont en de onderhoudsplichtige in een ander land woont? 18.
19. Indien dit het geval is, hoe kan met die organisatie of overheidsinstantie contact worden opgenomen? 19.
20. Wat voor hulp kan de eiser van die organisatie of overheidsinstantie krijgen? 20.

 

1. Wat betekenen de begrippen „onderhoudsbijdrage (alimentatie)” en „onderhoudsvordering” volgens de Poolse wet? Wie heeft recht op een onderhoudsbijdrage?

Krachtens artikel 128 van het Wetboek betreffende familie en voogdij is de onderhoudsverplichting de verplichting een bloedverwant in de rechte lijn of in de zijlijn middelen te verstrekken voor diens levensonderhoud (waaronder kleding, voeding, woongelegenheid, brandstof en geneesmiddelen) en waar van toepassing voor diens opvoeding (waaronder fysieke en intellectuele ontwikkeling en toegang tot onderwijs en cultuur).

De onderhoudsbijdrage is een uitkering in geld of in natura. Bij kinderen omvat de onderhoudsbijdrage ook een persoonlijke inbreng in hun opvoeding en inspanningen in de gedeelde woning.

Een onderhoudsvordering is het recht van een persoon om van een andere persoon te vorderen dat hij zijn onderhoudsverplichting nakomt.

In beginsel vloeit de onderhoudsverplichting voort uit verschillende soorten familiale betrekkingen. Naargelang van de aard van de familiale betrekking onderscheidt de Poolse wet de volgende typen onderhoudsverplichtingen:

  1. de onderhoudsverplichting jegens bloedverwanten, en de specifieke categorie van de onderhoudsverplichting jegens kinderen. Alleen wanneer zij materieel behoeftig zijn, hebben bloedverwanten recht op een onderhoudsbijdrage. Ouders zijn echter een onderhoudsbijdrage verschuldigd aan hun kinderen zolang die nog niet voor zichzelf kunnen instaan, tenzij de inkomsten van de goederen van het kind volstaan voor zijn onderhoud en opvoeding. Vanaf hun achttiende verjaardag verliezen kinderen hun recht op een onderhoudsbijdrage, tenzij zij hun studies voortzetten en hun resultaten die keuze rechtvaardigen. Ouders hoeven echter geen onderhoudsbijdrage te betalen aan een kind dat ouder is dan achttien en klaar is voor het beroepsleven, doch voortstudeert, deze studies verwaarloost, niet voldoende vooruitgang boekt, niet in zijn examens slaagt of deze examens niet binnen bepaalde termijnen aflegt en zodoende zijn studies niet binnen de door het studieprogramma toegelaten termijn voltooit;
  2. de onderhoudsverplichting die voortvloeit uit adoptie. Indien de adoptie uitsluitend gevolgen heeft voor de betrekking tussen de adoptant en de geadopteerde, krijgt de onderhoudsverplichting van de adoptant jegens de geadopteerde voorrang boven de onderhoudsverplichting van de bloedverwanten in de rechte opgaande lijn en in de zijlijn van de geadopteerde, terwijl de onderhoudsverplichting van de bloedverwanten in de rechte opgaande lijn en in de zijlijn laatst komt. Inhoudelijk gelden voor de geadopteerde dezelfde beginselen als hierboven onder punt 1) zijn uiteengezet;
  3. de onderhoudsverplichting tussen aanverwanten (stiefmoeder, stiefvader, stiefkinderen). Alleen wanneer zij in materieel behoeftig zijn, hebben aanverwanten recht op een onderhoudsbijdrage, en dan nog enkel wanneer dit volgens de feitelijke situatie in overeenstemming zou zijn met algemeen aanvaarde sociale normen. Volgens de Poolse wetgeving en rechtspraak is een persoon „materieel behoeftig” wanneer hij niet met eigen middelen en inspanningen kan instaan voor zijn redelijke behoeften;
  4. de onderhoudsverplichting tussen echtgenoten tijdens het huwelijk. Krachtens artikel 27 van het Wetboek betreffende familie en voogdij kunnen gezinsleden een gelijke levensstandaard voor alle gezinsleden vorderen;
  5. de onderhoudsverplichting tussen echtgenoten na de beëindiging van het huwelijk. Indien slechts een van de echtgenoten voor de beëindiging van het huwelijk verantwoordelijk wordt gesteld en de echtscheiding voor de andere echtgenoot een aanzienlijke verslechtering van zijn materiële situatie meebrengt, kan laatstgenoemde een onderhoudsbijdrage vorderen, zelfs indien hij niet materieel behoeftig is. In andere gevallen kan een echtgenoot die het materieel moeilijk heeft, van zijn ex‑echtgenoot een onderhoudsbijdrage vorderen om zijn redelijke behoeften te dekken in verhouding tot het inkomen en de financiële situatie van de ex-echtgenoot. De onderhoudsverplichting jegens een echtgenoot houdt op te bestaan wanneer de echtgenoot-schuldeiser hertrouwt. Indien de schuldenaar echter een uit de echt gescheiden echtgenoot is die niet verantwoordelijk is gesteld voor de beëindiging van het huwelijk, eindigt de onderhoudsverplichting vijf jaar na de beëindiging van het huwelijk, tenzij het gerecht op verzoek van de onderhoudsgerechtigde echtgenoot beslist dat de periode van vijf jaar ingevolge uitzonderlijke omstandigheden moet worden verlengd;
  6. de onderhoudsverplichting van de vader jegens een kind met wiens moeder hij niet gehuwd is. Een vader die niet de echtgenoot van de moeder is, moet volgens zijn mogelijkheden bijdragen aan de kosten in verband met de zwangerschap en de bevalling en moet de moeder tijdens de drie maanden bevallingsrust een onderhoudsbijdrage betalen. Bestaan daartoe dwingende redenen, dan kan de moeder een onderhoudsbijdrage vorderen voor een periode van langer dan drie maanden.

2. Tot welke leeftijd heeft een kind aanspraak op een onderhoudsbijdrage?

De voorafgaande voorwaarde voor de onderhoudsverplichting van de ouders is dat het kind niet voor zichzelf kan instaan. Voor nadere informatie zie punt 1) van het antwoord op vraag 1.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

3. In welke gevallen is de Poolse wet van toepassing?

De vraag welk recht van toepassing is, wordt in Polen geregeld door de wet van 12 november 1965 betreffende het internationaal privaatrecht, het Verdrag inzake de wet die van toepassing is op onderhoudsverplichtingen, dat op 2 oktober 1973 in Den Haag is ondertekend, en bilaterale overeenkomsten met Oostenrijk, Bulgarije, Belarus, Cuba, Tsjechië, Slowakije, Estland, Frankrijk, Hongarije, Litouwen, Letland, Noord‑Korea, Roemenië, Rusland, Oekraïne en Vietnam (voor informatie over deze overeenkomsten, zie de website van het Poolse Ministerie van Justitie: www.ms.gov.pl polski).

Tenzij het Verdrag of de bilaterale overeenkomsten anders bepalen, worden de onderhoudsvorderingen tussen bloedverwanten of stiefouders en stiefkinderen geregeld door de wet van het land waarvan de persoon die onderhoudsgerechtigd is, onderdaan is. De Poolse wet is van toepassing wanneer die persoon een Pools onderdaan is.

4. Indien de Poolse wet niet van toepassing is, welke wet past het gerecht dan toe (indien zowel de eiser als de verweerder in Polen woont)?

De woon‑ of verblijfplaats van de partijen is niet van invloed op de wet die van toepassing is. Alleen de nationaliteit van de verweerder is van belang. Zie het antwoord op vraag 3.

5. Moet een onderhoudsgerechtigde zich met zijn onderhoudsvordering wenden tot een gerecht, tot een overheidsinstelling of tot een andere organisatie?

Een onderhoudsbijdrage kan worden verkregen door:

Bovenkant paginaBovenkant pagina

  1. vrijwillige nakoming van de onderhoudsverplichting,
  2. de sluiting van een overeenkomst over de verplichting tussen de partijen,
  3. het instellen van een onderhoudsvordering bij een gerecht, indien de onderhoudsplichtige zijn onderhoudsverplichting niet nakomt.

6. Kan een onderhoudsvordering worden ingesteld namens een bloedverwant, een goede bekende of een minderjarige?

Een onderhoudsvordering kan namens de onderhoudsgerechtigde worden ingesteld:

  • bij volmacht, door een advocaat, een ouder, een echtgenoot, een bloedverwant in de zijlijn, een bloedverwant in de rechte opgaande lijn of een adoptant van de onderhoudsgerechtigde;
  • door een vertegenwoordiger van een gemeentelijke autoriteit voor sociale bijstand [krachtens de wet betreffende de sociale bijstand van 12 maart 2004 [Dziennik Ustaw van 2004, nr. 64, punt 593)], bijvoorbeeld de directeur van een gemeentelijke autoriteit voor sociale bijstand (gmina) of een centrum voor familiale ondersteuning [op provinciaal niveau (powiat)];
  • door een vertegenwoordiger van een sociale organisatie voor familiale ondersteuning [een lijst van deze organisaties is opgenomen in een reglement van de minister van Justitie van 10 november 2000 (Dziennik Ustaw van 2002, nr. 100, punt 100)];
  • door het openbaar ministerie, indien dit in het algemeen belang en in het belang van de rechtsstaat is.

Voor onderhoudsgerechtigde minderjarigen treedt een wettelijke vertegenwoordiger op.

Een goede bekende kan niet optreden voor een onderhoudsgerechtigde, tenzij hij een van de bovengenoemde personen is.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

7. Hoe weet de eiser die zich tot een gerecht wil wenden, welk gerecht bevoegd is?

Het Wetboek burgerlijke rechtsvordering bepaalt dat de arrondissementsrechtbank bevoegd is. De territoriale bevoegdheid wordt bepaald volgens de verblijfplaats van de eiser of de verweerder. Nadere informatie over welk gerecht bevoegd is, kan worden verstrekt door een advocaat of door een van in het antwoord op vraag 15 genoemde personen of worden gevonden in de Europese gerechtelijke atlas op het gebied van burgerlijke zaken op de website van de Commissie: http://ec.europa.eu/justice_home/judicialatlascivil/html/index_nl.htm.

8. Heeft de eiser een vertegenwoordiger nodig om de zaak aan het gerecht voor te leggen?

In zaken in verband met onderhoudsbijdragen hoeft de eiser zich niet door een advocaat te laten vertegenwoordigen. De eiser mag voor zichzelf optreden of kan ervoor kiezen een advocaat in de arm te nemen.

Zie het antwoord op vraag 9 voor specifieke informatie over de mogelijkheid om door het gerecht een advocaat te doen aanstellen die voor de onderhoudsgerechtigde optreedt.

9. Moet de eiser de gerechtskosten betalen? Hoe hoog zullen de kosten zijn? Komt de eiser met ontoereikende financiële middelen in aanmerking voor rechtsbijstand om de kosten van de procedure te dekken?

Volgens de Poolse wet hoeft een persoon die een onderhoudsvordering instelt, geen gerechtskosten te betalen. Deze vrijstelling is volledig, dat wil zeggen dat de betrokkene helemaal geen gerechtskosten, beroepskosten of kosten voor de tenuitvoerlegging voor zijn rekening hoeft te nemen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Daarnaast komt een persoon die vrijstelling van gerechtskosten geniet, in aanmerking voor rechtsbijstand in de vorm van een door het gerecht aangewezen advocaat. Indien het verzoek om rechtsbijstand wordt toegewezen, wordt het ereloon van de advocaat betaald door de tegenpartij van de persoon aan wie een advocaat is toegewezen. Indien de persoon aan wie een advocaat is toegewezen, het proces verliest, wordt het ereloon van de advocaat door de schatkist betaald.

De rechten van onderdanen van andere lidstaten in dit verband zijn vastgelegd in de wet betreffende het recht op bijstand in burgerlijke zaken in de lidstaten van de Europese Unie. Informatie over deze wet is opgenomen in het hoofdstuk over rechtsbijstand in Polen.

10. Indien een onderhoudsbijdrage wordt toegekend, hoe wordt de hoogte bepaald? Kan de hoogte van de onderhoudsbijdrage worden aangepast indien de kosten van levensonderhoud of de familiale omstandigheden wijzigen?

De hoogte van de onderhoudsbijdrage hangt af van het inkomen en het financiële vermogen van de onderhoudsplichtige en van de redelijke behoeften van de onderhoudsgerechtigde. Redelijke behoeften omvatten alles wat van essentieel belang is om te voorzien in het onderhoud van de eiser, niet alleen materieel maar ook in andere opzichten (cultureel en spiritueel). De behoeften van minderjarigen omvatten de kosten van hun opvoeding. Bij de beoordeling van het inkomen en het financiële vermogen van de onderhoudsplichtige, wordt geen rekening gehouden met wat hij daadwerkelijk verdient, doch wel met wat hij zou kunnen verdienen indien hij zijn verdiencapaciteit ten volle benut.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Indien de omstandigheden wijzigen, kan een wijziging van de gerechtelijke beslissing of de overeenkomst inzake de onderhoudsbijdrage worden gevraagd. Zowel de onderhoudsplichtige als de onderhoudsgerechtigde kan hierom vragen. Naargelang van de omstandigheden kunnen zij de beëindiging van de onderhoudsverplichting vorderen of een verhoging of verlaging van het bedrag van de onderhoudsbijdrage. De voorwaarden voor een wijziging van de hoogte van de onderhoudsbijdrage is een uitbreiding of een beperking van de redelijke behoeften van de onderhoudsgerechtigde of van de verdiencapaciteit van de onderhoudsplichtige.

11. Wie betaalt de onderhoudsbijdrage en hoe?

De persoon die in de uitvoerbaar verklaarde gerechtelijke beslissing als schuldenaar is aangewezen, moet betalen. In beginsel worden de kosten van de onderhoudsbijdrage alleen door de onderhoudsplichtige gedragen. Indien hij niet vrijwillig betaalt, kan de onderhoudsgerechtigde de bevoegde met uitvoering belaste autoriteiten vragen om de gedwongen tenuitvoerlegging van de beslissing. De gedwongen tenuitvoerlegging kan ambtshalve worden aangevat op verzoek van de arrondissementsrechtbank die de beslissing heeft geveld waarin de hoogte van de onderhoudsbijdrage is bepaald. De onderhoudsgerechtigde kan de uitvoerbaar verklaarde beslissing ook aanbieden bij de werkgever of de pensioeninstelling van de onderhoudsplichtige en vragen dat de onderhoudsbijdrage wordt ingehouden op de bedragen die aan de onderhoudsplichtige worden uitgekeerd. Dit verzoek is bindend voor de werkgever of de pensioeninstelling.

12. Indien de onderhoudsplichtige niet vrijwillig betaalt, welke mogelijkheden tot gedwongen tenuitvoerlegging bestaan er?

Indien de onderhoudsplichtige zijn verplichting niet vrijwillig nakomt, kan hij daartoe worden gedwongen. Zie het antwoord op vraag 11.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Daarnaast is het niet‑betalen van de onderhoudsbijdrage krachtens het Strafwetboek strafbaar met een boete, niet‑vrijheidsberovende maatregelen of gevangenisstraf tot twee jaar.

13. Is er een autoriteit of organisatie die een onderhoudsgerechtigde kan helpen een onderhoudsbijdrage te verkrijgen?

Zoals gezegd in het antwoord op vraag 6 kan een verzoek om toekenning van een onderhoudsbijdrage namens de onderhoudsgerechtigde ook worden ingesteld door onder meer een vertegenwoordiger van een gemeentelijke autoriteit voor sociale bijstand, door bepaalde sociale organisaties en, in sommige gevallen, het openbaar ministerie. Deze organisaties en personen kunnen de onderhoudsgerechtigde ook ondersteunen door tussen te komen in reeds ingestelde procedures in verband met onderhoudsbijdragen. Hun rol bestaat erin de onderhoudsgerechtigde te ondersteunen in zijn procedure voor het gerecht.

14. Kunnen deze autoriteiten of organisaties de onderhoudsbijdrage geheel of gedeeltelijk in de plaats van de onderhoudsplichtige betalen?

Neen, dit kunnen zij niet doen.

De wet betreffende de procedures tegen onderhoudsplichtigen en voorschotten op onderhoudsbijdragen van 22 april 2005, die op 1 september 2005 in werking is getreden, bepaalt echter dat wanneer het onmogelijk is een gerechtelijke beslissing op het gebied van onderhoudsbijdragen ten uitvoer te leggen, de gemeentelijke autoriteit voor sociale bijstand het recht op „voorschotten op onderhoudsbijdragen” kan toekennen.

Alleen de in de wet genoemde personen kunnen een voorschot vragen. Voorschotten op onderhoudsbijdragen worden betaald door de directeur van de gemeentelijke autoriteit of de burgemeester van de verblijfplaats van de onderhoudsgerechtigde, en mogen niet meer bedragen dan de door het gerecht toegekende onderhoudsbijdrage of de in de wet vastgestelde bedragen. De onderhoudsgerechtigden hebben recht op voorschotten ten belope van de door het gerecht toegekende, doch niet betaalde onderhoudsbijdragen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Indien de persoon die recht heeft op voorschotten op onderhoudsbijdragen echter in een instelling verblijft die voltijdse opvang biedt (bijvoorbeeld een centrum voor sociale bijstand, een kindertehuis, een opvoedingsinstelling of een gevangenis) of bij een pleeggezin woont, of gehuwd is of een kind heeft en recht heeft op gezinstoelagen, worden geen voorschotten uitgekeerd.

De wet is alleen van toepassing indien de onderhoudsgerechtigde in Polen woont.

15. Kan de onderhoudsgerechtigde bijstand krijgen van een organisatie of overheidsinstantie (plaatselijk of centraal) in Polen, indien hij in Polen woont en de onderhoudsplichtige in een ander land woont?

Indien de onderhoudsplichtige in het buitenland woont terwijl de onderhoudsgerechtigde in Polen woont, helpt de arrondissementsrechtbank (Sąd Okręgowy) van de verblijfplaats van de onderhoudsgerechtigde de eiser bij het opstellen van het verzoek om toekenning van onderhoudsbijdragen, door hem alle inlichtingen en bijstand te verstrekken voor en bij het invullen van de nodige formulieren en te controleren of het verzoek formeel juist is opgesteld.

16. Hoe kan met die organisatie of overheidsinstantie contact worden opgenomen?

Naam van het gerecht

Adres

Ken-getal

Telefoon

Fax

Centrale

Voorzitter

Sąd Okręgowy (Arrondissements-rechtbank) Białystok

ul. M.C.Skłodowskiej 1

15-950 Białystok

085

742-04-41

745-91-00

745-92-00

745-92-17

742-46-40

Sąd Okręgowy (Arrondissements-rechtbank) Bielsko-Biała

ul. Cieszyńska 10

43-300 Bielsko-Biała

033

499-04-99

499-03-16

499-03-18

812-39-15

Sąd Okręgowy (Arrondissements-rechtbank) Bydgoszcz

ul. Wały Jagiellońskie 2

85-128 Bydgoszcz

052

325-31-00

325-31-04

321-31-01

Sąd Okręgowy (Arrondissements-rechtbank) Częstochowa

ul. Dąbrowskiego 23/35

42-200 Częstochowa

034

324-50-15

324-16-80

324-16-80

Sąd Okręgowy (Arrondissements-rechtbank) Elbląg

Pl. Konstytucji 1

82-300 Elbląg

055

611-22-00

611-22-07

611-22-15

611-22-17

Sąd Okręgowy (Arrondissements-rechtbank) Gliwice

ul. Kościuszki 15

44-100 Gliwice

032

338-02-00

338-01-01

338-01-02

Sąd Okręgowy (Arrondissements-rechtbank) Gdańsk

ul. Nowe Ogrody 30/34

80-958 Gdańsk

058

321-31-99

321-31-00

321-31-01

321-31-04

Sąd Okręgowy (Arrondissements-rechtbank) Gorzów Wielkopolski

ul. Mieszka I 33

66-400 Gorzów Wielkopolski

095

722-42-80

do 85

720-28-07

720-28-07

Sąd Okręgowy (Arrondissements-rechtbank) Jelenia Góra

ul. Wojska Polskiego 56

58-500 Jelenia Góra

075

641-51-00

752-24-34

641-51-51

752-51-13

Sąd Okręgowy (Arrondissements-rechtbank) Kalisz

Al. Wolności 13

62-800 Kalisz

062

765-77-00

765-77-64

757-37-04

765-78-50

757-49-36

Sąd Okręgowy (Arrondissements-rechtbank) Katowice

ul. Andrzeja 16/18

40-957 Katowice

032

251-14-21

251-40-91

251-69-83

251-67-28

251-69-83

Sąd Okręgowy (Arrondissements-rechtbank) Kielce

ul. Seminaryjska 12

25-372 Kielce

041

340-23-00

344-59-45

344-49-23

Sąd Okręgowy (Arrondissements-rechtbank) Konin

ul. Energetyka 5

62-510 Konin

063

242-30-22

242-38-16

242-65-69

Sąd Okręgowy (Arrondissements-rechtbank) Koszalin

ul. Waryńskiego 7

75-541 Koszalin

094

-

342-50-71

342-88-04

Sąd Okręgowy (Arrondissements-rechtbank) Kraków

ul. Przy Rondzie 7

31-547 Kraków

012

619-50-00

619-58-00

619-58-22

619-57-77

Sąd Okręgowy (Arrondissements-rechtbank) Krosno

ul. Sienkiewicza 12

38-400 Krosno

013

436-84-78

436-85-49

432-05-70

Sąd Okręgowy (Arrondissements-rechtbank) Legnica

ul. Złotoryjska 40

59-220 Legnica

076

722-59-00

722-59-11

722-59-12

Sąd Okręgowy (Arrondissements-rechtbank) Lublin

ul. Krakowskie Przedmieście 43

20-076 Lublin

081

535-91-00

do 10

532-08-40

532-99-95

Sąd Okręgowy (Arrondissements-rechtbank) Łomża

ul. Dworna 16

18-400 Łomża

086

216-62-81

216-38-07

216-67-53

Sąd Okręgowy (Arrondissements-rechtbank) Łódź

Pl. Dąbrowskiego 5

90-921 Łódź

042

677-89-00

677-89-99

677-89-91

Sąd Okręgowy (Arrondissements-rechtbank) Nowy Sącz

ul. Pijarska 3

33-300 Nowy Sącz

018

443-89-00

443-89-22

443-81-14

Sąd Okręgowy (Arrondissements-rechtbank) Olsztyn

ul. Dąbrowszczaków 44

10-001 Olsztyn

089

523-02-30

523-01-85

527-30-48

527-76-95

Sąd Okręgowy (Arrondissements-rechtbank) Opole

siedziba tymczasowa

ul. Prószkowska 67

45-758 Opole

077

457-22-64

457-28-33

402-48-35

Sąd Okręgowy (Arrondissements-rechtbank) Ostrołęka

ul. Kościuszki 19

07-400 Ostrołęka

029

764-29-22

764-29-40

764-37-22

764-32-88

Sąd Okręgowy (Arrondissements-rechtbank) Piotrków Trybunalski

ul. J. Słowackiego 5

97-300 Piotrków Trybunalski

044

-

647-21-94

649-64-14

647-89-19

Sąd Okręgowy (Arrondissements-rechtbank) Płock

Pl. Narutowicza 4/6

09-404 Płock 6

024

262-52-44

268-85-84

268-85-79

262-25-26

262-25-26

Sąd Okręgowy (Arrondissements-rechtbank) Poznań

ul. Marcinkowskiego 32

60-967 Poznań

061

856-60-00

852-33-06

852-93-85

Sąd Okręgowy (Arrondissements-rechtbank) Radom

ul. Marszałka

J. Piłsudskiego 10

26-600 Radom

048

368-02-00

368-03-00

368-03-01

368-03-03

Sąd Okręgowy (Arrondissements-rechtbank) Rzeszów

Pl. Śreniawitów 3

35-959 Rzeszów

017

875-62-00

875-62-36

862-72-65

Sąd Okręgowy (Arrondissements-rechtbank) Siedlce

ul. Sądowa 2

08-110 Siedlce

025

632-52-35

do 39

632-62-11

632-61-98

Sąd Okręgowy (Arrondissements-rechtbank) Sieradz

Al. Zwycięstwa 1

98-200 Sieradz

043

827-13-20

827-12-87

827-10-14

Sąd Okręgowy (Arrondissements-rechtbank) Słupsk

ul. Zamenhofa 7

76-200 Słupsk

059

842-20-41

do 44

842-83-25

842-83-01

Sąd Okręgowy (Arrondissements-rechtbank) Suwałki

ul. L.Waryńskiego 45

16-400 Suwałki

087

563-13-30

563-13-01

563-13-03

Sąd Okręgowy (Arrondissements-rechtbank) Szczecin

ul. Kaszubska 42

70-952 Szczecin

091

448-00-02

448-96-36

448-99-15

Sąd Okręgowy (Arrondissements-rechtbank) Świdnica

Pl. Grunwaldzki 14

58-100 Świdnica

074

851-83-00

851-82-46

851-82-70

Sąd Okręgowy (Arrondissements-rechtbank) Tarnobrzeg

ul. Sienkiewicza 27

39-400 Tarnobrzeg

015

823-48-80 do 81

823-49-20

823-05-51

Sąd Okręgowy (Arrondissements-rechtbank) Tarnów

ul. J. Dąbrowskiego 27

33-100 Tarnów

014

632-74-00

632-75-00

621-16-38

621-34-74

Sąd Okręgowy (Arrondissements-rechtbank) Toruń

ul. Piekary 51

87-100 Toruń

056

610-56-00

610-56-04

655-57-06

Sąd Okręgowy (Arrondissements-rechtbank) Warschau

Al. Solidarności 127

00-951 Warszawa

022

620-03-71

620-13-57

620-13-57

Sąd Okręgowy (Arrondissements-rechtbank) Włocławek

ul. Wojska Polskiego 22

87-800 Włocławek

054

411-62-00

411-62-05

411-62-05

Sąd Okręgowy (Arrondissements-rechtbank) Wrocław

ul. Sądowa 1

50-950 Wrocław

071

370-42-00

370-42-01

343-64-75

344-49-59

Sąd Okręgowy (Arrondissements-rechtbank) Zamość

ul. Akademicka 1

22-400 Zamość

084

-

638-48-13

639-33-59

Sąd Okręgowy (Arrondissements-rechtbank) Zielona Góra

Pl. Słowiański 1

65-958 Zielona Góra

068

-

322-01-40

322-01-41

17. Wat voor hulp kan de eiser van die organisatie of overheidsinstantie krijgen?

Indien een Pools gerecht de verzendende instelling is krachtens het Verdrag inzake het verhaal in het buitenland van uitkeringen tot onderhoud, dat in 1956 in New York is ondertekend, of krachtens een bilaterale overeenkomst, verstrekt het de onderhoudsgerechtigde alle nodige inlichtingen, helpt het hem de nodige formulieren in te vullen, controleert het of het verzoek formeel juist is opgesteld en verzendt het dit verzoek.

18. Kan de onderhoudsgerechtigde zich rechtstreeks wenden tot een overheidsinstantie of verzendende instelling in Polen, indien hij in Polen woont en de onderhoudsplichtige in een ander land woont?

In situaties waarin een gerecht een onderhoudsbijdrage toekent en het Verdrag van New York van toepassing is, kan de eiser die in een ander land woont, gebruik maken van de procedure waarin dat Verdrag voorziet en een verzoek richten tot de bevoegde verzendende instelling van het land waar hij woont.

Indien de eiser in een land woont waarmee Polen een bilaterale overeenkomst heeft gesloten, wordt bijstand verleend overeenkomstig de bepalingen van die overeenkomst. Deze overeenkomsten bepalen doorgaans dat een verzoek rechtstreeks bij het Poolse gerecht kan worden ingediend of via een gerecht van het land dat de beslissing heeft geveld. In andere gevallen wordt het verzoek overgemaakt via een centrale overheidsinstantie, doorgaans het Ministerie van Justitie.

19. Indien dit het geval is, hoe kan met die organisatie of overheidsinstantie contact worden opgenomen?

In de gevallen waarin het Verdrag van New York van toepassing is, zijn de bevoegde verzendende instellingen van andere landen vermeld in de verklaringen van die landen die aan het Verdrag zijn gehecht (te vinden op het internet).

20. Wat voor hulp kan de eiser van die organisatie of overheidsinstantie krijgen?

In de gevallen waarin het Verdrag van New York van toepassing is, verstrekken de verzendende instellingen van andere landen - die in de aan het Verdrag gehechte verklaringen zijn vermeld - alle nodige inlichtingen, helpen ze hem bij het invullen van de nodige formulieren, controleren zij of het verzoek formeel juist is opgesteld en verzenden zij het naar het andere betrokken land.

« Alimentatievorderingen - Algemene informatie | Polen - Algemene informatie »

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Laatste aanpassing: 22-02-2007

 
  • Gemeinscheftsrecht
  • Internationaal recht

  • België
  • Bulgarije
  • Tsjechië
  • Denemarken
  • Duitsland
  • Estland
  • Ierland
  • Griekenland
  • Spanje
  • Frankrijk
  • Italië
  • Cyprus
  • Letland
  • Litouwen
  • Luxemburg
  • Hongarije
  • Malta
  • Nederland
  • Oostenrijk
  • Polen
  • Portugal
  • Roemenië
  • Slovenië
  • Slowakije
  • Finland
  • Zweden
  • Verenigd Koninkrijk