Europese Commissie > EJN > Alimentatievorderingen > Griekenland

Laatste aanpassing: 02-05-2005
Printversie Voeg toe aan favorieten

Alimentatievorderingen - Griekenland

EJN logo

Deze pagina is vervallen. De pagina wordt bijgewerkt en verplaatst naar het Europees e-justitieportaal.


 

INHOUDSOPGAVE

1. Wat betekenen de begrippen "alimentatie" en "alimentatieplicht" in het Griekse recht? Wie heeft een alimentatieplicht: 1.
2. Tot welke leeftijd heeft een kind recht op alimentatie? 2.
3. In welke gevallen is het Griekse recht van toepassing? 3.
4. Welk recht passen de Griekse rechtbanken toe wanneer het Griekse recht niet van toepassing is? 4.
5. Moet de alimentatiegerechtigde zich wenden tot een bepaalde organisatie, een bestuurlijke instantie of tot een rechtbank om alimentatie aan te vragen? 5.
6. Kan iemand namens een minderjarige een alimentatieverzoek indienen bij een organisatie, een bestuurlijke instantie of een rechtbank? 6.
7. Hoe weet een alimentatiegerechtigde die naar de rechter wil stappen welke rechtbank bevoegd is? 7.
8. Heeft de verzoeker een tussenpersoon (een advocaat, een specifieke organisatie o.i.d.) nodig om de zaak aanhangig te maken? Zo niet, welke procedures moeten dan worden gevolgd? 8.
9. Zijn er voor de verzoeker kosten verbonden aan de gerechtelijke procedure? Zo ja, hoeveel bedragen deze ongeveer? Kunnen personen met onvoldoende financiële draagkracht om rechtsbijstand verzoeken? 9.
10. Welke vorm kan de door een rechterlijke beslissing toegekende alimentatie hebben? Wanneer er sprake is van een geldbedrag, hoe wordt de hoogte ervan dan bepaald? Hoe wordt de alimentatie aangepast aan de ontwikkeling van de kosten voor levensonderhoud of gewijzigde omstandigheden? 10.
11. Hoe en aan wie wordt de alimentatie betaald? 11.
12. Hoe kan een tot betaling van alimentatie verplichte persoon die niet vrijwillig betaalt tot betaling worden gedwongen? 12.
13. Zijn er organisaties of bestuurlijke instanties die bij de inning van alimentatie kunnen helpen? 13.
14. Kunnen deze de alimentatie in plaats van de alimentatieplichtige geheel of gedeeltelijk zelf betalen? 14.
15. Kan de alimentatiegerechtigde aanspraak maken op hulp van een organisatie of bestuurlijke instantie in Griekenland? 15.
16. Zo ja, wat is de naam en het adres van deze organisatie of bestuurlijke instantie en hoe kunnen zij worden gecontacteerd? 16.
17. Hoe kunnen deze organisaties of bestuurlijke bijstand verlenen indien de alimentatiegerechtigde zich in een ander land bevindt terwijl de alimentatieplichtige in Griekenland verblijft? 17.
18. Kan de alimentatiegerechtigde zich in Griekenland rechtstreeks tot deze organisatie of bestuurlijke instantie wenden? 18.

 

1. Wat betekenen de begrippen "alimentatie" en "alimentatieplicht" in het Griekse recht? Wie heeft een alimentatieplicht:

  1. Alimentatie is het geldbedrag of de uitkering die een persoon aan iemand anders geeft om in zijn levensonderhoud te voorzien.
  2. De alimentatieplicht heeft een familiaal karakter: ze geldt tussen familieleden en maakt deel uit van het verbintenissenrecht; ze is nauw verbonden met het leven, de waardigheid en de overleving van de gerechtigde.

Wie heeft een alimentatieplicht:

de ouders ten opzichte van hun kinderen?

de kinderen ten opzichte van hun ouders?

de gescheidene ten opzichte van zijn voormalige echtgenoot?

anderen?

In welke gevallen?

De verwanten die alimentatie moeten betalen zijn uitsluitend de bloedverwanten in rechte lijn, de broers en zusters wat de zijlijn betreft en, voor het geadopteerde kind, de adoptiefouders. Verder heeft de moeder van een buiten het huwelijk geboren kind recht op alimentatie vanwege de vader. Ouders hebben dus, naar gelang hun draagkracht, een alimentatieplicht tegenover hun kinderen ongeacht of ze de ouderlijke verantwoordelijkheid dragen of die hun geheel of gedeeltelijk ontnomen is (zoals kan gebeuren in geval van echtscheiding, scheiding van tafel en bed, slechte uitoefening van de ouderlijke verantwoordelijkheid of op verzoek van de ouder) ; hetzelfde geldt voor kinderen tegenover hun ouders, kleinkinderen tegenover hun grootouders indien hun eigen ouders overleden zijn, achterkleinkinderen tegenover hun overgrootouders als hun eigen ouders of grootouders overleden zijn, echtgenoten of voormalige echtgenoten en broers en zusters tegenover elkaar, en, zoals reeds vermeld, de vader van een buiten het huwelijk geboren kind tegenover de moeder van dat kind. Een alimentatieplicht rust in de eerste plaats op de afstammelingen, in de volgorde waarin ze bij ontstentenis van een testament zouden erven, elk in verhouding tot zijn erfdeel. Bij gebrek aan afstammelingen rust de alimentatieplicht op de meest nabije verwanten, die als er meerdere met dezelfde graad van verwantschap zijn elk evenveel moeten bijdragen. Als meerdere personen recht hebben op alimentatie vanwege dezelfde persoon, die evenwel niet in staat is om hen allemaal te onderhouden, dan hebben de afstammelingen voorrang, in de volgorde waarin ze bij ontstentenis van een testament voor de erfenis in aanmerking zouden komen. Wanneer meerdere ascendenten recht hebben op alimentatie, hebben de meest nabije voorrang. De echtgenoot staat voor de alimentatie op gelijke voet met de minderjarige afstammelingen en heeft voorrang op de andere afstammelingen en verwanten. Hetzelfde geldt voor de gescheiden echtgenoot die recht heeft op alimentatie.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Recht op alimentatie bestaat alleen voor wie niet zelf in zijn onderhoud kan voorzien door zijn vermogen of door bij zijn leeftijd, gezondheidstoestand en levensomstandigheden passend werk, rekening houdend met onder meer zijn eventuele behoeften aan opleiding. Minderjarige kinderen hebben, zelfs als ze een eigen vermogen hebben, recht op alimentatie vanwege hun ouders als hun inkomsten uit hun vermogen of uit hun arbeid niet voor hun onderhoud volstaan. De alimentatieplicht geldt niet voor wie er wegens zijn andere verplichtingen niet aan kan voldoen zonder dat zijn eigen levensonderhoud in het gedrang komt; deze regel geldt echter niet voor het onderhoud van een minderjarig kind door zijn vader of moeder, tenzij het zich tot een andere alimentatieplichtige kan wenden of zichzelf door zijn eigen vermogen kan onderhouden.

Als één van de voormalige echtgenoten niet door zijn eigen inkomen of vermogen in zijn eigen onderhoud kan voorzien, heeft hij het recht om van de andere alimentatie te eisen:

  1. indien ten tijde van de echtscheiding zijn leeftijd of gezondheidstoestand hem verhindert door de uitoefening van een passend beroep in zijn eigen onderhoud te voorzien;
  2. indien hij de hoede over een minderjarig kind heeft en hierdoor verhinderd wordt een passend beroep uit te oefenen;
  3. indien hij geen vaste passende betrekking vindt of behoefte heeft aan beroepsopleiding; in beide gevallen kan slechts voor een periode van ten hoogste drie jaar na de echtscheiding aanspraak worden gemaakt op alimentatie;
  4. in ieder ander geval waarin bij het uitspreken van de echtscheiding de toekenning van alimentatie om billijkheidsredenen nodig wordt geacht.

De alimentatie kan geweigerd of beperkt worden als daar ernstige redenen toe zijn, in het bijzonder als het huwelijk van korte duur is geweest of als de echtscheiding de schuld is van degene die er aanspraak op maakt of als die zich vrijwillig onvermogend heeft gemaakt. Het recht op alimentatie vervalt als de alimentatiegerechtigde hertrouwt, met een vaste partner samenwoont of overlijdt, behalve indien er sprake is van achterstallige betalingen of van op het ogenblik van het overlijden verschuldigde betalingen. De voormalige echtgenoten moeten elkaar nauwkeurige inlichtingen verstrekken over hun vermogen en hun inkomsten, voorzover nuttig voor het vaststellen van het bedrag van de alimentatie. Op een door één van de voormalige echtgenoten via de bevoegde procureur ingediend verzoek moet de werkgever, de bevoegde dienst en de bevoegde belastingsinspecteur alle nuttige inlichtingen over het vermogen van de andere echtgenoot en vooral over zijn inkomsten verstrekken. De omvang van de alimentatie wordt bepaald naargelang de behoeften van de rechthebbende zoals die uit zijn levensomstandigheden blijken, maar als hij tegenover de alimentatieplichtige een fout heeft begaan waardoor hij onterfd kan worden heeft hij slechts recht op een beperkt bedrag dat strikt noodzakelijk is voor zijn levensonderhoud.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

2. Tot welke leeftijd heeft een kind recht op alimentatie?

Tot achttien jaar heeft het kind recht op alimentatie vanwege zijn ouders, ongeacht of het inkomsten heeft uit een eigen vermogen of werk; na die leeftijd zijn de ouders alimentatieplichtig tegenover het meerderjarige kind als het niet zijn eigen levensonderhoud kan voorzien met zijn vermogen of met bij zijn leeftijd, gezondheidstoestand en andere levensomstandigheden passend werk, rekening houdend met zijn eventuele behoeften aan opleiding.

3. In welke gevallen is het Griekse recht van toepassing?

Het Griekse materiële recht is toepasselijk op alimentatievorderingen tussen echtgenoten of voormalige echtgenoten als tijdens het huwelijk hun laatste gemeenschappelijke nationaliteit de Griekse was en één van hen die heeft behouden, of als hun laatste gewoonlijke gemeenschappelijke verblijfplaats tijdens het huwelijk in Griekenland lag, of als ze met het Griekse recht de sterkste band hebben. Op alimentatie tussen ouders en kinderen en andere bloedverwanten in opgaande of neergaande lijn is het Griekse recht van toepassing als hun laatste gemeenschappelijke nationaliteit de Griekse was of als hun laatste gewoonlijke gemeenschappelijke verblijfplaats in Griekenland was of als het kind de Griekse nationaliteit heeft. Als het kind buiten het huwelijk van zijn ouders is geboren, is het Griekse recht van toepassing op alimentatie tussen hem en zijn moeder of vader als hun laatste gemeenschappelijke nationaliteit de Griekse was, als hun laatste gewoonlijke gemeenschappelijke verblijfplaats in Griekenland was of als de moeder of de vader de Griekse nationaliteit heeft. Het Griekse recht is toepasselijk op de alimentatie tussen de moeder van een buiten het huwelijk geboren kind en de vader als hun laatste gemeenschappelijke nationaliteit tijdens de zwangerschap de Griekse was of als hun feitelijke of gewoonlijke verblijfplaats in Griekenland is. Het Griekse recht is voorts van toepassing als één van de genoemde personen zowel de Griekse als een vreemde nationaliteit heeft. Wetgevingsdecreet nr. 4421/1964 bepaalt dat het Griekse recht ook van toepassing is als de alimentatieplichtige in Griekenland verblijft en de rechthebbende in een land waar het verdrag van New York van 20 juni 1956 betreffende de invordering van onderhoudsbijdragen in het buitenland geldt. Volgens het principe van de lex fori is het Griekse procesrecht van toepassing.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

4. Welk recht passen de Griekse rechtbanken toe wanneer het Griekse recht niet van toepassing is?

Als het Griekse recht niet van toepassing is passen de rechtbanken de volgende regels in deze volgorde toe:

  1. voor de alimentatie tussen echtgenoten en voormalige echtgenoten, het recht van hun gemeenschappelijke nationaliteit tijdens het huwelijk als één van hen die heeft behouden, het recht van hun laatste gewoonlijke gemeenschappelijke verblijfplaats tijdens het huwelijk of het recht waarmee ze de sterkste bank hebben;
  2. voor de alimentatie tussen ouders en kinderen en tussen bloedverwanten in opgaande en neergaande lijn, het recht van hun laatste gemeenschappelijke nationaliteit, het recht van hun laatste gemeenschappelijke gewoonlijke verblijfplaats of het recht van de nationaliteit van het kind;
  3. voor de alimentatie tussen het buiten het huwelijk geboren kind en zijn ouders, het recht van de laatste gemeenschappelijke nationaliteit, het recht van hun laatste gewoonlijke gemeenschappelijke verblijfplaats of het recht van de nationaliteit van de vader of de moeder;
  4. voor de alimentatie van de moeder van het buiten het huwelijk geboren kind vanwege de vader, het recht van hun laatste gemeenschappelijke nationaliteit tijdens de zwangerschap of het recht van hun feitelijke of gewoonlijke verblijfplaats; als één van deze personen meerdere vreemde nationaliteiten heeft is het recht van de staat waarmee hij de sterkste band heeft van toepassing.

5. Moet de alimentatiegerechtigde zich wenden tot een bepaalde organisatie, een bestuurlijke instantie of tot een rechtbank om alimentatie aan te vragen?

De rechthebbende moet zich tot de rechtbank wenden om alimentatie van de alimentatieplichtige te eisen. In geval van toepassing van het verdrag van New York betreffende de invordering van onderhoudsbijdragen in het buitenland (wetgevingsdecreet nr. 4421/1964) vraagt de instantie die het verzoek om alimentatie van een rechthebbende die in een verdragsluitende staat verblijft indient bij de instantie van de andere verdragsluitende staat - in Griekenland het Ministerie van Justitie - om alle nodige maatregelen te nemen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

6. Kan iemand namens een minderjarige een alimentatieverzoek indienen bij een organisatie, een bestuurlijke instantie of een rechtbank?

Alleen de ouders van een minderjarig kind of de moeder van een buiten het huwelijk geboren kind kunnen, op voorwaarde dat zij de ouderlijke verantwoordelijkheid dragen, namens dat kind bij de rechtbank de toekenning van alimentatie eisen. Als de ouders de ouderlijke verantwoordelijkheid ontnomen is wordt de alimentatievordering namens het minderjarige kind ingesteld door degene aan wie de ouderlijke verantwoordelijkheid is toevertrouwd of door de voogd van het kind als het onder voogdij staat. Indien de alimentatiegerechtigde handelingsonbekwaam is of onder curatele staat wordt de vordering ingesteld door zijn voorlopige of vaste voogd of de door het gerecht aangestelde bewindvoerder.

7. Hoe weet een alimentatiegerechtigde die naar de rechter wil stappen welke rechtbank bevoegd is?

De ten gronde bevoegde rechtbank voor alimentatievorderingen is de rechtbank van eerste aanleg met alleensprekend rechter; de rechtbank van eerste aanleg met meerdere rechters is echter uitzonderlijk bevoegd als de alimentatievordering samenhangt met echtelijke geschillen zoals de echtscheiding, de nietigverklaring van het huwelijk of de erkenning of niet-erkenning van het huwelijk, of een vordering tot betwisting van het vaderschap, de erkenning of de niet-erkenning van de ouder-kind relatie of van de ouderlijke verantwoordelijkheid, de vaststelling van het vaderschap over het buiten het huwelijk geboren kind, de vaststelling van het bestaan of van het niet-bestaan of de nietigheid van de vrijwillige erkenning van het buiten het huwelijk geboren kind of de gelijkstelling ervan met een binnen het huwelijk geboren kind wegens het inmiddels tussen de ouders voltrokken huwelijk, en de betwisting van de vrijwillige erkenning, de vaststelling van het niet-bestaan van een adoptie of de herroeping van de adoptie en de vaststelling van het bestaan of van het niet-bestaan van de voogdij. De territoriaal bevoegde rechtbank is die van de woonplaats of de verblijfplaats van de verweerder, en als de vordering samenhangt met echtelijke geschillen ook de rechtbank van de gewoonlijke verblijfplaats van de echtgenoten of de laatste gewoonlijke verblijfplaats van de echtgenoten voor zover één van hen daar nog verblijft, of de gewoonlijke verblijfplaats van één van de echtgenoten bij een gezamenlijke vordering, of de gewoonlijke verblijfplaats van de verzoeker die er minstens een jaar of voor een Grieks staatsburger minstens zes maanden vóór de indiening van het verzoekschrift verbleef, of de rechtbank van de nationaliteit van beide echtgenoten. Bij hoogdringendheid of onmiddellijk dreigend gevaar kan de rechthebbende de volgens de hierboven beschreven regels territoriaal bevoegde rechtbank van eerste aanleg met alleensprekend rechter vragen om in kortgeding een voorlopige alimentatie toe te kennen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

8. Heeft de verzoeker een tussenpersoon (een advocaat, een specifieke organisatie o.i.d.) nodig om de zaak aanhangig te maken? Zo niet, welke procedures moeten dan worden gevolgd?

De verzoeker moet een advocaat aanstellen om de alimentatievordering bij de territoriaal en ten gronde bevoegde rechtbank aanhangig te maken.

9. Zijn er voor de verzoeker kosten verbonden aan de gerechtelijke procedure? Zo ja, hoeveel bedragen deze ongeveer? Kunnen personen met onvoldoende financiële draagkracht om rechtsbijstand verzoeken?

In het kader van de gerechtelijke procedure moeten bepaalde kosten alsook het ereloon van de advocaat worden betaald. In principe moet degene die een alimentatievordering instelt een door de rechtbank bepaald voorschot op de kosten betalen, die echter niet meer dan 147 mogen bedragen; het bedrag van de andere kosten hangt af van het geëiste bedrag van de alimentatie, de documenten die moeten worden opgemaakt en het desgevallend uitstellen van de zitting. In geval van behoeftigheid voorziet de wet onder bepaalde voorwaarden rechtshulp.

10. Welke vorm kan de door een rechterlijke beslissing toegekende alimentatie hebben? Wanneer er sprake is van een geldbedrag, hoe wordt de hoogte ervan dan bepaald? Hoe wordt de alimentatie aangepast aan de ontwikkeling van de kosten voor levensonderhoud of gewijzigde omstandigheden?

De alimentatie wordt door de rechtbank voor een duur van twee jaar vastgesteld, rekening houdend met wat voor een menswaardig bestaan nodig is en met de opleiding van de rechthebbende, alsook met de financiële draagkracht van de alimentatieplichtige. Na twee jaar of wanneer de omstandigheden op basis waarvan de rechtbank de alimentatie heeft betaald veranderen kan elk van de partijen, zowel de alimentatiegerechtigde als de alimentatieplichtige, een verzoek indienen tot - in het eerste geval - een nieuwe vaststelling van de alimentatie voor de komende twee jaar of - in het laatste geval - de wijziging van de beslissing en het opnieuw vaststellen van de alimentatie.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

11. Hoe en aan wie wordt de alimentatie betaald?

De alimentatie wordt in principe aan de alimentatiegerechtigde zelf betaald en, indien het een minderjarig kind, een handelingsonbekwame of een persoon onder curatele betreft aan de ouder, voogd of bewindvoerder die de alimentatievordering namens hem instellen.

12. Hoe kan een tot betaling van alimentatie verplichte persoon die niet vrijwillig betaalt tot betaling worden gedwongen?

Indien de alimentatieplichtige weigert te betalen kan de rechthebbende genoegdoening proberen te krijgen door uitvoerend beslag op zijn eventuele eigendommen.

13. Zijn er organisaties of bestuurlijke instanties die bij de inning van alimentatie kunnen helpen?

Nee.

14. Kunnen deze de alimentatie in plaats van de alimentatieplichtige geheel of gedeeltelijk zelf betalen?

Nee.

15. Kan de alimentatiegerechtigde aanspraak maken op hulp van een organisatie of bestuurlijke instantie in Griekenland?

Ja.

16. Zo ja, wat is de naam en het adres van deze organisatie of bestuurlijke instantie en hoe kunnen zij worden gecontacteerd?

Als de alimentatiegerechtigde in een land woont dat partij is bij het in Griekenland vigerende (wetgevingsdecreet 4421/1964) verdrag van New York betreffende de invordering van onderhoudsbijdragen in het buitenland of als Griekenland met zijn land een bilateraal verdrag heeft gesloten en de alimentatieplichtige in Griekenland woont, kan hij zich wenden tot de centrale dienst van het ministerie van Justitie, Odos Mesogeion 96, Athene, Griekenland postcode 115 27, telefoonnummer +30 210 771 41 86. De procedure om die dienst in te schakelen wordt in het verdrag beschreven.

17. Hoe kunnen deze organisaties of bestuurlijke bijstand verlenen indien de alimentatiegerechtigde zich in een ander land bevindt terwijl de alimentatieplichtige in Griekenland verblijft?

Deze bijstand staat beschreven in het verdrag.

18. Kan de alimentatiegerechtigde zich in Griekenland rechtstreeks tot deze organisatie of bestuurlijke instantie wenden?

Nee, behalve in het hierboven vermelde geval.

« Alimentatievorderingen - Algemene informatie | Griekenland - Algemene informatie »

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Laatste aanpassing: 02-05-2005

 
  • Gemeinscheftsrecht
  • Internationaal recht

  • België
  • Bulgarije
  • Tsjechië
  • Denemarken
  • Duitsland
  • Estland
  • Ierland
  • Griekenland
  • Spanje
  • Frankrijk
  • Italië
  • Cyprus
  • Letland
  • Litouwen
  • Luxemburg
  • Hongarije
  • Malta
  • Nederland
  • Oostenrijk
  • Polen
  • Portugal
  • Roemenië
  • Slovenië
  • Slowakije
  • Finland
  • Zweden
  • Verenigd Koninkrijk