Europese Commissie > EJN > Juridische beroepen > Duitsland

Laatste aanpassing: 27-12-2006
Printversie Voeg toe aan favorieten

Juridische beroepen - Duitsland

 

INHOUDSOPGAVE

1. De rechter 1.
2. De Staatsanwalt (officier van justitie) 2.
3. De advocaat (Rechtsanwalt) 3.
4. De Patentanwalt (octrooigemachtigde) 4.
5. De notaris 5.
6. De Rechtspfleger (hoger ambtenaar bij het gerecht) 6.
7. De Urkundsbeamte der Geschäftsstelle (de griffier) 7.
8. De gerechtsdeurwaarder (Gerichtsvollzieher) 8.

 

1. De rechter

Rechtspositie

Rechters staan in een publiekrechtelijke dienst- en getrouwheidsbetrekking sui generis tot de staat, de zogenaamde Richterverhältnis (rechterlijke rechtsverhouding), welke verschilt van de rechtspositie van ambtenaren. Want de rechter is juist niet aan instructies gebonden zoals de ambtenaar. De rechterlijke rechtsverhouding is de vorm van publiekrechtelijke dienstbetrekking waarin diegene als medewerker van een publiekrechtelijk lichaam staat, die als uitvoerder van de rechterlijke macht in een openbaar ambt recht dient te spreken. De rechters staan in dienst van de federale staat of van een van de 16 deelstaten.

In de deelstaten Beieren, Meckelenburg-Voorpommeren, Nedersaksen, Noordrijn-Westfalen, Rijnland-Palts, Saarland, Saksen en Saksen-Anhalt vinden keuze en benoeming van de rechters plaats door organen van de uitvoerende macht waarbij de bevoegde minister, gewoonlijk de minister van Justitie van de deelstaat, de politieke verantwoordelijkheid draagt.

In de andere deelstaten is bij de aanstelling een zogenaamd rechterlijk kiescollege betrokken. De rechterlijke kiescolleges in de afzonderlijke deelstaten laten ten aanzien van de samenstelling en functie aanzienlijke verschillen zien; ze bestaan in meerderheid uit afgevaardigden of door hen gemachtigde personen; voor een deel behoren daarbij ook vertegenwoordigers van de magistratuur, in sommige deelstaten ook één of twee advocaten.

Over de benoeming van de rechters bij de hogere federale rechtbanken (Bundesgerichtshof, Bundesverwaltungsgericht, Bundesfinanzhof, Bundesarbeitsgericht, Bundessozialgericht) beslist het rechterlijke kiescollege van de Bondsrepubliek en de voor de betreffende rechtbank bevoegde federale minister. De benoeming van de federale rechters, waardoor het dienstverband wordt aangegaan, geschiedt door de bondspresident. De rechters bij de andere rechtbanken van de staat worden zonder tussenkomst van het rechterlijk kiescollege op voorstel van de bevoegde federale minister door de bondspresident benoemd.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Het Bundesverfassungsgericht (federaal grondwettelijk hof) is rechtbank en tegelijk grondwettelijk orgaan. De rechters van het Bundesverfassungsgericht worden elk voor de helft door de Bondsraad en door een uit 12 leden bestaand college van kiesmannen van de Bondsdag met 2/3 meerderheid gekozen en door de bondspresident benoemd.

De eigen bezoldiging van de rechters in de Bondsrepubliek en deelstaten is in de federale bezoldigingswet geregeld; de bezoldiging vindt plaats volgens de Bezoldigingsverordening R. Bij de berekening van het basissalaris wordt in de eerste plaats rekening gehouden met bezoldigingsgroepen die uitsluitend verband houden met functies die aan de rechters zijn toegewezen. Een rechter komt pas in een hogere bezoldigingscategorie wanneer hij belast wordt met de uitoefening van een hogere functie. Voor de hoogte van de bezoldiging van rechters in beide lagere bezoldigingscategorieën (R1 en R2) is in principe de leeftijd maatgevend. De bezoldiging wordt betaald door de werkgever van dat moment (federale overheid of deelstaat).

Binnenlandse voorschriften aangaande de beroepsregeling

De fundamentele bepalingen over de positie van de rechters zijn vastgelegd in de grondwet in een apart hoofdstuk over „De rechtspraak“. De grondwet legt vast dat de rechterlijke macht aan de rechters is toevertrouwd (Art. 92) en garandeert de rechterlijke onafhankelijkheid (Art. 97 lid 1).

De verdere uitwerking van de rechtsbetrekking voor rechters is in speciale wetten geregeld; maatgevend is vooral het Duitse Richtergesetz (Wet op het rechtersambt) waarbij het in hoofdzaak gaat over de positie van beroepsrechters.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

In Deel I van het Duitse Richtergesetz staan gemeenschappelijke voorschriften voor rechters in dienst van de nationale overheid en in dienst van de deelstaat, in het bijzonder de regelingen in verband met het statuut. Deel II regelt de rechtsbetrekkingen van rechters die in federale dienst zijn. In Deel III ten slotte worden voor de rechters in dienst van de deelstaten principes in de vorm van algemene voorschriften opgesteld. Deze algemene voorschriften worden door de respectieve wetten betreffende deelstaatrechters – elk van de 16 deelstaten kent een wet betreffende deelstaatrechters - aangevuld.

Het Duitse Richtergesetz en de wetgeving deelstatenrechters verwijzen daarbij om juridisch technische redenen ten dele naar andere regelingen. Zo wordt voor vragen, die op dezelfde manier als voor ambtenaren kunnen worden geregeld, verwezen naar het ambtenarenrecht. De bezoldiging van rechters in de Bondsrepubliek Duitsland is weliswaar in 1975 in een eigen bezoldigingsverordening gestandaardiseerd, maar deze verordening is een onderdeel van de federale bezoldigingswet die zowel de bezoldiging van ambtenaren, dienstplichtigen als rechters regelt.

Voor de rechters van het Bundesverfassungsgericht gelden de voorschriften van de Duitse wet op het rechtersambt alleen wanneer ze verenigbaar zijn met de bijzondere rechtspositie van deze rechters overeenkomstig de grondwet en de wet over het Bundesverfassungsgericht.

Specialisering

In Duitsland bestaat de zogenaamde ordentliche Gerichtsbarkeit (gewone rechtsmacht) welke uit de rechtspraak in straf- en civiele zaken bestaat. Hierbij beslissen de instanties Amtsgericht (kantongerecht), Landgericht (arrondissementsrechtbank), Oberlandesgericht (gerechtshof) en als hoogste instantie het Bundesgerichtshof. Daarnaast bestaan vier andere takken van rechtspraak: de rechtspraak in administratief-rechtelijke zaken (met de instanties: Verwaltungsgericht, Oberverwaltungsgericht of Verwaltungsgerichtshof, Bundesverwaltungsgericht), de rechtspraak in financiële zaken (instanties: Finanzgericht en Bundesfinanzhof), de rechtspraak in arbeidszaken (instanties: Arbeitsgericht, Landesarbeitsgericht, Bundesarbeitsgericht) en de rechtspraak in sociale aangelegenheden (instanties: Sozialgericht, Landessozialgericht, Bundessozialgericht). Daarnaast bestaan de Bundespatentgericht (federale octrooirechtbank) en de Truppendienstgerichte (militaire rechtbanken) als andere speciale rechtbanken van de federale staat. Alle rechters die daar werkzaam zijn, zijn in dienst van de staat of de deelstaat.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Een bijzondere plaats wordt ingenomen door de rechters van het Bundesverfassungsgericht en die van het Landesverfassungsgericht (grondwettelijk hof van de deelstaten), omdat deze rechtbanken grondwettelijke organen zijn waarvan de rechten en plichten in speciale wetten zijn geregeld. Voor het Bundesverfassungsgericht is dat de grondwet en het Bundesverfassungsgerichtsgesetz (wet inzake het grondwettelijk hof), voor het Landesverfassungsgerichte zijn dit de grondwetten van de deelstaten en overeenkomstige wetgeving inzake de rechterlijke organisatie.

Obligatoire of facultatieve inschakeling

Omdat in de grondwet al is vastgelegd dat de rechterlijke macht aan de rechters is toevertrouwd, is hun inschakeling verplicht.

Beroepsvertegenwoordigingen

Bij de beslissingen van de administratie justitie, die de rechters betreffen, worden in zekere mate vertegenwoordigingen van rechters betrokken. Daarvoor kent de Duitse wet op het rechtsambt twee naar samenstelling en taken verschillende commissies: Präsidialrat voor participatie voor de benoeming of het kiezen van een rechter en de Richterrat voor participatie aan algemene en sociale kwesties.

Verder wordt in Duitsland de vrijheid van vereniging al in de grondwet gewaarborgd, zodat ook rechters zich in beroepsorganisaties kunnen aansluiten. Zij hoeven dit echter niet te doen.

Mogelijkheden voor buitenlanders

In Duitsland kunnen buitenlanders geen rechter worden. Volgens de voorschriften van de Duitse wet op het rechtersambt mag alleen wie de Duitse nationaliteit heeft in de zin van de Grondwet, in een rechtsbetrekking voor rechters worden benoemd.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

2. De Staatsanwalt (officier van justitie)

Rechtspositie

Staatsanwälte in dienst van een deelstaat worden benoemd door de regering van de deelstaat, de minister-president of door de minister van Justitie van de betreffende deelstaat; Staatsanwälte in federale dienst worden op voorstel van de federale minister van Justitie door de bondspresident benoemd met toestemming van de Bondsraad. Als ambtenaar zijn zij in overheidsdienst. De vergoeding vindt plaats door de overheid (federale staat of deelstaat) en op grond van de federale bezoldigingswet en komt overeen met de vergoeding van rechters.

Binnenlandse voorschriften aangaande de beroepsregeling

Als Staatsanwalt kan alleen diegene worden benoemd, die de bevoegdheid bezit het ambt van rechter uit te oefenen. De ambtenaren van de Staatsanwaltschaft (openbaar ministerie) zijn niet onafhankelijk, maar dienen de dienstaanwijzingen van hun superieuren op te volgen. Hoger in rang zijnde Staatsanwälte en de minister van Justitie hebben de bevoegdheid om instructies te geven. Voor officieren van justitie bestaan geen beroepsregels.

Specialiseringen

Er bestaan geen wettelijke regelingen met betrekking tot specialiseringen en categorieën binnen het beroepsbeeld van de Staatsanwalt. In de praktijk vindt echter dikwijls specialisering op bepaalde terreinen plaats (bijv. economische criminaliteit, georganiseerde criminaliteit, vermogensdelicten).

Obligatoire of facultatieve inschakeling

In Duitsland bezit de Staatsanwaltschaft het zogenaamde monopolie om aanklachten in te dienen. In principe mag alleen de Staatsanwaltschaft in strafzaken een aanklacht bij de rechtbank indienen, bij voldoende aanwijzingen is zij daartoe verplicht.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Beroepsvertegenwoordigingen

Voor Staatsanwälte bestaan geen speciale beroepsvertegenwoordigingen met een verplicht lidmaatschap. De voor rechters opgerichte beroepsvertegenwoordigingen staan echter ook open voor Staatsanwälte.

Mogelijkheden voor buitenlanders

Ook personen met de nationaliteit van een andere lidstaat van de Europese Unie kunnen tot Staatsanwalt worden benoemd.

3. De advocaat (Rechtsanwalt)

Rechtspositie

In Duitsland oefenen advocaten als „onafhankelijk orgaan van de rechtspleging“ een vrij beroep uit. Toelating is een vereiste. De procedure wordt uitgevoerd door de Rechtsanwaltskammer (de orde van advocaten). Behoudens regelingen voor Europese advocaten (zie hieronder) kunnen alleen diegenen worden toegelaten, die overeenkomstig de Duitse wet op het rechtersambt de bevoegdheid hebben verkregen om het ambt van rechter uit te oefenen. Deze bevoegdheid wordt verkregen wanneer rechtenstudies aan een universiteit (minstens 3,5 jaar) met het eerste doctoraal examen en een daaropvolgende praktijkperiode (twee jaar) met het tweede doctoraal examen zijn afgesloten.

Binnenlandse regelingen aangaande de beroepsuitoefening

Positie, voorwaarden voor de toegang tot het beroep, rechten en plichten van advocaten, organisatie en taken van de Rechtsanwaltskammer, alsmede beroepstoezicht en processen die de (gerechtelijke) competentie van advocaten betreffen, zijn geregeld in de Bundesrechtsanwaltsordnung (BRAO). Andere zaken die de beroepsmatige rechten en plichten betreffen, zijn geregeld in de Berufsordnung für Rechtsanwälte (BORA), welke op de wettelijke basis van de Bundesrechtsanwaltskammer (federale orde van advocaten) is vastgelegd. De vergoeding van de advocaat is geregeld in het Rechtsanwaltsvergütungsgesetz (RVG).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Obligatoire of facultatieve inschakeling

In civiele zaken voor het Amtsgericht bestaat doorgaans niet de plicht een advocaat in te schakelen. Vertegenwoordiging door een advocaat is daarentegen voorgeschreven in alle processen voor het Landgericht, het Oberlandesgericht en het Bundesgerichtshof, alsmede bij een aantal familiezaken voor het Amtsgericht.

Bij arbeidsgeschillen kunnen de partijen zich voor het Arbeitsgericht zelf vertegenwoordigen. Voor het Landesarbeitsgericht en het Bundesarbeitsgericht moeten de partijen zich door procesgevolmachtigden laten vertegenwoordigen. Als procesgevolmachtigde kunnen naast advocaten ook vertegenwoordigers van vakverenigingen of van een verbond van werkgevers of van associaties van zulke verenigingen optreden indien zij krachtens de statuten of volmacht tot vertegenwoordiging bevoegd zijn en de associatie, de vereniging of hun leden partij zijn.

Beroepsvertegenwoordigingen

Elke advocaat is lid van de Rechtsanwaltskammer in de plaats waar zijn kantoor is gevestigd. De 27 Rechtsanwaltskammern, die op het niveau van het Oberlandesgericht als publiekrechtelijke verenigingen zijn georganiseerd, en de Rechtsanwaltskammer bij het Bundesgerichtshof, vormen de Bundesrechtsanwaltskammer (www.brak.de Deutsch). De grootste privaatrechtelijke organisatie is de Deutsche Anwaltverein, waarin op vrijwillige basis ongeveer de helft van de advocaten is georganiseerd (www.anwaltverein.de Deutsch - English - español - français).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Mogelijkheden voor buitenlanders

De voorwaarden waaronder staatsburgers van de lidstaten van de Europese Unie, de andere verdragstaten van het EER-Verdrag en Zwitserland, die in het land van herkomst tot de advocatuur zijn toegelaten of die in het bezit zijn van een diploma dat recht geeft op directe toegang tot de advocatuur in het land van herkomst, in Duitsland hun beroep uitoefenen (dienstverlening, vestiging onder de beroepsomschrijving van het land van herkomst) en tot de advocatuur in Duitsland kunnen worden toegelaten, worden geregeld in het Gesetz über die Tätigkeit europäischer Rechtsanwälte in Deutschland (EuRAG) (Wet over de werkzaamheid van Europese advocaten in Duitsland). De mogelijkheden waaronder andere buitenlandse advocaten zich in Duitsland kunnen vestigen, zijn geregeld in de BRAO.

4. De Patentanwalt (octrooigemachtigde)

Rechtspositie

Net als advocaten oefenen octrooigemachtigden in Duitsland als „onafhankelijk orgaan van de rechtspleging“ een vrij beroep uit. Hun bevoegdheid om te adviseren en te vertegenwoordigen blijft beperkt tot het gebied de rechtsbescherming in het bedrijfsleven. Vereist is een toelating die wordt afgegeven door de President van de Duitse octrooiraad en het merkenbureau (www.dmpa.de; „Informationen“, „Patentanwalts- und Vertreterwesen“). Degene die een technische kwalificatie heeft verkregen (een natuurwetenschappelijke of technische studie afgesloten met een examen; een jaar praktijkervaring in technische werkzaamheden), gevolgd door een voltooide opleiding op het gebied van de rechtsbescherming in het bedrijfsleven (34 maanden; niet noodzakelijk voor terzake bevoegde ambtenaren die het beroep tien jaar hebben uitgeoefend) en het examen voor octrooigemachtigde met succes hebben afgelegd.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Binnenlandse voorschriften aangaande de beroepsuitoefening

Positie, voorwaarden om toegang te krijgen tot het beroep, rechten en plichten van octrooigemachtigden, organisatie en taken van de Patentanwaltskammer (orde van octrooigemachtigden) alsmede het toezicht op de uitoefening van het beroep en processen die de gerechtelijke beroepscompetentie betreffen, zijn geregeld in de Patentanwaltsordnung (desbetreffende verordening). Andere zaken met betrekking tot beroepsmatige rechten en plichten zijn geregeld in de Berufsordnung der Patentanwälte die op de wettelijke basis van de Patentanwaltskammer is vastgelegd.

Beroepsvertegenwoordigingen

Elke octrooigemachtigde is lid van de Patentanwaltskammer (een publiekrechtelijk lichaam) (www.patentanwalt.de Deutsch).

Mogelijkheden voor buitenlanders

Staatsburgers van de lidstaten van de Europese Unie en van de andere verdragstaten van het EER‑Verdrag, die in het bezit zijn van een diploma dat recht geeft op directe toegang tot het beroep van octrooigemachtigde in het land van herkomst, kunnen een bekwaamheidsproef afleggen om in Duitsland octrooigemachtigde te mogen zijn. (Wet over de bekwaamheidsproef voor octrooigemachtigde). De mogelijkheden om zich onder de beroepsomschrijving van het land van herkomst te vestigen, wordt geregeld in de Patentanwaltsordnung.

5. De notaris

Rechtspositie

Notarissen zijn „onafhankelijke uitvoerders van een openbaar ambt“, ze worden benoemd voor het opmaken van aktes over rechtsprocedures en andere taken op het gebied van de preventieve rechtspleging. De benoeming geschiedt door de Landesjustizverwaltung (rechterlijke macht van de deelstaten). Voorwaarde voor benoeming is het bezit van de Duitse nationaliteit en de bevoegdheid tot het rechtersambt overeenkomstig de Duitse Richtergesetz. Deze bevoegdheid wordt verkregen indien rechtenstudies aan een universiteit (minstens 3,5 jaar) met het eerste doctoraalexamen en een daaropvolgende praktijkperiode (2 jaar) met het tweede doctoraal examen zijn afgesloten. In bepaalde regio’s in Duitsland worden advocaten tot notaris benoemd; naast het beroep van advocaat oefenen zij notariswerkzaamheden uit (zgn. Anwaltsnotare), in andere regio’s worden personen uitsluitend benoemd voor de uitoefening van notariswerkzaamheden (zgn. hauptberufliche Notare); in Baden-Württemberg zijn de notarissen voor een deel ook ambtenaar.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Binnenlandse regelingen aangaande de beroepsuitoefening

Positie, voorwaarden om tot het beroep te worden toegelaten, rechten en plichten van notarissen, organisatie en taken van de Kamer van Notarissen en tuchtrechtelijke procedures zijn geregeld in de Bundesnotarordnung (federale verordening). Andere zaken met betrekking tot met het beroep verband houdende rechten en plichten zijn geregeld in de Richtlinien (Richtlijnen) die op wettelijke basis door de Kamer van Notarissen zijn vastgelegd. De kosten van notarissen zijn bij de wet geregeld: het Gesetz über die Kosten in Angelegenheiten der freiwilligen Gerichtsbarkeit (Kostenverordening).

Obligatoire of facultatieve inschakeling

Notarissen zijn, afgezien van enkele uitzonderingen (met name in het consulair recht), uitsluitend bevoegd voor het opstellen van aktes. Het opstellen van een akte is wettelijk voorgeschreven in het bijzonder bij overeenkomsten over stukken grond, alsmede bij bepaalde transacties op het gebied van het vennootschaps-, familie- en erfrecht.

Beroepsvertegenwoordigingen

Elke notaris is lid van de Kamer van Notarissen in de plaats waar hij/zij kantoor houdt. De 21 Kamers, die op het niveau van het Oberlandesgericht als publiekrechtelijke lichamen zijn georganiseerd, vormen de Bundesnotarkammer (federale Kamer van Notarissen) (informatie en adressen: www.bnotk.de Deutsch - English - español - français).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

6. De Rechtspfleger (hoger ambtenaar bij het gerecht)

Rechtspositie

De Rechtspfleger is een zelfstandig orgaan ten dienste van de rechtspleging. Zijn functie en positie zijn volledig geregeld in de desbetreffende wet: het Rechtspflegergesetz. Daarnaast omvat de wet een overzicht van transacties die aan de Rechtspfleger zijn overgedragen, alsmede de gerechtelijke bedingen op deze gebieden: zo verstrekt de Rechtspfleger bijvoorbeeld verklaringen van erfrecht op grond van wettelijke erfopvolging of stelt dienovereenkomstige verzoeken op, hij verleent machtiging met betrekking tot voogdij, controleert het werk van verzorgers en voogden, bewerkt en beslist over inschrijvingen in het kadaster of registraties in het handelsregister en bij executie oefent hij bepaalde functies uit.

De Rechtspfleger verricht zijn taken weliswaar in zakelijke onafhankelijkheid, maar is geen rechter en oefent daarmee ook geen rechtsprekende macht uit in de zin van Art. 92 van de grondwet.

Rechtspfleger zijn ambtenaren met een hogere functie binnen het justitieel apparaat. Aanstelling geschiedt in de eerste plaats door de afzonderlijke Landesjustizverwaltungen, in welks ressort ze geplaatst worden, in mindere mate ook door de federale Justitie.

Binnenlandse voorschriften aangaande de beroepsregeling

De bevoegdheid om als Rechtspfleger taken uit te voeren, wordt verkregen in het kader van een ambtsbetrekking op basis van een tot wederopzeggen te vervullen praktijkperiode en het behalen van een Rechtspfleger-examen. De randvoorwaarden en minimale opleidingscriteria zijn vastgelegd in een desbetreffende wet: de Rechtspflegergesetz. De opbouw van de praktijkperiode, de inhoud van de studie en de details van het examen zijn geregeld op het niveau van de deelstaat in de door de deelstaten uitgevaardigde verordeningen aangaande opleiding en examen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Mogelijkheden voor buitenlanders

Wie Rechtspfleger wil worden, moet de Duitse nationaliteit bezitten in de zin van de grondwet of staatsburger zijn van een lidstaat van de Europese Unie. Een aantal deelstaten hebben echter gebruik gemaakt van de mogelijkheid van Art. 48, lid 2, van het EEG-Verdrag en laten voor de praktijkperiode uitsluitend kandidaten toe die de Duitse nationaliteit bezitten.

7. De Urkundsbeamte der Geschäftsstelle (de griffier)

De griffier is eveneens een zelfstandig orgaan binnen de rechtspleging.

Griffiers worden vooral belast met taken als het betekenen, de dagvaarding, de executie, het maken van het proces-verbaal van de zittingen, het opstellen van schriftelijke verklaringen en dergelijke.

Rechtspositie

De rechtspositie van de griffier staat beschreven in § 153 van de Gerichtsverfassungsgesetz (GVG) (Wet op de rechterlijke organisatie). Griffiers zijn ambtenaren die tot het middenkader van het justitieel apparaat behoren. Aanstelling geschiedt in hoofdzaak door de afzonderlijke Landesjustizverwaltungen, in welks ressort ze worden geplaatst, voor de federale rechtbanken door het ministerie van Justitie resp. de federale rechtbank zelf.

De taken van de griffiers vloeien hoofdzakelijk voort uit de individuele procedurele wetten (bijv. de Zivilprozessordnung/wetboek van burgerlijke rechtsvordering of de Gesetz über die Angelegenheiten der Freiwilligen Gerichtsbarkeit), aangevuld met voorschriften van de deelstaten voor hun rechtsgebied en van de staat voor de federale rechtbanken.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Binnenlandse voorschriften aangaande de beroepsregeling

De bevoegdheid voor het uitoefenen van de werkzaamheden van griffier wordt verkregen in het kader van een in ambtsbetrekking tot wederopzeggen te vervullen praktijkperiode en het behalen van een griffiersexamen. De randvoorwaarden en minimale opleidingscriteria zijn vastgelegd in § 153 van de Gerichtsverfassungsgesetz. De opbouw van de praktijkperiode, de opleiding en de details van het examen worden geregeld op het niveau van de deelstaat door de door de deelstaten uitgevaardigde verordeningen aangaande opleiding en examen. Op federaal niveau bestaat geen opleiding.

Mogelijkheden voor buitenlanders

Wie griffier wil worden, moet voorts De Duitse nationaliteit bezitten in de zin van de grondwet of staatsburger zijn van een lidstaat van de Europese Unie.

8. De gerechtsdeurwaarder (Gerichtsvollzieher)

Rechtspositie

Gerechtsdeurwaarders zijn in principe ambtenaren in dienst van de deelstaat en worden voor het leven aangesteld. Ze worden door de bevoegde President van het Oberlandesgericht benoemd. De gerechtsdeurwaarder is als ambtenaar echter zelfstandig werkzaam. In de wijze van zijn beroepsuitoefening is de gerechtsdeurwaarder onafhankelijk.

De gerechtsdeurwaarder ontvangt als ambtenaar een bezoldiging, en daarnaast ook een vergoeding voor een deel van de kosten die verband houden met zijn werk. Om het noodzakelijke eigen kantoor in te richten en te kunnen onderhouden, ontvangt de gerechtsdeurwaarder een vergoeding voor kantoorkosten – in de regel een vast bedrag – van de fiscus van de deelstaat.

Binnenlandse voorschriften aangaande de beroepsregeling

De rechtsbetrekkingen van gerechtsdeurwaarders zijn geregeld in het Gerichtsverfassungsgesetz (gerechtelijk wetboek) (§§ 154 en 155), en voor het overige richten ze zich naar de verschillende deelstaat-bepalingen. Algemene wetten waarin wordt aangegeven hoe de gerechtsdeurwaarder zijn werkzaamheden dient uit te voeren, bestaan niet. Er bestaan evenwel algemene dienstvoorschriften die door de individuele Landesjustizverwaltung worden uitgevaardigd: de Gerichtsvollzieherordnung resp. Gerichtsvollziehergeschäftsanweisung.

Specialisering

Het beroepsbeeld van de gerechtsdeurwaarder is eenduidig. In die zin bestaat er geen specialisatie. De bestaande wettelijke of daarvan afgeleide regelingen bestaan eenduidig voor alle deurwaarders.

Beroepsvertegenwoordigingen

In Duitsland bestaat geen Kamer-systeem voor deurwaarders. De reden hiervan is dat zij ambtenaar zijn. Ze zijn echter georganiseerd, vrijwel zonder uitzondering in belangenvertegenwoordigingen waarbij het merendeel bij de DGVB (Deutscher Gerichtsvollzieher Bund) is aangesloten. Deze is op haar beurt weer aangesloten bij de Duitse ambtenarenbond. Het lidmaatschap van een belangenvertegenwoordiging is niet verplichtend.

Mogelijkheden voor buitenlanders

Naar het huidige recht kunnen alleen Duitse kandidaten worden opgeleid. Alleen wie de Duitse nationaliteit bezit, kan gerechtsdeurwaarder worden.

« Juridische beroepen - Algemene informatie | Duitsland - Algemene informatie »

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Laatste aanpassing: 27-12-2006

 
  • Gemeinscheftsrecht
  • Internationaal recht

  • België
  • Bulgarije
  • Tsjechië
  • Denemarken
  • Duitsland
  • Estland
  • Ierland
  • Griekenland
  • Spanje
  • Frankrijk
  • Italië
  • Cyprus
  • Letland
  • Litouwen
  • Luxemburg
  • Hongarije
  • Malta
  • Nederland
  • Oostenrijk
  • Polen
  • Portugal
  • Roemenië
  • Slovenië
  • Slowakije
  • Finland
  • Zweden
  • Verenigd Koninkrijk