Europese Commissie > EJN > Juridische beroepen > Oostenrijk

Laatste aanpassing: 11-10-2006
Printversie Voeg toe aan favorieten

Juridische beroepen - Oostenrijk

 

INHOUDSOPGAVE

1. Rechters: 1.
2. Staatsanwälte (Officieren van justitie): 2.
3. Rechtspfleger (hogere ambtenaren bij het gerecht): 3.
4. Advocaten (Rechtsanwälte): 4.
5. Notarissen: 5.

 

1. Rechters:

Opleiding tot rechter:

Na voltooiing van de rechtenstudies volgt de praktische opleiding na het doorlopen van een stage in het kader van een juridische praktijkperiode aan niet-universitaire instellingen. Elk jaar worden ca. 60 kandidaten na een sollicitatie (Assessment-Center met een psychologisch onderzoek naar geschiktheid en een gesprek met de gekozen vertegenwoordigers van rechters) voor de door de President van één van de vier Oberlandesgerichte (Gerechten van tweede aanleg) openbaar uitgeschreven formatieplaatsen door de minister van Justitie voor het rechtersambt benoemd. De praktijkperiode duurt (met inbegrip van het doorlopen van de stage) in principe vier jaar en wordt doorlopen bij Bezirksgerichten (kanton- of districtgerechten), bij het Landesgericht (arrondissementsrechtbank), bij een Staatsanwaltschaft (Openbaar Ministerie), in het gevangeniswezen en bij een advocaat of notaris. Een deel van de praktijkopleiding kan o.a. ook bij het Oberlandesgericht, Oberste Gerichtshof (Hooggerechtshof) of bij het ministerie van Justitie worden gevolgd. De juridische praktijkperiode wordt afgesloten met het examen dat recht geeft op de uitoefening van het ambt van rechter.

Benoeming tot rechter:

Nadat het examen is afgelegd volgt een sollicitatie voor een vacature voor rechter (de President van het Oberlandesgericht schrijft officieel vacatures uit). De Personalsenat (de personeelskamer) van het betreffende Landesgericht en die van het Oberlandesgericht doen na het verstrijken van de sollicitatietermijn voor alle vacatures die bij de Bezirksgerichte en Landesgerichte moeten worden bezet een voorstel (minimaal drie personen; wanneer meer dan één plaats moet worden bezet, minstens twee keer zoveel personen als rechters moet worden benoemd).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

De benoeming tot rechter geschiedt door de bondspresident. Op grond van delegatie van dit recht aan de minister van Justitie voert deze de benoeming voor de meeste vacatures uit. Alleen Oostenrijkse staatsburgers kunnen tot rechter worden benoemd.

Het statuut van de rechter:

Er bestaat een publiekrechtelijke dienstverhouding (ambtenaar in overheidsdienst). De onafhankelijkheid van de rechters (vrijheid van zeggenschap, Art. 87 B-VG) wordt gewaarborgd door hun onafzetbaarheid en het feit dat ze niet kunnen worden overgeplaatst (Art. 88 B-VG): rechters kunnen afgezien van het feit dat ze na het bereiken van de wettelijke leeftijdsgrens met pensioen gaan alleen in de bij de wet voorgeschreven gevallen en vormen en op grond van een formeel rechterlijk vonnis uit hun ambt worden ontheven of tegen hun wil naar een andere rechtbank worden overgeplaatst of met vervroegd pensioen worden gestuurd.

Het bijzonder grondwettelijk statuut komt de rechters alleen toe bij de uitoefening van hun rechterlijk ambt (bij de uitvoering van alle volgens de wet en dienstverdeling toegewezen rechterlijke zaken met uitzondering van de zaken die administratieve judiciaire aangelegenheden betreffen, die volgens de wet niet door Senate (kamers) of commissies mogen worden behandeld).

Rechtelijke verantwoordelijkheid:

  • Tuchtrechtelijk: de rechter die door schuld in strijd handelt met zijn beroepsplichten dient zich voor het tuchtcollege, dat bij het Oberlandesgericht resp. het Oberste Gerichtshof is ondergebracht en uitsluitend uit rechters bestaat, te verantwoorden.
  • Strafrechtelijk: wanneer door het schuldig schenden van beroepsplichten tevens een strafrechtelijk feit wordt gepleegd, dient de rechter zich voor de strafrechtbank te verantwoorden (bijv. bij misbruik van ambtsbevoegdheden).
  • Burgerrechtelijk: partijen aan wie door onrechtmatig en schuldig handelen van een rechter schade is toegebracht, kunnen deze schade alleen verhalen op de staat. Bij opzet en ernstige nalatigheid heeft de staat tegenover de rechter recht van regres.

2. Staatsanwälte (Officieren van justitie):

Algemeen:

De Staatsanwälte dienen de bij wet aan de Staatsanwaltschaften (Openbare Ministeries) toegewezen taken – vooral de behartiging van staatsbelangen in de strafrechtpleging – uit te voeren. In civielrechtelijke zaken dienen de Staatsanwälte alleen op te treden in kwesties die de nietigheid van een huwelijk en in processen die de afstamming betreffen (en dat in zeer beperkte mate).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Bij elk van de in totaal 17 voor strafzaken bevoegde Gerichtshöfe ersten Instanz (rechtbanken van eerste aanleg) is er een Staatsanwaltschaft, bij elk Oberlandesgericht een Oberstaatsanwaltschaft en bij het Oberste Gerichtshof is er de Generalprokuratur. De Oberstaatsanwaltschaften en de Generalprokuratur staan rechtstreeks onder de minister van Justitie. De Generalprokuratur heeft tegenover de Oberstaatsanwaltschaft en de individuele Staatsanwaltschaften geen zeggenschap.

Bij de Staatsanwaltschaften van de Gerichtshöfe ersten Instanz rust ook de taak van openbare aanklager bij de Bezirksgerichte van het rechtsgebied van het betrokken Gerichtshof. Deze taak wordt uitgeoefend door zogenaamde "Bezirksanwälte", die onder toezicht staan van de Staatsanwälte.

Instructies aan Staatsanwaltschaften dienen schriftelijk en gemotiveerd te worden gegeven. Wanneer dat wegens het risico van vertraging niet mogelijk is, dient een mondeling gegeven instructie zo spoedig mogelijk schriftelijk te worden bevestigd.

Een Staatsanwalt die een hem gegeven instructie in strijd acht met de wet dient dit zijn in rang hogergeplaatste collega mee te delen. Zowel in dit als in elk ander geval dat een Staatsanwalt schriftelijk een instructie verlangt dient de in rang hogergeplaatste collega de instructie schriftelijk te verstrekken of schriftelijk te herhalen, anders wordt deze geacht te zijn ingehouden.

Benoeming tot Staatsanwalt:

Tot Staatsanwalt kan alleen worden benoemd degene die aan de eisen voor benoeming tot rechter heeft voldaan en minstens één jaar praktijkervaring heeft als rechter bij een rechtbank of als Staatsanwalt. Daarnaast is het bezit van de Oostenrijkse nationaliteit een vereiste.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Vacatures voor Staatsanwalt moeten – net als de vacatures voor het ambt van rechter – om te worden bezet openbaar worden uitgeschreven. Uit vier leden bestaande personeelscommissies, waarvan de leden moeten voldoen aan de vereisten om als Staatsanwalt te worden benoemd, dienen de binnengekomen sollicitaties te onderzoeken en – niet bindende – voorstellen voor het invullen van de vacature in te dienen. Personeelscommissies dienen bij de Oberstaatsanwaltschafte, de Generalprokuratur en bij het ministerie van Justitie te worden ingesteld.

De bondspresident heeft het recht om Staatsanwälte te benoemen. Net als bij de rechter het geval is, heeft hij het benoemingsrecht voor het merendeel van de posten voor Staatsanwalt aan de minister van Justitie gedelegeerd.

Rechtelijke verantwoordelijkheid:

  • Staatsanwälte die opzettelijk of door nalatigheid handelen in strijd met hun beroepsplichten, dienen zich daarvoor te verantwoorden voor een bij het ministerie van Justitie ingesteld tuchtcollege. Het tuchtcollege oordeelt in kamers van drie tuchtvechters, waarvan één Staatsanwalt moet zijn. In tweede instantie is – afgezien van uitzonderingen – het bij het Bureau van de bondskanselier ingestelde hogere tuchtcollege bevoegd, dat eveneens oordeelt in kamers van drie tuchtvechters. Eén ervan moet tot het departement Justitie behoren. De strafcompetentie van de tuchtcolleges reikt tot ontbinding van het dienstverband.
  • De strafrechtelijke en civielrechtelijke verantwoordelijkheid van Staatsanwälte is op dezelfde wijze geregeld als die van rechters.

3. Rechtspfleger (hogere ambtenaren bij het gerecht):

Algemeen:

  • De Rechtspfleger zijn in Oostenrijk een onmisbaar onderdeel van de gerechtelijke organisatie. Meer dan drievierde van alle gerechtelijke beslissingen worden tegenwoordig door de ongeveer 700 Rechtspfleger genomen.
  • Rechtspfleger zijn gerechtsambtenaren met een speciale juridische opleiding. Aan hen is op grond van het Bundes-Verfassungsgesetz (Art 87a B-VG) (de federale Grondwet) en het Rechtspflegergesetz (de wet inzake Rechtspfleger) de uitvoering van strikt omschreven civielrechtelijke zaken bij de rechtspraak in eerste instantie opgedragen. De Rechtspflegers staan in die functie alleen onder de hogergeplaatste rechter en dienen zich te houden aan zijn voorschriften die in de praktijk overigens zelden worden gegeven.

Het werkterrein van de Rechtspfleger:

Bovenkant paginaBovenkant pagina

  • De Rechtspfleger is op de volgende terreinen werkzaam:
    • Civielproces-, executie- en insolventiezaken ("schuldsaneringsprocedures");
    • Zaken die geen rechtsgeding betreffen;
    • Kadaster- en scheepsregisterzaken;
    • Zaken betreffende het handelsregister.
  • Elk van deze werkterreinen vereist een speciale opleiding en een aparte benoeming tot Rechtspfleger op het betreffende werkterrein.
  • Een bijzondere regeling geldt voor zogenaamde "aanmaningszaken" (zie het Oostenrijkse informatieblad "Beschleunigte und vereinfachte Verfahren") (versnelde en vereenvoudigde procedures). Voor deze aanmaningszaken is elke Rechtspfleger bevoegd, die de daarvoor bestaande opleiding na 31 december 1985 heeft afgerond. Rechtspfleger die zijn opgeleid volgens de vroeger geldende bepalingen kunnen nadat ze een extra opleiding van drie maanden hebben voltooid een verzoek indienen om hun werkterrein met aanmaningszaken uit te breiden.

De afgrenzing van de bevoegdheid van de rechter en de Rechtspfleger

  • De bevoegdheid van de Rechtspfleger omvat niet alle werkzaamheden en beslissingen die verband houden met de genoemde werkterreinen. De zaken die tot de bevoegdheid van de Rechtspfleger behoren zijn nauwkeurig opgesomd in het Rechtspflegergesetz, waarbij de bevoegdheid op elk afzonderlijk werkterrein niet even ver gaat.
  • Op het werkterrein van bijv. kadasterzaken hebben rechters vrijwel geen taken meer; dit werkterrein is daarom nagenoeg het uitsluitende domein van de Rechtspfleger.
  • Ook het merendeel van de executiezaken wordt door de Rechtspfleger behandeld; aan de rechter zijn alleen bijzonder moeilijke processen voorbehouden (zoals bijvoorbeeld de executie van onroerende goederen of de reeds genoemde schuldsaneringsprocedures bij activa van meer dan 50 000 EUR).
  • In nalatenschaps- en voogdij/curatelezaken die geen rechtsgeding betreffen, bij aanmaningsprocedures en bij handelsregisterszaken heeft de Rechtspfleger een verstrekkende bevoegdheid. Zo worden de aktes die een nalatenschap betreffen behandeld door de Rechtspfleger indien het vermogen niet meer bedraagt dan 100 000 EUR. Dit geldt tevens voor voogdij/curatelezaken waarbij het vermogen van de onder voogdij geplaatste niet meer dan 100 000 EUR bedraagt.

    Bovenkant paginaBovenkant pagina

Loopbaan en opleiding van de Rechtspfleger:

  • Voorwaarde voor een loopbaan als Rechtspfleger is het afleggen van het eindexamen aan een hogere school (de zgn. "Matura"/eindexamen VWO). Dit examen kan worden vervangen door een zogenaamde "Beamtenaufstiegsprüfung" (bevorderingsexamen voor ambtenaren) wanneer de betrokken Oostenrijkse staatsburger na voltooiing van zijn 18e levensjaar acht jaar in een dienstbetrekking tot de staat heeft gestaan.
  • Voordat hij tot de opleiding voor Rechtspfleger wordt toegelaten, moet de betreffende persoon minstens twee jaar op de griffie hebben gewerkt en het voor de griffiemedewerkers bestaande griffie-examen en een speciaal vakexamen hebben afgelegd. Pas daarna kan de gerechtelijk ambtenaar door de President van het Oberlandesgericht tot de opleiding worden toegelaten.
  • De opleiding voor Rechtspfleger duurt drie jaar en omvat het volgende:
    • inschakeling bij een of meerdere rechtbanken bij de voorbereiding van te behandelen zaken op het gewenste vakgebied;
    • deelname aan een basiscursus en een cursus op het vakgebied;
    • het afleggen van het tweedelige examen voor Rechtspfleger.
  • Nadat het examen voor Rechtspfleger is behaald, ontvangt de kandidaat een door de minister van Justitie uitgeschreven diploma.
  • Dit diploma verschilt van de oorkonde die na de driejarige opleiding voor Rechtspfleger wordt uitgereikt, die recht geeft om het beroep van Rechtspfleger te mogen uitoefenen. Met de Rechtspfleger-oorkonde bezit de gerechtelijk ambtenaar in principe de bevoegdheid om de tot zijn werkterrein behorende gerechtszaken in het hele land te mogen uitoefenen.
  • Daarna bepaalt de President van het Oberlandesgericht bij welke rechtbank en eventueel voor welke duur de betreffende gerechtelijk ambtenaar als Rechtspfleger kan worden geplaatst. Binnen de rechtbank wordt de Rechtspfleger door het hoofd van de rechtbank toegewezen aan een rechter die de leiding heeft over een afdeling van de rechtbank, eventueel ook meerdere afdelingen. Binnen de afdeling van de rechtbank berust de verdeling van de zaken bij de betreffende rechter.

4. Advocaten (Rechtsanwälte):

Algemeen:

  • Advocaten worden aangesteld en zijn bevoegd om partijen in alle gerechtelijke en buitengerechtelijke, publiek- en civielrechtelijke kwesties voor elke rechtbank en gerechtelijke instantie van de republiek Oostenrijk te vertegenwoordigen.
  • Om in Oostenrijk tot de advocatuur toe te treden is geen benoeming van overheidswege noodzakelijk; voor beroepsuitoefening gelden echter volgende vereisten.

Voorwaarden voor de beroepsuitoefening:

Bovenkant paginaBovenkant pagina

  • Wie het beroep van advocaat wil uitoefenen, moet minstens een periode van negen maanden als juridisch stagiair(e) bij de rechtbank (de gerechtelijke stage) en drie jaar bij een Oostenrijkse advocaat als kandidaat-advocaat hebben doorlopen. Men moet kunnen aantonen vijf jaar in een juridisch beroep werkzaam te zijn geweest en het advocaatexamen met succes te hebben afgelegd.
  • Het advocaatexamen kan na een praktijkperiode van drie jaar, waarvan minstens negen maanden bij de rechtbank en minstens twee jaar bij een advocaat, worden afgelegd. Voorwaarde om het examen af te leggen is tevens deelname aan de opleidingscursussen die door de Rechtsanwaltskammer (orde van advocaten) verplichtend voor de kandidaat-advocaat worden voorgeschreven.
  • Wie aan de genoemde vereisten voldoet, kan zich laten inschrijven op de lijst van de Rechtsanwaltskammer in welk rechtsgebied hij zich met zijn kantoor wenst te vestigen.
  • Onder bepaalde voorwaarden kan in de republiek Oostenrijk ook een advocaat van een lidstaat van de Europese Unie of van een andere verdragstaat van het EER-Verdrag
    • tijdelijk de werkzaamheden van een advocaat uitoefenen;
    • nadat een bekwaamheidsproef is afgelegd een verzoek indienen om op de lijst van advocaten van de daarvoor bevoegde Rechtsanwaltskammer te worden opgenomen of;
    • onder vermelding van de beroepsomschrijving van het land van herkomst zonder eerst een bekwaamheidsproef te hebben afgelegd, zich direct in Oostenrijk vestigen en na een driejarige "effectieve en regelmatige" beroepsuitoefening in Oostenrijk zich volledig in de Oostenrijkse advocatuur laten opnemen.
  • Onder bepaalde voorwaarden kan in de republiek Oostenrijk ook een lid van een Rechtsanwaltskammer van een lidstaat van de GATS (General Agreement on Trade and Services) tijdelijk een aantal exact omschreven werkzaamheden van advocaten verrichten.

    Bovenkant paginaBovenkant pagina

Rechtelijke verantwoordelijkheid:

  • Tuchtrechtelijke verantwoordelijkheid
    • Advocaten die handelen in strijd met hun beroepsplicht of het aanzien van het beroep schade toebrengen dienen zich te verantwoorden voor een tuchtcollege dat door de plaatselijke Rechtsanwaltskammer is gekozen. De strafbevoegdheid van het tuchtcollege kan zover gaan dat een advocaat van de lijst van advocaten kan worden verwijderd.
    • In tweede instantie beslist het hoger beroeps- en tuchtcollege voor advocaten en kandidaat-advocaten in een vier leden tellende kamer die uit twee rechters van het Oberste Gerichtshof en twee advocaten bestaat.
  • Daarnaast dragen advocaten voor hun handelen vanzelfsprekend ook een strafrechtelijke en civielrechtelijke verantwoordelijkheid.

5. Notarissen:

Algemeen:

  • Voor de regeling van privaatrechtelijke rechtsbetrekkingen kan de rechtzoekende bevolking de diensten inroepen van de notaris als onafhankelijk en onpartijdig orgaan van preventieve rechtspleging. Zijn belangrijkste taak is de medewerking bij rechtsprocedures en het geven van rechtskundige hulp. De notaris stelt authentieke aktes op, houdt het bezit van anderen in bewaring, stelt onderhandse aktes op en vertegenwoordigt partijen met name bij zaken die geen geschil betreffen. Daarnaast verricht de notaris nog werkzaamheden als lasthebber van het gerecht in procedures anders dan geschillen. Als zogenaamd Gerichtskommissär (gerechtelijk commissaris) is hij vooral betrokken bij de uitvoering van procedures die een nalatenschap betreffen. De notaris dient ervoor te zorgen dat de vermogenswaarden van een overledene onaangetast blijven en naar de rechthebbende personen overgaan. Hiervoor is speciale kennis van het erfrecht een vereiste, daarnaast hoort hij thuis te zijn in procedures die geen rechtsgeding betreffen. Om die reden wordt de notaris steeds geraadpleegd om zijn medewerking te verlenen bij het opstellen van testamenten, zoals in het algemeen bij de advisering en vertegenwoordiging bij kwesties die met erfrecht te maken hebben.
  • De notaris oefent een openbaar ambt uit, maar is geen ambtenaar. Hij draagt het economische risico van zijn notariskantoor, maar is geen handelaar. Hij oefent min of meer een vrij beroep uit, maar als gerechtelijk commissaris heeft hij de status van een rechtsorgaan.
  • Wijzigingen in het aantal notarisplaatsen en hun kantoren geschieden telkens via een Verordening van de minister van Justitie. Oostenrijk telt thans ongeveer 460 notarisplaatsen.

De opleiding tot notaris:

  • Het is een lange weg om tot notaris te worden benoemd. Wie zijn rechtenstudies heeft afgesloten en belangstelling heeft voor het beroep van notaris, zoekt een notaris die hem een arbeidscontract als klerk aanbiedt en hem op de lijst van kandidaat-notarissen laat opnemen. Registratie op de door de daartoe bevoegde Kamer van Notarissen gevoerde lijst van kandidaat-notarissen is alleen toegestaan wanneer de betreffende kandidaat kan aantonen dat hij als juridisch stagiair(e) negen maanden gerechtelijke stage heeft gevolgd en bij de eerste inschrijving in het kandidatenregister het 35ste levensjaar nog niet heeft voltooid. In andere gevallen kan inschrijving alleen om belangrijke redenen worden geweigerd, bijvoorbeeld in geval van slechte inkomens/vermogensomstandigheden.
  • Wanneer men eenmaal kandidaat-notaris is geworden, dient dit de enige werkzaamheid te zijn. Voor het verrichten van nevenwerkzaamheden dient goedkeuring te worden aangevraagd.
  • Het notarisexamen wordt in twee delen afgelegd. Het eerste deel kan op zijn vroegst na een kandidaatsperiode van 18 maanden en moet op zijn laatst na afloop van het vijfde jaar van de kandidaatsperiode worden afgelegd. Het tweede deel op zijn vroegst na een verdere praktijkperiode van een jaar als kandidaat-notaris en op zijn laatst voor het verstrijken van de tien jaar als kandidaat. Om tot het notarisexamen te worden toegelaten, dient de kandidaat-notaris opleidingscursussen te volgen, die door de Kamer van Notarissen verplicht worden gesteld.

Benoeming tot notaris:

Bovenkant paginaBovenkant pagina

  • Vrijgekomen of nieuw gecreëerde notarisplaatsen dienen om te worden bezet openbaar te worden uitgeschreven. De wet (§ 6 Notariatsordnung (Notariaatsverordening) verlangt van de sollicitanten onder andere het volgende:
    • ze moeten de Oostenrijkse nationaliteit bezitten;
    • rechtenstudies hebben voltooid (rechtswissenschaftliche Diplomstudium of rechts- und staatswissenschaftliche Studium);
    • het notariaatsexamen met succes hebben afgelegd; en
    • kunnen aantonen dat ze zeven jaar in de juridische beroepspraktijk werkzaam zijn geweest, waarvan minstens drie jaar als kandidaat notaris nadat het notariaatsexamen is afgelegd.
  • Deze basisvoorwaarden verlenen echter nog niet het recht om tot notaris te worden benoemd. In de selectieprocedure worden de kandidaten beoordeeld en voorgedragen door de plaatselijk bevoegde Kamer van Notarissen en daarna door de Personal senate van het bevoegde Gerichtshof ersten Instanz en het Oberlandesgericht. Van doorslaggevende betekenis is daarbij de duur waarbij in de praktijk van iemands diensten gebruik zijn gemaakt. De Kamer van Notarissen en de twee Personal senate doen elk een voorstel van drie kandidaten aan de minister van Justitie. Deze is weliswaar niet aan de voorstellen gebonden, maar in de praktijk benoemt hij toch één van de voorgedragen kandidaten.
  • Wanneer iemand voor de eerste maal tot notaris wordt benoemd, is hij of zij ongeveer 41 jaar. Het ambt kan worden uitgeoefend tot en met 31 januari van het kalenderjaar volgend op de voltooiing van het 70ste levensjaar. Na voltooiing van het 64ste levensjaar is benoeming naar een andere notarisplaats niet meer toegestaan; daarnaast is een benoeming naar een andere plaats uitgesloten indien de ambtsperiode van de kandidaat op zijn laatste notarisplaats niet minstens zes jaar is geweest. Ambtelijke overplaatsing van een notaris naar een andere notarisplaats is niet toegestaan.

    Bovenkant paginaBovenkant pagina

Toezicht op het notariaat; rechtelijke verantwoordelijkheid:

  • De notaris staat vanwege zijn taakuitoefening als opsteller van authentieke aktes en als gerechtelijk commissaris onder speciale controle. Het toezicht op het notariaat ligt bij de minister van Justitie, het justitiële apparaat en rechtstreeks bij de Kamer van Notarissen.
  • Voor notarissen geldt een specifiek tuchtrecht.
    • Tuchtrechtelijke delicten worden in eerste instantie door het Oberlandesgericht als tuchtrechtelijk college voor notarissen en in tweede instantie door het Oberste Gerichtshof als tuchtrechtelijk college voor notarissen vervolgd, waarbij in de vonnis wijzende kamers ook notarissen zitting moeten hebben.
    • De op te leggen straf kan gaan tot ambtsontheffing.
    • Minder ernstige strafbare feiten worden vervolgd door de Kamer van Notarissen en in hoger beroep door de vaste commissie van de Oostenrijkse Kamer van Notarissen.
  • Naast zijn tuchtrechtelijke verantwoordelijkheid is de notaris vanzelfsprekend ook onderworpen aan een strafrechtelijke en civielrechtelijke verantwoordelijkheid.
    • Indien de notaris als gerechtelijk commissaris werkzaamheden verricht is hij ambtenaar in strafrechtelijke zin en is om die reden verantwoordelijk voor de zogenaamde ambtsdelicten; daaronder valt in het bijzonder het misbruik van de ambtsbevoegdheid.
    • Zijn civielrechtelijke aansprakelijkheid is verschillend geregeld: wanneer hij als gerechtelijk commissaris werkzaam is, valt hij onder dezelfde aansprakelijkheidsregelingen als de rechter en de Staatsanwalt. Partijen kunnen dus niet direct rechten tegenover hem doen gelden, maar dienen hun eis(en) tot schadeloosstelling tot de staat te richten. De staat kan bij opzet of ernstige nalatigheid verhaal halen. Buiten zijn werkzaamheid als gerechtelijk commissaris heeft hij tegenover partijen een directe civielrechtelijke verantwoordelijkheid.

« Juridische beroepen - Algemene informatie | Oostenrijk - Algemene informatie »

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Laatste aanpassing: 11-10-2006

 
  • Gemeinscheftsrecht
  • Internationaal recht

  • België
  • Bulgarije
  • Tsjechië
  • Denemarken
  • Duitsland
  • Estland
  • Ierland
  • Griekenland
  • Spanje
  • Frankrijk
  • Italië
  • Cyprus
  • Letland
  • Litouwen
  • Luxemburg
  • Hongarije
  • Malta
  • Nederland
  • Oostenrijk
  • Polen
  • Portugal
  • Roemenië
  • Slovenië
  • Slowakije
  • Finland
  • Zweden
  • Verenigd Koninkrijk