Europese Commissie > EJN > Rechtsorde > Polen

Laatste aanpassing: 03-03-2008
Printversie Voeg toe aan favorieten

Rechtsorde - Polen

De Poolse grondwet maakt onderscheid tussen algemeen verbindend recht en intern recht.

Algemeen verbindend recht is bindend voor alle entiteiten in het land, bepaalt de rechtspositie van burgers en andere entiteiten (zoals rechtspersonen, exploitanten, samenwerkingsverbanden, organisaties, etc.) en stelt hun rechten en verplichtingen vast.

De regelgeving van intern recht berust uitsluitend op de rechtspositie van entiteiten binnen de organisatiestructuur van het lichaam dat dergelijke regelgeving uitvaardigt.

Hoofdstuk III van de grondwet (artikel 97-94) somt de bronnen van algemeen verbindend recht op. Dit zijn:

  • de grondwet;
  • wetten;
  • geratificeerde internationale verdragen;
  • verordeningen, en
  • lagere regelgeving (uitsluitend bindend binnen de jurisdictie van het uitvaardigende lichaam en binnen de grenzen van de wettelijke bevoegdheden).

Ter aanvulling op het bovenstaande voorziet artikel 234 van de grondwet voor het volgende, algemeen verbindende recht - verordeningen met kracht van wet uitgevaardigd door de president van de republiek polski, uitsluitend in zaken die nauwkeurig worden omschreven door de grondwet (bijvoorbeeld tijdens een staat van beleg of wanneer de Sejm niet in staat is bijeen te komen voor een zitting).

Een andere bron van algemeen verbindend recht wordt gevormd door de regelgeving van internationale organisaties indien het internationale verdrag dat dergelijke organisaties in het leven roept, erin voorziet dat regelgeving van die organisaties van invloed is op het binnenlands recht (artikel 91, lid 3, van de grondwet). Dit artikel heeft betrekking op afgeleide wetgeving van de Gemeenschap.

De volledige tekst van de formele wetten, verordeningen en lagere regelgeving dient te worden opgenomen in een van de officiële publicaties van Polen (artikel 88 van de grondwet). Momenteel zijn er drie van dergelijke publicaties: het staatsblad van de Poolse republiek, de staatscourant van de Poolse republiek (Poolse monitor) en de staatscourant van de Poolse republiek (Poolse monitor B). De inwerkingtreding van algemeen verbindend recht wordt gepubliceerd in het staatsblad.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

De Poolse grondwet (d.d. 2 april 1997) is de belangrijkste bron van algemeen verbindend recht in Polen. De grondwet is een formele wet, dat wil zeggen, een algemeen verbindende wet. Zij wordt op een andere manier aangenomen en gewijzigd dan gewone formele wetten (artikel 235 van de grondwet). De grondwet wordt beschouwd als de grondslag van het recht gezien haar bijzondere inhoud, vorm en rechtskracht. Zij bepaalt het politieke, sociale en economische stelsel van Polen en legt de grondrechten en vrijheden van de Poolse burgers vast. De grondwet neemt in de hiërarchie van rechtsbronnen in Polen de hoogste plaats in. Zij geeft de andere rechtsbronnen aan, alsmede hun werkingssfeer en hun autonome of uitvoerende aard. Alle andere normatieve regelgeving dient verenigbaar te zijn met de grondwet. Het constitutioneel hof handhaaft de verenigbaarheid met de grondwet of andere normatieve wetten en eveneens de verenigbaarheid van lagere normatieve regelgeving met hogere regelgeving. Daarnaast heeft krachtens artikel 79 van de grondwet eenieder wiens constitutionele rechten of vrijheden zijn geschonden, het recht een klacht in te dienen bij het constitutioneel hof ten aanzien van de verenigbaarheid van een formele wet of een andere normatieve regeling met de grondwet, op grond waarvan een rechtbank of een openbaar lichaam een eindbeslissing heeft gegeven over zijn grondwettelijke rechten, vrijheden of verplichtingen.

Internationale verdragen worden geratificeerd door de president van de republiek. In die gevallen waarin een internationaal verdrag echter betrekking heeft op fundamentele vraagstukken als vrede, politieke of militaire akkoorden, vrijheden, rechten en verantwoordelijkheden van burgers, lidmaatschap van internationale organisaties, belangrijke financiële staatsverplichtingen en kwesties die worden beheerst door een formele wet of ten aanzien waarvan de grondwet wetgeving vereist, hangt de bekrachtiging af van voorafgaande overeenstemming bepaald in die formele wet (artikel 89 van de grondwet). Nadat een geratificeerd internationaal verdrag in het staatsblad is gepubliceerd, maakt het onderdeel uit van het nationale recht en heeft het directe werking, met uitzondering van die gevallen waarin toepassing de bekendmaking van een formele wet vereist. Bovendien gaat een internationaal verdrag dat bij formele wet met voorafgaande aanvaarding is geratificeerd boven een formele wet die met het verdrag onverenigbaar is. Ook wetgeving die is aangenomen door een internationale organisatie heeft directe werking en prevaleert bij strijd met formele wetgeving in die gevallen waarin is voorzien in het verdrag waarbij die organisatie is ingesteld en geratificeerd door Polen (artikel 91 van de grondwet).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Artikel 91 van de grondwet bepaalt de positie van het gemeenschapsrecht binnen de binnenlandse hiërarchie van wetten. Primaire EU-wetgeving in de vorm van internationale verdragen maakt deel uit van de binnenlandse hiërarchie van wetten, heeft directe werking en prevaleert boven formele wetten. Afgeleide EU-wetgeving heeft directe werking en prevaleert in het geval van strijd met een nationale formele wet.

Formele wetten zijn ondergeschikt aan de grondwet en aan geratificeerde internationale verdragen polski die bij formele wet voorafgaand zijn aanvaard, maar zijn hoger in rang dan verordeningen polski. Formele wetten kunnen over ieder onderwerp worden aangenomen, maar de belangrijkste kwesties kunnen uitsluitend bij formele wet worden aangenomen (bijvoorbeeld de Begrotingswet polski, wetgeving ter bepaling van de rechtspositie van burgers, regels met betrekking tot de plaatselijke overheden polski en hun mandaat). Normatieve formele regelgeving aangenomen door overheidslichamen kan uitsluitend worden uitgevaardigd krachtens een bij formele wet toegekende bevoegdheid. De grondwet polski vereist soms de aanvaarding van de bijbehorende formele wet, en geeft daar de hoofdlijnen van aan.

De Wetgevingsprocedure wordt geregeld door de grondwet (artikel 118-124) en het procedurereglement van het parlement (Sejm) en de senaat.

Het recht om een wetsvoorstel in te dienen ligt bij het kabinet polski, een groep van minstens 15 parlementsleden, de senaat polski, de president van de republiek polski of een groep van minstens 100 000 burgers. Wetsvoorstellen worden voorgelegd aan de Sejm, waar ze in drie lezingen worden behandeld. In de loop van deze procedure onderzoekt de Sejm het wetsvoorstel en zendt het door aan de betreffende parlementscommissies voor eventuele wijzigingen. Het wetsontwerp wordt dan teruggezonden aan de Sejm, dat over de amendementen stemt en over het wetsontwerp als geheel. De Sejm keurt het wetsontwerp goed met een eenvoudige meerderheid waarbij minimaal de helft van het wettelijk aantal leden aanwezig is. Zodra het wetsontwerp door de Sejm is aangenomen, wordt het ontwerp doorgezonden naar de senaat, die een maand de tijd heeft om het ongewijzigd aan te nemen, het te amenderen of te verwerpen. Indien een wetsontwerp door de senaat wordt geamendeerd of verworpen, moet het opnieuw door de Sejm worden behandeld. In dit geval heeft de Sejm een absolute meerderheid nodig waarbij minstens de helft van het aantal wettelijke leden aanwezig is om een aanbeveling van de senaat terzijde te schuiven. Na voltooiing van het wetgevingproces door het parlement, wordt het wetsontwerp doorgezonden aan de president die het binnen drie weken dient te tekenen en de bekendmaking ervan te gelasten in het staatsblad. Alvorens de president een wetsontwerp ondertekent, kan hij het doorverwijzen naar het constitutioneel hof voor toetsing op grondwettelijke aspecten. Indien het constitutioneel hof het wetsontwerp verenigbaar acht met de grondwet, kan de president niet weigeren om het te ondertekenen. De president kan er ook voor kiezen om het wetsontwerp niet door te zenden naar het constitutioneel hof, maar terug te zenden aan de Sejm voor een nadere lezing (“presidentieel veto”). De Sejm kan echter een presidentieel veto verwerpen met drievijfde meerderheid waarbij ten minste de helft van het wettelijk aantal leden aanwezig is. Indien het wetsontwerp opnieuw wordt aangenomen door de Sejm heeft de president een termijn van een week om het te ondertekenen en de bekendmaking ervan te gelasten.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Verordeningen worden uitgevaardigd door de lichamen die daartoe zijn aangewezen in de grondwet en waaraan bij formele wet een gedetailleerde verordeningsbevoegdheid is toegekend met het oog op de uitoefening ervan. Bij de toekenning van deze verordeningsbevoegdheid dient het lichaam te worden aangewezen dat bevoegd is om de regelingen uit te vaardigen en de werkingssfeer van de te regelen kwesties en richtlijnen over de inhoud van de formele wet aan te geven (artikel 92 van de grondwet). De volgende lichamen zijn bij de grondwet belast met de uitvaardiging van verordeningen: de president polski, het kabinet polski, de voorzitter van het kabinet polski, de minister polski belast met de overheidsbestuur, de voorzitter van de commissie aangesteld door het kabinet en de nationale raad voor radio en televisie polski. Het lichaam polski dat is aangewezen om de regelgeving uit te vaardigen, mag deze bevoegdheid niet aan een ander lichaam overdragen. Een verordening heeft als doel een formele wet te implementeren en als zodanig kan zij niet onverenigbaar zijn met de formele wet of buiten de werkingssfeer van de gedelegeerde bevoegdheden vallen.

Verordeningen zijn voorwerp van toetsing door de rechtbanken. Daarom kunnen ze voorwerp zijn van bespreking door het constitutioneel hof en ook door een rechterlijk of bestuurlijk tribunaal. Indien een rechtbank in een bijzondere procedure oordeelt dat een verordening of de bepalingen daarin in strijd zijn met hogere regelgeving (bijvoorbeeld een formele wet) kan zij afzien van de toepassing ervan in de betreffende zaak en die verordening als nietig beschouwen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Regelgeving van intern recht (bijvoorbeeld beschikkingen) zijn intern van aard en binden alleen de organisatorische entiteiten die ondergeschikt zijn aan het lichaam dat dergelijke regelinge uitvaardigt (artikel 93 van de grondwet). Voorbeelden daarvan zijn kabinetsverordeningen en ministeriële of presidentiële besluiten. Dergelijke beschikkingen kunnen uitsluitend op basis van een formele wet worden uitgevaardigd. Ze kunnen niet de grondslag vormen van beslissingen ten aanzien van burgers, rechtspersonen of andere entiteiten.

Lagere regelgeving wordt vastgesteld door lokale overheidslichamen (bijvoorbeeld gemeentelijke verordeningen) en centrale overheidslichamen krachtens en binnen de werkingssfeer van de bij formele wet toegekende bevoegdheden (bijvoorbeeld provincies die verordeningen en besluiten implementeren) artikel 94 van de grondwet). Deze regelingen zijn uitsluitend bindend binnen de bevoegdheid van de lichamen die hen uitvaardigen, maar gezien hun algemeen verbindende aard, kunnen ze op alle entiteiten zijn gericht en hun rechten en verplichtingen vaststellen.

Jurisprudentie vormt in Polen geen rechtsbron. Krachtens artikel 178, lid 1, van de grondwet zijn de Poolse rechters slechts ondergeschikt aan de grondwet, formele wetten en geratificeerde internationale verdragen die met voorafgaande aanvaarding in een formele wet zijn vastgelegd. Dit betekent dat de rechtbanken verplicht zijn om de grondwet, formele wetten en de bovengenoemde internationale verdragen toe te passen. De rechtbanken kunnen niet weigeren om deze normatieve wetten toe te passen op grond van het feit dat ze in strijd zouden zijn met de grondwet. Krachtens artikel 193 van de grondwet kunnen ze echter een rechtsvraag voorleggen aan het constitutioneel hof over de verenigbaarheid van een bepaalde normatieve wet met de grondwet, geratificeerde internationale verdragen of formele wetten indien de beslissing over een lopende zaak afhankelijk is van het antwoord op die rechtsvraag. Rechters zijn echter niet gebonden aan regelgeving die aan formele wetten ondergeschikt is, zoals verordeningen. Bij de behandeling van een bepaalde zaak kunnen zij in onafhankelijkheid beslissen of dergelijke regelingen verenigbaar zijn met formele wetten en de grondwet. Indien een regeling als onverenigbaar wordt beoordeeld, kan de rechter weigeren haar toe te passen en haar bij zijn uitspraak buiten beschouwing.

Jurisprudentie en in het bijzonder jurisprudentie van het hooggerechtshof speelt wel een cruciale rol bij de interpretatie van de wetgeving door de rechters.

Nuttige links:

De Poolse grondwet:

http://www.sejm.gov.pl/prawo/konst/polski/kon1.htm Deutsch - English - français - polski

De Sejm:

http://www.sejm.gov.pl English - polski

De senaat:

http://www.senat.gov.pl English - polski

Het wetgevingsproces:

http://www.sejm.gov.pl/prace/prace.html English - polski

Het constitutioneel hof:

http://www.trybunal.gov.pl/index2.htm English - polski

« Rechtsorde - Algemene informatie | Polen - Algemene informatie »

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Laatste aanpassing: 03-03-2008

 
  • Gemeinscheftsrecht
  • Internationaal recht

  • België
  • Bulgarije
  • Tsjechië
  • Denemarken
  • Duitsland
  • Estland
  • Ierland
  • Griekenland
  • Spanje
  • Frankrijk
  • Italië
  • Cyprus
  • Letland
  • Litouwen
  • Luxemburg
  • Hongarije
  • Malta
  • Nederland
  • Oostenrijk
  • Polen
  • Portugal
  • Roemenië
  • Slovenië
  • Slowakije
  • Finland
  • Zweden
  • Verenigd Koninkrijk