Europese Commissie > EJN > Rechtsorde > Nederland

Laatste aanpassing: 24-06-2005
Printversie Voeg toe aan favorieten

Rechtsorde - Nederland

 

INHOUDSOPGAVE

1. Juridische instrumenten of rechtsbronnen 1.
2. Aanvullende rechtsbronnen 2.
3. De hiërarchie in rechtsbronnen 3.
4. De inwerkingtreding van internationale regels 4.
5. De autoriteiten belast met de vaststelling van regelgeving 5.
6. Het proces van wetgeving 6.
7. De wijze van inwerkingtreding van nationale regels 7.
8. Middelen om eventuele conflicten tussen rechtsregels te regelen 8.

 

1. Juridische instrumenten of rechtsbronnen

De Grondwet levert het raamwerk voor de Nederlandse staatkundige organisatie en vormt de basis voor de wetgeving.

Verdragen tussen Nederland en andere staten vormen een belangrijke bron van recht. Artikel 93 van de Grondwet bepaalt dat bepalingen van verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke organisaties, rechtstreekse werking kunnen hebben in de Nederlandse rechtsorde. In dat geval gaan deze bepalingen boven Nederlandse wetten. Dus binnen het Koninkrijk geldende wettelijke voorschriften vinden geen toepassing als deze niet verenigbaar zijn met die bepalingen. De regelgeving van de Europese Unie in verdragen, verordeningen en richtlijnen, is daarmee een zeer belangrijke bron van recht in Nederland.

Het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden regelt de verhoudingen tussen de drie Koninkrijksdelen (Nederland en de beide overzeese delen, de Nederlandse Antillen en Aruba).

De wetten worden gemaakt op landelijk niveau .

Via delegatie bij wet, kan de centrale overheid in algemene maatregelen van bestuur en in ministeriële regelingen (nadere) regels stellen. Zelfstandige algemene maatregelen van bestuur (die niet aan een wet zijn ontleend) zijn mogelijk, maar kunnen niet gehandhaafd worden door een strafbepaling.

Via de Grondwet hebben de lagere publiekrechtelijke organen (provincies, gemeenten en waterschappen) een regelgevende bevoegdheid.

2. Aanvullende rechtsbronnen

Algemene rechtsbeginselen hebben betekenis voor bestuur en rechtspraak. Soms verwijst de wet er met zoveel woorden naar, zoals het Burgerlijk Wetboek (de redelijkheid en billijkheid). Ook de rechter kan in zijn oordeelsvorming zich laten inspireren door de algemene rechtsbeginselen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

De gewoonte is een aanvullende bron van recht. In beginsel geldt de gewoonte alleen als de wet ernaar verwijst, maar ook hier geldt dat de rechter de gewoonte mee kan wegen in zijn oordeel, in geval er conflicten zijn. Bij de vaststelling van strafbare feiten kan de gewoonte geen rechtsbron zijn (art. 16 Grondwet).

De jurisprudentie is rechtsbron, omdat de betekenis van rechterlijke uitspraken verder reikt dan het concrete geval waarvoor die uitspraak gegeven is. De uitspraken van hogere rechterlijke colleges zijn richtinggevend. Die van de de Hoge Raad zijn in het bijzonder gezaghebbend omdat dit rechterlijk college tot taak heeft eenheid in het recht te bevorderen. Dus in nieuwe gevallen zal de lagere rechter een uitspraak van de Hoge Raad bij zijn oordeelsvorming betrekken.

3. De hiërarchie in rechtsbronnen

De Grondwet geeft met art. 94 aan dat sommige internationale rechtsregels het hoogst in hiërarchie staan: wettelijke bepalingen die daarmee niet verenigbaar zijn vinden geen toepassing. Uit het Europees recht zelf volgt de voorrang van dat recht op het nationale recht. Daarop volgen het Statuut, de Grondwet en de formele wetten. Deze gaan boven andere regelingen. De vaststelling van formele wetten geschiedt door de regering en de Staten-Generaal (de volksvertegenwoordiging) gezamenlijk.

Voorts is geregeld dat een wet alleen door een latere wet geheel of gedeeltelijk haar kracht kan verliezen. Ook, is er een algemene interpretatieregel dat bijzondere wetten gaan boven algemene wetten.

In de continentale traditie geldt de wet als een hogere rechtsbron dan de jurisprudentie.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

4. De inwerkingtreding van internationale regels

Verdragen behoeven de goedkeuring van de Staten-Generaal. Die kan stilzwijgend zijn of uitdrukkelijk. Een uitdrukkelijke goedkeuring met tweederde meerderheid is nodig indien er sprake is van een verdrag waarin bepalingen staan die afwijken van de Grondwet.

Verdragen worden gepubliceerd in het Traktatenblad. Zij gelden als bekend gemaakt in het gehele Koninkrijk met ingang van de eerste dag van de tweede kalendermaand na de datum van uitgifte van het Traktatenblad waarin zij zijn bekend gemaakt. De Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen bevat hierover bepalingen.

Van de rechtsinstrumenten van de Europese Unie hebben verordeningen naar hun aard rechtstreekse werking binnen de nationale rechtsorde. Andere rechtsinstrumenten, zoals richtlijnen, zijn gericht tot de lidstaten en dienen te worden omgezet en uitgevoerd in het nationale recht. De implementatie van Europese recht vindt plaats op alle niveaus van nationale regelgeving. Dus al naar gelang het niveau en afhankelijk van het onderwerp van implementatie: bij wet, bij algemene maatregel van bestuur of bij ministeriele regeling,

5. De autoriteiten belast met de vaststelling van regelgeving

De regering onderhandelt over verdragen en internationale overeenkomsten. Het Koninkrijk kan echter alleen aan deze verdragen gebonden worden na goedkeuring door de Staten-Generaal.

Een uitgangspunt is dat belangrijke en burgers bindende bepalingen in hoofdlijnen bij wet worden vastgesteld. De vaststelling van wetten (waaronder de Grondwet) geschiedt door regering (dat zijn Koning en ministers) en Staten-Generaal gezamenlijk.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

De regering is bevoegd tot het maken van algemene maatregelen van bestuur. Het parlement is daar in de regel niet bij betrokken, zij het dat soms algemene maatregelen van bestuur voor de vaststelling worden toegestuurd aan de Tweede Kamer, waardoor hij toch controle kan uitoefenen.

De afzonderlijke bewindslieden kunnen ministeriële regelingen maken. De ministeriële verantwoordelijkheid tegenover het parlement geldt daarvoor ook.

De regelingen van de lagere publiekrechtelijke organen worden vastgesteld door de volksvertegenwoordiging op de verschillende niveaus (provinciale staten, gemeenteraad, het algemeen bestuur van het waterschap).

6. Het proces van wetgeving

De Grondwet kent niet een ‘wetgevende macht’. Wetten zijn een besluit van regering en Staten-Generaal gezamenlijk. Wetsvoorstellen kunnen worden ingediend door de regering dan wel door de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Over wetsvoorstellen (en over algemene maatregelen van bestuur) adviseert de Raad van State. Bij de voorbereiding van een wetsvoorstel worden in het algemeen andere betrokkenen geconsulteerd. De Tweede Kamer heeft het recht van amendement. Veelal stelt de ministerraad een wetsvoorstel vast en zendt dit voor advies aan de Raad van State. De regering reageert op dit advies met een nader rapport. Vervolgens zendt de regering bij Koninklijke boodschap het -eventueel gewijzigde- wetsvoorstel naar de Tweede Kamer. Gedurende de behandeling in de Tweede Kamer kan het wetsvoorstel gewijzigd worden. Na aanvaarding door de Tweede Kamer behandelt de Eerste Kamer het wetsvoorstel. Wijzigingen zijn niet meer mogelijk, de Eerste Kamer kan alleen aanvaarden of verwerpen. Na aanvaarding door de Eerste Kamer bekrachtigt het staatshoofd het wetsvoorstel en wordt het een wet.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

7. De wijze van inwerkingtreding van nationale regels

Wetten worden ondertekend door de Koning en bekrachtigd door de verantwoordelijke minister. Een voorwaarde voor de inwerkingtreding is de publicatie van de wet in het Staatsblad (art. 88 Grw). De Minister van Justitie is verantwoordelijk voor de publicatie. In de wet zelf staat veelal wanneer deze inwerking treedt.

Ook algemene maatregelen van bestuur kunnen pas inwerking treden na publicatie in het Staatsblad. Ministeriële regelingen worden bekend gemaakt via de Nederlandsche Staatscourant.

Provinciale en gemeentelijke verordeningen verbinden niet dan wanneer zij zijn bekend gemaakt (zie bv. art. 139 Gemeentewet)

8. Middelen om eventuele conflicten tussen rechtsregels te regelen

Bij de voorbereiding worden alle wetten en algemene maatregelen van bestuur eerst getoetst door het Ministerie van Justitie. Dat toetst onder andere op de rechtmatigheid (de overeenstemming met hoger recht) en op de afstemming met andere regels. Ook de Raad van State beziet in zijn advisering deze beide elementen.

Afgezien van bovengenoemde conflictregels (hoog voor laag, nieuw voor oud, bijzonder voor algemeen) zijn er geen voorzieningen. De rechter mag de wet niet toetsen aan de Grondwet, wel aan internationale rechtsregels. Indien wetten blijken te conflicteren, moet de rechter in concrete gevallen daar een oplossing voor vinden. Dat kan overigens aanleiding zijn voor de regering een wetswijziging voor te stellen.

Regelingen - en ook andere besluiten - van lagere publiekrechtelijke organen (bijvoorbeeld van provincie, gemeente en waterschap) kunnen door hogere bestuurlijke organen als de Kroon vernietigd worden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. Ook de rechter kan zulke regelingen onverbindend verklaren.


« Rechtsorde - Algemene informatie | Nederland - Algemene informatie »

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Laatste aanpassing: 24-06-2005

 
  • Gemeinscheftsrecht
  • Internationaal recht

  • België
  • Bulgarije
  • Tsjechië
  • Denemarken
  • Duitsland
  • Estland
  • Ierland
  • Griekenland
  • Spanje
  • Frankrijk
  • Italië
  • Cyprus
  • Letland
  • Litouwen
  • Luxemburg
  • Hongarije
  • Malta
  • Nederland
  • Oostenrijk
  • Polen
  • Portugal
  • Roemenië
  • Slovenië
  • Slowakije
  • Finland
  • Zweden
  • Verenigd Koninkrijk