Europese Commissie > EJN > Rechtsorde > Luxemburg

Laatste aanpassing: 05-11-2009
Printversie Voeg toe aan favorieten

Rechtsorde - Luxemburg

 

INHOUDSOPGAVE

1. Wat zijn de instrumenten of „rechtsbronnen” waaruit rechtsregels kunnen worden afgeleid? 1.
1.1. Internationale rechtsbronnen 1.1.
1.1.1. Internationale verdragen 1.1.1.
1.1.2. Gemeenschapsrecht 1.1.2.
1.2. Nationale rechtsbronnen 1.2.
1.2.1. Rechtsregels op grondwettelijk niveau 1.2.1.
1.2.2. Rechtsregels op wettelijk niveau 1.2.2.
1.2.3. Rechtsregels op reglementair niveau 1.2.3.
2. Wat zijn in voorkomend geval de andere rechtsbronnen en welke waarde hebben ze? 2.
2.1. Rechtspraak 2.1.
2.1.1. Internationale rechtspraak 2.1.1.
2.1.2. Europese rechtspraak 2.1.2.
2.1.3. Nationale rechtspraak 2.1.3.
2.2. Algemene rechtsbeginselen 2.2.
3. Wat is in voorkomend geval de hiërarchie tussen deze verschillende instrumenten? 3.
4. Hoe treden rechtsregels in supranationale instrumenten in werking op het nationale grondgebied? 4.
4.1. Internationale verdragen 4.1.
4.2. Gemeenschapsrecht 4.2.
5. Welke autoriteiten zijn bevoegd voor de goedkeuring van rechtsregels? 5.
5.1. Internationale rechtsregels 5.1.
5.2. Nationale rechtsregels 5.2.
6. Hoe worden rechtsregels goedgekeurd? 6.
6.1. Wetten 6.1.
6.2. Reglementen 6.2.
7. Hoe treden de nationale rechtsregels in werking? 7.
8. Hoe worden in de lidstaat eventuele conflicten tussen verschillende rechtsregels opgelost? 8.

 

1. Wat zijn de instrumenten of „rechtsbronnen” waaruit rechtsregels kunnen worden afgeleid?

1.1. Internationale rechtsbronnen

Het Groot-Hertogdom Luxemburg is gebonden door internationale, bilaterale of multilaterale verdragen. Deze verbintenissen leggen niet alleen de Luxemburgse staat verplichtingen op in zijn betrekkingen met andere staten, maar sommige verdragen zijn ook rechtsbronnen voor individuele burgers (op basis van de Europese verdragen kunnen de burgers van de Europese Unie zich bijvoorbeeld rechtstreeks op het vrij verkeer beroepen).

1.1.1. Internationale verdragen

Dit zijn de internationale verdragen en akkoorden die het Groot-Hertogdom Luxemburg met vreemde staten heeft gesloten. Voorbeelden zijn het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend te Rome op 4 november 1950 of het Benelux-verdrag tussen België, Nederland en Luxemburg, ondertekend in Den Haag op 3 februari 1958.

1.1.2. Gemeenschapsrecht

Het Gemeenschapsrecht omvat de eigenlijke Europese verdragen (namelijk het Verdrag van Rome van 25 maart 1957, het Verdrag van Maastricht van 7 februari 1992 en het Verdrag van Nice van 26 februari 2001) en het afgeleid recht dat is opgenomen in de besluiten van de instellingen van de Europese Gemeenschap en de Europese Unie, namelijk richtlijnen, besluiten, verordeningen, adviezen en aanbevelingen.

1.2. Nationale rechtsbronnen
1.2.1. Rechtsregels op grondwettelijk niveau

De Grondwet van het Groot-Hertogdom Luxemburg is op 17 oktober 1868 afgekondigd. Het in 1868 ingevoerde grondwettelijk stelsel lijkt sterk op dat van de Belgische Grondwet van 1831. Ondanks vele kleine verschillen kunnen de handboeken over Belgisch grondwettelijk recht zonder voorbehoud worden geraadpleegd wat de algemene beginselen betreft. Hoewel de Grondwet sedert haar afkondiging al vaak werd gewijzigd, stemt de huidige Grondwet nog steeds in grote mate overeen met de in 1868 afgekondigde tekst.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

De Luxemburgse Grondwet is een grondwet van het strikte type, dat wil zeggen dat zij slechts kan worden gewijzigd volgens een bijzondere procedure, die complexer is dan de gewone wetgevingsprocedure. Voor een grondwetswijziging moeten in de Kamer van Afgevaardigden (Chambre des députés) twee opeenvolgende stemmingen worden gehouden. Een tweederde meerderheid van de stemmen van de kamerleden is vereist. Er mag niet bij volmacht worden gestemd. Tussen de twee stemmingen moet een termijn van ten minste drie maanden verlopen.

Indien binnen een termijn van twee maanden na de eerste stemming meer dan een kwart van de kamerleden of vijfentwintigduizend kiezers hierom verzoeken, wordt er een referendum gehouden over het voorstel dat bij de eerste stemming in de Kamer van Afgevaardigden is goedgekeurd. In dat geval wordt er geen tweede stemming in de Kamer van Afgevaardigden gehouden en de wijziging is slechts goedgekeurd als zij de meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen achter zich krijgt.

1.2.2. Rechtsregels op wettelijk niveau

Een wet is een rechtsregel die door de Kamer van Afgevaardigden is aangenomen en door de Groothertog is bekrachtigd en afgekondigd. De Luxemburgse wetgever beslist soeverein over de richting die aan het bestuursrecht moet worden gegeven, behoudens wanneer die vrijheid door een grondwettelijke bepaling of een internationale rechtsregel is beperkt.

Volgens de Luxemburgse Grondwet oefenen de Groothertog en de Kamer van Afgevaardigden gezamenlijk de wetgevende macht uit en kan geen enkele wet tot stand komen zonder de gezamenlijke instemming van deze twee takken van de wetgevende macht.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

1.2.3. Rechtsregels op reglementair niveau

Het spreekt voor zich dat wetten niet alle kwesties tot in het kleinste detail kunnen regelen. Voorts is het niet opportuun dat altijd een beroep moet worden gedaan op de vrij ingewikkelde wetgevingsprocedure, bijvoorbeeld voor materies waar de regelgeving frequent wordt gewijzigd.

Bij groothertogelijk reglement (règlement grand-ducal) wordt aan de wet uitvoering gegeven. Volgens de Luxemburgse Grondwet heeft de Groothertog tot taak „de reglementen en besluiten vast te stellen (of te doen vaststellen) die nodig zijn om aan de wetten uitvoering te geven, zonder wetten te kunnen schorsen of van de uitvoering van wetten te kunnen afzien”

2. Wat zijn in voorkomend geval de andere rechtsbronnen en welke waarde hebben ze?

2.1. Rechtspraak

De rechtspraak wordt niet probleemloos als rechtsbron aanvaard. Het Luxemburgse recht kent immers niet de „regel van het precedent” die in de Angelsaksische rechtsstelsels van toepassing is en de rechters zijn doorgaans niet gebonden door rechterlijke uitspraken in andere zaken, ook al gaat het om volledig vergelijkbare zaken. Voorts is het de rechters verboden algemeen geldende uitspraken te doen: hun uitspraak moet zich altijd beperken tot de concrete zaak die hun is voorgelegd.

In praktijk hebben vonnissen en arresten die in soortgelijke zaken zijn geveld desalniettemin een onmiskenbare invloed in een geschil. Wanneer een wettelijke bepaling voor interpretatie vatbaar is, is de macht van de rechter ontegensprekelijk groter, omdat hij het recht kan kneden door het uit te leggen. Ook is het mogelijk dat geen enkele tekst rechtsregels bevat die in een bepaald geschil van toepassing kunnen zijn. Omdat een rechter niet mag weigeren uitspraak te doen, moet hij in dat geval zelf de algemene regel formuleren waarop hij zijn uitspraak baseert.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

2.1.1. Internationale rechtspraak

Het Groothertogdom Luxemburg erkent het rechtstreekse gezag van verschillende internationale rechtbanken, waaronder het Europees Hof voor de rechten van de mens in Straatsburg.

2.1.2. Europese rechtspraak

Krachtens artikel 234 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is de rechtspraak van het Hof van Justitie bindend voor de nationale rechterlijke instanties wanneer het bij wijze van prejudiciële beslissing uitspraak doet. Aan de hand van een prejudiciële verwijzing kunnen nationale rechters, alvorens uitspraak te doen, het Hof van Justitie verzoeken om een oplossing van de problemen die zich voordoen bij de toepassing van bepalingen van het Gemeenschapsrecht waarop individuele burgers zich beroepen.

2.1.3. Nationale rechtspraak

Als algemene regel geldt dat de uitspraken die in burgerlijke en handelszaken worden gedaan slechts betrekkelijk gezag van gewijsde hebben: deze beslissingen zijn bindend voor de partijen die bij het geschil betrokken zijn, maar hebben geen gevolgen voor de opbouw van het recht.

Dit geldt ook voor de meeste uitspraken van de administratieve rechtbanken. De uitzondering hierop zijn de vonnissen van de Administratieve Rechtbank (tribunal administratif) of de arresten van het Administratief Hof (cour administrative) in beroepen tegen een reglement. In dat geval heeft het vonnis of het arrest algemene draagwijdte en wordt het gepubliceerd in de Mémorial, het publicatieblad van het Groothertogdom Luxemburg.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

De arresten van het Grondwettelijk Hof (cour constitutionnelle) hebben ook algemene draagwijdte en worden in de Mémorial gepubliceerd.

2.2. Algemene rechtsbeginselen

Bij de rechtsregels die door de rechters worden geformuleerd moet in het bijzonder worden gewezen op de categorie algemene rechtsbeginselen, die gedefinieerd worden als „verplichte rechtsregels voor het bestuur en waarvan het bestaan op praetoriaanse wijze door de rechter wordt beschermd”.

3. Wat is in voorkomend geval de hiërarchie tussen deze verschillende instrumenten?

In de interne rechtsorde bestaat er een hiërarchie tussen de rechtsbronnen. De Grondwet is de hoogste rechtsbron, gevolgd door de wetten en de reglementen.

Omdat de Grondwet hierover niets bepaalt, is de verhouding tussen het internationale recht en het Luxemburgse recht volledig in de rechtspraak vastgelegd.

De Luxemburgse rechtspraak dienaangaande is zich vanaf het begin van de jaren vijftig beginnen te ontwikkelen toen eerst het Hof van Cassatie (cour de cassation) en vervolgens de Raad van State (conseil d'état) komaf hebben gemaakt met het tot dan toe verdedigde standpunt dat de rechter de conformiteit van de wetten met internationale verdragen niet kon controleren vanwege de scheiding der machten.

Volgens het relevante arrest van de Raad van State van 1951 „is een internationaal verdrag dat ingevolge een ratificatiewet in de nationale wetgeving is opgenomen, een wet die in wezen superieur is omdat zij een hogere oorsprong heeft dan de wil van een intern orgaan. Hieruit volgt dat in geval van conflict tussen de bepalingen van een internationaal verdrag en die van een latere nationale wet, de internationale wet voorrang moet krijgen op de nationale wet” (Raad van State, 28 juli 1951, Pas. lux. t. XV, blz. 263).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Dit arrest is zeer ruim geformuleerd, aangezien het zonder voorbehoud bevestigt dat de internationale rechtsregel voorrang heeft op de wil van alle interne organen. De Luxemburgse rechtbanken hebben echter nooit uitdrukkelijk verklaard dat internationale normen voorrang hebben op de Grondwet.

Opgemerkt zij daarentegen dat bij een geplande grondwetswijziging in 1956 verzet is gerezen tegen volgende ontwerptekst van de regering: „De regels van het internationale recht maken deel uit van de nationale rechtsorde. Zij hebben voorrang op de wetten en op alle andere nationale bepalingen”. In de commentaar op deze regeling was duidelijk vermeld dat deze formulering ook op de bepalingen van de Grondwet betrekking had.

De Raad van State heeft deze voorrang echter impliciet erkend in een advies van 26 mei 1992 over het ontwerp van de wet tot ratificatie van het Verdrag betreffende de Europese Unie. Daarin heeft hij als argument aangevoerd dat „niet uit het oog mag worden verloren dat volgens de hiërarchie van de rechtsregels het internationale recht primeert op het nationale recht en dat de rechters in geval van conflict het verdrag voorrang moeten geven op het nationale recht. Omdat het van belang is contradicties tussen het nationale recht en het internationale recht te voorkomen, vraagt de Raad van State met aandrang dat er zo snel mogelijk een grondwetswijziging wordt doorgevoerd om een dergelijke onverenigbaarheid de pas af te snijden”. Het Groothertogdom Luxemburg lijkt dus de weg van het internationalisme te zijn ingeslagen.

Deze stand van zaken is ongetwijfeld een technisch gevolg van het feit dat er in Luxemburg geen controle van de grondwettelijkheid van wetten bestaat. Het Grondwettelijk Hof, dat in 1999 is opgericht om wetten aan de Grondwet te toetsen, mag immers geen uitspraak doen over de vraag of een wet tot ratificatie van een internationaal verdrag conform met de Grondwet is.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

4. Hoe treden rechtsregels in supranationale instrumenten in werking op het nationale grondgebied?

4.1. Internationale verdragen

De Luxemburgse Grondwet is bijzonder beknopt wat de procedure voor de ratificatie van internationale verdragen betreft, aangezien zij alleen bepaalt dat „verdragen pas gevolgen sorteren nadat zij bij wet zijn goedgekeurd en gepubliceerd zijn op de wijze waarop wetten worden gepubliceerd”.

Het Groothertogdom Luxemburg is een land met een monistische traditie, dat wil zeggen dat het verdrag zelf net als een nationale rechtsregel van het Groothertogdom Luxemburg van toepassing is, zonder dat het in een of andere vorm moet worden omgezet.

Een ratificatiewet heeft dus maar een heel korte inhoud en blijft doorgaans beperkt tot één artikel waarbij verdrag x of y „wordt geratificeerd”. Deze wet heeft geen enkele normatieve inhoud. De ratificatiewet keurt goed, maar zet niet om: de enige bedoeling is de regering machtigen tot ratificatie van het verdrag.

Een ratificatiewet wordt volgens de gewone procedure door het parlement gestemd. De stemming vindt normaal gezien plaats bij gewone meerderheid, tenzij het verdrag een delegatie van bevoegdheden behelst (zie hieronder). Bij de wijziging van 1956 is in de Luxemburgse Grondwet een uitdrukkelijke bepaling opgenomen waardoor bevoegdheden bij verdrag aan internationale organisaties kunnen worden overgedragen. Artikel 49bis van de Grondwet bepaalt dat „de uitoefening van bevoegdheden die de Grondwet aan de wetgevende, de uitvoerende en de rechterlijke macht toekent, tijdelijk bij verdrag aan instellingen van internationaal recht kunnen worden overgedragen”. Artikel 37, tweede alinea, van de Grondwet bepaalt echter dat verdragen van dat type door de Kamer van Afgevaardigden met een versterkte meerderheid moeten worden geratificeerd.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Tenzij uitdrukkelijk anders bepaald heeft de goedkeuring van een ratificatiewet niet tot gevolg dat een verdrag in de Luxemburgse rechtsorde in werking treedt. De ratificatiewet is een conditio sine qua non maar de inwerkingtreding van het verdrag vindt echter pas na de ratificatie plaats. In Luxemburg is het immers zo dat zelfs na goedkeuring door de Kamer van Afgevaardigden de uitvoerende macht alle bevoegdheid behoudt om de tekst te ratificeren. De rechters hebben geen controle op de uitoefening van deze bevoegdheid.

Doorgaans hangt de inwerkingtreding van een verdrag in de Luxemburgse rechtsorde van drie voorwaarden af. Ten eerste moet de Groothertog het verdrag geratificeerd hebben, ten tweede moet het verdrag op internationaal niveau in werking zijn getreden, en ten derde moet de tekst van het verdrag integraal in de Mémorial zijn gepubliceerd op dezelfde wijze als een wet.

Opgemerkt zij dat de publicatie van een verdrag (opgelegd door artikel 37 van de Grondwet) en de publicatie van de ratificatiewet van dat verdrag twee verschillende vereisten zijn. In de meeste gevallen worden beide voorwaarden tezelfdertijd vervuld doordat de tekst van het verdrag onmiddellijk na die van de ratificatiewet in de Mémorial wordt gepubliceerd. Maar deze twee handelingen mogen niet met elkaar worden verward. De publicatie van het verdrag kan op een ander tijdstip plaatsvinden omdat het geen integrerend onderdeel van de ratificatiewet is.

4.2. Gemeenschapsrecht

De Luxemburgse Grondwet bevat geen enkele specifieke bepaling in verband met de omzetting van de afgeleide Europese rechtsregels in de Luxemburgse rechtsorde.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Het gebruikelijke instrument voor de tenuitvoerlegging van Europese richtlijnen is een wet die door het parlement bij gewone meerderheid wordt goedgekeurd.

De regel is dus dat de Europese richtlijnen door middel van een wet in Luxemburgs recht worden omgezet. Betreft de richtlijn een materie die reeds door een niet-tegenstrijdige Luxemburgse wet is geregeld, dan hoeft geen formele wet te worden goedgekeurd. In dat geval kan de omzetting gebeuren door middel van een groothertogelijk reglement, dat door de regering wordt genomen in uitoefening van haar algemene uitvoeringsbevoegdheid uit hoofde van de artikelen 33 en 36 van de Grondwet. In voorkomend geval voert de Groothertog formeel gezien de Luxemburgse wet uit, ook al is de inhoud van het reglement in werkelijkheid door de Europese richtlijn geïnspireerd.

Evenmin hoeft er een wet te worden goedgekeurd indien de door de richtlijn geharmoniseerde materie is opgenomen in een machtigingswet waarmee het parlement de regering de bevoegdheid toekent om materies die normaal gezien bij wet moeten worden geregeld, bij gewoon reglement te regelen.

Sinds 1915 keurt de Kamer van Afgevaardigden jaarlijks dergelijke „machtigingswetten” goed. Op die manier beschikt de regering over uitgebreide reglementaire bevoegdheden op economisch en financieel gebied, die haar zelfs zonder een uitdrukkelijke verwijzing naar Europa ongetwijfeld in staat zouden stellen vele Europese richtlijnen om te zetten.

Vandaag is de omzetting van Europese richtlijnen echter geregeld door een specifieke machtigingswet van 9 augustus 1971, gewijzigd bij de wet van 8 augustus 1980. Deze wet machtigt de regering tot uitvoering en bekrachtiging van de richtlijnen van de Europese Gemeenschappen op economisch, technisch en sociaal gebied en op het gebied van land- en bosbouw en vervoer. In afwijking van de gewone reglementaire procedure moet de werkgroep van de Kamer van Afgevaardigden met deze reglementen instemmen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Zowel in de wetgevingsprocedure als in de procedure voor de goedkeuring van groothertogelijke reglementen moet de regering haar ontwerptekst ter advies aan de Raad van State en de beroepskamers (chambres professionnelles) voorleggen. Anders dan in de wetgevingsprocedure hoeft de regering in het kader van de reglementaire procedure geen advies in te winnen indien zij kan inroepen dat de geplande maatregel spoedeisend is. Echter, bij de omzetting van een Europese richtlijn door middel van een reglement mag de regering van deze mogelijkheid geen gebruik maken. Krachtens de machtigingswet van 9 augustus 1971 moeten de raadpleging van de Raad van State en de instemming van de werkgroep van de Kamer van Afgevaardigden deel uitmaken van de gewone reglementaire procedure.

Zowel in het ene als in het andere geval wordt de tekst van het groothertogelijk reglement door de ministerraad goedgekeurd, vervolgens door de bevoegde minister ondertekend en ten slotte aan de Groothertog voorgelegd. Het reglement treedt in werking na publicatie ervan in de Mémorial.

5. Welke autoriteiten zijn bevoegd voor de goedkeuring van rechtsregels?

5.1. Internationale rechtsregels

Artikel 37 van de Luxemburgse Grondwet bepaalt dat „verdragen door de Groothertog worden gesloten”. Hieraan wordt echter toegevoegd dat „verdragen pas gevolgen sorteren nadat zij bij wet zijn goedgekeurd en gepubliceerd zijn op de wijze waarop wetten worden gepubliceerd”.

Opgemerkt zij dat goedkeuring vereist is voor alle internationale verdragen, ongeacht het onderwerp, en dat goedkeuring bij wet moet gebeuren. Deze laatste precisering is in 1956 ingevoerd op uitdrukkelijk verzoek van de Raad van State die van oordeel was dat „deze instemming onlosmakelijk verbonden is met de procedure om wetten goed te keuren, omdat de Grondwet slechts één procedure erkent die op alle wilsuitingen van de Kamer van Afgevaardigden van toepassing is, ongeacht de materie”.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

5.2. Nationale rechtsregels

Volgens de Luxemburgse Grondwet oefenen de Groothertog en de Kamer van Afgevaardigden gezamenlijk de wetgevende macht uit en kan geen enkele wet tot stand komen zonder de gezamenlijke instemming van deze twee takken van de wetgevende macht (artikel 46 van de Grondwet).

Elke tak van de wetgevende macht heeft initiatiefrecht. Een wetgevend initiatief van de Groothertog is een wetsontwerp (projet de loi) , een wetgevend initiatief van de Kamer van Afgevaardigden is een wetsvoorstel (proposition de loi).

6. Hoe worden rechtsregels goedgekeurd?

6.1. Wetten

Het Luxemburgse Parlement is een eenkamerparlement.

Om het met het eenkamerstelsel gepaard gaande risico op impulsieve voorstellen te verzachten, is in de Luxemburgse Grondwet bepaald dat er over elk wetsontwerp in beginsel twee maal moet worden gestemd. Tussen beide stemmingen moet een termijn van ten minste drie maanden verlopen.

Artikel 59 van de Grondwet bepaalt echter dat van de vereiste van een tweede stemming („tweede grondwettelijke stemming“ genoemd) kan worden afgeweken, „indien de Kamer van Afgevaardigden met instemming van de Raad van State in een openbare zitting anders beslist”.

De Raad van State oefent hier een zeer originele functie uit, die lijkt op de rol van de tweede wetgevende kamer in andere staten (en in het bijzonder op de rol van de House of Lords in Engeland). Hij komt een eerste maal tussen vóór de parlementaire debatten, aangezien hij krachtens artikel 83bis van de Grondwet over alle wetsontwerpen en –voorstellen advies moet uitbrengen. Vervolgens komt hij een tweede keer tussen na de eerste stemming in de Kamer van Afgevaardigden om in een openbare zitting te beslissen of hij al dan niet vrijstelling verleent van de tweede stemming.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

In de praktijk worden de meeste wetten van de tweede stemming vrijgesteld. Na een wet te hebben gestemd, verleent de Kamer van Afgevaardigden systematisch vrijstelling, wat niet meer dan normaal is. De Raad van State volgt een beleid waarbij hij in bijna alle gevallen vrijstelling verleent en deze slechts in zeer ernstige gevallen weigert. Eventuele belemmeringen voor het verlenen van vrijstelling worden doorgaans in de voorbereidende fase weggewerkt.

Opgemerkt zij voorts dat de Raad van State niet over een werkelijk vetorecht beschikt, wat een bevoegdheid is die moeilijk verenigbaar zou zijn met het feit dat de Raad van State geen democratisch orgaan is. De leden van de Raad van State worden door de Groothertog benoemd. Is er een vacature, dan worden de vervangers bij toerbeurt benoemd, de eerste rechtstreeks door de Groothertog, de tweede uit een lijst van drie kandidaten voorgesteld door de Kamer van Afgevaardigden, en de derde uit een lijst van drie kandidaten voorgesteld door de Raad van State. De Raad van State kan niet meer dan de stemming van een wet met twee maanden vertragen en op die manier de wetgever verplichten wat langer na te denken.

De Groothertog komt niet alleen aan het begin van de wetgevende procedure tussen (voor de wetsontwerpen) , maar ook na de definitieve goedkeuring van de wettekst door de Kamer van Afgevaardigden. Artikel 34 van de Luxemburgse Grondwet bepaalt dat „de Groothertog de wetten bekrachtigt en afkondigt. Hij deelt zijn beslissing dienaangaande mede binnen een termijn van drie maanden na de stemming van de Kamer van Afgevaardigden”.

6.2. Reglementen

De Grondwet stelt als enige formele vereiste voor groothertogelijke reglementen dat ze mede door een minister zijn ondertekend

Bovenkant paginaBovenkant pagina

De Grondwet is op dit punt door andere teksten aangevuld, namelijk de organieke wet van de Raad van State waarin is bepaald dat de Groothertog, behoudens in spoedeisende gevallen, de reglementaire teksten ter advies aan de Raad van State moet voorleggen.

Voorts bepaalt het groothertogelijk reglement van 9 juli 1957 over de organisatie van de regering dat de ministerraad moet beraadslagen over alle maatregelen die aan de Groothertog worden voorgelegd. Wordt deze regel niet in acht genomen, dan wordt het reglement vernietigd.

7. Hoe treden de nationale rechtsregels in werking?

In het Groothertog Luxemburg treden de wetten en reglementen pas in werking na publicatie in de Mémorial, Journal officiel du Grand-Duché de Luxembourg (publicatieblad van het Groothertogdom Luxemburg).

8. Hoe worden in de lidstaat eventuele conflicten tussen verschillende rechtsregels opgelost?

In de Luxemburgse rechtsorde kunnen wetten die met de Grondwet strijdig zijn door het Grondwettelijk Hof ongrondwettelijk worden verklaard. Een zaak kan bij het Grondwettelijk Hof aanhangig worden gemaakt door de gewone of administratieve (Luxemburgse) rechtbanken wanneer een partij in het kader van een procedure als argument aanvoert dat een wet ongrondwettelijk is. Een zaak kan niet rechtstreeks bij het Grondwettelijk Hof aanhangig worden gemaakt.

Tegen reglementen en besluiten die onwettig zijn kan een beroep tot nietigverklaring worden ingesteld bij de Administratieve Rechtbank met mogelijkheid van hoger beroep bij het Administratief Hof. Een beroep tot nietigverklaring is slechts ontvankelijk indien het wordt ingesteld binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de publicatie van het reglement of het besluit. Komt de wettelijkheid van een reglement of een besluit na het verstrijken van deze termijn ter sprake voor een gewone of administratieve rechtbank, dan kan deze instantie beslissen de wet te laten primeren op het reglement of het besluit, maar anders dan bij een rechtstreeks beroep dat binnen een termijn van drie maanden na de publicatie wordt ingesteld, heeft die uitspraak geen algemeen gezag van gewijsde.



« Rechtsorde - Algemene informatie | Luxemburg - Algemene informatie »

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Laatste aanpassing: 05-11-2009

 
  • Gemeinscheftsrecht
  • Internationaal recht

  • België
  • Bulgarije
  • Tsjechië
  • Denemarken
  • Duitsland
  • Estland
  • Ierland
  • Griekenland
  • Spanje
  • Frankrijk
  • Italië
  • Cyprus
  • Letland
  • Litouwen
  • Luxemburg
  • Hongarije
  • Malta
  • Nederland
  • Oostenrijk
  • Polen
  • Portugal
  • Roemenië
  • Slovenië
  • Slowakije
  • Finland
  • Zweden
  • Verenigd Koninkrijk