Europese Commissie > EJN > Rechtsorde > Duitsland

Laatste aanpassing: 15-03-2007
Printversie Voeg toe aan favorieten

Rechtsorde - Duitsland

De nationale geschreven rechtsbronnen zijn in wezen de grondwet, de wetten, de Algemene Maatregelen van Bestuur en de statuten; daarnaast komen als ongeschreven rechtsbronnen de algemene regels van het volkenrecht, het gewoonterecht en de jurisprudentie.

Deze rechtsbronnen bestaan als gevolg van de federale structuur van de Bondsrepubliek Duitsland tot op zekere hoogte „dubbel”, zowel op het niveau van de Bond als op dat van de deelstaten. De verhouding van deze beide rechtskringen tot elkaar wordt bepaald door artikel 31 van de grondwet (zijnde de constitutie op bondsniveau). In het geval van een collisie van het bondsrecht met het recht van de deelstaten prevaleert het bondsrecht. Dit geldt onafhankelijk van de rangverhouding van de in collisie komende rechtsnormen; in een voorkomend geval prevaleert derhalve een statuut van Bond boven de grondwet van een deelstaat.

Onverminderd de algemene voorrang van het bondsrecht wordt de rangorde van de rechtsnormen bepaald door hun ontstaansgrond, dat wil zeggen dat de rangorde wordt bepaald door het wetgevende orgaan.

Aan de top van het bondsrecht en daardoor van de nationale normpiramide staat de grondwet (GW), die als de constitutie van Duitsland de basis vormt van de totale Duitse staats- en rechtsorde en alleen met een meerderheid van tweederde van de leden van de Bondsdag (het parlement) en tweederde van de stemmen van de Bondsraad kan worden gewijzigd (artikel 79, lid 2, GW). Bepaalde kernbegrippen van de grondwet zijn volledig uitgesloten van een eventuele wijziging (artikel 79, lid 3, GW). Elke rechtsvoorschrift moet zowel formeel alsook materieel in overeenstemming zijn met de grondwet. Met name de grondrechten binden de wetgevende, de uitvoerende en de rechterlijke macht als rechtsreeks geldend recht (artikel 1, lid 3, GW). Betrokkenen kunnen in rechte opkomen tegen maatregelen die in strijd met de grondwet zijn genomen, in laatste instantie door een klacht in te dienen bij het Federaal Constitutioneel Hof (Bundesverfassungsgericht).

Tussen de grondwet en de wetten staan de algemene regels van het volkenrecht. Zij maken krachtens een uitdrukkelijke regeling van de grondwet onderdeel uit van het bondsrecht, hebben voorrang boven de wetten en leggen rechtstreeks rechten en plichten op aan de inwoners van de Bondsrepubliek (artikel 25 GW). Tot de algemene regels van het volkenrecht die zich tot de burger richten - die dus niet enkel tot de staat zijn gericht - behoren bijvoorbeeld de waarborg van een passende rechtsbescherming voor buitenlanders of het beginsel van specialiteit, op grond waarvan een strafvervolging wordt begrensd door de uitleveringstoestemming van de vreemde staat.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Onder de grondwet staan de wetten. De wetgevingsbevoegdheid van de Bond wordt door de grondwet enumeratief bepaald (met name door de artikelen 73-75 GW). De wetten worden vastgesteld door de Bondsdag met medewerking van de Bondsraad. Wetsontwerpen kunnen worden ingediend door de bondsregering, de Bondsraad en uit het midden van de Bondsdag (door een fractie of door 5 % van de leden). Voor het besluit van de Bondsdag tot vaststelling van een wet is in de door de grondwet uitdrukkelijk bepaalde gevallen (thans circa 60 % van alle wetten) de toestemming van de Bondsraad vereist. Tegen de overige besluiten tot vaststelling van een wet kan de Bondsraad enkel bezwaar maken, hetgeen door de Bondsdag kan worden afgewezen. Bij verschillen van mening tussen de Bondsdag en de Bondsraad kan een bemiddelingscommissie worden ingesteld, die is samengesteld uit (momenteel respectievelijk) 16 leden uit de Bondsdag en uit de Bondsraad. De bemiddelingscommissie dient compromisvoorstellen te ontwikkelen, maar kan niet zelf in plaats van de Bondsdag en Bondsraad beslissen (voor meer over de wetgevingsprocedure wordt verwezen naar de artikelen 76 tot en met 78 GW).

Bondswetten worden door de bondspresident - na medeondertekening door de bevoegde leden van de bondsregering - uitgevaardigd en in het Staatsblad afgekondigd. Indien geen sprake is van een afwijkende regeling voor inwerkingtreding, treden ze in werking op de 14e dag na afloop van de dag, waarop het Staatsblad is uitgegeven (artikel 82 GW).

De strijdigheid van een wet met de grondwet kan in het kader van een concreet geschil door de gewone rechter worden getoetst. De rechter kan een wet echter niet zelf in strijd met de grondwet verklaren. Indien een rechter namelijk van oordeel is dat een wet, waarvan de geldigheid doorslaggevend is bij de beslissing van een concreet geschil, in strijd is met de grondwet, dan moet hij de procedure opschorten en de beslissing inroepen van het Federaal Constitutioneel Hof (artikel 100 GW). Alsdan kan het Federaal Constitutioneel Hof verbindend vaststellen, dat het parlement als democratisch gekozen wetgever in strijd met de grondwet heeft gehandeld.

De Algemene Maatregelen van Bestuur staan in rang onder de wetten. Zij worden uitgevaardigd door de uitvoerende macht (bondsregering, bondsminister, deelstaatregering; indien nodig ook andere overheidsinstanties) op grond van een wettelijke machtiging, die voor wat betreft inhoud, doel en omvang voldoende bepaald moet zijn. Omdat ze qua rang onder de wetten staan, mogen ze daarmee niet in strijd zijn (voorrang van de wet).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Besluiten die voor de betrokkenen een wezenlijke wijziging van hun rechtssituatie tot gevolg hebben, kunnen niet door een Algemene Maatregel van Bestuur, maar alleen door middel van de wet zelf worden genomen (wettelijk voorbehoud).

De Algemene Maatregelen van Bestuur van de Bond moeten worden goedgekeurd door de Bondsraad, indien zich één van de hiervoor in de grondwet nader geregelde voorwaarden voordoet of indien de wettelijke machtiging dat bepaalt (artikel 80, leden 1 en 2 GW).

De Algemene Maatregelen van Bestuur worden afgekondigd door het overheidsorgaan dat ze uitvaardigt. De door de Bond uitgevaardigde Algemene Maatregelen van Bestuur worden doorgaans in het Staatsblad of in de Staatscourant afgekondigd. Onder vermelding van de plaats van publicatie en de datum van hun inwerkingtreding wordt in het Staatsblad aandacht besteed aan en gewezen op de Algemene Maatregelen van Bestuur, die in de Staatscourant worden afgekondigd (artikel 82, lid 1, GW in samenhang met § 1 van het Gesetz über die Verkündung von Rechtsverordnungen1).

Indien een Algemene Maatregel van Bestuur in strijd is met de wet, kunnen betrokkenen daartegen in rechte opkomen - in elk geval indirect in het kader van een klacht tegen een op de Algemene Maatregel van Bestuur gebaseerde concrete beslissing van de overheid, in het geval van Algemene Maatregelen van Bestuur afkomstig van de deelstaten deels ook direct (§ 47 Verwaltungsgerichtsordnung2).

Statuten zijn rechtsvoorschriften, die afkomstig zijn van een door de staat ingestelde publiekrechtelijke rechtspersoon (rechtspersoonlijkheid bezittend publiekrechtelijk lichaam, instelling of stichting). De belangrijkste toepassingsgebieden zijn de gemeentelijke, academische, beroeps- en sociaal verzekeringsrechtelijke zelfstandige bestuursorganen (zoals bijvoorbeeld de gemeentelijke tarievenstatuten voor straatreiniging en vuilafvoer of de statuten van Universiteiten). Vaak worden statuten ook als „verordeningen” aangeduid.

De bevoegdheid voor het uitvaardigen van statuten is gedeeltelijk grondwettelijk gewaarborgd (met name op het gebied van het gemeentelijk zelfbestuur, artikel 28, lid 2, 1e volzin GW). Voor het overige berust deze bevoegdheid, evenals in het geval van de Algemene Maatregelen van Bestuur, op een wettelijke machtiging. Anders dan in het geval van de bevoegdheid tot het uitvaardigen van Algemene Maatregelen van Bestuur, verleent de wet echter niet (alleen) de bevoegdheid voor het uitvaardigen van individuele inhoudelijk van tevoren bepaalde voorschriften, maar wordt er een binnen het bereik van het desbetreffende zelfbestuur volledige regelgevende bevoegdheid verleend (statutenautonomie). De statuten zijn derhalve een van de staat afgeleide rechtsbron. Ze bevatten echter geen staatsrecht maar autonoom recht, dat nochtans binnen het kader van het staatsrecht moet blijven. Inhoudelijk beperkt de bevoegdheid tot het vaststellen van statuten zich tot de eigen aangelegenheden van de desbetreffende instelling en de statuten binden enkel de eigen leden respectievelijk de daaraan onderworpen personen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Vastgesteld worden de statuten door het (regelmatig democratisch gelegitimeerde) collegiale orgaan van de bevoegde rechtspersoon. Vaak moeten de statuten worden goedgekeurd door de bevoegde controlerende instantie, die door middel van toezicht waarborgt, dat de statuten zich binnen het bereik van het zelfbestuur bewegen en de staatsrechtelijke grenzen in acht worden genomen. Uitvaardiging en afkondiging van de statuten wordt in de desbetreffende staatswet verder geregeld.

Ook indien de statuten in strijd zijn met het recht kunnen betrokkenen daartegen in rechte opkomen - indirect in het kader van een klacht tegen een op de statuten gegronde concrete overheidsbeslissing, voor een deel ook door middel van de Normenkontrollklage3 ingevolge § 47 van de Verwaltungsgerichtsordnung.

Het recht op het niveau van de deelstaten komt, voor wat de aard en de rangorde van de rechtsnormen betreft, overeen met het bondsrecht, zodat de hiervoor beschreven uiteenzetting overeenkomstig geldt. Alleen de bondsrechtelijke regeling van de algemene regels van het volkenrecht heeft op het niveau van de deelstaten geen equivalent.

Het onderhouden van buitenlandse betrekkingen en daarmee de bevoegdheid voor het afsluiten van volkenrechtelijke verdragen is in principe een aangelegenheid van de Bond. Volkenrechtelijke verdragen worden zodoende afgesloten door de bondsregering.

Voor volkenrechtelijke verdragen, die de politieke betrekkingen van de Bond regelen of betrekking hebben op onderwerpen van de bondswetgeving, is de toestemming of de medewerking in de vorm van een bondswet vereist van het desbetreffende lichaam dat verantwoordelijk is voor de bondswetgeving. In overeenstemming met de algemene regels moet de Bondsraad bij de wetgevingsprocedure worden betrokken, dat wil zeggen dat voor een deel zijn toestemming is vereist.

Bij verdragen van de Bond met betrekking tot andere dan de bovengenoemde onderwerpen is geen wet van de Bondsraad vereist. Deze verdragen worden namelijk omgezet met de instrumenten van de uitvoerende macht (Algemene Maatregelen van Bestuur, bestuursvoorschriften, beschikkingen).

Ook de deelstaten kunnen - voor zover ze exclusief bevoegd zijn met betrekking tot de desbetreffende wetgeving - met toestemming van de bondsregering verdragen sluiten met vreemde staten. Indien het verdrag onderwerpen raakt van de wetgeving van de deelstaat, heeft - in overeenstemming met de grondwet van de desbetreffende deelstaat - de toestemming van het parlement van de deelstaat de omzetting in het recht van de deelstaat tot gevolg. Voorts kunnen de deelstaten verdragen sluiten op gebieden, waarop de deelstaatregeringen gemachtigd zijn tot het uitvaardigen van Algemene Maatregelen van Bestuur.

1 Wet inzake de afkondiging van Algemene Maatregelen van Bestuur

2 Wetboek van Administratief Recht

3 een aanklacht van bonds- of deelstaatregering ter beoordeling van de verenigbaarheid van een wetsvoorstel met de grondwet

« Rechtsorde - Algemene informatie | Duitsland - Algemene informatie »

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Laatste aanpassing: 15-03-2007

 
  • Gemeinscheftsrecht
  • Internationaal recht

  • België
  • Bulgarije
  • Tsjechië
  • Denemarken
  • Duitsland
  • Estland
  • Ierland
  • Griekenland
  • Spanje
  • Frankrijk
  • Italië
  • Cyprus
  • Letland
  • Litouwen
  • Luxemburg
  • Hongarije
  • Malta
  • Nederland
  • Oostenrijk
  • Polen
  • Portugal
  • Roemenië
  • Slovenië
  • Slowakije
  • Finland
  • Zweden
  • Verenigd Koninkrijk