Europese Commissie > EJN > Rechtsorde > Frankrijk

Laatste aanpassing: 05-10-2007
Printversie Voeg toe aan favorieten

Rechtsorde - Frankrijk

 

INHOUDSOPGAVE

1. Wat zijn de instrumenten of de rechtsbronnen die de juridische regels uitdrukken (bijvoorbeeld: internationale verdragen, het Gemeenschapsrecht, de grondwet, wetten, besluiten, verordeningen, uitvoeringsbesluiten, etc.)? 1.
1.1. Internationale rechtsbronnen 1.1.
1.1.1. Internationale verdragen 1.1.1.
1.1.2. Het Gemeenschapsrecht 1.1.2.
1.2. Nationale rechtsbronnen 1.2.
1.2.1. Regels met constitutionele waarde 1.2.1.
1.2.2. Regels met wetgevende waarde 1.2.2.
1.2.3. Regels met verordenende waarde 1.2.3.
2. Wat zijn, in voorkomend geval, de andere rechtsbronnen (met name, bijvoorbeeld, de algemene rechtsbeginselen, het gewoonterecht, de rechtspraak van de gerechtshoven en de rechtbanken) en wat is hun waarde? 2.
2.1. Algemene rechtsbeginselen 2.1.
2.2. Rechtspraak 2.2.
2.2.1. Internationale rechtspraak 2.2.1.
2.2.2. Europese rechtspraak 2.2.2.
2.2.3. Nationale rechtspraak 2.2.3.
3. Hoe is, in voorkomend geval, de hiërarchie tussen deze verschillende instrumenten opgebouwd (hiërarchie van de rechtsnormen)? 3.
4. Hoe worden supranationale rechtsregels in de Franse rechtsorde opgenomen? 4.
4.1. Internationale verdragen 4.1.
4.2. Gemeenschapsnormen 4.2.
5. Welke overheden zijn bevoegd om rechtsregels uit te vaardigen? 5.
5.1. Internationale normen 5.1.
5.2. Nationale normen 5.2.
6. Hoe worden deze rechtsregels uitgevaardigd? 6.
6.1. Wetten 6.1.
6.2. Verordeningen 6.2.
7. Op welke wijze treden Franse rechtsregels in werking? 7.
7.1. Publicatie 7.1.
7.2. Kennisgeving 7.2.
8. Welke zijn de middelen om eventuele conflicten tussen verschillende rechtsregels op te lossen? 8.

 

Onder "rechtsbronnen" wordt verstaan de oorsprong van de rechtsregels die de rechtsorde vormen

1. Wat zijn de instrumenten of de rechtsbronnen die de juridische regels uitdrukken (bijvoorbeeld: internationale verdragen, het Gemeenschapsrecht, de grondwet, wetten, besluiten, verordeningen, uitvoeringsbesluiten, etc.)?

1.1. Internationale rechtsbronnen

1.1.1. Internationale verdragen

Het betreft hier internationale verdragen en overeenkomsten die zijn gesloten tussen Frankrijk en andere staten, zoals bijvoorbeeld het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, dat op 4 november 1950 te Rome werd ondertekend en voor Frankrijk in 1974 in werking is getreden, bij welk verdrag thans een veertigtal lidstaten van de Raad van Europa zijn aangesloten.

1.1.2. Het Gemeenschapsrecht

Naast de regels die voortvloeien uit de Gemeenschapsverdragen, zijn het de zogenaamde regels van het “afgeleide recht” die zijn vervat in rechtsinstrumenten die zijn aangenomen door de instellingen van de Europese Gemeenschap en van de Europese Unie, welke regels met name zijn vastgelegd in het Verdrag van Rome van 25 maart 1957 en in het Verdrag van Maastricht van 7 februari 1992. De nomenclatuur van deze rechtsinstrumenten omvat: richtlijnen, beschikkingen, besluiten, verordeningen, adviezen en aanbevelingen.

1.2. Nationale rechtsbronnen

1.2.1. Regels met constitutionele waarde
  • De Grondwet van 4 oktober 1958;
  • de Preambule van de Grondwet van 27 oktober 1946, de Verklaring van de rechten van de mens en van de burger van 26 augustus 1789, alsmede de grondbeginselen die erkend worden bij de wetten van de Republiek en waarnaar de Preambule verwijst;
  • de organieke wetten (lois organiques), die in de Grondwet zijn neergelegd ter vaststelling van de wijzen van toepassing van een aantal bepalingen aangaande de staatsinrichting.
1.2.2. Regels met wetgevende waarde

De wet (lois), een instrument dat wordt opgesteld door het Parlement dat wetgevende macht bezit, is de uitdrukking van de algemene wil. Artikel 34 van de Grondwet geeft een limitatieve omschrijving van de gebieden waarop de wetgever bevoegd is om regels uit te vaardigen die in wetten worden opgenomen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

1.2.3. Regels met verordenende waarde

De verordening (règlement) is een instrument van algemene strekking dat door een overheidsinstantie wordt opgesteld. Volgens artikel 37 van de Grondwet behoren de regels die niet binnen de bij artikel 34 van de Grondwet genoemde gebieden vallen, tot het gebied van de verordening en komen ze tot uiting in de volgende instrumenten:

  • beschikkingen (ordonnances): op grond van artikel 38 van de Grondwet kan de Regering het Parlement toestemming vragen om besluiten (actes) te nemen aangaande aangelegenheden die binnen het gebied van de wet vallen. Deze besluiten zijn tijdelijk verordenend van aard en krijgen na ratificatie door de wetgever wetgevende waarde;
  • regelingen (règlements): besluiten (décrets) die worden genomen door de President van de Republiek of door de Eerste minister, besluiten (arrêtés) die worden genomen door ministers en prefecten, besluiten (décisions) van overlegorganen of uitvoeringsorganen van lagere overheden of van hun openbare instellingen, vormen het wezenlijk deel van de categorie verordenende instrumenten.

2. Wat zijn, in voorkomend geval, de andere rechtsbronnen (met name, bijvoorbeeld, de algemene rechtsbeginselen, het gewoonterecht, de rechtspraak van de gerechtshoven en de rechtbanken) en wat is hun waarde?

2.1. Algemene rechtsbeginselen

Het betreft hier beginselen die door de rechter worden afgeleid en die al dan niet voortkomen uit bepalingen die zijn opgenomen in instrumenten van het geschreven recht. Deze beginselen gaan boven de verordeningen en enkel de wet kan hiervan afwijken. Deze beginselen zijn voor het grootste deel ontleend aan de Verklaring van de rechten van de mens van 1789 (gelijkheid van burgers voor de overheid, vrijheid van geweten), aan de Preambule van de Grondwet van 1946, aan de eisen van het maatschappelijk leven (voortbestaan van openbare diensten, toezicht op de handelingen van een superieur ten aanzien van de handelingen van zijn ondergeschikten) of aan de voorschriften van de billijkheid (beginsel van ongegronde verrijking).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

2.2. Rechtspraak

In theorie verleent de Grondwet de rechter geen bevoegdheid om algemene regels op te stellen en beperkt zijn rol zich tot het beslechten van geschillen die aan hem zijn voorgelegd. De rechter dient evenwel een interpretatie te geven van het geschreven recht op basis waarvan hij uitspraak moet doen om geschillen te beslechten. Bovendien komt het vaak voor dat er geen tekst bestaat die regels biedt die van toepassing kunnen zijn op een specifiek geschil. In een dergelijk geval dient de rechter, daar hij er zich niet van kan onthouden recht te spreken, zelf de algemene regel te formuleren op grond waarvan hij uitspraak kan doen.

Het ontbreken van een tekst van algemene strekking kan de rechter ertoe brengen om zeer vooruitstrevend “pretoriaans” recht te vormen, zoals het geval is op het gebied van de aansprakelijkheid van de overheid.

2.2.1. Internationale rechtspraak

Rechtspraak van het Internationaal Gerechtshof (het voornaamste rechterlijk orgaan van de VN), het Joegoslavië-tribunaal, het Rwanda-tribunaal en het Internationaal Strafhof.

2.2.2. Europese rechtspraak

Rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (HvJ) en het Europese Hof voor de rechten van de mens.

Op grond van artikel 234 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is de rechtspraak van het Hof van Justitie verbindend voor de nationale gerechten via de procedure van de prejudiciële beslissing, waarbij een nationale rechter, alvorens zijn vonnis te wijzen, de mogelijkheid heeft het Hof van Justitie te verzoeken om uitspraak te doen over de uitlegging van het Gemeenschapsrecht, op welke uitspraak een particulier zich ten overstaan van die rechter kan beroepen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

2.2.3. Nationale rechtspraak
  • de grondwettelijke raad (Conseil constitutionnel)

    Deze raad kan wetten voor hun uitvaardiging toetsen aan de Grondwet, alsmede uitspraak doen over de verenigbaarheid van verdragen. De raad controleert systematisch de grondwettigheid van organieke wetten en van besluiten van de parlementaire vergaderingen. Daarentegen oefent de raad geen enkel toezicht uit op uit referenda voortvloeiende wetten, die rechtstreeks door het soevereine volk zijn aangenomen.

  • de administratieve rechtbanken (juridictions administratives)

    Deze rechtbanken zijn belast met het beslechten van geschillen waarbij de overheid is betrokken. Zij passen een specifiek recht toe dat afwijkt van het gemene recht en een sterk jurisprudentieel karakter heeft.

  • de justitiële rechtbanken (juridictions judiciaires)

    De justitiële rechtbanken regelen geschillen tussen personen en bestraffen overtredingen en misdrijven ten aanzien van personen, goederen en de samenleving.

3. Hoe is, in voorkomend geval, de hiërarchie tussen deze verschillende instrumenten opgebouwd (hiërarchie van de rechtsnormen)?

De bronnen van het interne recht vormen een hiërarchisch geheel. Uitgaande van de hoogste bron, ziet de hiërarchie er als volgt uit: de Grondwet, de rechtspraak van de Conseil constitutionnel, de wetten, de rechtspraak van de administratieve en justitiële rechtbanken, de verordeningen.

Op grond van het beginsel van voorrang van het Gemeenschapsrecht maken communautaire verordeningen en richtlijnen deel uit van de Franse rechtsorde met voorrang op de nationale wetten en regelgeving, en zulks op de wijze als vastgesteld bij de wetteksten of de rechtspraak.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Internationale verdragen gaan op grond van artikel 55 van de Grondwet boven interne infra-constitutionele normen. Zij gaan daarentegen geenszins boven de constitutionele normen voor zover artikel 54 van de Grondwet stelt dat wanneer de Conseil constitutionnel, bij het toetsen van een wet tot ratificatie van een internationaal verdrag, verklaart dat dit verdrag een clausule bevat die strijdig is met de Grondwet, de toestemming tot ratificatie of goedkeuring van het desbetreffende verdrag enkel gegeven kan worden na een herziening van de Grondwet.

4. Hoe worden supranationale rechtsregels in de Franse rechtsorde opgenomen?

4.1. Internationale verdragen

De inwerkingtreding van een internationaal verdrag of een internationale overeenkomst in Frankrijk is onderworpen aan ratificatie of goedkeuring hiervan, alsmede aan publicatie. Internationale verdragen zijn rechtstreeks toepasselijk binnen de Franse rechtsorde.

4.2. Gemeenschapsnormen

Bepaalde normen zijn rechtstreeks toepasselijk, zoals verordeningen, die een algemene strekking hebben en verbindend zijn in al hun onderdelen, en beschikkingen, die verbindend zijn in al hun onderdelen voor degenen tot wie zij zijn gericht. Andere Gemeenschapsnormen dienen door de lidstaat omgezet te worden in de interne rechtsorde. Het betreft hier richtlijnen die de lidstaten binden ten aanzien van het te bereiken resultaat, maar de nationale instanties de bevoegdheid laten vorm en middelen te kiezen om dat resultaat te bereiken. Omzetting dient te geschieden binnen de bij de richtlijn vastgestelde termijn door middel van een wet of een verordening, al naar gelang het gebied waarop de desbetreffende bepalingen van toepassing zijn.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

5. Welke overheden zijn bevoegd om rechtsregels uit te vaardigen?

5.1. Internationale normen

Op het gebied van internationale verdragen is het Staatshoofd op grond van artikel 52 van de Grondwet degene die besprekingen voert over deze instrumenten en deze ratificeert.

5.2. Nationale normen

Een wet wordt in stemming genomen door het Parlement en derhalve door de volksvertegenwoordigers. Maar op grond van de artikelen 11 en 89 van de Grondwet kunnen de burgers hierbij ook rechtstreeks betrokken zijn door middel van het referendum. 

De autoriteiten die verordeningen aannemen, zijn:

  • de Eerste minister en de President van de Republiek: artikel 21 van de Grondwet verleent in beginsel de verordenende bevoegdheid aan de Eerste minister. Verordeningen in de vorm van een besluit (décret) dat in de Ministerraad (Conseil des ministres) is genomen, dienen evenwel door de President van de Republiek te worden ondertekend. De besluiten (décrets) worden, ongeacht van welke autoriteit zij afkomstig zijn, gecontrasigneerd door de ministers die belast zijn met de uitvoering ervan;
  • de ministers: zij beschikken niet zelf over een algemeen verordenende bevoegdheid. Door contrasignering delen zij in de verordenende bevoegdheid van de President van de Republiek en van de Eerste minister. Op grond van de wet hebben sommige ministers een verordenende bevoegdheid voor een bepaalde materie. Bovendien kunnen zij de verordenende bevoegdheid uitoefenen die door de rechtspraak wordt toegekend aan afdelingshoofden voor wat betreft de behoorlijke werking van het overheidslichaam waarover zij het gezag hebben;
  • de gedeconcentreerde overheden (prefecten) of gedecentraliseerde overheden (organen van lagere overheden) zijn bevoegd om beslissingen te nemen binnen het grondgebied waar hun bevoegdheid geldt;
  • bepaalde beroepsgroepen (bijvoorbeeld de orde van geneesheren) ontlenen aan de wet de bevoegdheid om binnen het kader van hun beroep regelgeving op te stellen;
  • de zelfstandige bestuursorganen.

6. Hoe worden deze rechtsregels uitgevaardigd?

6.1. Wetten

Het initiatief tot een wet komt gezamenlijk toe aan de Eerste minister (wetsontwerpen) en aan de leden van de parlementaire vergaderingen (wetsvoorstellen). Wetsontwerpen worden, na onderzoek door de Raad van State (Conseil d’Etat), behandeld in de Ministerraad (Conseil des ministres) en daarna in identieke bewoordingen in stemming gebracht in de Tweede Kamer (Assemblée nationale) en in de Eerste Kamer (Sénat). De wet die definitief door het Parlement is aangenomen, wordt afgekondigd door de President van de Republiek en gepubliceerd in het Staatsblad (Journal officiel), zowel in een papieren als in een elektronische versie.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

6.2. Verordeningen

Voor bepaalde verordeningen gelden bijzondere formaliteiten, hetgeen bijvoorbeeld het geval is bij besluiten (décrets).

  • Besluiten die in de Ministerraad zijn genomen, worden ondertekend door de President van de Republiek en gecontrasigneerd door de Eerste minister.
  • Besluiten die niet in de Ministerraad zijn genomen, worden ondertekend door de Eerste minister.

Bij de zogenaamde besluiten 'en Conseil d’Etat' is vereist dat hierover voorafgaand advies is uitgebracht door de Haute Assemblée.

Wanneer besluiten eenmaal door de bevoegde overheidsinstantie(s) zijn ondertekend, worden zij gecontrasigneerd door de ministers die belast zijn met of verantwoordelijk zijn voor de uitvoering ervan en gepubliceerd in het Staatsblad, zowel in een papieren als in een elektronische versie.

7. Op welke wijze treden Franse rechtsregels in werking?

De inwerkingtreding van een regel houdt in dat deze van toepassing en tegenwerpbaar wordt. Aan de inwerkingtreding gaat publicatie vooraf.

7.1. Publicatie

Wetten en besluiten (décrets) dienen te worden gepubliceerd in het Staatsblad van de Franse Republiek (Journal officiel de la République française). Voor bepaalde besluiten (arrêtés) volstaat een publicatie in het officiële mededelingenblad (Bulletin officiel) van het desbetreffende ministerie. Publicatie van besluiten van lokale overheden (décisions) kan geschieden door aanplakking of publicatie in de daartoe aangewezen bladen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

7.2. Kennisgeving

In geval van individuele besluiten geschiedt 'publicatie' door kennisgeving van het besluit aan de belanghebbende.

8. Welke zijn de middelen om eventuele conflicten tussen verschillende rechtsregels op te lossen?

Voordat een wet wordt afgekondigd en wanneer de Conseil constitutionnel daarom wordt verzocht (door de President van de Republiek, de Eerste minister, de voorzitters van de kamers, zestig afgevaardigden of zestig senatoren), controleert genoemde Conseil constitutionnel of de wetten conform de Grondwet zijn. Wanneer een wet daarentegen is afgekondigd, bestaat er geen enkele procedure om deze wet weer ter discussie te stellen. Vanaf dat moment schendt een rechter met een eventuele veroordeling van een overheidsbesluit direct de Grondwet. Wanneer de ongrondwettigheid van het besluit voortvloeit uit het feit dat het is aangenomen op grond van een wet die zelf ongrondwettig is, kan de rechter het besluit niet veroordelen. De wet schermt het toezicht van de rechter af.

Een verordening kan worden betwist op grond van de strijdigheid met een hogere norm, en zulks bij wege van de voorziening wegens machtsoverschrijding die wordt ingesteld bij de administratieve rechter. Het betreft hier een beroep tot nietigverklaring dat openstaat voor burgers tegen elk uitvoerbaar besluit dat onwettig is, en dat in het algemeen binnen een termijn van twee maanden te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van het betwiste besluit, dient te worden aangetekend.

De onwettigheid van een verordenend overheidsbesluit kan altijd bij de rechter worden ingeroepen, evenwel niet als hoofdvordering via een beroep tot nietigverklaring, maar als incidentele vordering door middel van de exceptie van onwettigheid. De eventuele vaststelling van de onwettigheid van het besluit leidt dan niet tot nietigverklaring ervan, maar brengt de rechter ertoe om dit besluit niet toepasselijk te verklaren in het geschil dat aan hem is voorgelegd.

« Rechtsorde - Algemene informatie | Frankrijk - Algemene informatie »

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Laatste aanpassing: 05-10-2007

 
  • Gemeinscheftsrecht
  • Internationaal recht

  • België
  • Bulgarije
  • Tsjechië
  • Denemarken
  • Duitsland
  • Estland
  • Ierland
  • Griekenland
  • Spanje
  • Frankrijk
  • Italië
  • Cyprus
  • Letland
  • Litouwen
  • Luxemburg
  • Hongarije
  • Malta
  • Nederland
  • Oostenrijk
  • Polen
  • Portugal
  • Roemenië
  • Slovenië
  • Slowakije
  • Finland
  • Zweden
  • Verenigd Koninkrijk