Europese Commissie > EJN > Rechtsorde > Engeland en Wales

Laatste aanpassing: 29-09-2006
Printversie Voeg toe aan favorieten

Rechtsorde - Engeland en Wales

 

INHOUDSOPGAVE

Primaire wetgeving Primaire wetgeving
Secundaire wetgeving Secundaire wetgeving
De rechtspraak De rechtspraak
Verdragen Verdragen

 

De rechtsorde van het VK is niet onderworpen aan één enkel grondwettelijk document maar vloeit voort uit een combinatie van wettelijke voorschriften, common law en constitutionele overeenkomsten en praktijken.

De voornaamste rechtsbronnen in Engeland en Wales zijn de door het parlement goedgekeurde wetten, het Europese gemeenschapsrecht, wettelijke instrumenten en andere lagere wetgeving en het door middel van rechterlijke beslissingen tot stand gekomen common law. De hiërarchie van deze rechtsbronnen wordt hieronder uiteengezet. Wanneer zich tussen de verschillende rechtsbronnen conflicten voordoen, wordt in de eerste plaats de rechter ingeschakeld om deze tot een oplossing te brengen.

Het burgerlijk recht van Engeland en Wales is niet gecodificeerd. Het burgerlijk recht is voor een groot deel afgeleid van de common law, maar er zijn ook belangrijke stukken wetgeving betreffende bijzondere rechtsgebieden (bv. ontheffingen en beperkingen van aansprakelijkheid, tenuitvoerlegging van contracten door derden, benadeling bij overeenkomsten inzake goederen, eigen nalatigheid van de gelaedeerde, en onderlinge bijdragen tussen meerdere verweerders).

Primaire wetgeving

De primaire wetgeving wordt vastgesteld door het Britse parlement te Westminster. Om parlementaire wet te worden moet een wetsontwerp ("Bill" genoemd) door beide kamers van het parlement (Houses of Parliament) (behoudens het onderstaande) worden goedgekeurd en “Royal Assent” (koninklijke bekrachtiging) krijgen. De meeste wetsontwerpen die parlementaire wet worden, zijn Government Bills die door ministers, doorgaans na een raadplegingsproces, bij het parlement zijn ingediend.

Het parlement van het VK bestaat uit twee kamers, het "House of Commons" (Lagerhuis) en het "House of Lords" (Hogerhuis). De 659 leden van het House of Commons (waarvan er 529 de Engelse en 40 de Welshe kiesdistricten vertegenwoordigen) worden gekozen. In het House of Lords hebben meer dan 500 "life peers" (voor het leven benoemd door de koningin op aanbeveling van de eerste minister) zitting, 26 bisschoppen van de Church of England, 12 van de meest vooraanstaande rechters, en 92 "hereditary peers" (die hun titels hebben geërfd).

Een wetsontwerp (Bill) kan in beide kamers worden ingediend. Het House of Commons en het House of Lords hebben enigszins verschillende procedures, maar in beide kamers wordt er een debat over de beginselen van het wetsontwerp gehouden ("Tweede lezing"), gevolgd door een uitvoerige bespreking van de voorgestelde wettelijke bepalingen door een commissie (Committee stage), en een verder kamerdebat over de bepalingen van het wetsontwerp en eventuele amendementen van de commissie ("Verslag" en "Derde lezing”). Na door de ene kamer te zijn goedgekeurd, wordt een wetsontwerp aan de andere kamer voorgelegd. Ingeval amendementen worden aangenomen, keert het ontwerp terug naar de oorspronkelijke kamer, die dan deze amendementen bespreekt.

Terug

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Het House of Lords wordt in het algemeen beschouwd als een "controlerende" kamer met een rol welke die van het House of Commons aanvult. Het House of Lords kan niet verhinderen dat een wetsontwerp dat reeds door het House of Commons is goedgekeurd wet wordt, maar kan alleen de inwerkingtreding ervan vertragen. Indien de twee kamers het niet eens worden, kan het House of Commons het wetsontwerp, zonder het akkoord van het House of Lords, na verloop van 13 maanden (of van 1 maand in het geval van voorgestelde wetgeving op het gebied van belastingen of uitgaven), voor Royal Assent aanbieden.

Wanneer een wetsontwerp alle parlementaire stadia doorlopen heeft, wordt het ter verkrijging van de Royal Assent naar de koningin gezonden, waarna het parlementaire wet (Act of Parliament) wordt. Volgens een ongeschreven "grondwettelijke" regel wordt de Royal Assent gegeven aan iedere door het parlement goedgekeurde wet; deze Royal Assent is in bijna 300 jaar nooit geweigerd.

De afgelopen jaren varieerde het aantal jaarlijks goedgekeurde parlementaire wetten van 25 (in 2001) tot 69 (in 1997).

Een wet treedt in werking op de dag van de Royal Assent, tenzij in de wet andersluidende bepalingen zijn opgenomen. In de praktijk vermelden de meeste wetten een datum van inwerkingtreding enige tijd nadat de Royal Assent is verkregen of verlenen zij de betrokken minister de bevoegdheid de wet geheel (of gedeeltelijk) in werking te doen treden door middel van een Commencement Order.

Geschillen over de interpretatie van wetgeving kunnen door de rechterlijke instanties worden beslecht. Aangezien het VK echter geen "geschreven grondwet" kent, is het niet mogelijk een parlementaire wet aan te vechten met het argument dat deze "ongrondwettig" zou zijn. Het in het VK gehanteerde constitutionele grondbeginsel van "parlementaire soevereiniteit" houdt in dat het parlement de opperste wetgevende autoriteit is, in die zin dat het enigerlei wet mag vaststellen of intrekken en dat geen andere instantie een parlementaire wet mag intrekken of de geldigheid ervan in twijfel mag trekken.

Terug

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Het grondbeginsel van de parlementaire soevereiniteit wordt evenwel verzwakt door het feit dat het VK een lidstaat van de Europese Unie is. Krachtens de European Communities Act 1972 maakt het Europese gemeenschapsrecht deel uit van het recht van Engeland en Wales. Nationale wetgeving moet, indien mogelijk, worden uitgelegd in overeenstemming met het communautaire recht. Bovendien moeten de rechterlijke instanties in het geval van een parlementaire wet die niet als consistent met het communautaire recht kan worden uitgelegd, het communautaire recht laten prevaleren boven de nationale wetgeving.

De Human Rights Act 1998, waarmee het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens in het recht van het VK werd opgenomen, geeft de rechtbank nog een mogelijkheid om de geldigheid van parlementaire wetten in twijfel te trekken. Voorzover mogelijk moet de nationale wetgeving worden uitgelegd in overeenstemming met de uit bovenvermeld Verdrag voortvloeiende rechten. Wanneer een bepaling van een parlementaire wet niet in overeenstemming met dit Verdrag kan worden uitgelegd, kan een hogere rechterlijke instantie een declaration of incompatibility (verklaring van onverenigbaarheid) afleggen. Na een dergelijke verklaring kan een minister een Remedial Order uitvaardigen om de wet te wijzigen en met het Verdrag in overeenstemming te brengen (zie hieronder).

Secundaire wetgeving

Tal van parlementaire wetten delegeren wetgevende bevoegdheden aan overheidsinstanties zoals ministeries, lokale overheden, of publiekrechtelijke instanties en comités (statutory agencies and Committees).

Terug

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Secundaire wetgeving van de regering en van publiekrechtelijke lichamen kan verschillende benamingen hebben, zoals Orders in Council (regeringsbesluiten), Regulations of Rules (bestuurlijke besluiten), welke alle tezamen onder de noemer "Statutory Instruments" kunnen worden gevat. Het aantal Statutory Instruments (SI’s) dat jaarlijks wordt vastgesteld, beloopt dikwijls meer dan 3 000.

De doeleinden van de vaststelling van SI's hangen af van de betrokken machtigingswet; hierbij kan het gaan om de vastlegging van de datum van inwerkingtreding van de desbetreffende primaire wetgeving, de gedetailleerde uitwerking van de algemene wettelijke bepalingen met het oog op de uitvoering ervan, en in sommige gevallen het wijzigen van de primaire wetgeving (bv. SI’s ter uitvoering van EU-wetgeving in het VK).

Welke procedurele vereisten gelden voor een bepaald SI hangt af van het bepaalde in de desbetreffende parlementaire wet, maar er is ook het algemene vereiste dat alle SI’s moeten worden gepubliceerd. Sommige SI’s (bv. de meeste commencement orders) vallen niet onder enige parlementaire procedure en treden na de ondertekening ervan in werking op de in het SI genoemde datum. Het merendeel van de SI’s is evenwel aan de een of andere vorm van parlementaire controle onderworpen.

Een SI moet in sommige gevallen gewoon aan het parlement worden "voorgelegd" (d.w.z. bij een kantoor in de betrokken kamer worden afgegeven) om in werking te kunnen treden, zonder dat een onderzoek door het parlement vereist is. In de meeste gevallen wordt evenwel de negative resolution procedure gevolgd, hetgeen normaliter inhoudt dat een SI aan het parlement wordt voorgelegd en op de hierin aangegeven datum in werking treedt, maar zal worden geschrapt indien er binnen een bepaalde periode (doorgaans 40 dagen) een hiertoe strekkende motie wordt aangenomen. Wanneer daarentegen de affirmative resolution procedure wordt gevolgd, kan een SI alleen in werking treden indien het parlement hieraan zijn goedkeuring hecht.

Terug

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Wanneer het House of Commons gevraagd wordt een motie tot goedkeuring of schrapping van een SI in overweging te nemen, kan er in de kamer een debat worden gehouden of kan de zaak naar een Standing Committee (permanente commissie) worden verwezen. SI’s kunnen tevens worden onderzocht door een Joint Committee (gezamenlijke commissie) van beide kamers, die zich dan zal uitspreken over de vraag of een SI is vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in de desbetreffende machtigingswet, en voorts door het onlangs ingestelde Lords Committee on the Merits of Statutory Instruments, dat alle aan het parlement voorgelegde SI’s zal onderzoeken.

In juli 1999 zijn bepaalde wetgevende bevoegdheden overgedragen aan de National Assembly for Wales te Cardiff, dat uit 60 leden (Assembly Members – AM’s) bestaat, die worden gekozen om de kiesdistricten en regio’s van Wales te vertegenwoordigen. De Assembly for Wales is bevoegd voor het vaststellen van SI’s voor Wales, maar het Britse parlement blijft bevoegd voor de vaststelling van primaire wetgeving inzake Welshe aangelegenheden. De Assembly is bevoegd voor zaken als economische ontwikkeling, onderwijs, milieu, volksgezondheid, huisvesting, toerisme en vervoer, maar niet voor het burgerlijk of strafrecht.

Alle afgeleide wetgeving moeten in overeenstemming zijn met de voorschriften van de desbetreffende parlementaire machtigingswet en worden ongeldig indien de bij de machtigingswet verleende bevoegdheden worden overschreden of indien hierbij een wettelijk voorgeschreven procedure niet is gevolgd. Afgeleide wetgeving kan ook op andere gronden worden aangevochten, bv. wanneer zij in strijd zou zijn met rechten die zijn verleend uit hoofde van andere primaire wetgeving, het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens of rechtstreeks van toepassing zijnde EU-wetgeving, wanneer zij onredelijk of onderdrukkend wordt geacht, of voor ongepaste doeleinden zou zijn vastgesteld, dan wel wanneer zij in te vage bewoordingen gesteld zou zijn. Dergelijke wetgeving kan worden aangevochten door bij de High Court (Hooggerechtshof) een toetsingsprocedure in te leiden, of door de ongeldigheid van het instrument aan te voeren als verweer tegen procedurele stappen om het ten uitvoer te leggen. Meestal wordt gekozen voor een verklaring dat het instrument ongeldig is, maar afgeleide wetgeving kan door de High Court ook worden vernietigd.

Terug

Bovenkant paginaBovenkant pagina

De rechtspraak

Beslissingen van de rechterlijke instanties van Engeland en Wales, en in het bijzonder van de appeal courts vervullen een belangrijke rol bij de rechtsontwikkeling. Rechterlijke beslissingen zijn niet alleen gezaghebbend voor de uitlegging van de wetgeving, maar vormen ook de grondslag van het common law‑systeem, waarop het burgerlijk recht en het handelsrecht grotendeels gebaseerd zijn.

Het common law-stelsel is afgeleid van rechterlijke beslissingen in eerdere zaken (case law/jurisprudentie). Een belangrijk kenmerk van dit systeem is de doctrine van het precedentenrecht (stare decisis). In wezen houdt dit in dat de rechter, wanneer hij in een bepaalde zaak een beslissing geeft, rekening dient te houden met de rechtsbeginselen welke bij eerdere zaken betreffende soortgelijke aangelegenheden zijn vastgelegd, en wanneer een dergelijk precedent bindend is, dient hij de in de eerdere zaak gevolgde redenering aan te houden. Voor een beter begrip van deze doctrine, is het nodig vast te stellen welke eerdere rechterlijke beslissingen voor andere rechterlijke instanties bindend zijn, en welke elementen van die beslissingen in een bepaalde zaak bindend zullen zijn. Nadere bijzonderheden over het gerechtelijk bestel in Engeland en Wales zijn te vinden op de website "Organisation of Justice – United Kingdom".

Wat de vraag betreft welke rechterlijke beslissingen voor welke andere rechterlijke instanties bindend zijn, geldt het algemene beginsel dat een rechterlijke instantie gebonden is door eerdere beslissingen van een hogere rechterlijke instantie. Appeal courts kunnen ook gebonden zijn door hun eigen eerdere beslissingen. Om te kunnen bepalen welke precedenten voor een bepaalde rechterlijke instantie bindend kunnen zijn, is enig inzicht nodig in de hiërarchie van de verschillende soorten rechterlijke instanties van Engeland en Wales.

Terug

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Civiele, handels- en familiezaken worden in Engeland en Wales in de eerste plaats door de county courts (districtsrechtbanken) en de High Court (Hooggerechtshof) behandeld, waarbij laatstgenoemde grotere en meer complexe zaken behandelt.

De county courts in Engeland en Wales behandelen de meeste soorten civiele vorderingen in eerste instantie (en de meeste houden zich ook met familierecht bezig). Magistrates’ Courts (primair strafrechtelijk georiënteerd) hebben tevens beperkte civielrechtelijke bevoegdheden in familiezaken en in bepaalde andere zaken. Beslissingen van deze rechterlijke instanties zijn niet bindend voor henzelf of voor enige andere rechterlijke instantie. De Magistrates’ Courts en de county courts zijn gebonden door beslissingen van de High Court, de Court of Appeal en het House of Lords.

De High Court behandelt sommige soorten beroep tegen beslissingen van de county courts. Zij treedt ook op als een gerecht van eerste aanleg voor civiele zaken die een bepaald bedrag te boven gaan; en sommige soorten procedures (bv. laster en rechterlijke toetsing) kunnen alleen bij de High Court worden ingeleid. Over zaken wordt normaliter beslist door één enkele rechter van de High Court, wiens beslissing wel bindend is voor een lagere rechterlijke instantie, maar strikt genomen niet voor een andere rechter van de High Court. De High Court is gebonden door beslissingen van de Court of Appeal en het House of Lords.

De Civil Division (civielrechtelijke afdeling) van de Court of Appeal behandelt elk jaar meer dan 1 000 beroepen tegen beslissingen van county courts, de High Court en bepaalde statutory tribunals. Beroepen worden behandeld door kamers van twee of drie rechters (zogenoemde "Lords Justices of Appeal"). Hun beslissingen zijn bindend voor lagere rechterlijke instanties en voor de Court of Appeal zelf. Er is evenwel een aantal uitzonderingen op de regel dat de Court of Appeal door haar eigen eerdere beslissingen gebonden is (bv. indien de Court of Appeal die de eerdere beslissing heeft gegeven, niet is gewezen op relevante wetgeving of een bindend precedent en anders tot een andere conclusie zou zijn gekomen; indien er onderling tegenstrijdige beslissingen van de Court of Appeal zijn, of indien de eerdere beslissing van de Court of Appeal onverenigbaar is met een latere beslissing van het House of Lords). De Court of Appeal is gebonden door de beslissingen van het House of Lords.

Terug

Bovenkant paginaBovenkant pagina

De hoogste beroepsinstantie in Engeland en Wales is het House of Lords, dat zo’n 50 tot 60 civiele beroepszaken per jaar behandelt. De juridische werkzaamheden van het House of Lords worden uitgevoerd door 12 voltijdse Lords of Appeal in Ordinary (of Law Lords), soms bijgestaan door in functie zijnde of gepensioneerde vooraanstaande rechters die voor beroepszaken bevoegd zijn. Beroepszaken worden normaliter behandeld door een Appellate Committee van vijf rechters.

De beslissingen van het House of Lords zijn voor alle lagere rechtbanken bindend. Het House of Lords is normaal gesproken gebonden door zijn eigen beslissingen, maar zal hiervan afwijken wanneer het zulks aangewezen acht (rekening houdend met het gevaar dat hierdoor eerder vastgestelde regelingen kunnen worden verstoord). Het komt zelden voor dat het House of Lords van eerder genomen beslissingen afwijkt.

Tot slot is met betrekking tot het Europese gemeenschapsrecht, het Europees Hof van Justitie de hoogste autoriteit. Zijn beslissingen zijn bindend voor alle rechtbanken in Engeland en Wales, met inbegrip van het House of Lords.

Tevens is het nodig vast te stellen welke onderdelen van de rechterlijke beslissing bindend zijn. Wat voor een andere rechterlijke instantie bindend is, is de ratio decidendi van de eerdere rechterlijke beslissing, d.w.z. de rechtsbeginselen die essentieel zijn voor de rechterlijke beslissing. In delen van de rechterlijke beslissing kunnen rechtsbeginselen worden besproken die obiter dicta zijn, d.w.z. niet essentieel voor de rechterlijke beslissing en bijgevolg niet bindend (ofschoon zij wel overtuigingskracht kunnen hebben).

Terug

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Voorts zal de ratio decidendi van een eerdere zaak niet van toepassing zijn indien er een materieel onderscheid is tussen de feiten van de eerdere zaak en de door de rechter behandelde zaak. De rechter zal dan de eerdere zaak als een ‘onderscheiden geval’ beschouwen ("distinguish the earlier case", hetgeen betekent dat de ratio decidendi van deze eerdere zaak irrelevant is voor de behandelde zaak).

Hoewel gerechtelijke verklaringen niet bindend zijn, hebben zij vaak wel overtuigingskracht. Een rechtbank kan ook rekening houden met in andere common law‑landen gegeven beslissingen (b.v. Australië, Canada en Nieuw-Zeeland) en met academische geschriften.

Een belangrijk aspect van het common law-systeem is de publicatie van rechterlijke beslissingen. Rechterlijke beslissingen worden in het openbaar gewezen, hoewel er hierop uitzonderingen bestaan (b.v. in zaken waarbij kinderen betrokken zijn of waarbij het om kwesties van nationale veiligheid gaat). Behoudens dergelijke uitzonderingen zijn alle uitspraken van het House of Lords en de meeste beslissingen van de Court of Appeal en de High Court thans beschikbaar op het internet. Belangrijke beslissingen worden sinds de 19e eeuw in verscheidene reeksen law reports gepubliceerd (en er zijn ook reports van sommige oudere vonnissen).

Verdragen

De bevoegdheid om namens het VK verdragen te sluiten berust bij de Kroon, d.w.z. bij de regering van het VK. Het Britse parlement speelt bij de totstandbrenging van verdragen geen formele rol, maar wanneer een verdrag een wetswijziging of de toewijzing van overheidsmiddelen vereist, zal hierover op de gebruikelijke manier een stemming in het parlement worden gehouden. Alle EU-verdragen vereisen wetgeving voor hun tenuitvoerlegging in het VK en zijn derhalve aan de controle van het parlement onderworpen.

Wanneer een verdrag moet worden geratificeerd, dient het ondertekende verdrag ten minste 21 zittingsdagen vóór de ratificatiedatum bij het parlement te worden ingediend. Het verdrag mag dan door een select Committee van het parlement worden onderzocht en/of door het parlement zelf worden besproken. Het parlement kan de regering er evenwel niet van weerhouden een verdrag te ratificeren. En het is evenmin mogelijk een beslissing om een verdrag te sluiten bij de rechter aan te vechten.

Verdragen hebben in het VK geen rechtskracht tenzij zij zijn neergelegd in een wet. Het is niet mogelijk primaire of secundaire wetgeving, of beslissingen van de uitvoerende macht aan te vechten, omdat deze niet met een internationale overeenkomst in overeenstemming zouden zijn. Wel gaat de rechter er steeds van uit dat het parlement zijn wetgevende taken niet op zodanige wijze zou uitvoeren dat hiermee internationale verplichtingen zouden worden geschonden, en zal hij bij de uitlegging van de binnenlandse wetgeving met de bestaande verdragen rekening houden.

Nadere inlichtingen

  • Department for Constitutional Affairs English (inclusief informatie over het constitutionele stelsel en het rechtssysteem van het VK)
  • UK Parliament English
  • UK Legislation English (Acts of Parliament sedert 1987, Statutory Instruments sedert 1988)
  • Welsh Assemby and Cabinet English
  • House of Lords judicial work English (inclusief alle beslissingen sedert november 1996)
  • Court Service English (informatie over de rechterlijke instanties in Engeland en Wales en een aantal beslissingen sedert 1996)
  • British and Irish Legal Information Institute English (verzamelde wetgeving en rechterlijke beslissingen)

« Rechtsorde - Algemene informatie | Verenigd Koninkrijk - Algemene informatie »

Terug

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Laatste aanpassing: 29-09-2006

 
  • Gemeinscheftsrecht
  • Internationaal recht

  • België
  • Bulgarije
  • Tsjechië
  • Denemarken
  • Duitsland
  • Estland
  • Ierland
  • Griekenland
  • Spanje
  • Frankrijk
  • Italië
  • Cyprus
  • Letland
  • Litouwen
  • Luxemburg
  • Hongarije
  • Malta
  • Nederland
  • Oostenrijk
  • Polen
  • Portugal
  • Roemenië
  • Slovenië
  • Slowakije
  • Finland
  • Zweden
  • Verenigd Koninkrijk