Europese Commissie > EJN > Rechtsorde > Tsjechië

Laatste aanpassing: 16-12-2008
Printversie Voeg toe aan favorieten

Rechtsorde - Tsjechië

 

INHOUDSOPGAVE

1. Rechtsbronnen 1.
2. De hiërarchie van de rechtsbronnen 2.
3. Wetgevende procedure 3.
4. Het van-kracht-worden van wetgeving 4.

 

1. Rechtsbronnen

De rechtsorde van de Tsjechische Republiek bestaat uit alle wetgeving en verwante instrumenten. De belangrijkste wetgevende instrumenten zijn de wetten (zakony), dat zijn verzamelingen van gedragsregels die de belangrijkste domeinen uit het leven van individuen en de gemeenschap beheersen. Meer omvangrijke akten (“wetboeken” zakoniky) bestrijken een heel rechtsgebied en  omschrijven de nadere voorschriften op een systematische manier. Wetten die een heel gebied van het procedurele recht bestrijken en waarin nadere procedurele voorschriften zijn opgenomen, worden wetboeken van procesrecht (řády) genoemd. Wetten over de belangrijkste staatszaken en over de burgerrechten en mensenrechten (met inbegrip van de grondwet van de Tsjechische Republiek en het charter van fundamentele rechten en vrijheden) zijn constitutionele wetten (ústavní zákony) en deze worden via een bijzondere procedure aangenomen.

De wetten worden onderbouwd door uitvoeringsbepalingen: regeringsbesluiten, voorschriften van ministeries, van organen van de centrale overheid en van autonome regionale instellingen.

De rechtsorde omvat ook internationale overeenkomsten die door het parlement zijn bekrachtigd en dus bindend zijn voor de Tsjechische Republiek. Internationale overeenkomsten hebben voorrang boven andere wetgeving in de zin dat een internationale overeenkomst voorgaat op het nationale recht wanneer deze twee op een bepaald punt verschillen.

Naast de hierboven vermelde soorten wetgeving, is op dezelfde manier als in andere lidstaten, ook het Europees recht van toepassing in de Tsjechische Republiek sinds zijn toetreding tot de Europese Unie.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

De gewoonte is geen rechtsbron in de Tsjechische Republiek. Toch staat de wet toe dat in bepaalde gevallen op bepaalde gebieden of rechtsdomeinen met de gewoonte rekening wordt gehouden. Wanneer dat het geval is, wordt dat door de betrokken rechtsregel gespecificeerd en de rechtbanken kunnen deze bepalingen afdwingen. Daarom is het overheersende standpunt dat de rechtsbron niet het rechtsbeginsel of de gewoonte zelf is maar de wet die ernaar verwijst. Ook een beslissing van de rechtbank is geen rechtsbron. Anderzijds kan een rechtbank niet weigeren om een beslissing te nemen omdat de wet onvolledig of dubbelzinnig is. Vaak moet zij haar eigen interpretatie over de aangelegenheid geven, waarop andere rechtbanken dan in belangrijke mate hun beslissingen zullen baseren, en die daardoor een automatisch wettelijk precedent maken. Wanneer de beslissing wordt bekendgemaakt in het Sbírka soudních rozhodnutí a stanovisek (het publicatieblad voor beslissingen van rechterlijke instanties), waarin over het algemeen de belangrijke beslissingen van het hooggerechtshof worden bekendgemaakt, wordt deze feitelijk beschouwd als een rechtsbron, ook al wordt zij officieel niet als dusdanig beschouwd.

2. De hiërarchie van de rechtsbronnen

De Tsjechische rechtsorde is hiërarchisch gestructureerd. Bovenaan bevinden zich de grondwet en de andere constitutionele wetten; zij hebben het grootste rechtsgezag en kunnen slechts door een andere constitutionele wet worden gewijzigd. Daaronder bevinden zich de gewone wetten en de uitvoeringsbesluiten, die het kleinste rechtsgezag hebben. Bepalingen die minder rechtsgezag hebben, moeten in overeenstemming zijn met die welke zich hoger in de hiërarchie van rechtsbronnen bevinden. Wetgeving mag alleen worden herroepen of gewijzigd door bepalingen met hetzelfde of een hoger rechtsgezag. Internationale overeenkomsten hebben een bijzonder statuut. Zoals hierboven uiteengezet maken zij deel uit van de rechtsorde en hebben zij zelfs voorrang boven grondwettelijk recht wanneer er een conflict is tussen bepalingen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Wat Europees recht betreft, is het EU-beginsel van de voorrang van het Gemeenschapsrecht van toepassing, net zoals in de andere lidstaten. Volgens dat beginsel heeft Europese wetgeving voorrang wanneer er een conflict is tussen nationaal recht (wetten, orders, enz.) en het Europees recht. Dit is zowel van toepassing op conflicten tussen nationaal recht en primair Gemeenschapsrecht (de verdragen) als op conflicten tussen nationaal recht en secundair Gemeenschapsrecht (verordeningen, richtlijnen, enz.). Volgens de heersende rechtsinterpretatie zijn ook de hoogste nationale rechtsinstrumenten daarvan niet vrijgesteld – Europees recht heeft zelfs voorrang boven de grondwet en de constitutionele wetten van lidstaten.

Om internationale overeenkomsten deel te laten uitmaken van de rechtsorde en derhalve bindend te maken voor de Tsjechische Republiek, moet het parlement deze ratificeren – op voorwaarde uiteraard dat deze niet via een grondwettelijk referendum moeten worden goedgekeurd. De president van de Tsjechische republiek ratificeert internationale overeenkomsten. Na ratificatie moet de Tsjechische versie van de overeenkomst worden bekendgemaakt in het Sbírka mezinárodních smluv (het publikatieblad voor internationale overeenkomsten).

3. Wetgevende procedure

Het parlement is het wetgevend orgaan van de Tsjechische Republiek en bestaat uit twee onafhankelijke kamers – de kamer van volksvertegenwoordigers (200 leden) en de senaat (81 senatoren). De wetgevende procedure start met het initiatiefrecht. Individuele leden van het parlement of groepen leden, de senaat, de regering, en de regionale autoriteiten hebben het recht om nieuwe wetten en wijzigingen van bestaande wetten voor te stellen. Alleen de regering mag wetten voorstellen over de begroting of over het afsluiten van de nationale rekeningen; alleen de kamer van volksvertegenwoordigers mag dergelijke wetten goedkeuren. De regering heeft echter het recht om over elk wetsvoorstel advies te geven. De kamer bespreekt eerst het wetsvoorstel en brengt er, indien nodig, in drie opeenvolgende lezingen wijzigingen in aan. De goedkeuring van de wet vereist een eenvoudige meerderheid van stemmen van de aanwezige afgevaardigden.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

De voorzitter van de kamer zendt het voorstel zo snel mogelijk naar de senaat en die beschikt over 30 dagen om het te behandelen -in tegenstelling tot de vaak uitgesponnen besprekingen in de kamer-, die soms maanden duren. Op het einde van die termijn moet de senaat een gewijzigde versie van het wetsvoorstel goedkeuren, verwerpen of terugsturen naar de kamer. Hij kan ook beslissen het wetsvoorstel helemaal niet te behandelen. Als de senaat het wetsvoorstel goedkeurt of beslist om het niet te behandelen, of wanneer hij binnen de termijn geen mening heeft te kennen gegeven, wordt de wet geacht te zijn aangenomen en ter ondertekening naar de president van de republiek gezonden. Wanneer de senaat het wetsvoorstel verwerpt, stemt de kamer opnieuw over het voorstel. De wet wordt vastgesteld met een eenvoudige meerderheid in de kamer. Wanneer de senaat een gewijzigd wetsvoorstel terug naar de kamer zendt, stemt deze over de door de senaat goedgekeurde versie. Het wetsvoorstel wordt goedgekeurd bij eenvoudige meerderheid van de afgevaardigden. Wanneer de kamer het gewijzigde wetsvoorstel van de senaat niet goedkeurt, stemt zij opnieuw over de oorspronkelijke versie van het naar de senaat gezonden voorstel. De wet is aangenomen wanneer hij door een eenvoudige meerderheid van alle afgevaardigden (dat wil zeggen ten minste 101 stemmen) is goedgekeurd. Kieswetten en bepaalde andere soorten wetten moeten worden goedgekeurd door de kamer en door de senaat.

De president van de republiek heeft ook zeggenschap in de uiteindelijke uitkomst. Hij kan beslissen een goedgekeurd wetsvoorstel niet te ondertekenen binnen de 15 dagen nadat het hem werd toegezonden en kan het met opgave van zijn motivering voor nadere bespreking naar de kamer terugzenden. Dit wordt het presidentiële veto genoemd. De kamer kan het presidentiële veto te niet doen met een eenvoudige meerderheid van haar leden, zonder wijzigingen aan te brengen. In dat geval is de wet aangenomen. Anders is hij niet aangenomen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Naast de president van de republiek, tekenen ook de voorzitter van de kamer en de eerste minister wetten, maar dit is slechts een formaliteit.

Wanneer de kamer wordt ontbonden, moet de senaat essentiële wettelijke maatregelen vaststellen op bepaalde gebieden, waarvoor normaal gezien de vaststelling van een wet nodig is. Alleen de regering kan de senaat maatregelen voorstellen en deze moeten door de kamer worden goedgekeurd op haar eerste bijeenkomst, anders vervallen deze.

Constitutionele wetten vormen uitzonderingen op de wetgevende procedure. Deze wetten worden vastgesteld met een drievijfde meerderheid van alle afgevaardigden (een gekwalificeerde meerderheid) en een drievijfde meerderheid van de aanwezige senatoren, in plaats van via een eenvoudige meerderheid (de helft) van alle aanwezige parlementsleden, zoals voor gewone wetten is vereist. Constitutionele wetten kunnen alleen worden gewijzigd of aangevuld door andere constitutionele wetten (dat wil zeggen dat wanneer de kamer wordt ontbonden, de senaat deze niet via de wetgeving kan wijzigen) en de president heeft er geen veto tegen.

Ministeries, andere administratieve agentschappen en regionale instellingen met zelfbestuur kunnen uitvoeringsbepalingen (verordeningen en decreten) vaststellen op het gebied waarin zij actief zijn.

4. Het van-kracht-worden van wetgeving

Alvorens wetgeving van kracht kan worden, moet die worden bekendgemaakt.  Constitutionele wetten, wetten en andere wetgeving (regeringsbesluiten, ministeriële besluiten, enz.) worden bekendgemaakt in het Sbírka zakonů (staatsblad), dat wordt uitgegeven door de minister van binnenlandse zaken. Wetgeving wordt van kracht en maakt deel uit van de Tsjechische rechtsorde op de dag waarop die in het Sbírka zakonů wordt bekendgemaakt. In elk besluit in het bulletin wordt ook de datum waarop het in werking treedt, opgegeven. Dat is de datum waarop iedereen juridisch verplicht is om de betrokken wetgeving na te leven. Wanneer geen datum is vastgesteld, treedt de wetgeving in werking vijftien dagen na de bekendmaking ervan. In uitzonderlijke gevallen van dringende publieke noodzakelijkheid, kan de datum waarop de wetgeving in werking treedt, worden vervroegd, maar deze mag de datum van bekendmaking niet voorafgaan. De datum waarop een wetgevingsbesluit in werking treedt, kan derhalve dezelfde zijn als de datum waarop het van kracht wordt, maar het kan nooit in werking treden voordat het van kracht wordt. Wetgeving die door de senaat wordt vastgesteld, wordt bekendgemaakt in het Sbírka zakonů, zoals de wetten; geratificeerde internationale overeenkomsten worden bekendgemaakt in het Sbírka mezinárodních smluv (Bulletin van internationale overeenkomsten). Provinciale regelgeving wordt bekendgemaakt in de provinciebladen, gemeentelijke regelgeving wordt gedurende 15 dagen op het officiële aanplakbord getoond en daarna op de normale manier bekendgemaakt.

Wanneer nationaal recht of specifieke wetsbepalingen in conflict komen met de constitutionele orde of wanneer andere rechtsinstrumenten of bepalingen van dergelijke instrumenten in conflict komen met de constitutionele orde of met ander recht, bepaalt het grondwettelijke hof of deze moeten worden nietig verklaard.

« Rechtsorde - Algemene informatie | Tsjechië - Algemene informatie »

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Laatste aanpassing: 16-12-2008

 
  • Gemeinscheftsrecht
  • Internationaal recht

  • België
  • Bulgarije
  • Tsjechië
  • Denemarken
  • Duitsland
  • Estland
  • Ierland
  • Griekenland
  • Spanje
  • Frankrijk
  • Italië
  • Cyprus
  • Letland
  • Litouwen
  • Luxemburg
  • Hongarije
  • Malta
  • Nederland
  • Oostenrijk
  • Polen
  • Portugal
  • Roemenië
  • Slovenië
  • Slowakije
  • Finland
  • Zweden
  • Verenigd Koninkrijk