Europese Commissie > EJN > Rechtsorde > België

Laatste aanpassing: 29-08-2005
Printversie Voeg toe aan favorieten

Rechtsorde - België

 

INHOUDSOPGAVE

1. Wat zijn de instrumenten of de rechtsbronnen die de juridische regels uitdrukken? 1.
2. Wat is de juridische waarde van de algemene rechtsbeginselen, het gewoonterecht en de rechtspraak van de hoven en de rechtbanken? 2.
3. Hoe is de hiërarchie van de rechtsregels opgebouwd? 3.
4. Hoe worden supranationale en internationale rechtsregels in de Belgische rechtsorde opgenomen? 4.
5. Welke overheden zijn bevoegd om rechtsregels uit te vaardigen? 5.
6. Hoe worden rechtsregels uitgevaardigd? 6.
7. Op welke wijze treden Belgische rechtsregels in werking? 7.
8. Welke zijn de middelen om eventuele conflicten tussen verschillende rechtsregels op te lossen? 8.

 

1. Wat zijn de instrumenten of de rechtsbronnen die de juridische regels uitdrukken?

Rechtsbronnen zijn de vindplaatsen van het recht. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen de formele en de materiële rechtsbronnen. In tegenstelling tot de formele rechtsbronnen bevatten de materiële rechtsbronnen geen rechtsregels op zich. Enkele voorbeelden van materiële rechtsbronnen zijn de goede trouw, de billijkheid, de redelijkheid.

Bij de formele rechtsbronnen zijn vijf categorieën te onderscheiden. Drie categorieën vormen de verbindende formele rechtsbronnen: wetgeving, gewoonterecht en algemene rechtsbeginselen. De twee andere categorieën zijn niet verbindend, maar louter gezaghebbend: het betreft de rechtspraak en de rechtsleer.

Wetgeving wordt uitvoerig besproken bij de hiërarchie der normen (zie verder). Het betreft per definitie geschreven normen die uitgevaardigd zijn door een overheid. Gewoonterecht is per definitie ongeschreven recht dat voortleeft in de gewoonten en de gebruiken van de mensen, voornamelijk in specifieke beroepsgroepen. Algemene rechtsbeginselen vormen de uitdrukking van hoge waarden die een maatschappij wenst te respecteren, zoals de beginselen van de gelijkheid van de burgers, de evenredigheid of proportionaliteit van maatregelen en de legaliteit of wettelijkheid van overheidshandelingen. Vele van deze beginselen zijn geformuleerd in adagia of rechtsspreuken, zoals "non bis in idem" in het strafrecht en "lex posterior derogat legi priori".

Rechtspraak en rechtsleer zijn gezaghebbende bronnen van het recht. Een vonnis of een arrest verbindt immers louter de partijen; er is in België geen precedentensysteem. Enkel de vernietigingsarresten van het Grondwettelijk hof, het Arbitragehof, zijn verbindend voor iedereen. De andere hoogste rechtscolleges zijn de Raad van State als opperste administratieve rechtbank en het Hof van Cassatie als behoeder van de eenheid van de gewone rechtspraak.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

2. Wat is de juridische waarde van de algemene rechtsbeginselen, het gewoonterecht en de rechtspraak van de hoven en de rechtbanken?

Zie bij vraag 1.

3. Hoe is de hiërarchie van de rechtsregels opgebouwd?

Een inwoner van België is onderworpen aan verschillende categorieën van rechtsregels. Niet alleen de normen van de Belgische federale overheid zijn op hem van toepassing, maar ook normen uitgevaardigd door de deelstaat(1), de provincie en de gemeente waarin hij woont. Bovendien is België lid van verscheidene internationale en supranationale organisaties zoals de Verenigde Naties, de Europese Unie, de Raad van Europa en de NAVO. De regelgeving van deze organisaties is eveneens toepasselijk op de Belgische overheid en burgers.

Niet alle regelgevers hebben een strikt afgebakend bevoegdheidsdomein en niet alle normen hebben een gelijke rechtskracht, zodat conflicten tussen regels kunnen ontstaan. Vandaar dat er een hiërarchie van de rechtsnormen is opgesteld, waarbij het principe geldt dat lagere rechtsnormen nooit in strijd mogen zijn met hogere rechtsnormen.

Wat Belgisch intern recht betreft, is de Grondwet (G.W.) de opperste norm. Het arrest van het Hof van Cassatie van 27 mei 1971 heeft alle internationale en supranationale regelgeving hiërarchisch boven alle interne recht geplaatst, dus ook boven de Grondwet. Indien bijvoorbeeld een Europese Verordening bepalingen bevat die strijdig zijn met de Belgische Grondwet, krijgt de Verordening voorrang.

Onder de Grondwet staan drie categorieën van normen: de wetgevende normen, de uitvoerende normen en de pseudo-wetgeving, waarbij de wetgevende normen primeren op de uitvoerende normen. De pseudo-wetgeving, die vooral uit omzendbrieven bestaat, is enkel verbindend voor overheden, niet voor burgers.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

De interne wetgevende en hoogste uitvoerende normen zijn in België terug te vinden op twee nevengeschikte niveaus: het federale (voorheen nationale) en het deelstatelijke (de gemeenschappen en de gewesten). Beide niveaus zijn soeverein ten opzichte van elkaar. De federale wetgevende normen worden wetten genoemd, de wetgevende normen van de drie Gemeenschappen – de Vlaamse, de Franse en de Duitstalige - en van het Vlaamse en het Waalse Gewest heten decreten. De wetgevende normen van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest hebben de benaming ordonnanties gekregen. De uitvoerende normen van de wetten zijn koninklijke of ministeriële besluiten, de uitvoerende normen van decreten en ordonnanties zijn regerings- of ministeriële besluiten.

België kent nog andere territoriale onderverdelingen dan de gemeenschappen en de gewesten. De belangrijkste zijn de provincies en de gemeenten. Deze zijn niet soeverein. Hun regelgeving betreft verordeningen en besluiten en heeft geen kracht van wet (zie art. 159 G.W.).

4. Hoe worden supranationale en internationale rechtsregels in de Belgische rechtsorde opgenomen?

Verordeningen van de Europese Unie zijn rechtstreeks toepasselijk, zodat de Belgische wetgever niet als zodanig wordt betrokken bij de implementatie ervan. Inbreng van de interne wetgever is wel noodzakelijk bij de goedkeuring en de ratificatie van internationale verdragen. Voor bepaalde materies moeten alle Belgische parlementen meewerken aan de goedkeuring en de ratificatie van verdragen, hetgeen een tijdrovende en omslachtige procedure oplevert. Ook inzake richtlijnen van de Europese Unie wordt de interne wetgever aan het werk gezet: richtlijnen behoeven immers omzetting in interne regelgeving.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

5. Welke overheden zijn bevoegd om rechtsregels uit te vaardigen?

Het initiatief voor een federale wet kan genomen worden door een lid of leden van de Kamer van Volksvertegenwoordigers, door een lid of leden van de Senaat, of door de Koning (in de praktijk door de Ministers of Staatssecretarissen). Dit zijn immers de drie takken van de federale wetgevende macht in België.

Tijdens de voorbereiding van een wet is er sprake van een wetsvoorstel (uitgaand van een lid van Kamer of Senaat) of een wetsontwerp (uitgaand van de Koning). Normen ter uitvoering van federale wetten worden uitgevaardigd door de uitvoerende macht, waarvan de Koning het hoofd is. Er kan delegatie worden verleend aan een minister. Vandaar het onderscheid tussen koninklijke en ministeriële besluiten.

Voorstellen en ontwerpen van decreet of ordonnantie worden ingediend door respectievelijk een lid of leden van een deelstatelijke raad en de regering van een deelstaat. Uitvoeringsbesluiten worden getroffen door de deelstaatregering of door een minister ervan.

6. Hoe worden rechtsregels uitgevaardigd?

Zie bij vraag 5.

7. Op welke wijze treden Belgische rechtsregels in werking?

Federale wetgevende normen bestaan pas op het tijdstip dat ze worden bekrachtigd en afgekondigd door de Koning. Hun inwerkingtreding is in principe tien dagen na hun bekendmaking in het Belgisch Staatsblad, tenzij de normen zelf een andere datum bepalen(2).

Voor deelstatelijke wetgeving - decreten en ordonnanties - gebeurt de bekrachtiging en de afkondiging door de Regering van de betreffende deelstaat. Zij treden in werking vanaf de tiende dag na hun bekendmaking in het Belgisch Staatsblad, tenzij anders bepaald is.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

8. Welke zijn de middelen om eventuele conflicten tussen verschillende rechtsregels op te lossen?

Indien regelmatig tot stand gekomen normen met elkaar conflicteren, moet men gebruik maken van technieken om deze conflicten te beslechten. Dankzij de hiërarchie der normen worden vele potentiële conflicten vermeden, maar wanneer ze toch opduiken moeten ze op een adequate wijze worden opgelost.

Aan het Grondwettelijk Hof (Arbitragehof) is door art. 142 G.W. de exclusieve bevoegdheid verleend om alle wetgevende normen te toetsen aan de regels die de onderscheiden bevoegdheden van de Staat, de Gemeenschappen en de Gewesten bepalen. Die bevoegdheidsregels zijn opgenomen in de Grondwet en in de wetten met betrekking tot de hervorming van de instellingen in het federale België.

Daarnaast is het Grondwettelijk Hof (Arbitragehof) bevoegd om uitspraak te doen omtrent de schending door een wetgevende norm van de fundamentele rechten en vrijheden gewaarborgd in titel II van de Grondwet (art. 8-32 G.W.). Hiertoe behoren het gelijkheidsbeginsel (art. 10 G.W.) en het discriminatieverbod (art. 11 G.W.). Het Grondwettelijk Hof (Arbitragehof) kan wetgevende normen eveneens toetsen aan art. 170 G.W. (het legaliteitsbeginsel in fiscale zaken), art. 172 G.W. (het gelijkheidsbeginsel in fiscale zaken) en art. 191 G.W. (bescherming voor vreemdelingen).

Zie ook in Federale Overheidsdienst Justitie en daar in "geconsolideerde wetgeving" de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof.

De Raad van State(3) regelt op basis van art. 159 G.W. alle conflicten tussen uitvoerende normen (besluiten en verordeningen) en wetgevende normen. Ten slotte is er nog het Parlementair Overlegcomité dat zich bezighoudt met het regelen van belangenconflicten.

Nadere inlichtingen

(1) Zie Federale Overheidsdienst Justitie www.just.fgov.be , geconsolideerde wetgeving, Grondwet 1994 en bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, zie ook Federale portaalsite en daar in de linker kolom klikken op "De Staat".

De Vlaamse gemeenschap met de Vlaamse Raad (ook Vlaams Parlement genoemd)

De Franse gemeenschap met de Raad van de Franse Gemeenschap

De Duitstalige gemeenschap met de Raad van de Duitstalige Gemeenschap

Het Vlaams Gewest met dezelfde Vlaamse Raad

Het Waals Gewest met de Raad van het Waals Gewest

Het Brussels Hoofdstedelijke Gewest Brussel met de Raad van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest (ook in Nederlandse en Franse colleges bevoegd voor gemeenschapsaangelegenheden)

De Gemeenschappen zijn bevoegd voor

1° de culturele aangelegenheden;

2° het onderwijs, met uitsluiting van (…);

3° de samenwerking tussen de gemeenschappen, alsook de internationale samenwerking, met inbegrip van het sluiten van verdragen, voor de aangelegenheden bedoeld in 1° en 2°.

De Raden van de Vlaamse en de Franse Gemeenschap regelen, ieder wat hem betreft, bij decreet, de persoonsgebonden aangelegenheden, alsook, voor deze aangelegenheden, de samenwerking tussen de gemeenschappen en de internationale samenwerking, met inbegrip van het sluiten van verdragen. De Raad van de Duitstalige Gemeenschap heeft een soortgelijke bevoegdheid.

De Gewestraden hebben bevoegdheden inzake ruimtelijke ordening, monumenten en landschappen, ecomomie, landbouw enz…

(2) Zie in Federale Overheidsdienst Justitie en geconsolideerde wetgeving de wet. - Wet van 31 mei 1961betreffende het gebruik der talen in wetgevingszaken, het opmaken, bekendmaken en inwerkingtreden van wetten en verordeningen.

(3) zie ook in Federale Overheidsdienst Justitie en daar in "geconsolideerde wetgeving" de gecoordineerde wetten op de Raad van State van 12 januari 1973

« Rechtsorde - Algemene informatie | België - Algemene informatie »

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Laatste aanpassing: 29-08-2005

 
  • Gemeinscheftsrecht
  • Internationaal recht

  • België
  • Bulgarije
  • Tsjechië
  • Denemarken
  • Duitsland
  • Estland
  • Ierland
  • Griekenland
  • Spanje
  • Frankrijk
  • Italië
  • Cyprus
  • Letland
  • Litouwen
  • Luxemburg
  • Hongarije
  • Malta
  • Nederland
  • Oostenrijk
  • Polen
  • Portugal
  • Roemenië
  • Slovenië
  • Slowakije
  • Finland
  • Zweden
  • Verenigd Koninkrijk