Europese Commissie > EJN > Rechtsorde > Oostenrijk

Laatste aanpassing: 30-03-2006
Printversie Voeg toe aan favorieten

Rechtsorde - Oostenrijk

 

INHOUDSOPGAVE

I. Rechtsbronnen: I.
II. Hiërarchie van de rechtsbronnen (structuur van de rechtsorde): II.
1. Basisbeginselen van de federale grondwet: 1.
2. Primair en afgeleid Gemeenschapsrecht: 2.
3. „Gewoon“ federaal grondwettelijk recht: 3.
4. Federale wetgeving: 4.
5. Verordening (‘Verordnung’): 5.
6. Beschikking (‘Bescheid’): 6.
III. Wetgevingsproces: III.

 

I. Rechtsbronnen:

Het Oostenrijkse recht is in de eerste plaats wettenrecht. Het gewoonterecht speelt slechts een zeer beperkte rol. De rechtspraak van de hoogste rechterlijke instanties, waarin belangrijke richtsnoeren voor de toepassing van het recht zijn geformuleerd, is van groot belang. Rechtersrecht wordt formeel echter niet als rechtsbron erkend.

Overeenkomstig het Oostenrijkse grondwettelijke recht maken de algemeen erkende regels van het internationaal recht integrerend deel uit van het federale recht en worden internationale verdragen in de Oostenrijkse rechtsorde opgenomen (algemene en speciale omzetting; ‚Transformation’). Welke rang de internationale verdragen in de nationale rechtsorde innemen hangt af van hun inhoud. Voor de goedkeuring van internationale verdragen die de grondwet wijzigen of aanvullen, is in de Nationalrat hetzelfde quorum vereist als voor grondwettelijke wetten. Voor de goedkeuring van internationale verdragen die wetten wijzigen of aanvullen gelden dezelfde vereisten als voor wetten. In principe worden internationale verdragen gesloten door de bondspresident op verzoek van de bondsregering of door een door de bondspresident gemachtigde federale minister. Voor verdragen met een politieke draagwijdte of verdragen die wetten wijzigen of aanvullen is de voorafgaande toestemming van de Nationalrat vereist. De bondspresident kan de bondsregering of de bevoegde federale minister machtigen om bepaalde categorieën internationale verdragen te sluiten, voorzover het niet gaat om verdragen met een politieke draagwijdte of verdragen die wetten wijzigen of aanvullen.

Overeenkomstig de Oostenrijkse federale grondwet hebben de negen deelstaten (‚Bundesländer’) een eigen (grondwettelijk) recht, dat naast het federale (grondwettelijke) recht bestaat. Het grondwettelijke recht van de deelstaten mag niet in strijd zijn met het federale grondwettelijke recht en is daaraan dus ondergeschikt. Tussen federale wetten en wetten van de deelstaten bestaat er in beginsel geen dergelijke hiërarchie. Sinds 1988 kunnen ook de deelstaten internationale verdragen sluiten betreffende aangelegenheden die tot hun autonome bevoegdheid behoren; de beslissingsbevoegdheid op het gebied van buitenlandse zaken ligt echter nog steeds vooral op het federale niveau.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

II. Hiërarchie van de rechtsbronnen (structuur van de rechtsorde):

Uit het feit dat de onderscheiden categorieën rechtsnormen een verschillend derogatoir karakter hebben, blijkt dat er een hiërarchie tussen de rechtsbronnen (structuur van de rechtsorde) bestaat. Door de ter zake geldende complexe wetgevingsprocedure heeft het grondwettelijke recht een bijna definitief karakter. Zo is voor de aanneming van een federale grondwetsbepaling in de regel een meerderheid van twee derde van de stemmen in de Nationalrat vereist, waarbij ten minste de helft van de leden aanwezig moet zijn. Daarenboven moet voor een dergelijke bepaling uitdrukkelijk worden aangegeven dat het om een „grondwettelijke wet“ of een „grondwettelijke bepaling“ gaat. Voor de aanneming van federale regelgeving door de Nationalrat is daarentegen de aanwezigheid van ten minste één derde van de leden vereist alsmede de volstrekte meerderheid der uitgebrachte stemmen.

1. Basisbeginselen van de federale grondwet:

De basisbeginselen (grondbeginselen) van de Oostenrijkse federale grondwet staan aan de top van de hiërarchie der rechtsbronnen. De grondbeginselen van de Oostenrijkse federale grondwet zijn: democratie, de scheiding der machten, de rechtsstaat, de republiek, de federale structuur en het liberalisme. Als geheel vormen deze grondbeginselen de basis van het grondwettelijke recht. Deze beginselen zijn vanuit grondwettelijk oogpunt van bijzonder belang omdat in het kader van de wetgevingsprocedure vooraf een referendum moet worden gehouden over elke fundamentele herziening (‘Gesamtänderung’) van de federale grondwet. Er is sprake van een fundamentele herziening van de federale grondwet wanneer de grondwet zodanig wordt gewijzigd dat een van de daaraan ten grondslag liggende basisbeginselen wordt verlaten en voorts wanneer de onderlinge verhouding tussen deze beginselen wezenlijk wordt gewijzigd.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

2. Primair en afgeleid Gemeenschapsrecht:

De toetreding van Oostenrijk tot de Europese Unie op 1 januari 1995 hield een fundamentele herziening van de Oostenrijkse federale grondwet in. Sinds de toetreding wordt de basis van de rechtsorde niet alleen door het Oostenrijkse grondwettelijke recht gevormd, maar ook door het Europees Gemeenschapsrecht (grondwettelijk dualisme). Volgens de heersende opvattingen heeft het Gemeenschapsrecht voorrang boven het nationale recht en boven het „gewone“ federale grondwettelijke recht, doch niet boven de grondbeginselen van de federale grondwet.

3. „Gewoon“ federaal grondwettelijk recht:

Het grondwettelijke recht bevat de „spelregels“ van het politieke bestel, aangezien daarin de wetgevingsprocedure, de positie van de hoogste staatsorganen, de verhouding tussen de bondsstaat en de deelstaten wat betreft de wetgeving en de uitvoering ervan alsmede de controle op het overheidsoptreden door de administratieve rechtscolleges worden vastgesteld.

4. Federale wetgeving:

Het in de federale grondwet neergelegde grondbeginsel van de rechtsstaat houdt in dat de wetgeving bindend is voor de gehele uitvoerende macht (administratie en administratiefrechtelijk). Overeenkomstig de federale grondwet zijn de wetgevende bevoegdheden verdeeld tussen de bondsstaat en de deelstaten.

5. Verordening (‘Verordnung’):

Verordeningen zijn algemene voorschriften die door de bestuurlijke instanties worden vastgesteld en gericht zijn tot de justitiabelen. De in de grondwet vastgestelde algemene machtiging is in deze context beperkt tot uitvoeringsverordeningen, waarin algemene voorschriften (meestal van gewone wetten) verder worden uitgewerkt. Voor verordeningen die wetten wijzigen of aanvullen is een uitdrukkelijke grondwettelijke machtiging vereist.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

6. Beschikking (‘Bescheid’):

Beschikkingen zijn in de regel administratieve handelingen, die gericht zijn tot een of meer individueel aangeduide personen.

III. Wetgevingsproces:

Conform de in de federale grondwet vastgelegde bevoegdheidsverdeling tussen de bondsstaat en de deelstaten zijn meerdere organen bevoegd om wetgeving vast te stellen. Voor wetgeving op federaal niveau is de Nationalrat samen met de Bundesrat bevoegd. Terwijl de 183 afgevaardigden van de Nationalrat rechtstreeks door het volk worden gekozen, wordt de Bundesrat, die in het kader van de wetgevingsprocedure in de regel slechts over een recht van bezwaar beschikt, door de Landtage (deelstaatparlementen) gekozen. De wetgeving van de deelstaten wordt aangenomen door de Landtage.

Voorstellen voor federale wetgeving worden bij de Nationalrat ingediend in de vorm van:

  • een verzoek van een van zijn leden (wetgevend initiatief van de Nationalrat);
  • een ontwerp van de bondsregering (regeringsontwerp);
  • een verzoek van de Bundesrat.

Daarnaast moet elk verzoek dat door 100 000 stemgerechtigden of door één zesde van de stemgerechtigden van drie deelstaten wordt ingediend (volksinitiatief) ter behandeling aan de Nationalrat worden voorgelegd.

In de praktijk zijn de wetsontwerpen van de bondsregering het belangrijkst. Wetsontwerpen van de bondsregering worden besproken in de ministerraad, die daaraan unaniem zijn goedkeuring moet verlenen. Vooraleer de bondsregering een beslissing neemt, wordt het door de bevoegde federale minister opgestelde wetsontwerp beoordeeld door de daartoe bevoegde instanties (deelstaten, belangenorganisaties).

De door de Nationalrat aangenomen wetten moeten na de procedure in de Bundesrat (voor federale financiewetten is geen procedure in de Bundesrat vereist – federale soevereiniteit van de Nationalrat) door de bondskanselier aan de bondspresident ter authentificatie worden voorgelegd. Elke door de Nationalrat aangenomen wet moet nog vóór de authentificatie ervan aan een referendum worden onderworpen indien de Nationalrat daartoe besluit of indien de meerderheid van de leden van de Nationalrat dat verlangt. Bovendien moet elke fundamentele herziening van de federale grondwet aan een referendum worden onderworpen. Met zijn handtekening authentificeert de bondspresident dat de federale wet op de door de grondwet voorgeschreven wijze is tot stand gekomen. De authentificatie moet door de bondskanselier worden gecontrasigneerd. Federale wetten worden na hun authentificatie door de bondskanselier in het Bundesgesetzblatt (Publicatieblad) bekendgemaakt. Een federale wet is behoudens wanneer in deze wet uitdrukkelijk anders is bepaald (terugwerkende kracht of vacatio legis) verbindend na het verstrijken van de dag waarop het Bundesgesetzblatt met de bekendmaking ervan is gepubliceerd en verzonden.

Een wet kan uitdrukkelijk worden opgeheven (formele opheffing) of er kan een bepaling worden aangenomen die inhoudelijk in strijd is met een voorheen aangenomen bepaling (materiële opheffing) („lex posterior derogat legi priori“). Een specifieke regeling krijgt voorrang boven een algemene regeling (“lex specialis derogat legi generali“). Daarnaast kan een wettelijke regeling zelf bepalingen bevatten betreffende haar werking in de tijd.

« Rechtsorde - Algemene informatie | Oostenrijk - Algemene informatie »

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Laatste aanpassing: 30-03-2006

 
  • Gemeinscheftsrecht
  • Internationaal recht

  • België
  • Bulgarije
  • Tsjechië
  • Denemarken
  • Duitsland
  • Estland
  • Ierland
  • Griekenland
  • Spanje
  • Frankrijk
  • Italië
  • Cyprus
  • Letland
  • Litouwen
  • Luxemburg
  • Hongarije
  • Malta
  • Nederland
  • Oostenrijk
  • Polen
  • Portugal
  • Roemenië
  • Slovenië
  • Slowakije
  • Finland
  • Zweden
  • Verenigd Koninkrijk