Europese Commissie > EJN > Bevoegdheid van de rechtbanken > Roemenië

Laatste aanpassing: 07-05-2009
Printversie Voeg toe aan favorieten

Bevoegdheid van de rechtbanken - Roemenië

EJN logo

Deze pagina is vervallen. De originele taalversie is bijgewerkt en verplaatst naar het Europees e-justitieportaal.


Inleiding:

  • Beschrijf enkel de bevoegdheid van de rechtbanken van eerste aanleg omdat, als regel, wordt verondersteld dat de rechtbank die in eerste aanleg vonnis heeft gewezen, informatie verstrekt over het gerecht waar een hogere voorziening kan worden ingesteld.
  • De uitleg over de bevoegdheid moet niet te gedetailleerd zijn. Besteed vooral aandacht aan die situaties die voor de gebruikers van de site het grootste praktisch nut hebben.
  • In grote lijnen moeten de regels voor de bevoegdheid op deze pagina de volgende punten behandelen:
    1. nationale zaken;
    2. internationale zaken waarin de verweerder woonplaats heeft in een lidstaat van de Europese Unie en waarbij het bevoegde gerecht in de lidstaat op basis van Gemeenschapsrecht moet worden vastgesteld;
    3. internationale zaken waarin de verweerder woonplaats heeft buiten de Europese Unie, tenzij een internationaal verdrag (zoals het Verdrag van Lugano) anders bepaalt.

Als u een procedure in burgerlijke of handelszaken wilt beginnen, zal u moeten weten welke rechtbank bevoegd is voor uw zaak. Als u de verkeerde rechtbank kiest of als er een geschil ontstaat over de bevoegdheid van de rechtbank, loopt u het risico dat uw zaak een ernstige vertraging oploopt of zelfs dat uw eis wordt verworpen wegens onbevoegdheid.

De organisatie van de beroepsgerechten, tribunalen, gespecialiseerde rechtbanken en districtsrechtbanken in Roemenië is neergelegd in wet nr. 304/2004 betreffende de rechtspraak, zoals nadien gewijzigd en aangevuld:

“Artikel 35

  1. Beroepsgerechten (curţi de apel) zijn gerechten met rechtspersoonlijkheid, in het rechtsgebied waarvan meerdere tribunalen (tribunale) en gespecialiseerde rechtbanken (tribunale specializate) zitting hebben.
  2. Beroepsgerechten kennen gespecialiseerde kamers of, naargelang het geval, colleges, voor civiele zaken, strafzaken, handelszaken, jeugd- en familiezaken, bestuurlijke en fiscale zaken, arbeidszaken en socialezekerheidszaken, en, naargelang de aard en het aantal zaken, kamers voor zee- en binnenvaartzaken of andere gespecialiseerde kamers.”

“Artikel 36

  1. Tribunalen (tribunale) zijn gerechten met rechtspersoonlijkheid die zijn georganiseerd per district en in de stad Boekarest. Zij hebben in de regel zitting in de hoofdstad van een district.
  2. Het rechtsgebied van elk tribunaal omvat alle districtsrechtbanken in het district of, indien van toepassing, in de stad Boekarest.
  3. Tribunalen kennen gespecialiseerde kamers of, naargelang het geval, colleges, voor civiele zaken, strafzaken, handelszaken, jeugd- en familiezaken, bestuurlijke en fiscale zaken, arbeidszaken en socialezekerheidszaken, en, naargelang de aard en het aantal zaken, kamers voor zee- en binnenvaartzaken of andere gespecialiseerde kamers.” 

“Artikel 39

  1. Naargelang de aard en het aantal zaken kunnen gespecialiseerde kamers worden ingericht in districtsrechtbanken.
  2. In districtsrechtbanken worden gespecialiseerde kamers of colleges ingericht voor jeugd- en familiezaken.”

“Artikel 40

  1. Gespecialiseerde kamers en colleges voor jeugd- en familiezaken en gespecialiseerde tribunalen voor jeugd- en familiezaken behandelen strafbare feiten gepleegd door en tegen minderjarigen.”


 

INHOUDSOPGAVE

A. Moet ik mij wenden tot een gewone rechtbank of tot een gespecialiseerde rechtbank? A.
B. Als de gewone rechtbanken bevoegd zijn, hoe kan ik dan te weten komen welke van die rechtbanken bevoegd is voor mijn zaak? B.
I. Is er een onderscheid tussen lagere en hogere gewone burgerlijke rechtbanken van eerste aanleg en zo ja, welke rechtbank is dan bevoegd voor mijn zaak? I.
II. Territoriale bevoegdheid (Is de rechtbank van stad A of die van stad B bevoegd voor mijn zaak)? II.
1. De basisregel van de territoriale bevoegdheid 1.
2. Uitzonderingen op de basisregel 2.
a) Wanneer mag ik kiezen tussen de rechtbank van de woonplaats van de verweerder (aangewezen door de basisregel) en een andere rechtbank? a)
b) Wanneer moet ik kiezen voor een andere rechtbank dan die van de woonplaats van de verweerder (aangewezen door de basisregel)? b)
c) Mogen de partijen zelf een rechtbank, die normaal gezien niet bevoegd zou zijn, aanwijzen? c)
C. Als een gespecialiseerde rechtbank bevoegd is, hoe kan ik dan te weten komen tot welke rechtbank ik mij moet wenden? C.

 

A. Moet ik mij wenden tot een gewone rechtbank of tot een gespecialiseerde rechtbank?

Voor lidstaten waar niet alle burgerlijke en handelszaken door gewone burgerlijke rechtbanken worden behandeld, maar bepaalde soorten geschillen aan onafhankelijke, gespecialiseerde rechtbanken worden toegewezen (bijvoorbeeld arbeidsrechtbanken), moet de omvang van de rechtsmacht worden aangegeven.

In Roemenië bestaan naast de gewone rechtbanken gespecialiseerde rechtbanken en colleges die zijn gespecialiseerd in bepaalde rechtsgebieden.

Er bestaan gespecialiseerde rechtbanken/colleges voor arbeidszaken en socialezekerheidszaken, die zitting houden in de tribunalen en de beroepsgerechten; gespecialiseerde rechtbanken/colleges voor jeugd- en familiezaken (echtscheiding, boedelverdeling, voogdij over minderjarigen, omgangsrecht, adoptie), die zitting houden in de districtsrechtbanken, tribunalen en beroepsgerechten; gespecialiseerde rechtbanken voor handelszaken, die zitting houden in de districtsrechtbanken, tribunalen en beroepsgerechten; gespecialiseerde rechtbanken voor reorganisatie en gerechtelijke liquidatie, die zitting houden in de tribunalen en de beroepsgerechten; gespecialiseerde bestuursrechtbanken, die zitting houden in de tribunalen en de beroepsgerechten; gespecialiseerde rechtbanken/colleges voor industriële en intellectuele eigendom, die zitting houden in de tribunalen en beroepsgerechten.

B. Als de gewone rechtbanken bevoegd zijn, hoe kan ik dan te weten komen welke van die rechtbanken bevoegd is voor mijn zaak?

De Codul de procedură civilă (het Roemeense wetboek van burgerlijke rechtsvordering; hierna: “c.p.c.”) is de belangrijkste bron voor de bevoegdheid van de rechterlijke macht. In het wetboek wordt onderscheid gemaakt tussen gewone burgerlijke gerechten en gespecialiseerde gerechten. Deze laatste behandelen de zaken die onder punt A worden genoemd.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Artikel 1 c.p.c. bepaalt bijvoorbeeld dat de districtsrechtbanken (judecătorii) bevoegd zijn in de volgende zaken:

  1. in eerste aanleg: alle vorderingen en verzoeken, met uitzondering van de zaken die door de wet aan andere gerechten worden toegewezen;
  2. beroep tegen besluiten van overheidsorganen met rechtsprekende bevoegdheden en van andere organen met dergelijke bevoegdheden, in de gevallen bij de wet bepaald;
  3. alle andere zaken die door de wet aan hen worden toegewezen.

Artikel 2 bepaalt vervolgens dat de tribunalen (tribunale) bevoegd zijn in de volgende zaken:

  1. in eerste aanleg:
    1. handelszaken en vorderingen met een waarde van meer dan 1 miljard ROL, en handelszaken en vorderingen met een waarde die niet in geld kan worden uitgedrukt;
    2. burgerlijke zaken en vorderingen met een waarde van meer dan 5 miljard ROL; arbeidszaken, met uitzonderingen van de zaken die door de wet aan andere gerechten worden toegewezen;
    3. bestuurlijke zaken en vorderingen, met uitzondering van de zaken waarin de beroepsgerechten bevoegd zijn;
    4. zaken en vorderingen betreffende intellectuele en industriële eigendom;
    5. onteigeningszaken;
    6. verzoeken om goedkeuring, ongeldigverklaring of vernietiging van adoptie;
    7. ***Ingetrokken;
    8. ***Ingetrokken;
    9. vorderingen tot vergoeding van schade veroorzaakt door gerechtelijke dwalingen in strafzaken;
    10. verzoeken om erkenning en goedkeuring van de tenuitvoerlegging van buitenlandse vonnissen;
  2. in hun hoedanigheid van beroepsgerecht: hoger beroep tegen vonnissen in eerste aanleg gewezen, in de gevallen bij de wet bepaald;
  3. in hun hoedanigheid van cassatierechter: beroep in cassatie in de gevallen bij de wet bepaald;
  4. alle andere zaken die door de wet aan hen worden toegewezen.

Artikel 3 bepaalt dat de beroepsgerechten (curţi de apel) bevoegd zijn in de volgende zaken:

Bovenkant paginaBovenkant pagina

  1. in eerste aanleg: bestuurlijke geschillen over besluiten van overheidsorganen en centrale instellingen;
  2. in hun hoedanigheid van beroepsgerecht: hoger beroep tegen vonnissen in eerste aanleg gewezen door rechtbanken en tribunalen; in hun hoedanigheid van cassatierechter: beroep in cassatie in de gevallen bij de wet bepaald;
  3. alle andere zaken die door de wet aan hen worden toegewezen.

Artikel 4 bepaalt dat het Hof van Cassatie (Înalta Curte de Casaţie şi Justiţie) bevoegd is in de volgende zaken:

  1. beroep in cassatie tegen arresten van de beroepsgerechten en andere beslissingen, in de gevallen bij de wet bepaald;
  2. beroep in cassatie in het belang der wet;
  3. ***Ingetrokken;
  4. alle andere zaken die door de wet aan hen worden toegewezen.

Artikel 41 bepaalt ten slotte dat in arbitragezaken (afdeling IV) het gerecht bevoegd is dat bevoegd zou zijn in de zaak als geen arbitrageovereenkomst zou zijn gesloten.

I. Is er een onderscheid tussen lagere en hogere gewone burgerlijke rechtbanken van eerste aanleg en zo ja, welke rechtbank is dan bevoegd voor mijn zaak?

In de meeste lidstaten wordt een onderscheid gemaakt tussen lagere en hogere burgerlijke rechtbanken van eerste aanleg. In dat geval wordt de bevoegdheid vastgesteld op grond van:

  • een grensbedrag voor de waarde van de vordering, en/of
  • andere factoren die de bevoegdheid bepalen, ongeacht de waarde van de betrokken vordering.

In het Roemeense stelsel van rechtspraak worden lagere en hogere burgerlijke rechtbanken onderscheiden. De bevoegdheid wordt bepaald door een dubbele maatstaf: enerzijds de waarde van de vordering, anderzijds de aard ervan, ongeacht de waarde.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Districtsrechtbanken zijn in beginsel in alle burgerlijke zaken bevoegd, maar krachtens artikel 2 c.p.c. zijn de tribunalen bevoegd in vermogensrechtelijke geschillen met een waarde van meer dan 5 miljard ROL (ca. 150 000 EUR). In handelszaken met een waarde van meer dan 1 miljard ROL (ca. 30 000 EUR) zijn in eerste aanleg zowel de tribunalen als de districtsrechtbanken bevoegd.

Er is ook regelgeving waarin absolute bevoegdheid wordt verdeeld op grond van andere maatstaven dan de waarde en bevoegdheid wordt toegewezen aan het tribunaal in geval van vorderingen van bijzondere aard, zoals arbeidsgeschillen en socialezekerheidszaken, intellectuele en industriële eigendom, adoptie, bestuurszaken, onteigeningszaken, vergoeding van schade veroorzaakt door gerechtelijke dwalingen, erkenning en goedkeuring van de tenuitvoerlegging van buitenlandse vonnissen en faillissement.

II. Territoriale bevoegdheid (Is de rechtbank van stad A of die van stad B bevoegd voor mijn zaak)?

1. De basisregel van de territoriale bevoegdheid

In theorie is de rechtbank van de woonplaats of gewone verblijfplaats van de verweerder bevoegd (deze hoofdregel is ook van toepassing op rechtspersonen).

De regels voor de territoriale bevoegdheid van de Roemeense rechtbanken kunnen worden gevonden in de artikelen 5 tot en met 16 c.p.c. De hoofdregel is dat de rechtbank van de woonplaats van de verweerder bevoegd is als de verweerder een natuurlijke persoon is, en de rechtbank van de statutaire zetel van de verweerder als de verweerder een rechtspersoon is. Vorderingen tegen de staat of gedecentraliseerde overheidsorganen/instellingen moeten worden ingesteld bij de rechtbank in Boekarest of van de hoofdstad van het betreffende district.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

2. Uitzonderingen op de basisregel

Er is een aantal uitzonderingen op de hoofdregel. Als de verweerder een natuurlijke persoon is, kan de zaak worden aangebracht bij de rechtbank van de plaats waar de verweerder regelmatig een beroep uitoefent of een agrarische, industriële of handelsonderneming voert; bij rechtspersonen kan de zaak worden aangebracht bij de rechtbank van de plaats waar de rechtspersoon een vestiging heeft, maar enkel als de vordering betrekking heeft op een verbintenis die daar ten uitvoer moeten worden gelegd.

In geschillen omtrent rechten op onroerende zaken moet de zaak worden aangebracht bij het gerecht van de plaats waar de onroerende zaak is gelegen. Daarnaast moeten geschillen over nalatenschappen worden aangebracht bij het gerecht van de laatste woonplaats van de overledene. Handelsgeschillen waarbij een vennootschap betrokken is, worden behandeld door het gerecht van de plaats waar de vennootschap haar hoofdvestiging heeft. In faillissementszaken ten slotte is het gerecht van de plaats waar de faillerende vennootschap haar hoofdvestiging heeft, bevoegd.

a) Wanneer mag ik kiezen tussen de rechtbank van de woonplaats van de verweerder (aangewezen door de basisregel) en een andere rechtbank?

Deze afdeling moet uitleg bevatten over de bijzondere, niet-uitsluitende regels over territoriale bevoegdheid, die gewoonlijk verband houden met de aard van de zaak of de grond van de vordering.

De afdeling moet ten minste de regels behandelen voor:

  • vorderingen uit overeenkomst (bijzondere regels voor bepaalde soorten overeenkomsten en arbeidsovereenkomsten)
  • onderhoudsverplichtingen
  • vorderingen uit onrechtmatige daad
  • voeging als benadeelde partij met een schadevergoeding in een strafzaak
  • scheiding
  • geschillen over ouderlijke verantwoordelijkheid

De artikelen 9 tot en met 12 c.p.c. bevatten een reeks alternatieve regels voor de bevoegdheid.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Artikel 9 bepaalt dat een vordering tegen meerdere verweerders kan worden aangebracht bij een rechtbank die bevoegd is voor een van de verweerders. Als het bij een of meer schuldenaren gaat om een accessoire verbintenis, moet de vordering worden ingesteld bij een rechtbank die bevoegd is voor een van de hoofdschuldenaren.

Artikel 10 bepaalt dat naast de rechtbank van de woonplaats van de verweerder de volgende rechters mede bevoegd zijn:

  1. ten aanzien van de uitvoering, vernietiging, ontbinding of opzegging van een overeenkomst: het gerecht van de plaats waar de verbintenis volgens de overeenkomst (geheel of ten dele) moet worden uitgevoerd;
  2. ten aanzien van de huur van onroerende zaken, rechtvaardigingsacties of geschillen over de levering van onroerende zaken: het gerecht van de plaats waar de onroerende zaak is gelegen;
  3. ten aanzien van een wissel, cheque of promesse: het gerecht van de plaats van betaling;
  4. ten aanzien van handelsverbintenissen: het gerecht van de plaats waar de verbintenis is ontstaan, is uitgevoerd of moet worden uitgevoerd;
  5. ten aanzien van een vervoersovereenkomst: het gerecht van de plaats van vertrek of aankomst;
  6. in geschillen waarin de wederpartij een getrouwde vrouw is* wier gewone verblijfplaats afwijkt van die van haar echtgenoot: het gerecht van de gewone verblijfplaats van de vrouw;
  7. ten aanzien van onderhoudsverplichtingen, in zaken aangebracht door verwanten in opgaande of neergaande lijn: het gerecht van de woonplaats van de verzoeker;
  8. ten aanzien van vorderingen uit onrechtmatige daad: het gerecht van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan.

------------

Bovenkant paginaBovenkant pagina

* Deze bepaling moet als ingetrokken worden beschouwd als gevolg van de grondwettelijke erkenning van de gelijkheid van man en vrouw.

Artikel 11 bepaalt dat een vordering tot schadevergoeding in verzekeringszaken kan worden ingesteld bij het gerecht van:

  1. de woonplaats van de verzekerde;
  2. de verzekerde goederen;
  3. de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan.

Een overeenkomst over de bevoegdheid is nietig als ze is gesloten voordat het recht op vergoeding is ontstaan.

De bovenstaande bepalingen zijn niet van toepassing in verzekeringsgeschillen ten aanzien van de zee- en binnenvaart.

Tot slot bepaalt artikel 12 dat de eiser kan kiezen tussen verschillende gelijkelijk bevoegde rechters.

b) Wanneer moet ik kiezen voor een andere rechtbank dan die van de woonplaats van de verweerder (aangewezen door de basisregel)?

In deze afdeling moeten de uitsluitende regels over bijzondere rechtsmacht worden behandeld.

Zoals vermeld in vraag II.2, punt 2, worden in de artikelen 13 tot en met 16 c.p.c. regels gegeven voor de uitsluitende relatieve bevoegdheid.

Deze regels zijn:

“Artikel 13

Vorderingen betreffende onroerende zaken kunnen enkel worden ingesteld bij het gerecht van de plaats waar de onroerende zaak is gelegen.

Indien de onroerende zaak is gelegen binnen het rechtsgebied van meerdere gerechten, moet de vordering worden ingesteld bij het gerecht van de woonplaats of de verblijfplaats van de verweerder, als een van beide in een van deze rechtsgebieden ligt, of bij een van de gerechten in de rechtsgebieden waarvan de onroerende zaak gelegen is.”

Bovenkant paginaBovenkant pagina

“Artikel 14

In zaken betreffende nalatenschappen is de rechter van de laatste woonplaats van de overledene bevoegd ter zake van:

  1. vorderingen betreffende de geldigheid en de uitvoering van de testamentaire beschikkingen;
  2. vorderingen betreffende de nalatenschap en vorderingen van de erfgenamen onderling;
  3. vorderingen van legatarissen of schuldeisers van de overledene tegen een van de erfgenamen of degene die het testament uitvoert.”

“Artikel 15

Zaken betreffende vennootschappen worden, zolang zij niet zijn geliquideerd, behandeld door de rechter van de plaats waar de statutaire zetel van de vennootschap is gelegen.”

“Artikel 16

Zaken betreffende gerechtelijke reorganisatie en faillissement van vennootschappen worden bij uitsluiting behandeld door de rechter van de plaats waar de statutaire zetel van de schuldenaar is gelegen.”

c) Mogen de partijen zelf een rechtbank, die normaal gezien niet bevoegd zou zijn, aanwijzen?

Deze afdeling betreft:

  • voorwaarden voor de geldigheid en de rechtsgevolgen van een forumkeuze (met inbegrip van een jurisdictiebeding);
  • bevoegdheid van een rechter uitsluitend op de grond dat een verweerder in rechte is verschenen.

Het Roemeense stelsel van rechtspraak kent een aantal afwijkingen van en bijzondere bepalingen over de hierboven gegeven algemene regels voor de (uitsluitende) bevoegdheid.

Deze bepalingen zijn te vinden in titel III, artikelen 17 tot en met 19, c.p.c. en betreffen onder meer de uitbreiding van rechtsmacht en overeenkomsten tussen partijen over de bevoegdheid.

Artikel 17 bepaalt dat accessoire en incidentele vorderingen moeten worden behandeld door de rechter die bevoegd is kennis te nemen van de hoofdvordering.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Artikel 18 bepaalt dat de rechtsmacht in zaken betreffende de vaststelling van rechten wordt bepaald aan de hand van de regels voor zaken betreffende de uitvoering van verbintenissen.

Artikel 18, lid 1, bepaalt dat de rechter die bevoegd is op grond van de waarde van de vordering, zijn bevoegdheid behoudt als de waarde van de vordering naderhand verandert.

Tot slot bepaalt artikel 19 ter zake van de overeenkomst waarbij partijen een bevoegde rechter aanwijzen, dat partijen schriftelijk of mondeling voor de rechter kunnen overeenkomen dat vorderingen over vermogensrechten worden behandeld door een andere rechter dan de rechter die door de wet wordt aangewezen, behalve in de gevallen van de artikelen 13, 14, 15 en 16.

C. Als een gespecialiseerde rechtbank bevoegd is, hoe kan ik dan te weten komen tot welke rechtbank ik mij moet wenden?

Indien van toepassing moet de beschrijving van de regels voor de bevoegdheid van gespecialiseerde rechtbanken dezelfde structuur volgen als in deel B. Indien de regels voor de bevoegdheid in grote lijnen gelijk zijn, moet dit worden aangegeven door in te gaan op de uitzonderingen.

Zoals blijkt uit deel B behandelt het wetboek van burgerlijke rechtsvordering de meeste aspecten van absolute en relatieve bevoegdheid van gespecialiseerde rechtbanken (arbeidszaken, socialezekerheidszaken, familiezaken, geschillen betreffende minderjarigen, adoptie, industriële en intellectuele eigendom, bestuurlijke zaken, onteigeningszaken, vorderingen tot vergoeding van schade veroorzaakt door rechterlijke dwalingen, erkenning en goedkeuring van de tenuitvoerlegging van buitenlandse vonnissen en faillissement).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Artikel 1, lid 2, c.p.c. wijst de bevoegdheid in geval van beroep tegen besluiten van overheidsorganen met rechtsprekende bevoegdheden en van andere organen met dergelijke bevoegdheden, in de gevallen bij de wet bepaald, toe aan de districtsrechtbanken.

Bij wijze van uitzondering op de regels in het wetboek van burgerlijke rechtsvordering zijn er bijvoorbeeld bijzondere regels voor de absolute bevoegdheid op bepaalde nauw omschreven terreinen, zoals geschillen die moeten worden beslecht krachtens artikel 24 van wet nr. 10/2001 betreffende de teruggave van onroerende zaken die door de staat zijn onteigend. In dit artikel is bepaald dat het tribunaal in eerste aanleg bevoegd is kennis te nemen van de vordering van de gerechtigde wiens verzoek om teruggave van de onroerende zaak was afgewezen.

Evenzo bepaalt artikel 56 van wet nr. 168/1999 betreffende de beslechting van vakbondsconflicten dat verzoeken om de schorsing van stakingen moeten worden ingediend bij het beroepsgerecht in wiens rechtsgebied de vakbond is gevestigd en dat daarop binnen 7 dagen vanaf de dag van aanhangigmaking moet worden beslist, een en ander in afwijking van de algemene regel dat alle vorderingen in eerste aanleg worden behandeld door het tribunaal van de zetel van de werkgever.

Voor douanegeschillen, die worden geregeld door wet nr. 554/2004 (wet op de bestuursrechtspraak), bestaan bijzondere regels waarin de waarde van de vordering in aanmerking wordt genomen: douanegeschillen (afgezien van bezwaren tegen een proces-verbaal van een bestuurlijke overtreding, waarin de districtsrechtbanken bevoegd zijn) worden in eerste aanleg behandeld door gespecialiseerde rechtbanken als de waarde van de zaak ten hoogste 500 000 RON bedraagt. Als de waarde dit bedrag overtreft, is het beroepsgerecht in eerste aanleg bevoegd.

Tot slot moet erop worden gewezen dat de bevoegdheid in internationale zaken waarbij de verweerder woonplaats heeft in een lidstaat van de Europese Unie, wordt bepaald in overeenstemming met de bepalingen van wet nr. 187 van 9 mei 2003 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging in Roemenië van beslissingen in burgerlijke en handelszaken gewezen in lidstaten van de Europese Unie (bekendgemaakt in Monitorul Oficial nr. 333 van 16 mei 2003).

Nadere inlichtingen

Nuttige links:

  • http://www.just.ro română
  • http://www.csm1909.ro English - română
  • http://www.scj.ro English - română

« Bevoegdheid van de rechtbanken - Algemene informatie | Roemenië - Algemene informatie »

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Laatste aanpassing: 07-05-2009

 
  • Gemeinscheftsrecht
  • Internationaal recht

  • België
  • Bulgarije
  • Tsjechië
  • Denemarken
  • Duitsland
  • Estland
  • Ierland
  • Griekenland
  • Spanje
  • Frankrijk
  • Italië
  • Cyprus
  • Letland
  • Litouwen
  • Luxemburg
  • Hongarije
  • Malta
  • Nederland
  • Oostenrijk
  • Polen
  • Portugal
  • Roemenië
  • Slovenië
  • Slowakije
  • Finland
  • Zweden
  • Verenigd Koninkrijk