Europese Commissie > EJN > Bevoegdheid van de rechtbanken > Italië

Laatste aanpassing: 15-02-2008
Printversie Voeg toe aan favorieten

Bevoegdheid van de rechtbanken - Italië

EJN logo

Deze pagina is vervallen. De originele taalversie is bijgewerkt en verplaatst naar het Europees e-justitieportaal.


 

INHOUDSOPGAVE

A. Moet ik mij wenden tot een gewone rechtbank of tot een gespecialiseerde rechtbank? A.
B. Als de gewone rechtbanken bevoegd zijn, hoe kan ik dan te weten komen welke van die rechtbanken bevoegd is voor mijn zaak? B.
I. Is er een onderscheid tussen lagere en hogere gewone burgerlijke rechtbanken van eerste aanleg en zo ja, welke rechtbank is dan bevoegd voor mijn zaak? I.
II. Territoriale bevoegdheid (Is de rechtbank van stad A of die van stad B bevoegd voor mijn zaak) II.
1. De basisregel van de territoriale bevoegdheid 1.
2. Uitzonderingen op de basisregel 2.
a) Wanneer mag ik kiezen tussen de rechtbank van de woonplaats van de verweerder (aangewezen door de basisregel) en een andere rechtbank? a)
b) Wanneer moet ik kiezen voor een andere rechtbank dan die van de woonplaats van de verweerder (aangewezen door de basisregel)? b)
c) Mogen de partijen zelf een rechtbank, die normaal gezien niet bevoegd zou zijn, aanwijzen? c)
C. Als een gespecialiseerde rechtbank bevoegd is, hoe kan ik dan te weten komen tot welke rechtbank ik mij moet wenden? C.

 

A. Moet ik mij wenden tot een gewone rechtbank of tot een gespecialiseerde rechtbank?

In eerste aanleg zijn de giudice di pace (vrederechter) en het tribunale (rechtbank) bevoegd. De vrederechter, ingesteld bij wet nr. 374/1991, is een honorair magistraat, dus geen beroepsrechter, met een tijdelijk mandaat. De vrederechter maakt wel deel uit van de rechterlijke macht (zie het thema over de organisatie van de rechtspraak).

Voor sommige rechtsgebieden bestaan gespecialiseerde rechterlijke instellingen.

De gespecialiseerde rechterlijke instellingen zijn: de jeugdrechtbanken, de gespecialiseerde landbouwkamers bij de rechtbanken (en de hoven van beroep) en de regionale rechtbanken voor openbare wateren. Deze rechterlijke instellingen bestaan uit beroepsrechters en deskundigen.

Onlangs zijn op grond van wetgevingsdecreet nr. 168/2003 bij twaalf rechtbanken (en hoven van beroep) gespecialiseerde kamers voor de behandeling van geschillen op het gebied van industriële en intellectuele eigendom ingesteld (Bari, Bologna, Catania, Firenze, Genua, Milaan, Napels, Palermo, Rome, Turijn, Trieste en Venetië). Deze kamers bestaan uit beroepsrechters.

B. Als de gewone rechtbanken bevoegd zijn, hoe kan ik dan te weten komen welke van die rechtbanken bevoegd is voor mijn zaak?

De term bevoegdheid heeft betrekking op de rechtsmacht die aan elke rechterlijke instelling is toegewezen. In de Codice di procedura civile (Italiaans wetboek van burgerlijke rechtsvordering; hierna “c.p.c.” genoemd) zijn criteria neergelegd aan de hand waarvan de bevoegde rechter kan worden gevonden. Samen bepalen deze criteria welke rechter in een concrete zaak bevoegd is.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

In de eerste plaats moet worden vastgesteld of de vrederechter of de rechtbank bevoegd is. Dit hangt af van de aard en de waarde van de vordering.

Als is vastgesteld welke soort rechter bevoegd is, moet worden bepaald in welke plaats de zaak moet worden aangebracht. Dit gebeurt aan de hand van de criteria voor territoriale (relatieve) bevoegdheid.

I. Is er een onderscheid tussen lagere en hogere gewone burgerlijke rechtbanken van eerste aanleg en zo ja, welke rechtbank is dan bevoegd voor mijn zaak?

De bevoegdheid tussen de vrederechter en de rechtbank wordt (zoals hierboven gezegd) verdeeld op grond van de aard en de waarde van de vordering. De vrederechter is bevoegd in de volgende zaken, ongeacht de waarde:

  1. geschillen over grenslijnen en de inachtneming van de wettelijke minimumafstanden bij het aanplanten van bomen en heggen;
  2. zaken betreffende het gebruik van voorzieningen in gebouwen die in appartementen zijn gesplitst;
  3. zaken betreffende de verspreiding van een hoeveelheid rook, warmte of lawaai die de grens overschrijdt die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar wordt beschouwd.

Vrederechters nemen ook kennis van beroep tegen een beschikking waarbij een administratieve boete is opgelegd, maar boetes van meer dan 15 493,71 EUR of bepaalde bijzonder ernstige overtredingen worden door de rechtbank behandeld (wet nr. 689/1981).

De vrederechter is daarnaast bevoegd in zaken met de volgende waarde:

  1. zaken betreffende roerende goederen met een waarde van niet meer dan 2 582,28 EUR, tenzij de wet een andere bevoegde rechter aanwijst;
  2. vorderingen tot vergoeding van schade veroorzaakt door voertuigen en vaartuigen, mits de waarde van de vordering niet meer dan 15 493,71 EUR bedraagt.

De rechtbank is bevoegd in alle zaken waarvoor geen andere bevoegde rechter is aangewezen. De rechtbank is bij uitsluiting bevoegd in belastingzaken, zaken betreffende de staat, de rechts- en handelingsbekwaamheid van personen en adellijke titels, zaken aangaande de vaststelling van vervalsingen, tenuitvoerleggingsgeschillen en in het algemeen in alle zaken waarvan de waarde niet kan worden vastgesteld.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

De rechtbank is ook bevoegd in onteigeningszaken en in het algemeen in procedures in verband met bewarende maatregelen, ook als in de hoofdzaak de vrederechter bevoegd is (artikelen 669ter en 669quater c.p.c.).

II. Territoriale bevoegdheid (Is de rechtbank van stad A of die van stad B bevoegd voor mijn zaak)

1. De basisregel van de territoriale bevoegdheid

Het algemene criterium is de woon- of verblijfplaats van een natuurlijke persoon of rechtspersoon (artikelen 18 en 19 c.p.c.).

Tenzij de wet anders bepaalt is de rechter van de plaats waar de gedaagde woon- of verblijfplaats heeft bevoegd. Als deze niet bekend zijn, is de rechter van de plaats waar de gedaagde werkelijk verblijft bevoegd.

Als de gedaagde geen woon- of verblijfplaats heeft op Italiaans grondgebied en daar ook niet werkelijk verblijft, of zijn woon- of verblijfplaats niet bekend is, is de rechter van de verblijfplaats van de eiser bevoegd.

In geval van rechtspersonen is de rechter van de zetel van de gedaagde bevoegd, of (naar keuze van de eiser) de rechter van de plaats waar de gedaagde een vestiging en een vertegenwoordiger met procesbevoegdheid heeft. De zetel van vennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid, verenigingen en comités is de plaats waar zij bestendig hun activiteiten uitoefenen.

2. Uitzonderingen op de basisregel
a) Wanneer mag ik kiezen tussen de rechtbank van de woonplaats van de verweerder (aangewezen door de basisregel) en een andere rechtbank?

Naast de bevoegdheid van de rechter van de woonplaats van de gedaagde natuurlijke persoon of rechtspersoon is er ook de facultatieve bijzondere bevoegdheid voor zaken in verband met verbintenissenrechten (persoonlijke vorderingen). Bij dergelijke zaken kan de eiser dus kiezen of hij de zaak aanhangig maakt bij de rechter van de basisregel of bij de rechter van de plaats waar de verbintenis die aan de vordering ten grondslag ligt, is ontstaan (het constitutieve feit kan een overeenkomst of de wet zijn) of waar deze is uitgevoerd of moet worden uitgevoerd (artikel 20 c.p.c.). De twee overeenkomstig artikel 20 c.p.c. aangewezen facultatieve rechters zijn naast elkaar en naast de door de basisregel aangewezen rechter bevoegd.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

In geval van niet-contractuele aansprakelijkheid moet volgens vaste rechtspraak de “plaats waar de verbintenis is ontstaan” worden opgevat als de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan. In geval van niet-nakoming van een overeenkomst moet “de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt” worden opgevat als de oorspronkelijke verbintenis en niet als de vervangende verbintenis tot schadevergoeding.

Ook een rechter die door partijen bij overeenkomst is aangewezen, is naast de door de basisregel aangewezen rechter en de facultatieve rechters als bedoeld in artikel 20 c.p.c. bevoegd, tenzij uitdrukkelijk is bepaald dat hij bij uitsluiting bevoegd is.

Voeging met een vordering tot schadevergoeding in een strafproces. Een benadeelde of zijn rechtsopvolgers onder algemene titel kunnen zich burgerlijke partij stellen in een strafproces jegens de verdachte of de civielrechtelijk aansprakelijke [artikel 74 e.v. van de Codice di procedura penale (Italiaans wetboek van strafvordering)]. Een vordering die al aanhangig is voor de burgerlijke rechter kan naar de strafrechter worden verwezen.

b) Wanneer moet ik kiezen voor een andere rechtbank dan die van de woonplaats van de verweerder (aangewezen door de basisregel)?
  • De eiser is verplicht zijn vordering in te stellen bij een andere rechter dan de rechter die door de basisregel wordt aangewezen als op grond van een overeenkomst tussen partijen of de wet een bepaalde rechter bij uitsluiting bevoegd is.

    Een dergelijke uitsluitende bevoegdheid zet de alternatieve bevoegdheid van andere door de wet aangewezen rechters opzij. Indien de zaken verknocht zijn, kan echter ook van uitsluitende bevoegdheid worden afgeweken.

    Bovenkant paginaBovenkant pagina

    De volgende rechters zijn bij uitsluiting bevoegd: de rechter die door de wet is aangewezen voor zaken betreffende zakelijke rechten en bezitsacties (criterium van het forum rei sitae, dat wil zeggen van de plaats waar het onroerend goed gelegen is, artikel 21 c.p.c.); voor zaken betreffende nalatenschappen (de rechter van de plaats waar de nalatenschap openvalt, artikel 22 c.p.c.); voor geschillen tussen vennoten of mede-eigenaren in appartementsgebouwen (de rechter van de plaats van de zetel van de vennootschap of van de plaats waar het in appartementen gesplitste gebouw gelegen is, artikel 23 c.p.c.); voor zaken betreffende voogdij, curatele of het bewind over een vermogen (de rechter van de plaats waar de voogdij, curatele of het bewind wordt uitgeoefend, artikel 24 c.p.c.).

  • In sommige gevallen kan om redenen van openbaar belang niet worden afgeweken van de regel waarbij een bij uitsluiting bevoegde rechter is aangewezen. In dergelijke gevallen kan de zaak niet worden verwezen vanwege de verknochtheid met een andere zaak op grond van de regel van de volgorde van aanhangigmaking, absorptie of subjectieve cumulatie (artikel 33 e.v. c.p.c.).

    De volgende rechters hebben een dergelijke verplichte bevoegdheid: de rechter van de schatkist [in zaken waarin een overheidsorgaan partij is, is de rechter van de zetel van de avvocatura dello stato (juridische dienst) bevoegd (artikel 25 c.p.c.)]; de rechter van de tenuitvoerlegging (artikel 26 c.p.c.); de rechter die bevoegd is kennis te nemen van verzet tegen tenuitvoerlegging (artikel 27 c.p.c.); de rechter die bevoegd is te beslissen op verzoeken tot toepassing van bewarende maatregelen (artikelen 669ter en 669quater c.p.c.); de rechter die bevoegd is in bezitsacties en voor klachten betreffende nieuwe werken die mogelijk schade zullen berokkenen.

    Bovenkant paginaBovenkant pagina

    Van de bevoegdheid kan evenmin worden afgeweken in zaken waarin het openbaar ministerie tussenbeide moet komen (zaken die het openbaar ministerie zelf aanhangig kan maken, huwelijkszaken, zaken betreffende de staat, de rechts- en handelingsbekwaamheid van personen en andere in de wet aangegeven zaken, artikel 70 c.p.c.) en in zaken waarvoor dat uitdrukkelijk in de wet is aangegeven (artikel 28 c.p.c.), zoals in arbeidsgeschillen (artikel 413 c.p.c.) en bij de goedkeuring van een aanzegging tot ontruiming van een gehuurd onroerend goed (artikel 661 c.p.c.).

  • Bijzondere gevallen van verplichte bevoegdheid

    In geschillen uit individuele arbeidsovereenkomsten is de rechtbank in haar hoedanigheid van arbeidsrechter bevoegd. De territoriale bevoegdheid komt toe aan de rechter in wiens rechtsgebied de overeenkomst tot stand is gekomen, of zich het bedrijf of de vestiging bevindt waar de werknemer werkt of ten tijde van de beëindiging van de overeenkomst werkte (artikel 413 c.p.c.). Een beding waarin wordt afgeweken van de hierboven uiteengezette bevoegdheid is nietig. De onbevoegdheid kan door de gedaagde enkel worden ingeroepen in de in artikel 416 c.p.c. bedoelde memorie van antwoord of kan uiterlijk bij de mondelinge behandeling ter terechtzitting ambtshalve door de rechter worden vastgesteld (artikel 428 c.p.c.).

    In zaken betreffende verbintenissen uit agentuurovereenkomsten, handelsvertegenwoordiging en andere bestendige samenwerkingsvormen zonder dienstverband is de rechter bevoegd in wiens rechtsgebied de agent, handelsvertegenwoordiger of medewerker met een ander type samenwerkingsovereenkomst zijn woonplaats heeft (artikel 413 c.p.c.).

    Bovenkant paginaBovenkant pagina

    In echtscheidingszaken is de rechtbank bevoegd van de plaats waar de verwerende echtgenoot zijn woon- of verblijfplaats heeft, of, in geval hij geen bekende woon- of verblijfplaats heeft of zijn verblijfplaats buiten Italië ligt, de rechtbank van de woon- of verblijfplaats van de verzoekende echtgenoot. Als beide echtgenoten buiten Italië verblijven, kan elke rechtbank in Italië de zaak behandelen. Een gezamenlijk verzoek tot echtscheiding kan worden gericht tot de rechtbank van de woon- of verblijfplaats van elk van beide echtgenoten.

    In gevallen van scheiding van tafel en bed wordt het verzoek gericht tot de rechtbank van de woon- of verblijfplaats van de verwerende echtgenoot (artikel 706 c.p.c). Partijen kunnen niet in onderlinge overeenstemming een andere rechter dan die van de woon- of verblijfplaats van de verwerende echtgenoot aanwijzen. Het verzoek kan echter aan de rechter van de woon- of verblijfplaats van de verzoekende echtgenoot, als subsidiaire rechter, worden gericht als geen woon- of verblijfplaats van de verwerende echtgenoot bekend is.

    De absolute bevoegdheid terzake van verzet tegen tenuitvoerlegging wordt op grond van de aard en de waarde van de vordering bepaald door de algemene regels, maar de verplichte territoriale bevoegdheid is toegewezen aan de rechter van de plaats van tenuitvoerlegging, dat wil zeggen van de plaats waar het vonnis ten uitvoer wordt gelegd.

  • Wat zijn de consequenties als de regels voor de bevoegdheid op grond van de aard en de waarde van de zaak en de territoriale bevoegdheid niet in acht worden genomen?

    Door de hervorming van 1990 is de regeling van de bevoegdheid eenvoudiger geworden: de exceptie van eenvoudige territoriale onbevoegdheid (dus uitgezonderd de gevallen waarin niet van de bevoegdheidsregel kan worden afgeweken) kan enkel worden opgeworpen door de gedaagde in de memorie van antwoord. In alle andere gevallen (onbevoegdheid op grond van aard of waarde van de vordering, verplichte territoriale onbevoegdheid) kan de onbevoegdheid ook ambtshalve door de rechter worden vastgesteld, maar niet later dan de eerste terechtzitting. Met andere woorden, als de onbevoegdheid niet of pas na verstrijken van de termijn wordt ingeroepen, kan de kwestie van de bevoegdheid niet meer worden behandeld en blijft de zaak aanhangig voor de aangezochte rechter (artikel 38 c.p.c.).

    Bovenkant paginaBovenkant pagina

c) Mogen de partijen zelf een rechtbank, die normaal gezien niet bevoegd zou zijn, aanwijzen?
  • Afgezien van de gevallen waarin de territoriale bevoegdheid op grond van de wet niet kan worden gewijzigd, kunnen partijen zelf een bevoegde rechter aanwijzen. De bevoegdheid moet schriftelijk worden overeengekomen en bepaalde welomschreven zaken betreffen.

    De bij overeenkomst aangewezen rechter is naast de andere rechters bevoegd, tenzij uitdrukkelijk uitsluitende bevoegdheid is overeengekomen. Omdat het niet gaat om verplichte bevoegdheid, kan de bij overeenkomst (eventueel bij uitsluiting) aangewezen rechter zijn bevoegdheid ook weer verliezen in geval van verknochte zaken.

    Een beding waarbij wordt afgeweken van de territoriale bevoegdheid moet uitdrukkelijk schriftelijk worden bevestigd, als het deel uitmaakt van een door een van de partijen voorgelegd standaardcontract of van een formulier dat door de wederpartij moet worden ondertekend. Uitdrukkelijke instemming is niet nodig als de overeenkomst het resultaat is van vrije en concrete onderhandelingen tussen de partijen.

    In contracten van consumenten met een wederpartij die handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf wordt een beding waarbij een andere bevoegde rechter wordt aangewezen dan de rechter van de woon- of verblijfplaats van de consument vermoed onredelijk bezwarend te zijn [artikel 1469bis Codice civile (Italiaans burgerlijk wetboek)]. Tegenbewijs is toegelaten.

  • De overeenkomst kan ook stilzwijgend zijn en blijken uit de woonplaatskeuze (rechter van de gekozen woonplaats).

C. Als een gespecialiseerde rechtbank bevoegd is, hoe kan ik dan te weten komen tot welke rechtbank ik mij moet wenden?

De aard van het geschil is bepalend voor de absolute bevoegdheid. Daarnaast geldt het wettelijke criterium voor de vaststelling van de territoriaal bevoegde rechter.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

  • In alle zaken betreffende pachtovereenkomsten zijn de gespecialiseerde landbouwkamers van de rechtbanken bevoegd. Deze bevoegdheid is uitsluitend en verplicht, ook territoriaal: de bevoegdheid wordt bepaald door de plaats waar het grondstuk gelegen is (wet nr. 29/1990).
  • Indien een van de ouders of beide zich gedragen op een manier die nadelig is voor hun minderjarige kind (artikel 330 e.v. Codice civile), is de jeugdrechtbank bevoegd de nodige voorzieningen met betrekking tot het ouderlijk gezag te treffen. De territoriaal bevoegde rechtbank wordt vastgesteld aan de hand van de feitelijke woonplaats van de minderjarige en dus van de gewone verblijfplaats op de datum van het verzoek of, in geval van een ambtshalve aanhangig gemaakte procedure, op de datum van aanhangigmaking van de procedure. Dit is een functionele bevoegdheid waarvan niet kan worden afgeweken.
  • In geschillen betreffende industriële en intellectuele eigendom (nationale, internationale en gemeenschapsmerken, octrooien en kwekersrecht, gebruiksmodellen, tekeningen en modellen, auteursrechten, gevallen van oneerlijke mededinging die de bescherming van industriële en intellectuele eigendom raken) zijn de gespecialiseerde kamers bevoegd die bij wetgevingsdecreet nr. 168/2003 zijn ingesteld. Bij twaalf rechtbanken (en hoven van beroep) zijn gespecialiseerde kamers ingesteld die bevoegd zijn in zaken die volgens de normale bevoegdheidsregels door de in artikel 4 van wetgevingsdecreet nr. 168/2003 bedoelde rechterlijke instellingen zouden worden behandeld. De geschillen waarvoor gewoonlijk een van de rechterlijke instellingen in de rechtsgebieden van de hoven van beroep van Milaan en Brescia bevoegd zou zijn, worden bijvoorbeeld behandeld door de gespecialiseerde kamers bij de rechtbank en het hof van beroep van Milaan.

Nuttige link: www.giustizia.it English - français - italiano

Bijgewerkt tot 30 april 2007.

« Bevoegdheid van de rechtbanken - Algemene informatie | Italië - Algemene informatie »

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Laatste aanpassing: 15-02-2008

 
  • Gemeinscheftsrecht
  • Internationaal recht

  • België
  • Bulgarije
  • Tsjechië
  • Denemarken
  • Duitsland
  • Estland
  • Ierland
  • Griekenland
  • Spanje
  • Frankrijk
  • Italië
  • Cyprus
  • Letland
  • Litouwen
  • Luxemburg
  • Hongarije
  • Malta
  • Nederland
  • Oostenrijk
  • Polen
  • Portugal
  • Roemenië
  • Slovenië
  • Slowakije
  • Finland
  • Zweden
  • Verenigd Koninkrijk