Europese Commissie > EJN > Bevoegdheid van de rechtbanken > Internationaal recht

Laatste aanpassing: 30-07-2004
Printversie Voeg toe aan favorieten

Bevoegdheid van de rechtbanken - Internationaal recht

EJN logo

Deze pagina is vervallen. De pagina wordt bijgewerkt en verplaatst naar het Europees e-justitieportaal.


De communautaire regels over de rechterlijke bevoegdheid zijn ook van toepassing tussen de lidstaten en enkele staten buiten de Europese Unie

Als u betrokken bent bij een conflict met een bedrijf, een beroepsbeoefenaar, uw werkgever of iemand anders uit een staat buiten de Europese Unie, moet u zien te achterhalen van welke staat de gerechten bevoegd zijn. Het antwoord op deze vraag kan belangrijke gevolgen hebben. Als u in het buitenland moet procederen, kan dat extra kosten en moeite met zich meebrengen, bijvoorbeeld omdat uw verklaringen vertaald moeten worden, omdat u een advocaat moet nemen in de staat waar het proces plaatsvindt of omdat u naar de rechtszittingen moet reizen.

Het Verdrag van Lugano

In 1988 hebben de lidstaten van de Europese Unie en enkele andere staten het Verdrag van Lugano (en - fr) betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken gesloten. Op dit moment zijn, naast de lidstaten van de EU, Zwitserland, Noorwegen, IJsland en Polen partij bij dat verdrag. Het Verdrag van Lugano heeft de werkingssfeer van de regels inzake de rechterlijke bevoegdheid tussen de lidstaten, die eerder waren neergelegd in het Verdrag van Brussel van 1968 betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, tot buiten de grenzen van de Europese Unie verruimd. In maart 2002 is het Verdrag van Brussel van 1968 vervangen door Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken. De verordening heeft enkele bepalingen over de bevoegdheid gewijzigd. Daarom zal het Verdrag van Lugano binnenkort gewijzigd worden om het volledig in overeenstemming te brengen met de regels die binnen de Europese Unie van toepassing zijn.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Wat zijn de belangrijkste beginselen van het Verdrag van Lugano wat de rechterlijke bevoegdheid betreft?

In het algemeen is de woonplaats van de verweerder de bepalende factor voor de bevoegdheid. Personen die in een verdragsluitende staat wonen, worden ongeacht hun nationaliteit opgeroepen voor de gerechten van die staat. Het Verdrag bevat niettemin een aantal bepalingen die afwijken van dit beginsel en toestaan dat een rechtszaak aanhangig wordt gemaakt in een andere verdragsluitende staat dan die waar de verweerder woont. Hieronder volgen hiervan de belangrijkste voorbeelden:

In zaken betreffende verbintenissen uit overeenkomst kan een persoon worden gedaagd voor de gerechten van de plaats van uitvoering van die verbintenis. Zo kan de Franse verkoper van een vrachtwagen in Noorwegen worden gedaagd als het voertuig daar moest worden geleverd.
Ten aanzien van een schadeclaim zijn de gerechten van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan, bevoegd. Wanneer een verkeersongeval heeft plaatsgevonden in Zwitserland en daarbij een toerist die in het VK woont en een ter plekke wonende Zwitser betrokken waren, kan de Zwitserse eiser de zaak dus aanhangig maken bij de Zwitserse gerechten. Soms zijn de plaats waar het feit zich voordoet dat aanleiding geeft tot aansprakelijkheid wegens onrechtmatige daad (bijv. de lozing van giftige stoffen in een rivier in Polen) en de plaats waar die gebeurtenis tot schade leidt (bijv. schade aan gewassen die geïrrigeerd zijn met het water van de vervuilde rivier in Duitsland) niet in dezelfde verdragsluitende staat gelegen. In dat geval kan de eiser voor de gerechten van een van die verdragsluitende staten kiezen.
Ten aanzien van zaken in verband met onderhoudsverplichtingen kan de tot onderhoud gerechtigde zich wenden tot de gerechten van de verdragsluitende staat waar hij zelf woont.
In een aantal betrekkingen uit overeenkomst die gekenmerkt worden door een duidelijk ongelijke machtspositie tussen de partijen, zoals zaken betreffende consumenten- en verzekeringsovereenkomsten, wordt de zwakke partij geacht speciale bescherming nodig te hebben. Als algemene regel kunnen de zwakke partijen (de consument, de verzekerde) slechts worden opgeroepen in de verdragsluitende staat waar zij wonen. De sterke partijen (de verkoper, de verzekeraar) kunnen daarentegen, soms onder bepaalde voorwaarden, ook voor de rechter worden gedaagd in de verdragsluitende staat waar de zwakke partij woont.

De bovengenoemde bijzondere regels inzake de rechterlijke bevoegdheid vormen een aanvullende keuzemogelijkheid voor de eiser, die er ook voor kan kiezen de verweerder te dagen voor de gerechten van de verdragsluitende staat waar die persoon woont. Er zijn echter ook enkele gevallen van zogenoemde exclusieve bevoegdheid die de bevoegdheid op basis van de woonplaats van de verweerder niet aanvullen, maar vervangen. Voorbeelden hiervan zijn:

Ten aanzien van zaken in verband met zakelijke rechten op, alsmede huur en verhuur, pacht en verpachting van onroerende zaken zijn uitsluitend de gerechten van de verdragsluitende staat waar het goed gelegen is, bevoegd.
Ten aanzien van rechten die geregistreerd moeten worden, zoals octrooien of merken, zijn de gerechten van de verdragsluitende staat waar de registratie heeft plaatsgehad, bij uitsluiting bevoegd.
Onder bepaalde voorwaarden hebben de partijen ook de mogelijkheid de verdragsluitende staat waarvan de gerechten bevoegd zijn, vrij te kiezen. Een dergelijke overeenkomst tot aanwijzing van een bevoegd gerecht leidt gewoonlijk tot de exclusieve bevoegdheid van de gerechten van de aangewezen verdragsluitende staat, tenzij de partijen anders overeenkomen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Behoudens bepaalde uitzonderingen leidt het enkele feit dat de verweerder voor een gerecht verschijnt tot de bevoegdheid van de gerechten van die verdragsluitende staat, ook als zij normaliter niet bevoegd zijn.

Er zij op gewezen dat de bovenstaande beschrijving van de bevoegdheidsregels in het verdrag niet uitputtend is, en evenmin gedetailleerd genoeg om in een concreet geval aan de hand ervan op betrouwbare wijze de bevoegdheid te kunnen vaststellen.

Wat gebeurt er als in twee verdragsluitende staten een rechtszaak over hetzelfde geschil aanhangig wordt gemaakt?

Soms spannen beide partijen bij een geschil over dezelfde zaak een rechtszaak aan in verschillende verdragsluitende staten. Bijvoorbeeld na een verkeersongeval waarbij twee personen betrokken zijn die respectievelijk in IJsland en Finland wonen, zouden beiden elkaar in de verdragsluitende staat van de woonplaats van de wederpartij voor het gerecht kunnen oproepen om schadevergoeding te eisen. In die situatie voorziet het verdrag als uitgangspunt in de regel “wie eerst komt, eerst maalt”. Het gerecht waarbij de zaak het laatst is aangebracht, moet zijn uitspraak aanhouden totdat de bevoegdheid van het andere gerecht vaststaat. Als de bevoegdheid van het gerecht waarbij de zaak het eerst is aangebracht vaststaat, verklaart het andere gerecht zich onbevoegd. Slechts wanneer het gerecht waarbij de zaak het eerst is aangebracht tot de conclusie komt dat het niet bevoegd is, kan het andere gerecht het proces voortzetten.

Hoe wordt de internationale rechterlijke bevoegdheid bepaald als een lidstaat van de Europese Unie en een niet-lidstaat die geen ondertekenaar is van het Verdrag van Lugano bij een geschil betrokken zijn?

Als de verweerder in een lidstaat van de Europese Unie woont, maar de eiser niet in een andere lidstaat of in een verdragsluitende staat van het Verdrag van Lugano woont, beoordelen de gerechten van de lidstaten hun internationale bevoegdheid op basis van de bepalingen van Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken.

Als de verweerder buiten het territoriale toepassingsgebied van die verordening en van het Verdrag van Lugano woont, bepaalt het nationale procesrecht van elke lidstaat onder welke voorwaarden de gerechten van die lidstaat bevoegd zijn. Klik voor informatie over het nationale procesrecht inzake de internationale bevoegdheid van een lidstaat op de vlag van de desbetreffende lidstaat.

Onder auspiciën van de Haagse Conferentie voor internationaal privaatrecht (en - fr), een internationale organisatie, worden momenteel voorbereidingen getroffen voor onderhandelingen over een mondiaal verdrag inzake internationale rechterlijke bevoegdheid en buitenlandse beslissingen in burgerlijke en handelszaken

Referentiedocumenten

  • Verdrag van Lugano van 16 september 1988 betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (en - fr)
  • Verdrag van Brussel van 1968 betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken
  • Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken

« Bevoegdheid van de rechtbanken - Algemene informatie | Internationaal recht - Algemene informatie »

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Laatste aanpassing: 30-07-2004

 
  • Gemeinscheftsrecht
  • Internationaal recht

  • België
  • Bulgarije
  • Tsjechië
  • Denemarken
  • Duitsland
  • Estland
  • Ierland
  • Griekenland
  • Spanje
  • Frankrijk
  • Italië
  • Cyprus
  • Letland
  • Litouwen
  • Luxemburg
  • Hongarije
  • Malta
  • Nederland
  • Oostenrijk
  • Polen
  • Portugal
  • Roemenië
  • Slovenië
  • Slowakije
  • Finland
  • Zweden
  • Verenigd Koninkrijk