Europese Commissie > EJN > Voorlopige en bewarende maatregelen > Zweden

Laatste aanpassing: 29-08-2006
Printversie Voeg toe aan favorieten

Voorlopige en bewarende maatregelen - Zweden

EJN logo

Deze pagina is vervallen. De originele taalversie is bijgewerkt en verplaatst naar het Europees e-justitieportaal.


 

INHOUDSOPGAVE

1. Welke soorten bewarende maatregelen zijn er? 1.
2. Onder welke voorwaarden kunnen deze maatregelen worden genomen? 2.
2.1. De procedure 2.1.
2.2. De voorwaarden 2.2.
3. Doel en aard van deze maatregelen 3.
3.1. Bij welke soorten activa kunnen deze maatregelen worden toegepast? 3.1.
3.2. Wat zijn de gevolgen van deze maatregelen? 3.2.
3.3. Hoe lang zijn deze maatregelen geldig? 3.3.
4. Kan tegen deze maatregelen beroep worden ingesteld? 4.

 

1. Welke soorten bewarende maatregelen zijn er?

In hoofdstuk 15 van de "rättegångsbalken" (het Zweedse Wetboek van rechtsvordering) staan de grondbeginselen inzake bewarende maatregelen in civiele zaken. Als algemene regel geldt dat pas na de uitspraak van een rechtbank kan worden overgegaan tot gedwongen tenuitvoerlegging. De bepalingen inzake bewarende maatregelen vormen een uitzondering op deze regel. Over het algemeen hebben de bewarende maatregelen ten doel ervoor te zorgen dat de verliezende partij voldoet aan wat hem of haar door een rechtbank wordt opgelegd.

De meest gebruikelijk bewarende maatregel is “kvarstad” (conservatoir beslag), d.w.z. dat een eiser beslag kan laten leggen op goederen van de tegenpartij of deze goederen op andere wijze aan het beschikkingsrecht van de tegenpartij kan onttrekken.

Volgens hoofdstuk 15, §1, van het Zweedse Wetboek van rechtsvordering kan tot conservatoir beslag worden overgegaan om de toekomstige uitvoering te verzekeren van een vonnis dat een vordering betreft. In de regel dient een beslissing tot conservatoir beslag zo te worden geformuleerd dat er beslag wordt gelegd op goederen van de schuldenaar met een waarde die vermoedelijk voldoende is om een bepaalde vordering mee te dekken. Bij wijze van uitzondering kan echter in het besluit worden aangegeven op welke goederen het beslag kan worden gelegd.

Er kan ook worden overgegaan tot conservatoir beslag ter verzekering van de toekomstige uitvoering van een vonnis dat betrekking heeft op een voorrecht op een bepaald goed (hoofdstuk 15, §2, van het Zweedse Wetboek van rechtsvordering). Een voorbeeld van dergelijke vonnissen is een vonnis waarin enerzijds wordt bepaald dat de eiser ten opzichte van de verweerder een voorrecht op bepaalde aandelen heeft, en anderzijds dat de verweerder de aandelen onverwijld dient over te dragen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Hoofdstuk 15, §3, van het Zweedse Wetboek van rechtsvordering bevat een algemene bepaling inzake het recht dat de rechtbank heeft om een passende maatregel op te leggen om het recht van de eiser veilig te stellen. Dit wordt onder meer toegepast in geval van verbodsacties. Ook een proces inzake bevestiging dat de verweerder vanwege een concurrentiebeding niet het recht heeft om met bepaalde goederen te werken zou onder deze bepaling kunnen vallen.

Bovendien kan de rechtbank op grond van hoofdstuk 15, §4, van het Zweedse Wetboek van rechtsvordering, in een rechtszaak betreffende een voorrecht op een bepaald goed de teruggave van weggemaakte goederen.

Verder blijkt uit hoofdstuk 15, §5, lid 3, van het Zweedse Wetboek van rechtsvordering, dat een bewarende maatregel onder bepaalde omstandigheden als voorlopige maatregel kan worden opgelegd.

Bovendien bestaan er op een aantal specifieke rechtsgebieden, zoals het octrooirecht, aparte bepalingen inzake bewarende maatregelen.

2. Onder welke voorwaarden kunnen deze maatregelen worden genomen?

2.1. De procedure

Besluiten over bewarende maatregelen worden opgelegd door de rechtbank waar de zaak aanhangig is. Is de zaak nog niet aanhangig gemaakt, dan gelden in hoofdzaak dezelfde bepalingen inzake de bevoegde rechtbank als voor civiele zaken in het algemeen.

De rechtbank kan niet op eigen initiatief de kwestie van bewarende maatregelen ter sprake brengen. Derhalve is het noodzakelijk dat de partij die bewarende maatregelen wenst hiervoor een verzoek indient. Indien er geen rechtszaak aanhangig is, moet het verzoek schriftelijk worden gedaan.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Er wordt niet geëist dat een verzoeker wordt bijgestaan of vertegenwoordigd door een advocaat. De procedure bij een Zweedse rechtbank is kosteloos, met uitzondering van een heffing die momenteel 450 SEK (ca. 50 EUR) bedraagt.

2.2. De voorwaarden

Voordat maatregelen uit hoofde van hoofdstuk 15, §§1-3, van het Zweedse Wetboek van rechtsvordering kunnen worden gelast, moet de eigenlijke hoofdzaak (bijv. een vordering overeenkomstig §1) het voorwerp kunnen zijn van een gerechtelijke procedure of behandeling in een andere, soortgelijke procedure (waaronder arbitrageprocedures).

Conservatoir beslag of een andere bewarende maatregel op grond van hoofdstuk 15 van het Zweedse Wetboek van rechtsvordering kan volgens de “Högsta domstolen”, de hoogste Zweedse rechterlijke instantie, ook worden gelast in zaken waarbij sprake is van vorderingen die zullen worden getoetst door een buitenlandse rechtbank, indien het vonnis in Zweden ten uitvoer moet worden gelegd.

Voordat conservatoir beslag uit hoofde van hoofdstuk 15, §§1-3, van het Zweedse Wetboek van rechtsvordering kan worden opgelegd, moet aan de volgende voorwaarden voldaan zijn:

  1. Een voorwaarde is dat de verzoeker gegronde redenen heeft voor zijn of haar vordering, waarvan kan worden aangenomen dat deze het voorwerp van een rechterlijke procedure of behandeling in een andere, soortgelijke procedure kan worden.
  2. De verzoeker dient verder aan te tonen dat redelijkerwijs gevreesd kan worden dat de tegenpartij door te verdwijnen, goederen te verwijderen of op andere wijze het voldoen van schulden te ontlopen (§1), de goederen verwijdert, wezenlijk verslechtert of op zo’n wijze over de goederen beschikt dat dit de verzoeker benadeelt (§2), of dat de tegenpartij door het uitoefenen van een bepaalde werkzaamheid de uitoefening van het recht van de verzoeker verhindert, bemoeilijkt of de waarde ervan wezenlijk vermindert.
  3. Een andere voorwaarde voor voorlopige oplegging van een maatregel is dat vertraging schade kan opleveren. Hiermee wordt bedoeld dat de uitvoering van een besluit in gevaar komt als de maatregel niet onmiddellijk, zonder de tegenpartij te horen, wordt uitgevoerd. Wordt de maatregel voorlopig opgelegd, dan wordt het besluit aan beide partijen toegezonden en kan de verweerder opmerkingen maken over het besluit. Indien er opmerkingen van de tegenpartij ontvangen worden, dan buigt de rechtbank zich onmiddellijk over de vraag of de maatregel opnieuw getoetst moet worden.
  4. Ten slotte kan de maatregel alleen worden opgelegd indien de verzoeker een waarborg stelt voor de eventuele schade die de verweerder oploopt. Indien de verzoeker hiertoe niet in staat is maar tegelijkertijd kan aantonen dat er gegronde redenen zijn voor zijn verzoek, dan kan de rechtbank hem van deze verplichting ontslaan.

3. Doel en aard van deze maatregelen

3.1. Bij welke soorten activa kunnen deze maatregelen worden toegepast?

Bij de uitvoering van een besluit tot conservatoir beslag voor vorderingen gaat het erom dat er beslag wordt gelegd op goederen van een bepaalde waarde. Wat betreft de uitvoering geldt in grote lijnen hetzelfde als voor executoir beslag. Er is echter geen sprake van verkoop van de goederen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

In principe kunnen alle soorten goederen in aanmerking komen voor conservatoir beslag, zowel roerende als onroerende goederen. 

Op bepaalde goederen kan echter geen conservatoir beslag worden gelegd. Het betreft hier zogenaamde ”beneficie”-goederen, goederen waarvoor een uitzondering geldt. Hiermee wordt o.a. bedoeld:

  • kleding en andere voorwerpen voor persoonlijk gebruik van de schuldenaar, tot een redelijke waarde,
  • meubels, huishoudelijke apparaten en andere uitrusting, noodzakelijk voor het huis en het huishouden,
  • materialen en gereedschappen die voor de schuldenaar onontbeerlijk zijn voor het uitoefenen van zijn beroep of voor zijn beroepsopleiding.
  • persoonlijke bezittingen, bijv. medailles en sportprijzen, die voor de schuldenaar van een dergelijk grote persoonlijke waarde zijn dat het niet billijk zou zijn hierop beslag te leggen.

Goederen kunnen ook beschermd zijn op grond van specifieke voorschriften. Dit kan bijv. het geval zijn met schadevergoedingen.

Er kan geen conservatoir beslag voor vorderingen gelegd worden op loon e.d. voordat dit uitbetaald is en er beslag op kan worden gelegd.

3.2. Wat zijn de gevolgen van deze maatregelen?

Als er conservatoir beslag voor vorderingen op goederen is gelegd, mag de verweerder deze goederen niet overdragen. Ook mag de verweerder niet op andere wijze over de goederen beschikken die de verzoeker benadeelt. De “Kronofogdemyndighet”, de Zweedse gerechtsdeurwaardersinstantie, kan echt op bepaalde gronden uitzonderingen op het verbod op overdracht toestaan. Beschikking over de goederen in strijd met het overdrachtsverbod is strafbaar

Bovenkant paginaBovenkant pagina

3.3. Hoe lang zijn deze maatregelen geldig?

Als een maatregel uit hoofde van hoofdstuk 15, §§1-3, van het Zweedse Wetboek van rechtsvordering is opgelegd dient de verzoeker, binnen een maand na het besluit de zaak aanhangig te maken bij de rechtbank, indien dit nog niet is gebeurd. Als de vordering in het kader een andere procedure moet worden behandeld, dient de verzoeker de nodige maatregelen te nemen overeenkomstig wat voor deze procedure is voorgeschreven.

Wordt de maatregel voorlopig opgelegd, dan wordt het besluit aan beide partijen toegezonden en kan de verweerder opmerkingen maken over het besluit.  Indien er opmerkingen van de verweerder ontvangen worden, dan buigt de rechtbank zich onmiddellijk over de vraag of de maatregel opnieuw onderzocht moet worden.

Een maatregel dient onmiddellijk te worden ingetrokken indien na de oplegging ervan een borg wordt gesteld die verwezenlijking van het doel mogelijk maakt.

4. Kan tegen deze maatregelen beroep worden ingesteld?

Over een verzoek tot bewarende maatregelen dient een besluit te worden genomen, zowel indien het verzoek wordt gedaan in het kader van een rechterlijke procedure waarin een zaak wordt behandeld, als wanneer het een op zichzelf staand verzoek betreft.

In beide gevallen kan beroep worden aangetekend door degene tegen wie het besluit gericht is. Beroep tegen een besluit van het kantongerecht dient schriftelijk te worden ingediend binnen drie weken na de dag waarop de beslissing is gegeven. Indien de beslissing niet ter rechtszitting is geuit, en er ter rechtszitting niet is medegedeeld wanneer de beslissing zal worden gegeven, dan loopt de termijn vanaf de dag waarop de apellant het besluit ontvangen heeft. Het beroep dient te worden gericht aan het hof van beroep maar wordt ingediend bij het kantongerecht.

Heeft het kantongerecht in een civiele zaak een verzoek om bewarende maatregelen afgewezen overeenkomstig hoofdstuk 15 van het Zweedse Wetboek van rechtsvordering of een beslissing over een dergelijke maatregel  ingetrokken, kan het hof van beroep de maatregel onmiddellijk geldig verklaren tot nader order. Als het kantongerecht een dergelijke maatregel heeft goedgekeurd of heeft verklaard dat de beslissing kan worden uitgevoerd zelfs als het nog niet definitief is, dan kan het hof van beroep onmiddellijk beslissen dat de beslissing van het kantongerecht tot nader order niet mag worden uitgevoerd.

« Voorlopige en bewarende maatregelen - Algemene informatie | Zweden - Algemene informatie »

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Laatste aanpassing: 29-08-2006

 
  • Gemeinscheftsrecht
  • Internationaal recht

  • België
  • Bulgarije
  • Tsjechië
  • Denemarken
  • Duitsland
  • Estland
  • Ierland
  • Griekenland
  • Spanje
  • Frankrijk
  • Italië
  • Cyprus
  • Letland
  • Litouwen
  • Luxemburg
  • Hongarije
  • Malta
  • Nederland
  • Oostenrijk
  • Polen
  • Portugal
  • Roemenië
  • Slovenië
  • Slowakije
  • Finland
  • Zweden
  • Verenigd Koninkrijk