Europese Commissie > EJN > Voorlopige en bewarende maatregelen > Slowakije

Laatste aanpassing: 10-09-2007
Printversie Voeg toe aan favorieten

Voorlopige en bewarende maatregelen - Slowakije

EJN logo

Deze pagina is vervallen. De originele taalversie is bijgewerkt en verplaatst naar het Europees e-justitieportaal.


 

INHOUDSOPGAVE

1. Welke verschillende soorten maatregelen zijn er? 1.
2. De voorwaarden om maatregelen te kunnen treffen 2.
3. De kenmerken van de maatregelen 3.

 

1. Welke verschillende soorten maatregelen zijn er?

In het Slowaakse recht wordt een onderscheid gemaakt tussen voorlopige maatregelen en de veiligstelling van bewijs.

In burgerlijke zaken wordt onder een voorlopige maatregel verstaan een voorlopige (tijdelijke) regeling die de status quo tussen de partijen handhaaft en tot doel heeft ervoor te zorgen dat de inhoudelijke behandeling van de zaak soepel kan verlopen. Het doel van een voorlopige maatregel kan ook zijn te waarborgen dat een uiteindelijke uitspraak van de rechtbank doeltreffend ten uitvoer kan worden gelegd. Het betreft een beslissing met tijdelijke werking die uitsluitend voorlopige doelen dient en niet vooruitloopt op de uitspraak van de rechtbank. Dergelijke maatregelen moeten hun voorlopige doelen dienen, maar mogen zo min mogelijk ingrijpen in en van invloed zijn op de rechtspositie van de persoon aan wie zij worden opgelegd.

Het veiligstellen van bewijs vindt plaats voor aanvang van het proces. Het kan gaan om alle soorten bewijsmiddelen (getuigenverhoor, deskundigenadvies, enz.) en gebeurt uitsluitend naar aanleiding van een verzoekschrift; de rechtbank doet dit dus niet eigener beweging. Een dergelijk verzoekschrift moet worden ingediend door de persoon die bevoegd is om bij de rechter de zaak aanhangig te maken waarin het veiliggestelde bewijs kan worden gebruikt.

2. De voorwaarden om maatregelen te kunnen treffen

Voor aanvang van een proces kan een rechter een voorlopige maatregel opleggen indien dit noodzakelijk is om de status quo tussen de partijen tijdelijk te bewaren of indien de vrees bestaat dat de tenuitvoerlegging van de uiteindelijke uitspraak kan worden belemmerd. Voorlopige maatregelen worden bevolen door de rechtbank die bevoegd is om de zaak inhoudelijk te behandelen. Wanneer, in zaken waarbij minderjarigen betrokken zijn die een zeker risico lopen, niet bekend is welke rechtbank bevoegd is of de bevoegde rechtbank niet tijdig kan optreden, kan de rechtbank in het rechtsgebied waar de minderjarige verblijft interveniëren en een voorlopige maatregel opleggen overeenkomstig § 75, onder a), van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering. Deze rechtbank moet de zaak vervolgens echter zo snel mogelijk verwijzen naar de bevoegde rechtbank.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

De rechtbank beveelt een voorlopige maatregel op basis van een verzoekschrift. Er is geen verzoekschrift nodig voor voorlopige maatregelen voor procedures die de rechtbank zonder verzoekschrift kan inleiden.

Vertegenwoordiging door een advocaat is niet wettelijk verplicht.

Voor verzoekschriften inzake het opleggen of intrekken van een voorlopige maatregel geldt een griffierecht, dat in de betreffende wetgeving is vastgesteld op 500 SKK.

Voor aanvang van de inhoudelijke behandeling van de zaak kan op grond van een verzoekschrift bewijsmateriaal worden veiliggesteld, wanneer de vrees bestaat dat dit bewijs later onmogelijk of uiterst moeilijk te verkrijgen zal zijn. De rechtbank die bevoegd is om het bewijs veilig te stellen is de rechtbank die bevoegd is om de zaak inhoudelijk te behandelen of de rechtbank in het rechtsgebied waar het betreffende bewijsmateriaal zich bevindt. Ook in dergelijke gevallen is vertegenwoordiging door een advocaat niet wettelijk verplicht.

Voor het veiligstellen van bewijs wordt geen griffierecht geheven; de kosten van bewijslevering die niet worden gedekt door een waarborgsom komen voor rekening van de overheid. De rechtbank kan van een eiser die niet in aanmerking komt voor de vrijstelling van betaling van griffierechten namelijk wel eisen dat hij een waarborgsom betaalt voor de kosten van bewijslevering. Dit betekent echter niet dat de persoon daardoor het recht verliest om deze kosten vervolgens vergoed te krijgen.

Voor het opleggen van een voorlopige maatregel moet ofwel sprake zijn van de noodzaak om de status quo tussen de partijen te handhaven ofwel van de vrees dat de tenuitvoerlegging van de uitspraak van de rechtbank zal worden belemmerd; dit geldt voor zowel contentieuze als niet-contentieuze procedures.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Ook het veiligstellen van bewijs kan zowel plaatsvinden in contentieuze als in niet-contentieuze procedures.

3. De kenmerken van de maatregelen

Door een voorlopige maatregel op te leggen kan een rechter de betreffende persoon bevelen:

  1. het gevorderde bedrag aan alimentatie te betalen;
  2. een kind onder voogdij te stellen van de andere ouder of enige andere door de rechtbank aangewezen partij;
  3. ten minste een gedeelte van het salaris te betalen, indien er sprake is van een geldige arbeidsovereenkomst en de eiser vanwege een dwingende reden arbeidsongeschikt is;
  4. een geldbedrag of een zaak in bewaring van de rechtbank te stellen;
  5. af te zien van de vervreemding van bepaalde zaken of rechten;
  6. iets te doen, iets na te laten of toe te staan dat iets wordt gedaan;
  7. tijdelijk niet de verblijfplaats te betreden van een verwant of persoon die onder zijn of haar gezag of zorgplicht valt omdat hij of zij, op redelijke gronden, verdacht wordt van de lichamelijke mishandeling van die verwant of persoon.

De opgesomde voorlopige maatregelen zijn slechts voorbeelden; dit betekent dat een rechter ook andere soorten voorlopige maatregelen kan opleggen of diverse soorten voorlopige maatregelen met elkaar kan combineren om het beoogde doel, tijdelijke bescherming, te bereiken.

Een voorlopige maatregel die tot doel heeft verweerder te bevelen bepaalde zaken of rechten ongemoeid te laten kan worden opgelegd wanneer bijvoorbeeld de vrees bestaat dat hij of zij zal proberen die zaken of rechten op enigerlei wijze te vervreemden, door ze aan een ander over te dragen, te vernietigen, te beschadigen, enz.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Een rechter kan beslissen een voorlopige maatregel op te leggen zonder de procespartijen te horen. Dit betekent dat de partijen niet voor de rechter hoeven te verschijnen alvorens een voorlopige maatregel kan worden opgelegd; deze regel houdt verband met het feit dat een verhoor strijdig zou kunnen zijn met het doel van de voorlopige maatregel en het feit dat het opleggen van voorlopige maatregelen in beginsel niet gepaard gaat met het verkrijgen van bewijs. Een rechtbank kan echter wel bevelen tot het horen van de partijen, maar in dat geval moeten alle procesregels die gelden voor het verkrijgen van bewijs worden toegepast. Indien een rechtbank alleen schriftelijk bewijs toestaat, wordt dit bewijs niet behandeld tijdens een openbare mondelinge zitting; de rechtbank trekt de noodzakelijke conclusies zonder verdere inbreng van de partijen.

Een voorlopige maatregel vervalt, indien:

  1. de eiser verzuimt om het verzoekschrift waarmee de zaak bij de rechter aanhangig moet worden gemaakt binnen de door de rechtbank vastgestelde termijn in te dienen;
  2. het verzoekschrift met betrekking tot de inhoudelijke behandeling van de zaak wordt verworpen;
  3. het verzoekschrift met betrekking tot de inhoudelijke behandeling van de zaak wordt aanvaard, maar er vijftien dagen zijn verstreken vanaf de datum waarop de beslissing uitvoerbaar werd;
  4. de periode waarin de maatregel van kracht had moeten zijn is verstreken.

Wanneer de redenen voor het opleggen van een voorlopige maatregel niet langer van toepassing zijn, trekt de rechtbank de maatregel in.

Een partij die het niet eens is met een opgelegde maatregel kan beroep instellen tegen de betreffende beslissing. Als de rechtbank een verzoekschrift inzake een voorlopige maatregel verwerpt, heeft ook de eiser het recht om beroep in te stellen tegen deze beslissing. De rechtbank die bevoegd is het ingestelde beroep te behandelen is het relevante hof van beroep, d.w.z. de rechtbank van tweede aanleg die in de hiërarchie een niveau hoger staat dan de rechtbank van eerste aanleg die de voorlopige maatregel heeft opgelegd.

Beroep tegen beslissingen inzake een voorlopige maatregel moet binnen vijftien dagen na ontvangst van de beslissing worden ingesteld bij de rechtbank die de betwiste beslissing heeft genomen. Het beroep heeft geen schorsende werking.

« Voorlopige en bewarende maatregelen - Algemene informatie | Slowakije - Algemene informatie »

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Laatste aanpassing: 10-09-2007

 
  • Gemeinscheftsrecht
  • Internationaal recht

  • België
  • Bulgarije
  • Tsjechië
  • Denemarken
  • Duitsland
  • Estland
  • Ierland
  • Griekenland
  • Spanje
  • Frankrijk
  • Italië
  • Cyprus
  • Letland
  • Litouwen
  • Luxemburg
  • Hongarije
  • Malta
  • Nederland
  • Oostenrijk
  • Polen
  • Portugal
  • Roemenië
  • Slovenië
  • Slowakije
  • Finland
  • Zweden
  • Verenigd Koninkrijk