Europese Commissie > EJN > Voorlopige en bewarende maatregelen > Slovenië

Laatste aanpassing: 18-03-2008
Printversie Voeg toe aan favorieten

Voorlopige en bewarende maatregelen - Slovenië

EJN logo

Deze pagina is vervallen. De originele taalversie is bijgewerkt en verplaatst naar het Europees e-justitieportaal.


 

INHOUDSOPGAVE

1. De verschillende soorten maatregelen 1.
2. De voorwaarden om maatregelen te kunnen treffen 2.
2.1. De procedure 2.1.
2.2. Wat zijn de basisvereisten om maatregelen te mogen treffen? 2.2.
3. De kenmerken van de maatregelen 3.
3.1. Welke goederen kunnen het voorwerp uitmaken van de onderscheiden maatregelen? 3.1.
3.2. Wat zijn de gevolgen van de maatregelen? 3.2.
3.3. Is de geldigheid van de maatregelen beperkt in de tijd? 3.3.
4. Eventuele rechtsmiddelen tegen de maatregelen 4.

 

1. De verschillende soorten maatregelen

Voorlopige maatregelen zijn conservatoire (bewarende) maatregelen met een beperkte geldigheidstermijn die bedoeld zijn om de status quo in stand te houden of een nieuwe, voorlopige situatie te scheppen teneinde de effectieve uitvoerbaarheid bij voorraad van de vorderingen van een schuldeiser op een later tijdstip mogelijk te maken (maatregelen van beschermende aard) of ernstige en nadelige gevolgen en de bedreiging met geweld af te wenden (maatregelen van regelende aard).

In overeenstemming met de wet op de tenuitvoerlegging van gerechtelijke uitspraken in civiele zaken en de zekerstelling van vorderingen (Zakon o izvršbi in zavarovanju – Staatsblad van de Republiek Slovenië, nr. 51/98 en volgende), kunnen voorlopige maatregelen worden onderverdeeld in maatregelen tot zekerstelling van geldvorderingen en maatregelen tot zekerstelling van niet-geldelijke vorderingen.

Voorlopige maatregelen om geldvorderingen zeker te stellen, omvatten alle maatregelen die dienstig zijn voor het bereiken van het zeker te stellen doel en die, met betrekking tot het na te streven doel, van zuiver beschermende aard zijn. Bij wijze van voorbeeld somt de wet de volgende voorlopige maatregelen op voor het zeker stellen van geldvorderingen:

  1. een maatregel waarbij het de schuldenaar wordt verboden om vrijelijk te beschikken over roerende zaken, en het gelasten van de bewaarneming van dergelijke goederen;
  2. een maatregel waarbij het een schuldenaar wordt verboden om zijn onroerende zaken of op dergelijke zaken betrekking hebbende goederenrechtelijke rechten die te zijnen gunste zijn geregistreerd, te vervreemden of te verhypothekeren, waarbij dat verbod wordt vastgelegd in het kadaster;
  3. een maatregel waarbij het een schuldenaar van de schuldenaar wordt verboden om vorderingen te betalen of goederen over te dragen aan de schuldenaar, en die de schuldenaar verbiedt om goederen te ontvangen, vorderingen te innen of er vrijelijk over te beschikken;
  4. een aanwijzing aan een organisatie die zich bezighoudt met betalingstransacties om betalingen te weigeren vanaf de rekening van de schuldenaar, aan de schuldenaar of aan een andere persoon op aanwijzing van de schuldenaar, van de geldsom waarvoor de voorlopige maatregel is uitgevaardigd.

Maatregelen om niet-geldelijke vorderingen zeker te stellen, omvatten alle maatregelen die dienstig zijn voor het bereiken van het zeker te stellen doel en die, met betrekking tot het na te streven doel, van beschermende of regelende aard zijn. Bij wijze van voorbeeld somt de wet de volgende voorlopige maatregelen op voor het zeker stellen van vorderingen van niet-geldelijke aard:

Bovenkant paginaBovenkant pagina

  1. een maatregel waarbij de vervreemding of verpanding van de roerende zaak waar de vordering betrekking op heeft, wordt verboden en waarbij de zekerstelling van dergelijke goederen wordt gelast;
  2. een maatregel waarbij het een schuldenaar wordt verboden om de onroerende zaak waar de eis betrekking op heeft, te vervreemden of te verhypothekeren, en waarbij dat verbod in het kadaster wordt vastgelegd;
  3. een maatregel waarbij het een schuldenaar wordt verboden om iets te doen wat eventueel nadeel voor de schuldeiser kan opleveren, of waarbij het de schuldenaar wordt verboden iets te veranderen aan het goed waarop de vordering betrekking heeft en waarbij hem een boete wordt opgelegd in geval van overtreding van dat verbod;
  4. een maatregel waarbij het een schuldenaar van de schuldenaar wordt verboden aan laatstgenoemde de roerende zaak over te dragen waarop de vordering betrekking heeft;
  5. vergoeding van gederfd salaris aan een werknemer in de loop van een geschil over de rechtmatigheid van een beslissing waarbij zijn aanstelling is beëindigd, in gevallen waarin een dergelijke compensatie noodzakelijk is voor het levensonderhoud van de werknemer en personen die hij op grond van de wet dient te onderhouden.

2. De voorwaarden om maatregelen te kunnen treffen

2.1. De procedure
Wat zijn de basisvereisten om maatregelen te mogen treffen?

Uitsluitend rechtbanken zijn bevoegd voor het uitvaardigen van voorlopige maatregelen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Welke rechtbank is bevoegd voor het uitvaardigen van dergelijke maatregelen?

In gevallen waarin een verzoek tot een voorlopige maatregel in de loop van een rechtsgeding wordt ingediend, berust de bevoegdheid om dergelijke maatregelen te gelasten bij de plaatselijke rechtbank waar de procedure aanhangig is gemaakt.

Indien het verzoek tot een voorlopige maatregel echter wordt ingediend voordat het rechtsgeding is ingesteld, is het besluit over dat verzoek een kwestie voor de plaatselijke rechtbank die bevoegd was om te beslissen op het verzoek tot tenuitvoerlegging. In dergelijke gevallen hangt de vraag welke rechtbank terzake bevoegd is om voorlopige maatregelen uit te vaardigen, af van de zeker te stellen zaak. In het geval van roerende zaken berust de bevoegdheid terzake bij het tenuitvoerleggende gerecht in het gebied waar de zaak zich bevindt of het gebied waar de schuldenaar zijn tijdelijke of vaste woonplaats heeft. In het geval van geldvorderingen, immateriële zekerheden of andere vermogensrechten berust deze bevoegdheid in het algemeen bij de rechtbank in het gebied waar de schuldenaar zijn vaste woonplaats heeft of gevestigd is. Betreft het aandelen in een onderneming, dan ligt de plaatselijke bevoegdheid bij de rechtbank in het gebied waar de onderneming is gevestigd. In het geval van onroerende zaken ligt de bevoegdheid terzake bij de rechtbank in het gebied waar de onroerende zaak zich bevindt.

Is vertegenwoordiging door een advocaat verplicht?

Neen.

Wat is de taak van tussenpersonen zoals tenuitvoerleggingsfunctionarissen of gerechtsdeurwaarders?

De taak van tenuitvoerleggingsfunctionarissen in de procedure is direct actie ondernemen voor de zekerstelling van roerende zaken (bijvoorbeeld via bewaarneming of door opstelling van een inventarislijst) of om er zorg voor te dragen dat de schuldenaar bepaalde handelingen of diensten verricht.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Overzicht van kosten voor elk type maatregel

De kosten van de uitvaardiging van een voorlopige maatregel bestaan uit de griffiekosten en vergoedingen voor het werk van de tenuitvoerleggingsfunctionaris (indien de maatregel betrekking heeft op roerende zaken of vereist dat de schuldenaar bepaalde handelingen verricht of nalaat).

De griffiekosten luiden als volgt:

  • voor indiening van een verzoekschrift tot een voorlopige maatregel - SIT 1 900,
  • voor uitvaardiging van een voorlopige maatregel - SIT 1 900.

De vergoeding voor het werk van de tenuitvoerleggingsfunctionaris hangt af van de aard van de vereiste handeling of de hoogte van de zeker te stellen vordering. Een vast bedrag van SIT 12 500 is verschuldigd voor taken uitgevoerd door tenuitvoerleggingsfunctionarissen in gevallen waarin de schuldenaar iets moet doen, toestaan of nalaten. Indien dergelijke taken meer dan een uur vergen, dient nog eens SIT 2 500 te worden betaald voor elk volgend half uur. De kosten voor de opstelling van een inventarislijst van roerende zaken hangen af van de waarde van de vordering: zo bedragen de griffiekosten SIT 40 000, indien de vordering een waarde heeft tussen SIT 150 000 en 1 000 000, en belopen de griffiekosten SIT 75 000, indien de vordering een waarde heeft tussen SIT 1 000 000 en 25 000 000. In gevallen waarin de roerende zaak in bewaring wordt genomen, hangen de kosten af van het gewicht van de zaken en de duur van de bewaarneming. Zo is de vergoeding voor het bewaren van zaken in gesloten ruimten SIT 100 voor iedere aangevangen periode van zeven dagen en voor elke 100 kg of deel daarvan.

2.2. Wat zijn de basisvereisten om maatregelen te mogen treffen?

Een rechtbank zal een voorlopige maatregel uitvaardigen ter zekerstelling van een geldvordering indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

Bovenkant paginaBovenkant pagina

  1. de schuldeiser maakt het bestaan of het toekomstige ontstaan van een vordering jegens de schuldenaar aannemelijk; en
  2. de schuldeiser maakt aannemelijk dat er een risico is dat goederen zullen worden vervreemd, verborgen of anderszins onttrokken, waardoor het onmogelijk of zeer moeilijk wordt om de vordering ten uitvoer te leggen (subjectief risico).

Een rechtbank zal een voorlopige maatregel uitvaardigen voor de zekerstelling van een niet-geldelijke vordering indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  1. de schuldeiser maakt het bestaan of het toekomstige ontstaan van een vordering jegens de schuldenaar aannemelijk; en
  2. de schuldeiser maakt aannemelijk dat van ten minste een van de volgende aannames kan worden uitgegaan:
    • er bestaat een risico dat de uitvoerbaarheid van de vordering onmogelijk of zeer moeilijk wordt (objectief risico);
    • de maatregel is noodzakelijk ter voorkoming van het gebruik van dwang of het optreden van ernstige schade die in aanmerking komt voor vergoeding;
    • indien in de loop van de procedure blijkt dat er geen grond bestaat voor de voorlopige maatregel, zal de schuldenaar geen ernstiger gevolgen ondervinden dan die welke de schuldeiser zou hebben ondervonden indien de voorlopige maatregel niet zou zijn uitgevaardigd.

In geen van bovengenoemde gevallen (geldelijke of niet-geldelijke vorderingen) hoeft de schuldeiser aan te tonen dat er enig risico bestaat indien hij kan aantonen dat de schuldenaar waarschijnlijk slechts geringe schade lijdt als gevolg van de voorgestelde maatregel. In beide gevallen wordt echter een risico verondersteld indien de vordering in het buitenland ten uitvoer moet worden gelegd.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

De rechtbank kan ook een voorlopige maatregel uitvaardigen in gevallen waarin de schuldeiser niet het bestaan van een vordering en een risico aannemelijk heeft gemaakt, indien de schuldeiser binnen een voorgeschreven termijn een door de rechtbank bepaalde vaste geldsom deponeert als garantie tegen eventuele schade die de schuldenaar zou kunnen lijden als gevolg van de uitvaardiging en uitvoering van de voorlopige maatregel.

3. De kenmerken van de maatregelen

3.1. Welke goederen kunnen het voorwerp uitmaken van de onderscheiden maatregelen?

Alle goederen van de schuldenaar kunnen voorwerp vormen van voorlopige maatregelen, bijvoorbeeld geld op bankrekeningen, roerende zaken, geregistreerde voertuigen, onroerende zaken en andere vermogensrechten.

3.2. Wat zijn de gevolgen van de maatregelen?

De rechterlijke beslissing waarbij de voorlopige maatregel wordt uitgevaardigd, heeft de werking van een executoriale titel. Deze staat uitsluitend tussenkomst toe in de sfeer van de belangen van de schuldenaar, niet in die van een derde partij. De uitvaardiging van een voorlopige maatregel vormt derhalve geen grond voor een pandrecht op de zeker te stellen zaak.

Dienovereenkomstig geldt eveneens dat indien het een schuldenaar bij voorlopige maatregel bijvoorbeeld is verboden vrijelijk te beschikken over de zeker te stellen zaak, zulks geen beletsel vormt voor een juridische tussenkomst door een andere persoon met betrekking tot die zaak (bijvoorbeeld in tenuitvoerleggingsprocedures). Indien de schuldenaar een voorlopige maatregel van deze aard niet in acht neemt, is het enige gevolg dat de schuldeiser het recht heeft zich te verzetten tegen rechtshandelingen die hem nadeel berokkenen. Dit is in overeenstemming met de algemene regels van het verbintenissenrecht. Personen die goederen verwerven waarover de schuldenaar niet vrijelijk kan beschikken, worden beschermd indien zij deze goederen te goeder trouw hebben verworven (ze wisten niet en konden niet weten dat een dergelijke handeling schade aan de schuldeiser zou berokkenen). Indien de persoon die het goed verwierf dit niet te goeder trouw deed, blijft de rechtshandeling uitsluitend zonder gevolgen voor de schuldeiser (de eiser in het rechtsgeding) voor zover dit noodzakelijk is om de vordering van de schuldeiser te voldoen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

In gevallen waarin een schuldenaar een inbreuk pleegt op een voorlopige maatregel, is hij ook strafrechtelijk aansprakelijk voor schending van de rechten van een ander. De rechtbank die de tenuitvoerlegging gelastte, kan ook een boete opleggen aan een schuldenaar die een voorlopige maatregel schendt. Aan de andere kant heeft de schuldenaar het recht om van de schuldeiser vergoeding te eisen voor schade die hij heeft geleden door een voorlopige maatregel die ongegrond was of waartoe de schuldeiser niet was gerechtigd.

Bij voorlopige maatregel kan ook een betalingsverbod worden opgelegd aan de schuldenaar van een schuldenaar (bijvoorbeeld een bank). In dat geval is het verbod van kracht vanaf het moment waarop het aan de schuldenaar van de schuldenaar is betekend. Na kennisgenomen te hebben van het verbod mag laatstgenoemde niet langer zijn verplichtingen jegens de schuldenaar nakomen en kan hij ook aansprakelijk zijn voor de betaling van schadevergoeding aan de schuldeiser. In de procedure waarin om een voorlopige maatregel is verzocht, mag de bank uitsluitend op verzoek van de rechter informatie verstrekken over het bestaan van en het aantal betaalrekeningen of andere vorderingen van de schuldenaar. Informatie over de betaalrekeningen van rechtspersonen en over de vraag of deze rekeningen zijn bevroren, is echter openbaar toegankelijk via het register van betaalrekeningen op de website van de Bank van Slovenië (http//www.bsi.si English - slovenšcina).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

3.3. Is de geldigheid van de maatregelen beperkt in de tijd?

De geldigheidstermijn van een voorlopige maatregel is niet vastgelegd in de wet, maar wordt vastgesteld door de rechter in de beslissing waarbij de maatregel wordt gelast. Indien de maatregel wordt gelast voordat een conclusie van eis wordt ingediend of voordat enige andere procedure een aanvang neemt, of indien de maatregel wordt gelast teneinde een nog niet ingediende vordering zeker te stellen, bepaalt de rechter een termijn waarbinnen de schuldeiser een procedure voor de hoofdzaak dient te starten of een conclusie van eis moet indienen. Indien de schuldeiser vervolgens nalaat een conclusie van eis in te dienen of tijdig een procedure voor de hoofdzaak in te stellen, beëindigt de rechter de procedure.

Voorlopige maatregelen kunnen ook geldig zijn vanaf de datum van de rechterlijke uitspraak waarbij ze zijn uitgevaardigd.

De voorlopige maatregel wordt niet toegewezen zonder dat de schuldenaar de gelegenheid krijgt een conclusie (ex parte) in te dienen betreffende het verzoek tot uitvaardiging. De schuldenaar kan een bezwaarschrift indienen tegen het gerechtelijk bevel, maar dit heeft geen opschortende werking ten aanzien van de uitvoerbaarheid bij voorraad.

4. Eventuele rechtsmiddelen tegen de maatregelen

De schuldenaar kan een bezwaarschrift indienen tegen de voorlopige maatregel – binnen acht dagen nadat het gerechtelijk bevel aan hem is betekend – bij de rechtbank die de maatregel heeft uitgevaardigd. Dezelfde rechtbank neemt dan een besluit over het bezwaarschrift.

De schuldenaar of schuldeiser kan een conclusie van eis indienen tegen de rechterlijke beslissing met betrekking tot het bezwaarschrift, of, bij de rechtbank die het bevelschrift uitvaardigde, tegen het bevelschrift waarbij een verzoek tot een voorlopige maatregel is afgewezen, binnen acht dagen na betekening van dat bevelschrift. De conclusie van eis wordt behandeld door een rechtbank van tweede aanleg.

In het algemeen hebben bezwaarschriften en conclusies van eis geen opschortende werking met betrekking tot de procedure.

Indien de termijn voor het indienen van een conclusie van eis wordt overschreden, is het ook mogelijk een verzoek in te dienen tot herstel in de vorige toestand (restitutio in integrum).

Het openbaar ministerie kan dan een buitengewoon rechtsmiddel indienen tegen de uiteindelijke voorlopige maatregel in de vorm van een verzoek tot bescherming van de wettigheid op grond van een materiële schending van procedurele voorzieningen of een fout in de toepassing van het materieel recht. De beslissing over het verzoek tot bescherming van de wettigheid is een zaak voor het hooggerechtshof.

« Voorlopige en bewarende maatregelen - Algemene informatie | Slovenië - Algemene informatie »

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Laatste aanpassing: 18-03-2008

 
  • Gemeinscheftsrecht
  • Internationaal recht

  • België
  • Bulgarije
  • Tsjechië
  • Denemarken
  • Duitsland
  • Estland
  • Ierland
  • Griekenland
  • Spanje
  • Frankrijk
  • Italië
  • Cyprus
  • Letland
  • Litouwen
  • Luxemburg
  • Hongarije
  • Malta
  • Nederland
  • Oostenrijk
  • Polen
  • Portugal
  • Roemenië
  • Slovenië
  • Slowakije
  • Finland
  • Zweden
  • Verenigd Koninkrijk