Rechtsorde
Organisatie van de rechtspraak
Juridische beroepen
Rechtsbijstand
Bevoegdheid van de rechtbanken
Aanhangigmaking van zaken bij de rechter
Procestermijnen
Toepasselijk recht
Betekening en kennisgeving van stukken
Verkrijging van bewijs en bewijsvoering
Voorlopige en bewarende maatregelen
Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen
Vereenvoudigde procedures en spoedprocedures
Echtscheiding
Ouderlijke verantwoordelijkheid
Alimentatie-
Faillissement
Alternatieve wijzen van geschillenbeslechting
Schadeloosstelling van slachtoffers van misdrijven
Geautomatiseerde verwerking
Men spreekt van voorlopige maatregelen indien de wet de rechter de mogelijkheid biedt een tijdelijke regeling te treffen in geval van een geschil tussen verschillende partijen, in afwachting van een definitieve oplossing na afloop van een volledig proces.
Volgens het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen gaat het om maatregelen die worden genomen teneinde de rechten veilig te stellen ter zake waarvan daarnaast aan de rechter in de bodemprocedure om erkenning is verzocht, waarbij de alsdan bestaande feitelijke en juridische status blijft gehandhaafd.
Het gaat eveneens om maatregelen die worden genomen om een bepaalde situatie niet te laten verslechteren.
In de praktijk geven deze maatregelen een schuldeiser de mogelijkheid zich te wapenen tegen het risico van het onbetaald blijven van vorderingen, waarbij twee wegen kunnen worden bewandeld: enerzijds kunnen de goederen van de schuldenaar onvervreemdbaar worden verklaard, anderzijds kan er op die goederen een zekerheid worden gevestigd, hetgeen de schuldeiser een droit de suite geeft wanneer deze goederen in andere handen komen.
Voorbeelden van conservatoire maatregelen:
Het Luxemburgse recht kent verschillende soorten voorlopige maatregelen die erop gericht zijn de rechten van partijen veilig te stellen in afwachting van de afloop van een bodemprocedure waarin een definitieve uitspraak ter zake van de vorderingen zal worden gegeven.
Er wordt onderscheid gemaakt tussen:
In de meeste gevallen is voor de bovengenoemde voorlopige maatregelen de toestemming van een rechter vereist, meestal de president van de rechtbank van het desbetreffende arrondissement of een rechter die is aangewezen om hem te vervangen.
In uitzonderlijke gevallen is het mogelijk dat een partij zelf conservatoire maatregelen neemt, op voorwaarde echter dat zij onmiddellijk de nodige stappen onderneemt om deze door een rechter te laten bekrachtigen. Zo kan een schuldeiser die beschikt over een "titel" in de zin van de wet (bv. een notariële akte) beslag leggen op tegoeden van zijn schuldenaar die zich in handen van een derde bevinden. De beslagen zaak is dan geblokkeerd onder deze derde, die zich daarvan niet mag ontdoen, maar een gedwongen verkoop kan pas plaatsvinden na bekrachtiging door de rechter.
Zoals we gezien hebben, kan de toestemming van de rechter in bepaalde gevallen al worden verkregen door het eenvoudigweg doen van een eenzijdig verzoek aan de rechter met de nodige stukken en toelichting tot staving van het verzoek. De rechter zal de voorlopige maatregel toestaan op basis van de eenzijdig aan hem overgelegde gegevens.
De competentieregels blijken doorgaans specifiek uit de wettekst op grond waarvan de rechter een voorlopige maatregel kan opleggen. Er bestaat geen algemene competentieregel, zij het dat gewoonlijk de bevoegdheid voor het opleggen van voorlopige maatregelen wordt toegekend aan de president van de rechtbank die ook uitspraak doet in de bodemprocedure.
Er bestaat een groot aantal specifieke wettelijke bepalingen waarin de toepasselijke voorlopige maatregelen op bepaalde gebieden worden omschreven (bv. inzake huur, onverdeelde boedel, gemeenschappelijke eigendom, successie, huwelijksgoederengemeenschap, etc.).
Wanneer er geen speciale procedure is voorgeschreven, dient de partij die een voorlopige maatregel wenst te laten opleggen, zich tot de kortgedingrechter te wenden. Afhankelijk van het belang van de zaak is dat de vrederechter (juge de paix) (tot 10 000 euro) of de kortgedingrechter in de rechtbank van het desbetreffende arrondissement. Deze rechters hebben een algemene bevoegdheid om conservatoire maatregelen of maatregelen ter herstel op te leggen die nodig zijn om hetzij een dreigende schade te voorkomen, hetzij een klaarblijkelijk onwettige stoornis in het bezit te doen stoppen (artikel 933 van het nieuwe wetboek van burgerlijke rechtsvordering (Nouveau Code de procédure civile)).
In het algemeen is de bijstand van een advocaat niet verplicht. Het gaat evenwel om uitzonderlijke procedures, die vaak zodanig juridisch-technisch zijn, dat het raadzaam is zich te laten bijstaan door een jurist.
Meestal is het noodzakelijk voor de tenuitvoerlegging van een voorlopige maatregel die bij rechterlijke beslissing is opgelegd, een beroep te doen op een gerechtsambtenaar. Zo heeft een beslag waarvoor toestemming is gegeven door de rechter pas gevolgen in de praktijk wanneer dit ten uitvoer wordt gelegd door een gerechtsdeurwaarder.
Bepaalde voorlopige maatregelen houden in dat de litigieuze zaak bij een onpartijdige derde in bewaring wordt gegeven. De rechtbank kan bijvoorbeeld een sekwester aanwijzen die de zaak waarvan verschillende personen de eigendom opeisen, onder zich houdt, of een tijdelijk bestuurder aanwijzen die belast wordt met het beheer van een onderneming die verlamd is als gevolg van een ruzie tussen de vennoten.
De kosten van voorlopige maatregelen variëren onderling sterk.
De beslagleggingsakte zelf kost bijvoorbeeld slechts ongeveer honderd euro. Hierbij dienen echter de kosten te worden opgeteld die verband houden met het beslag (bv. onderzoek dat de deurwaarder verricht), de kosten voor het in bewaring geven indien de zaak waarop beslag is gelegd dient te worden opgeslagen, de kosten van vertaling en betekening indien de schuldenaar in het buitenland woonachtig is en de kosten van de bekrachtigingsprocedure. In de praktijk belopen de deurwaarderskosten van een beslagprocedure niet zelden 700 tot 800 euro.
Indien de rechtbank een sekwester of een tijdelijk bestuurder aanwijst, zal dit veelal om hooggekwalificeerde personen gaan, die dienovereenkomstige honoraria kunnen verlangen.
De kosten van de voorlopige maatregel worden normaliter vooraf door de verzoeker betaald.
De kosten van het in bewaring geven zijn te beschouwen als gerechtskosten en komen derhalve in beginsel voor rekening van de in het ongelijk gestelde partij. In afwachting van de definitieve beslissing in het geding, zal de om een voorlopige maatregel verzoekende partij echter de kosten ervan moeten dragen.
De rechter zal over het algemeen een voorlopige maatregel pas opleggen indien er sprake is van een noodzaak of een spoedeisend belang, hetgeen ter beoordeling van de rechter is. Er zijn weinig voorlopige maatregelen die kunnen worden opgelegd zonder dat het verzoek daartoe gemotiveerd behoeft te worden (bv. verzoek om verzegeling na het overlijden van een persoon).
Indien een schuldeiser verzoekt om toestemming voor beslaglegging, dient de rechter, op basis van de aan hem overlegde stukken en gegeven toelichting, te verifiëren of de schuldvordering hem in beginsel gegrond lijkt te zijn.
Voorlopige maatregelen kunnen betrekking hebben op alle roerende zaken van een persoon. Slechts bepaalde zaken die in het dagelijkse leven onmisbaar zijn, zijn volgens de wet niet vatbaar voor beslag.
Op grond van de Luxemburgse wet kan conservatoir beslag worden gelegd op het salaris en de beloning van een persoon en zelfs op vervangende inkomsten (renten, werkloosheidsuitkering, etc.) Een deel van het inkomen, zijnde het bedrag dat onmisbaar wordt geacht om in de noodzakelijke kosten van levensonderhoud te kunnen voorzien, is evenwel niet vatbaar voor beslag.
Het is daarentegen niet mogelijk conservatoir beslag te laten leggen op onroerende goederen. Beslag op onroerende goederen is slechts mogelijk op grond van een rechterlijke beslissing die in kracht van gewijsde is gegaan.
In de meeste gevallen is het aan de rechter zelf om de gevolgen te bepalen van de maatregel ter zake waarvan hij een beslissing dient te nemen. Zo kan hij de gevolgen van zijn beschikking in de tijd beperken of bepalen dat de maatregel slechts op bepaalde goederen of handelingen betrekking heeft.
Ingeval door de rechter toestemming is gegeven voor beslaglegging op basis van een eenzijdig verzoek van een partij, schrijft de wet vaste termijnen voor waarbinnen een verzoek tot bekrachtiging bij de rechter moet worden ingediend. Indien binnen die termijn niet om bekrachtiging is verzocht, wordt het beslag van rechtswege nietig.
Tegen een door de kortgedingrechter gegeven beschikking op tegenspraak staat hoger beroep open. Er moet evenwel reeds hoger beroep worden ingesteld binnen 15 dagen na betekening van de beschikking.
Tegen een door de rechter op eenzijdig verzoek gegeven beslissing staat echter geen hoger beroep open. De partij die van mening is dat een dergelijke maatregel ten onrechte is genomen, heeft evenwel krachtens artikel 66 van de Nouveau Code de procédure civile de mogelijkheid een rechtsmiddel in te stellen. Zij kan zich tot de kortgedingrechter wenden met het verzoek een nieuwe conservatoire maatregel op te leggen, waarbij de gevolgen van de maatregel die de rechter heeft genomen op basis van door één partij verstrekte gegevens worden opgeschort.
« Voorlopige en bewarende maatregelen - Algemene informatie | Luxemburg - Algemene informatie »
Laatste aanpassing: 17-10-2006

