Europese Commissie > EJN > Voorlopige en bewarende maatregelen > Hongarije

Laatste aanpassing: 11-03-2008
Printversie Voeg toe aan favorieten

Voorlopige en bewarende maatregelen - Hongarije

EJN logo

Deze pagina is vervallen. De originele taalversie is bijgewerkt en verplaatst naar het Europees e-justitieportaal.


 

INHOUDSOPGAVE

1. De verschillende soorten maatregelen 1.
2. De voorwaarden om maatregelen te kunnen treffen 2.
2.1. De procedure 2.1.
2.2. Wat zijn de basisvereisten om maatregelen te mogen treffen? 2.2.
3. De kenmerken van de maatregelen 3.
3.1. Welke goederen kunnen het voorwerp uitmaken van de onderscheiden maatregelen? 3.1.
3.2. Wat zijn de gevolgen van de maatregelen? 3.2.
3.3. Is de geldigheid van de maatregelen beperkt in de tijd? 3.3.
4. Eventuele rechtsmiddelen tegen de maatregelen 4.

 

1. De verschillende soorten maatregelen

Wet III (1952) van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering voorziet in twee soorten wettelijke maatregelen om zeker te stellen dat aan een betwiste vordering kan worden voldaan: de voorlopige maatregel en de voorlopige tenuitvoerlegging, die bescherming bieden voordat de wettelijk bindende uitspraak is gedaan. Ze worden aangevuld met de conservatoire maatregel zoals voorzien in wet LIII van 1994 inzake de tenuitvoerlegging.

2. De voorwaarden om maatregelen te kunnen treffen

2.1. De procedure
Voorlopige maatregel:

Artikel 156 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering regelt de voorlopige maatregel, die tot doel heeft de onmiddellijke juridische bescherming te verzekeren ter voorkoming van inbreuk op rechten die vanwege het verstrijken van de tijd niet met terugwerkende kracht kunnen worden hersteld. Met de gelasting van een voorlopige maatregel verplicht de rechtbank de tegenpartij van de eiser tot nakoming op een tijdstip waarop er nog geen uitspraak ten principale is van het geschil tussen de partijen. In afwijking van de algemene regels oordeelt de rechtbank bij voorraad op het verzoekschrift, en de uitspraak waarin de maatregel wordt gelast kan bij voorraad worden uitgevoerd, ongeacht de beroepsprocedure.

In de regel kan een voorlopige maatregel na een verzoekschrift worden toegewezen. Ambtshalve kan de rechter een maatregel uitsluitend toewijzen indien hem daartoe bij wet een speciale bevoegdheid is toegekend: in een vaderschapsactie - indien de procedure is opgeschort - over het onderhoudsbedrag waar het kind recht op heeft [artikel 153, lid 3, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering] en in huwelijksprocedures over de plaatsing en ondersteuning van het kind, waarbij het ouderlijk gezag en omgangsrecht wordt ingeperkt of uitgebreid (artikel 287 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Het verzoek kan uitsluitend in een rechtsgeding naar voren worden gebracht, waarbij de vroegste datum de datum is waarop het verzoekschrift wordt ingediend.

Bij het verzoekschrift dient te worden aangetoond dat de daarin beschreven omstandigheden aannemelijk zijn en betrekking hebben op een van de aangegeven situaties die directe rechtsbescherming vereisen (kans op schade, behoefte aan wettelijke bescherming in verband met de verandering in de toestand van het rechtsgeschil of een rechtsbeschermingssituatie die speciale erkenning vereist). De maatregel die wordt verzocht, dient vanzelfsprekend van dien aard te zijn dat deze de inbreuk op rechten verhindert. De eiser hoeft niet te bewijzen dat de gegeven informatie boven twijfel is verheven, maar slechts dat deze aannemelijk is. Er bestaat slechts een beperkte mogelijkheid tot verificatie terwijl de maatregel van kracht is. Deze kan alleen worden toegestaan indien op het verzoekschrift zonder verificatie geen uitspraak mogelijk is. De reden voor de beperking ligt besloten in het doel van de voorlopige maatregel en het feit dat de partij slechts hoeft aan te tonen dat de situatie zich mogelijk voordoet, zonder te verifiëren dat beslist wordt voldaan aan de voorwaarden voor de verzoeken.

De behandelende rechter dient bij zijn uitspraak in de hoofdzaak in overweging te nemen of de partij aannemelijk heeft gemaakt dat is voldaan aan de wettelijke voorwaarden die een voorlopige maatregel rechtvaardigen. Het staat de rechter ook vrij om te beslissen in welke mate de partij de aannemelijkheid dient aan te tonen. Indien het verzoekschrift aan deze voorwaarden voldoet, dient de rechter de nadelen veroorzaakt door de voorlopige maatregel te beoordelen en deze te vergelijken met de te behalen voordelen. Hoewel de wet de uitdrukking �veroorzaakt nadeel' gebruikt, betekent het feitelijk niet het reeds veroorzaakte nadeel, maar het nadeel dat kan worden veroorzaakt door de maatregel en de uitvoering daarvan. Indien uit de beoordeling blijkt dat de nadelen groter zijn dan de voordelen, dient het verzoekschrift te worden afgewezen. De rechter beslist ook ten tijde van de beoordeling of hij het noodzakelijk acht dat met betrekking tot de maatregel een zekerstelling wordt ingediend.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

De rechter beslist bij gerechtelijk bevel over het verzoekschrift tot een voorlopige maatregel. In bijzondere gevallen trekt de rechter bij zijn uitspraak in de hoofdprocedure de maatregel in.

De rechter kan tijdens de feitelijke behandeling, maar ook separaat op het verzoekschrift beslissen.

De maatregel blijft van kracht totdat hij wordt ingetrokken, of indien dit niet geschiedt, totdat de eindbeslissing wordt gegeven in de zaak of indien de uitspraak in de hoofdzaak van de rechtbank van eerste aanleg wettelijk bindend wordt.

Elke van de partijen kan verzoeken tot intrekking van de voorlopige maatregel.

Voorlopige tenuitvoerlegging:

Artikel 231 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering regelt de mogelijkheden van voorlopige tenuitvoerlegging. Volgens de bepalingen kan in sommige zaken de wettelijk bindende beslissing gevolgen hebben en kan de beslissing ten uitvoer worden gelegd voordat de beslissing feitelijk in kracht van gewijsde is gegaan. In de zaken opgesomd in artikel 231 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering dient de rechtbank van eerste aanleg, indien aan de genoemde voorwaarden is voldaan, ambtshalve haar beslissing voorlopig uitvoerbaar te verklaren. Indien de hoorzitting van het beroep wordt opgeschort, kan de rechtbank van tweede aanleg na een verzoekschrift ook beslissen op de voorlopige tenuitvoerlegging door de betrokken persoon, met inachtneming van de feiten van de zaak.

Het wetboek van burgerlijke rechtsvordering geeft hier een uitputtend overzicht dat niet ruim mag worden geïnterpreteerd. Voorlopige tenuitvoerlegging mag daarom niet om enige andere reden worden gelast.

Op basis hiervan dienen de volgende beslissingen voor tenuitvoerlegging vatbaar te worden verklaard, ongeacht of er wel of geen beroep wordt ingesteld:

Bovenkant paginaBovenkant pagina

  • een beslissing waarbij betaling van levensonderhoud of kinderalimentatie en voorzieningen voor andere voorlopige hulp met een vergelijkbaar doel wordt gelast;
  • een beslissing waarbij de beëindiging van een inbreuk wordt gelast;
  • een beslissing waarbij voldoening wordt gelast van een vordering die door de verweerder is erkend;
  • een beslissing waarbij betaling wordt gelast van een geldsom op grond van de in een akte of onderhands document met afdoend bewijs gestelde verplichting (artikelen 195 en 196), indien al de omstandigheden die als basis daarvoor dienen met een dergelijk document worden gestaafd;
  • een beslissing waarbij een niet-financiële actie wordt gelast, indien de eiser disproportioneel ernstige schade zou leiden of indien het moeilijk is om de schade vast te stellen die wordt veroorzaakt door de opschorting van de tenuitvoerlegging, en in die gevallen dat de eiser voldoende zekerheid stelt.

Indien de rechtbank van eerste aanleg ondanks de artikelen 231 en 232 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering verklaart dat de uitspraak voorlopig uitvoerbaar is, kan de president van de kamer die in tweede aanleg oordeelt, gelasten dat de procedure wordt opgeschort totdat de hoorzitting is gehouden. De hoorzitting zal echter plaatsvinden op verzoek van de belanghebbende partij, zelfs bij opschorting van het proces in hoger beroep, samen met het onderzoek van alle feiten van de zaak.

De rechter kan de voorlopige tenuitvoerlegging weigeren indien het gelasten daarvan een disproportioneel zwaardere last op de verweerder zou leggen dan de weigering op de eiser. De verweerder dient echter in alle gevallen een verzoekschrift bij de rechtbank in te dienen. De rechtbank kan niet besluiten om ambtshalve voorlopige tenuitvoerlegging te gelasten in de genoemde zaken.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Tenuitvoerlegging van conservatoire maatregel:

Naar Hongaars recht kan deze tenuitvoerlegging uitsluitend worden gelast indien de rechtbank een executoriale titel heeft uitgevaardigd. De executoriale titel kan worden gegeven indien de einduitspraak een verplichting om iets te doen bevat, wettelijk bindend is of voorlopig uitvoerbaar en de termijn om eraan te voldoen is verstreken. Indien niet gelijktijdig aan alle drie deze voorwaarden wordt voldaan, is het geven van de executoriale titel niet mogelijk en kan de tenuitvoerlegging in dat geval geen aanvang nemen. Voor de bescherming van de rechten van de gerechtigde persoon bestaat er echter de mogelijkheid van een conservatoire maatregel.

In het geval er nog geen executoriale titel kan worden gegeven, maar de partij die om tenuitvoerlegging vraagt, aannemelijk heeft gemaakt dat het voldoen aan de vordering later in gevaar komt, gelast de rechter op het verzoekschrift van de partij die tenuitvoerlegging vraagt, bij wijze van conservatoire maatregel:

  1. zekerstelling van een geldvordering, en
  2. beslag op het aangegeven goed.

Een conservatoire maatregel kan uitsluitend worden gelast in zaken die bij wet zijn bepaald. Bijvoorbeeld, indien de vordering is gegrond op een uitspraak op basis waarvan een executoriale titel is verkregen, maar deze niet kan worden uitgevoerd omdat de beslissing nog geen bindende kracht heeft, of indien de beslissing wel bindende kracht heeft, maar de termijn om daaraan gevolg geven nog niet is verstreken. Ander voorbeeld: er werden huwelijkse of andere procedures ingesteld na een vordering bij een rechtbank voor familiezaken en de geldigheid van de vordering, haar bedrag en haar verschuldigdheid zijn allemaal gestaafd met een authentieke of onderhandse akte die afdoende bewijs biedt.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

De bevoegdheid tot behandeling van de kwestie ligt in het eerste geval bij de rechtbank die bevoegd is om een executoriale titel toe te wijzen en in het tweede geval bij de rechtbank waar de procedure werd ingesteld.

De rechtbank dient het verzoek tot een conservatoire maatregel als spoedeisende kwestie te behandelen binnen uiterlijk acht dagen en de toewijzing van een conservatoire maatregel onverwijld aan de gerechtsdeurwaarder te doen toekomen.

Het beroep tegen een rechterlijke beslissing tot een conservatoire maatregel heeft geen opschortende werking.

Na ontvangst van de gerechtelijke beslissing tot een conservatoire maatregel sommeert de deurwaarder onverwijld aan de partij die om tenuitvoerlegging heeft gevraagd, het benodigde voorschot voor de tenuitvoerlegging op korte termijn te betalen. Na ontvangst van het voorschot ontvangen, begint de gerechtsdeurwaarder onverwijld met de uitvoering van de conservatoire maatregel.

2.2. Wat zijn de basisvereisten om maatregelen te mogen treffen?

De door de rechtbanken toe te passen criteria weerspiegelen hoofdzakelijk de behoefte om de latere tenuitvoerlegging van de vordering zeker te stellen. In het geval van een voorlopige maatregel is het basiscriterium dat tenuitvoerlegging noodzakelijk moet zijn ter voorkoming van een dreigende schade of voortduring van een situatie die leidde tot het rechtsgeschil of ter zekerstelling van de specifieke rechten van de eiser, met dien verstande dat het nadeel dat door de maatregel wordt veroorzaakt niet groter is dan de voordelen die daardoor kunnen worden behaald. In gevallen waarin hem om voorlopige tenuitvoerlegging wordt verzocht, is de rechter verplicht de tenuitvoerlegging te gelasten. Uitsluitend in gevallen waarin de verweerder heeft verzocht de voorlopige tenuitvoerlegging niet te gelasten, staat dit ter vrije beoordeling aan de rechter. Voor het gelasten van een conservatoire maatregel moet er gegronde vrees bestaan dat verweerder op een later tijdstip niet voldoet aan de vordering. Daarom dient in alle drie de gevallen verzet te zijn geweest tegen de vordering en in het geval van een voorlopige maatregel en een conservatoire maatregel dient de vordering gevaar te lopen; in het geval van voorlopige tenuitvoerlegging is het criterium de bescherming van de belangen van de betrokken persoon.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

3. De kenmerken van de maatregelen

3.1. Welke goederen kunnen het voorwerp uitmaken van de onderscheiden maatregelen?

In het geval van een voorlopige maatregel oordeelt de rechtbank tot de nakoming van hetgeen na verzoek van de rechtbank in de vordering of in het verzoekschrift om een voorlopige maatregel is aangegeven. Dit kan zich uitstrekken tot alle vorderingen die bij het verzoekschrift zijn ingebracht.

Voorlopige tenuitvoerlegging betekent de tenuitvoerlegging van hetgeen bij uitspraak van de rechtbank van eerste aanleg is gelast, maar nog geen bindende kracht heeft; dit kan ook verschillende verplichtingen of diensten betreffen.

Bij een conservatoire maatregel kan de rechtbank beslag van een aangegeven zaak of zekerstelling van een financiële vordering gelasten. Indien de rechtbank gelast tot een zekerstelling voor een financiële vordering, zal de gerechtsdeurwaarder het bevel daartoe ter plaatse overhandigen aan de schuldenaar en hem tegelijkertijd gelasten om onverwijld het betreffende bedrag ter hand te stellen. Indien de schuldenaar daar geen gevolg aan geeft, kan de gerechtsdeurwaarder willekeurig welk goed van de schuldenaar in beslag nemen. Teneinde op onroerende zaken beslag te leggen, neemt de gerechtsdeurwaarder onverwijld contact op met het kadaster voor de registratie van de tenuitvoerleggingsrechten om de financiële vordering in het kadaster zeker te stellen.

Wanneer een bedrag dient te worden zeker gesteld, sommeert de gerechtsdeurwaarder de financiële instelling die het bedrag beheert waarop de schuldenaar recht heeft, met een bevel, dat zij na ontvangst van het deurwaardersexploot het zeker gestelde bedrag en het bedrag ter dekking van de kosten van de procedure niet hetzij aan de schuldenaar, hetzij aan iemand anders betaalt. Het bevel houdt ook in dat indien het saldo van de rekening niet het zeker te stellen bedrag omvat, de financiële instelling op gelijke wijze dient te handelen met betrekking tot toekomstige betalingen.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Een beslag gelast voor een specifieke zaak kan betrekking hebben op iedere roerende zaak van waarde.

3.2. Wat zijn de gevolgen van de maatregelen?

In het geval van een voorlopige maatregel en voorlopige tenuitvoerlegging dient de schuldenaar gevolg te geven aan de uitspraak van de rechter. Op grond van deze uitspraak kan een tenuitvoerleggingsprocedure worden gestart.

Er zijn twee soorten conservatoire maatregelen met verschillende gevolgen. Indien de maatregel een vordering beoogt zeker te stellen, dient de schuldenaar een aangegeven geldbedrag aan de gerechtsdeurwaarder te overhandigen. Indien een financiële instelling het bedrag beheert waarop de schuldenaar recht heeft, sommeert de gerechtsdeurwaarder de financiële instelling met een bevel, dat zij na het deurwaardersexploot het zeker gestelde bedrag en het bedrag ter dekking van de kosten van de procedure niet hetzij aan de schuldenaar, hetzij aan iemand anders betaalt, en dat indien het saldo van de rekening niet het zeker te stellen bedrag omvat, de financiële instelling op gelijke wijze dient te handelen met betrekking tot toekomstige betalingen. De financiële instelling stelt de gerechtsdeurwaarder binnen acht dagen na ontvangst van het deurwaardersexploot op de hoogte van het bedrag dat zij in staat was voor de maatregel aan te wenden. Vervolgens kunnen de goederen van de schuldenaar slechts verbeurd worden verklaard tot aan het bedrag van het restant van de vordering. Indien de schuldenaar niet over het aangegeven bedrag beschikt, zal een ander goed verbeurd worden verklaard.

Indien op een aangegeven zaak beslag wordt gelegd, mag de schuldenaar deze blijven gebruiken mits er geen fysiek beslag op wordt gelegd, doch hij is niet vrij om deze te vervreemden. Indien de gerechtsdeurwaarder fysiek beslag legt op de zaak, is het openen van de ruimte en het verbreken van het zegel dat het beslag aangeeft of het vervreemden of gebruiken van de zaak een strafbaar feit, waarvoor de overtreder zal worden vervolgd (verbreken van de verzegeling).

Bovenkant paginaBovenkant pagina

3.3. Is de geldigheid van de maatregelen beperkt in de tijd?

De rechter beslist bij tussenuitspraak over het verzoekschrift tot een voorlopige maatregel. De tussenuitspraak blijft geldig totdat deze wordt ingetrokken, of indien deze niet wordt ingetrokken, totdat een beslissing wordt gegeven waarmee de zaak wordt gesloten, of tot het moment waarop deze uitspraak in eerste aanleg rechtskracht krijgt.

Een conservatoire maatregel blijft van kracht totdat het bevel tot tenuitvoerlegging van de vordering is gegeven of totdat de rechtbank beslist tot beëindiging van de conservatoire maatregel.

Voorlopige tenuitvoerlegging betekent de tenuitvoerlegging van de verplichting zoals bepaald in de uitspraak voordat deze bindende kracht krijgt, ongeacht of er wel of geen hoger beroep is. Daarom is er geen sprake van een tijdslimiet.

4. Eventuele rechtsmiddelen tegen de maatregelen

Het is mogelijk een afzonderlijk beroep tegen de voorlopige maatregel in te stellen. Op de indiening van dit beroep is de algemene regelgeving van toepassing. De termijn bedraagt 15 dagen. Het beroep dient te worden ingesteld bij de rechtbank die de uitspraak deed. Indien het beroep gegrond wordt verklaard, trekt de rechtbank de voorlopige maatregel in. In andere gevallen kan de rechtbank het bevel zelf wijzigen, na een verzoekschrift daartoe of indien de eiser de vordering intrekt.

De rechtbank is verplicht om voorlopige tenuitvoerlegging te gelasten in de gevallen die in de wet zijn genoemd. De verweerder kan echter vragen dat de voorlopige tenuitvoerlegging wordt opgeschort, indien deze een onevenredig zware last voor hem zou betekenen. Het verzoek dient te worden gedaan bij de behandelende rechtbank.

Tegen de uitspraak waarbij een conservatoire maatregel is toegewezen, kan beroep kan worden ingesteld bij de behandelende rechtbank. Dit heeft echter geen opschortende werking voor de tenuitvoerlegging. Partijen kunnen binnen 15 dagen na de bekendmaking van het bevel in beroep gaan.

« Voorlopige en bewarende maatregelen - Algemene informatie | Hongarije - Algemene informatie »

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Laatste aanpassing: 11-03-2008

 
  • Gemeinscheftsrecht
  • Internationaal recht

  • België
  • Bulgarije
  • Tsjechië
  • Denemarken
  • Duitsland
  • Estland
  • Ierland
  • Griekenland
  • Spanje
  • Frankrijk
  • Italië
  • Cyprus
  • Letland
  • Litouwen
  • Luxemburg
  • Hongarije
  • Malta
  • Nederland
  • Oostenrijk
  • Polen
  • Portugal
  • Roemenië
  • Slovenië
  • Slowakije
  • Finland
  • Zweden
  • Verenigd Koninkrijk