Europese Commissie > EJN > Voorlopige en bewarende maatregelen > Griekenland

Laatste aanpassing: 14-03-2007
Printversie Voeg toe aan favorieten

Voorlopige en bewarende maatregelen - Griekenland

EJN logo

Deze pagina is vervallen. De originele taalversie is bijgewerkt en verplaatst naar het Europees e-justitieportaal.


 

INHOUDSOPGAVE

1. Welke verschillende soorten maatregelen zijn er? 1.
2. De voorwaarden om maatregelen te kunnen treffen 2.
2.1. De procedure 2.1.
2.2. Wat zijn de basisvereisten om maatregelen te mogen treffen? 2.2.
3. Doel en aard van deze maatregelen 3.
3.1. Welke goederen kunnen voorwerp van de diverse maatregelen zijn? 3.1.
3.2. Wat zijn de gevolgen van de maatregelen? 3.2.
3.3. Is de geldigheid van de maatregelen beperkt in de tijd? 3.3.
4. Rechtsmiddelen tegen de maatregelen 4.

 

1. Welke verschillende soorten maatregelen zijn er?

Bij voorlopige en bewarende maatregelen gaat het in het algemeen om het verlenen van tijdelijke justitiële bescherming in samenhang met een bodemgeschil dat met betrekking tot het te beschermen recht nog aanhangig is of weldra aanhangig zal worden gemaakt. Deze tijdelijke justitiële bescherming heeft ten doel te waarborgen dat de door het gerecht te onderzoeken claim zal worden voldaan. De beschikbare maatregelen zijn: borgstelling, voorlopige hypotheekinschrijving, conservatoir beslag, gerechtelijk sekwester, kort geding, voorlopige regeling van een situatie, verzegeling, verwijdering van de verzegeling, inventarisatie en consignatie bij een bank.

2. De voorwaarden om maatregelen te kunnen treffen

2.1. De procedure

De bovengenoemde maatregelen worden altijd door een gerecht opgelegd.

In de regel is de enkelvoudige rechtbank van eerste aanleg (d.w.z. kamers met één rechter) bevoegd om dergelijke maatregelen te gelasten. Het vredegerecht kan bevoegd zijn om dergelijke maatregelen te gelasten in het geval van een tijdelijke regeling van bezit of eigendom en in het geval het overeenkomstig de algemene bepalingen van het Griekse wetboek van burgerlijke rechtsvordering ook bevoegd is om uitspraak te doen over het bodemgeschil (de enkelvoudige rechtbank van eerste aanleg is dan niet bevoegd). Naast de enkelvoudige rechtbank van eerste aanleg is bovendien ook de meervoudige rechtbank van eerste aanleg (d.w.z. kamers met meerdere rechters) waarbij het bodemgeding aanhangig is, bevoegd om bovengenoemde maatregelen te gelasten. Het territoriaal bevoegde gerecht is het lokale gerecht dat uitspraak doet over het bodemgeschil; de bovengenoemde maatregelen kunnen echter ook worden gelast door het gerecht van de plaats waar deze maatregelen ten uitvoer moeten worden gelegd. De beslissing waarbij deze maatregelen worden gelast, wordt door het gerecht betekend aan de betrokken partij en wordt ten uitvoer gelegd door deurwaarders. Indien de deurwaarder bij de tenuitvoerlegging op verzet stuit, kan hij de politie om bijstand verzoeken. Het is moeilijk om de kosten te ramen omdat de honoraria van advocaten en deurwaarders van zaak tot zaak kunnen verschillen. Indicatief kan een bedrag van 250 EUR worden genoemd.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

2.2. Wat zijn de basisvereisten om maatregelen te mogen treffen?

Het gerecht gelast voorlopige maatregelen wanneer:

  1. er sprake is van spoedeisendheid of wanneer deze maatregelen nodig zijn om een dreigend gevaar af te wenden, teneinde een recht veilig of zeker te stellen of een situatie te regelen en
  2. er redelijkerwijs kan worden aangenomen dat er een recht bestaat dat bescherming behoeft.

Het bestaan van de claim moet aannemelijk worden gemaakt ('begin van bewijs'), zodat redelijkerwijs kan worden gerechtvaardigd dat maatregelen worden gelast; er hoeft m.a.w. nog geen volledig bewijs te worden geleverd. Wel is er een ‘onvolledig’ bewijs vereist, op basis waarvan de rechter moet kunnen besluiten dat de aangevoerde feiten kunnen hebben plaatsgevonden. Voor het verlenen van de gevraagde justitiële bescherming, is het voldoende dat de rechter het aannemelijk acht dat de aangevoerde feiten hebben plaatsgevonden. Justitiële bescherming kan alleen worden verleend in geval van spoedeisendheid of wanneer het gevaar bestaat dat de schuldenaar zijn goederen zal laten verdwijnen, waardoor er geen gedwongen tenuitvoerlegging meer mogelijk zal zijn voor schuldeisers die na afloop van het hoofdgeding in het bezit zijn van een uitvoerbare titel.

3. Doel en aard van deze maatregelen

3.1. Welke goederen kunnen voorwerp van de diverse maatregelen zijn?

Over het algemeen alle goederen van de schuldenaar, ongeacht of zij zich bij de schuldenaar of bij derden bevinden, mits de goederen volgens de regels van het privaatrecht overdraagbaar zijn en niet onder een wettelijke uitzondering vallen. Met name de volgende goederen van de schuldenaar kunnen aan de bovengenoemde maatregelen worden onderworpen: onroerende goederen, voor beslag vatbare roerende goederen, schepen, vliegtuigen, voertuigen voor vervoer over land, bankdeposito’s en gedematerialiseerde effecten.

Bovenkant paginaBovenkant pagina

3.2. Wat zijn de gevolgen van de maatregelen?

Na de beslissing mag de schuldenaar zijn goederen niet meer vervreemden wanneer deze zijn geblokkeerd, zoals in het geval van een conservatoir beslag of een voorlopige inschrijving van een hypotheek op onroerende goederen. Wanneer de schuldenaar de rechterlijke beslissing niet naleeft, kan hem overeenkomstig artikel 232A van het Griekse strafwetboek een gevangenisstraf van maximaal één jaar worden opgelegd.

In Wetsbesluit 1059/1971 is het bankgeheim geregeld en is bepaald dat een gevangenisstraf van ten minste 6 maanden wordt opgelegd wanneer leden van de raad van bestuur van een bank, bankpresidenten of bankmedewerkers het bankgeheim schenden. Het bankgeheim vormt echter geen belemmering voor een conservatoir beslag op bankdeposito’s omdat in het rechterlijke beslagleggingsbevel niet noodzakelijkerwijs hoeft te worden aangegeven welke bankdeposito’s of gedematerialiseerde effecten tijdelijk moeten worden geblokkeerd. Ook het bij een beslissing opgelegde verbod tot vervreemding van dergelijke activa vormt geen inbreuk op het bankgeheim omdat banken niet wordt verzocht mee te delen of er dergelijke activa bestaan. In het geval van conservatoir beslag onder derden (andere dan banken), zijn deze derden verplicht mee te delen of de in beslag genomen claim of het in beslag genomen recht bestaat en of er reeds bij hen beslag is gelegd en, zo ja, op welk bedrag.

3.3. Is de geldigheid van de maatregelen beperkt in de tijd?

Overeenkomstig de wet zijn deze maatregelen geldig:

Bovenkant paginaBovenkant pagina

  1. totdat er in de bodemprocedure een in kracht van gewijsde gegane eindbeslissing is waarbij de partij die om de voorlopige maatregel heeft verzocht in het ongelijk is gesteld;
  2. totdat deze partij in een eindbeslissing in het gelijk is gesteld en deze beslissing ten uitvoer is gelegd;
  3. totdat tussen de partijen een minnelijke schikking wordt getroffen;
  4. totdat er 30 dagen zijn verstreken sinds de beëindiging van het proces of de afsluiting ervan op een andere wijze;
  5. totdat de betrokken beslissing wordt ingetrokken of gewijzigd door het gerecht dat ze heeft uitgevaardigd omdat er nieuwe feiten zijn, dan wel door het voor het hoofdgeding bevoegde gerecht zonder dat er nieuwe feiten hoeven te zijn; en
  6. wanneer in de beslissing zelf is aangegeven binnen welke termijn de hoofdvordering moet worden ingesteld en dit niet is gebeurd binnen deze termijn.

Indien een partij die conform de wet en tijdig is opgeroepen niet ter zitting verschijnt, wordt een verstekvonnis gewezen; het gerecht zal de zaak echter onderzoeken alsof alle partijen aanwezig zijn omdat de niet‑verschijning in het kader van een procedure betreffende voorlopige maatregelen geen vermoeden van aanvaarding van de in het betrokken verzoekschrift aangevoerde feiten in het leven roept. Het gerecht kan de zaak slechts opnieuw onderzoeken wanneer de niet‑verschenen partij zich baseert op nieuwe feiten die indien de rechter ervan kennis had gehad, tot een andere beslissing hadden geleid. De niet‑verschenen partij mag dan de intrekking of wijziging van de beslissing vorderen.  

4. Rechtsmiddelen tegen de maatregelen

Tegen de beslissing waarbij maatregelen worden opgelegd, kunnen geen rechtsmiddelen worden ingesteld. De enige uitzondering is de beslissing waarbij een tijdelijke regeling van bezit of eigendom wordt opgelegd: in de wet is uitdrukkelijk bepaald dat er binnen 10 dagen na de betekening van de beslissing beroep kan worden ingesteld bij de bevoegde meervoudige rechtbank van eerste aanleg. Na onderzoek van de zaak, bevestigt deze rechtbank de bestreden beslissing of verklaart ze deze nietig. Deze uitspraak heeft slechts een beperkte geldigheidsduur. Zoals reeds vermeld kan een partij een verzoek tot intrekking of wijziging van een beslissing indienen. Ook een derde die niet is opgeroepen en die niet aan het proces heeft deelgenomen, maar die een procesbelang heeft, kan een verzoek tot intrekking of wijzing van een beslissing indienen (derdenverzet).

« Voorlopige en bewarende maatregelen - Algemene informatie | Griekenland - Algemene informatie »

Bovenkant paginaBovenkant pagina

Laatste aanpassing: 14-03-2007

 
  • Gemeinscheftsrecht
  • Internationaal recht

  • België
  • Bulgarije
  • Tsjechië
  • Denemarken
  • Duitsland
  • Estland
  • Ierland
  • Griekenland
  • Spanje
  • Frankrijk
  • Italië
  • Cyprus
  • Letland
  • Litouwen
  • Luxemburg
  • Hongarije
  • Malta
  • Nederland
  • Oostenrijk
  • Polen
  • Portugal
  • Roemenië
  • Slovenië
  • Slowakije
  • Finland
  • Zweden
  • Verenigd Koninkrijk